hc 8 Emotie en stress

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/28

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

29 Terms

1
New cards

Wat is het verschil tussen emotie en gevoelens?

  • Emoties zijn automatisch, kortdurend en kunnen snel veranderen.

  • gevoelens zijn langer en meer bewust. Ze worden sneller verbonden aan gedachten.

Gevoelens komen voort uit een emotie.

2
New cards

Wat zijn de basis emoties?

  1. Blij

  2. Boos

  3. Bang

  4. Bedroefd

  5. Verbazing

  6. Walging


3
New cards

Wat zijn de onderdelen van een emotie?

  1. lichamelijke reactie

  2. subjectieve beleving

  3. gedachten

  4. gedrag


4
New cards

Wat zijn de functies van emotie vanuit een evolutionair perspectief?

  • gevaarlijke situaties herkennen

  • behoefte herkenbaar maken aan anderen

  • eigen grenzen aan voelen


5
New cards

wat is de link met Marschall Rosenberg en emoties vanuit een evolutionair perspectief?

MR: ‘Alles wat we doen en niet doen, zeggen en niet zeggen heeft te maken met onze behoeften’

  • elke emotie verwijst naar een onderliggende, onvervulde of vervulde behoeft


6
New cards

Wat is het verschil tussen eustress en distress

  • eustress = positieve stress die energie en alertheid geeft.

  • distress = negatieve stress die ontstaat wanneer spanning te hoog of te langdurig wordt.


7
New cards

Wat is de wet van Yerkes-Dodson

stelt dat het optimaal stressniveau prestaties verhoogt.

teveel of te weinig stress doet de prestatie dalen.

8
New cards

Noem verschillende stressoren bij de patiënt en zorgverlener

  • patiënt

    • angst voor ziekte

    • onzekerheid over herstel

    • pijn en vermoeidheid

    • ziekenhuis bezoeken

    • financiële zorgen

    • isolement

  • zorgverlener

    • tijdsdruk

    • emotionele afstand


9
New cards

fysiologische stressrespons de snelle route (SAM-systeem)

  • verloopt via het sympatisch zenuwstelsel

  • reactie binnen milliseconden

  • zorgt voor vecht of vlucht reactie

  • reflex is matig en onbewust


Het bijniermerg wordt gestimuleerd om adrenaline en noradrenaline af te geven


10
New cards

fysiologisch stressrespons trage route (HPA-as)

  • reactie pas minuten tot uren nadien

  • onderdrukt de niet-essentiële functies (spijsvertering)

  • zorgt voor vrijgaven van energie (glucose)

  • bewust en gereguleerd


CRH uit hypothalamus stimuleert ACTH uit hypofyse, dat de bijnierschors aanzet tot cortisolproductie


11
New cards

fight functie + uiting

  • functie:

    • grenzen verdedigen

    • controle terug pakken

    • jezelf of andere beschermen

  • uiting:

    • argumenteren

    • dominant worden

    • scherp reageren

    • agressie


12
New cards

flight functie + uiting

  • functie:

    • veiligheid zoeken

    • ontsnappen

  • uiting:

    • vermijden

    • overwerken


13
New cards

freeze functie + uiting

  • functie:

    • onzichtbaar worden voor gevaar

    • energie besparen

  • uiting:

    • niks kunnen doen

    • verdoofd voelen


14
New cards

mogelijke uitingsvormen stress

  • lichamelijk

  • cognitief

  • emotioneel

  • gedragsmatig


15
New cards

uitingsvorm stress → lichamelijke signalen

  • verhoogde pols en AH

  • gespannen spieren

  • slaapproblemen

  • droge mond

  • zweten

  • hoofd/buik pijn


16
New cards

uitingsvorm stress → cognitieve signalen

  • moeite met concentreren

  • chaos

  • piekeren

  • minder onthouden


17
New cards

uitingsvorm stress → emotionele signalen

  • angst

  • spanning

  • verdriet


18
New cards

uitingsvorm stress → gedragsmatige signalen

  • rusteloos

  • stilvallen

  • overmatige controle behoefte


19
New cards

Wat is chronische stress?

stress die langdurig aanwezig blijft of steeds opduikt zonder voldoende herstel

20
New cards

Wat zijn de gevolgen van chronische stress op het lichaam?

  • verminderde weerstand

  • hogere pols, AH en BD

  • maag-darm klachten


21
New cards

Wat zijn de gevolgen van chronische stress op de geest?

  • vermoeidheid

  • concentratie verlies

  • prikkelbaarheid


22
New cards

Wat is de Somatic Marker Hypothesis van Damasio en hoe concludeerde hij zijn besluitvorming?

