1/14
Een overzicht van vaktermen, theorieën en experimenten met betrekking tot emotieleer, non-verbaal gedrag en fysiologische opwinding.
Two-factor theory of emotion (Schachter-Singer theorie)
Theorie van Stanley Schachter (1959) die stelt dat het ervaren van een specifieke emotie twee factoren vereist: fysiologische opwinding (arousal) en een cognitieve interpretatie of label van die opwinding op basis van de situatie of context.
James-Lange theorie
Emotietheorie die stelt dat een stimulus eerst automatische fysiologische reacties in het lichaam teweegbrengt, en dat de waarneming en interpretatie van die specifieke lichamelijke reacties de emotie veroorzaakt.
Cannon-Bard theorie
Emotietheorie die stelt dat de fysiologische reactie en de bewuste emotionele ervaring tegelijkertijd en onafhankelijk van elkaar ontstaan bij het waarnemen van een stimulus.
Epinephrine experiment
Klassiek experiment van Schachter en Singer waarbij deelnemers adrenaline kregen toegediend; de niet-geïnformeerde groep werd het sterkst beïnvloed door het gedrag van een confederate omdat zij hun fysiologische opwinding verklaarden aan de hand van de omgeving.
Anger superiority effect
Het evolutionaire verschijnsel waarbij mensen boze gezichten sneller opmerken dan andere gezichtsuitdrukkingen en het moeilijker vinden om hun blik hiervan af te wenden.
Insula
Het hersengebied dat actief wordt wanneer iemand zelf walging ervaart of wanneer men waarneemt dat iemand anders iets vies ruikt.
Eye contact effect
Het fenomeen waarbij direct oogcontact onmiddellijk de aandacht vasthoudt, fysiologische opwinding veroorzaakt en meerdere hersengebieden activeert.
Passionate love
Een intense, snelle en emotionele vorm van liefde gekenmerkt door obsessie met de ander en sterke seksuele aantrekkingskracht, waarvan de intensiteit met de tijd afneemt.
Misattribution (verkeerde attributie van arousal)
Het psychologische proces waarbij een persoon fysiologische opwinding ervaart en deze onterecht toeschrijft aan een verkeerde oorzaak of stimulus in de omgeving.
Excitation transfer
Het verschijnsel waarbij fysiologische opwinding veroorzaakt door een eerdere stimulus (situatie 1) blijft voortduren en de emotionele reactie op een nieuwe stimulus (situatie 2) intensiveert.
Capilano brug experiment
Beroemd onderzoek van Dutton en Aron waarbij mannen die over een gevaarlijke hangbrug liepen de fysiologische angst-arousal toeschreven aan seksuele aantrekkingskracht voor een vrouwelijke onderzoeker, waardoor zij haar vaker opbelden.
Reattributing arousal
Een therapeutische techniek waarbij de fysiologische opwinding van een cliënt hetzelfde blijft, maar het cognitieve label dat eraan wordt toegekend bewust wordt veranderd naar een andere, niet-bedreigende oorzaak.
The misattribution paradigm
Een methode om mensen met angst of verlegenheid aan te moedigen hun fysiologische opwinding niet aan interne gebreken toe te schrijven, maar aan externe omgevingsfactoren om gevoelens van verlegenheid te reduceren.
Ontogeny (bij gezichtsuitdrukkingen)
Het proces waarin mensen door vroege socialisatie en observatie binnen hun eigen cultuur leren welke gezichtsuitdrukkingen en gedragingen bij specifieke emoties horen.
Phylogeny (bij gezichtsuitdrukkingen)
Het aangeboren, evolutionaire verband tussen primaire emoties en spierbewegingen in het gezicht, bewezen door het feit dat blindgeboren baby's dezelfde gelaatsuitdrukkingen vertonen zonder deze ooit gezien te hebben.