  • bij onderzoeken met patiënten met schade aan de prefrontale cortex met een normale intelligentie zag men dat ze slechte en risicovolle beslissingen namen. Ze hielde geen rekening met de gevolgen op het lange termijn.


Emoties en lichamelijke reacties fungeren als snelle waarschuwingssignalen die onze reacties sturen.

Ze koppelen eerdere ervaringen aan nieuwe situaties en sturen beslissingen zonder veel bewuste berekening.


23
New cards

Wat houdt de Polyvagale theorie in?

  • Gebaseerd op het zenuwstelsel en de nervus vagus. → helpt verklaren waarom je soms niet helder kunt denken, boos wordt, bevriest tijdens conflict, leegloopt na stress, sociaal contact vermijdt of dissocieert onder druk.


De theorie beschrijft drie toestanden van het zenuwstelsel:

  1. Ventraal vagal (veiligheid): Hier kunnen we helder denken en relaties aangaan.

  2. Sympathisch (gevaar - hyperarousal): fight/flight. Afweerrespons staat aan.

  3. Dorsaal vagal (levensbedreiging - hypoarousal): freeze → Het lichaam bespaart energie en verhoogt de pijngrens


Om terug te keren naar ventraal vagal (naar "groen") helpt:

  • regulatie van het zenuwstelsel: rustige ademhaling, veilige mensen, voorspelbaarheid, beweging, slaap en sociale verbinding. "Veiligheid wordt eerst door het lichaam gevoeld, daarna pas door het denken."


24
New cards

Wat is het 5G-model.

Het 5G-model stelt dat niet de gebeurtenis zelf stress of emoties veroorzaakt, maar de manier waarop je die gebeurtenis interpreteert.

Het model laat zien dat dezelfde gebeurtenis tot heel verschillende uitkomsten kan leiden, afhankelijk van de gedachten die iemand heeft.

25
New cards

Welke 5G’s zijn er? Wat analyseer je er mee?

  1. Gebeurtenis (wat er feitelijk gebeurt)

  2. Gedachte (hoe je de gebeurtenis interpreteert)

  3. Gevoel (welke emotie hieruit voortkomt)

  4. Gedrag (wat je doet als gevolg van dat gevoel)

  5. Gevolg (welke uitkomst dit gedrag heeft)


26
New cards

Leg uit: Window of tolerance

= venster waarin je stress aan kan

  • Binnen het venster (gereguleerd):

    • kalm, flexibel, denkend. De patiënt kan praten en luisteren, stelt vragen, denkt mee, heeft een redelijk ontspannen ademhaling.

  • Hyperarousal (boven het venster):

    • paniek, boosheid, snel praten, verhoogde hartslag, gejaagd, slecht kunnen focussen. Het brein is gericht op overleven, niet op begrijpen.

  • Hypoarousal (onder het venster):

    • shutdown, freeze, leegte, teruggetrokken, stilvallen, emotionele afsluiting.


27
New cards

Welke verpleegkundige interventies pas je toe per zone van de Window of Tolerance?

  • Binnen de window (gereguleerd): informatie geven, gezamenlijke beslissingen nemen.

  • Hyperarousal (boven de window):

    • Rustig en traag spreken

    • Korte zinnen gebruiken

    • Niet te veel informatie tegelijk geven

    • Erkenning geven: "Ik zie dat dit veel spanning geeft"

    • Keuze terugbrengen: "Wil je even zitten of water drinken?"

    • Prikkels verminderen (rustige omgeving)

  • Hypoarousal (onder de window):

    • Zachte, uitnodigende toon

    • Eenvoudige ja/nee-vragen stellen

    • Aanwezigheid bieden zonder druk

    • Eventueel fysieke grounding (bv. voeten voelen op de grond)

    • Kleine stapjes: "Kun je even knikken?"


28
New cards

Wat is de NURSE-mnemonic en hoe gebruik je die om empathie te tonen?

NURSE staat voor:

  • Name (mirror the emotion) - benoem of spiegel de emotie van de patiënt

  • Understand - toon begrip voor de emotie

  • Respect - erken en waardeer de ervaring van de patiënt

  • Support (using powerful words) - bied steun met krachtige woorden

  • Explore - verken de emotie verder

Deze mnemonic helpt verpleegkundigen om empathisch te communiceren en emoties van patiënten effectief te exploreren.

29
New cards

Welke helpende functie heeft de acute stressrespons?

  • Kortdurende stress die optreedt in reactie op een concrete situatie.

  • Ze helpt om geconcentreerd en alert te blijven en ondersteunt een snelle reactie.

  • Het doel is om meer energie en alertheid te krijgen zodat de persoon zich kan aanpassen aan een situatie, alert kan blijven, goed kan focussen en snel kan reageren.