Domein 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/50

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

51 Terms

1
New cards

intensief luisteren (luisterdoel)

iets te weten willen komen

2
New cards

globaal luisteren (luisterdoel)

een gevoel willen ondergaan

3
New cards

kritisch luisteren (luisterdoel)

een mening willen vormen

4
New cards

gericht luisteren (luisterdoel)

een handeling willen uitvoeren / een spel willen spelen

5
New cards

globaal luisteren (luisterstrategie)

globaal volgen wat de spreker te vertellen heeft. gaat om het begrijpen van de informatie, minder op detail

6
New cards

intensief luisteren (luisterstrategie)

probeert alle details van een verhaal in je op te nemen, volledig beeld krijgen van wat de spreker vertelt

7
New cards

gericht luisteren (luisterstrategie)

geïnteresseerd in bepaalde aspecten van een verhaal, selecterend luisteren naar woorden

8
New cards

kritisch luisteren (luisterstrategie)

mening vormen tijdens het luisteren, wil beoordelen of het verhaal waar is of misleidend

9
New cards

informeren (spreekdoel)

overbrengen van feitelijke informatie

10
New cards

amuseren (spreekdoel)

toehoorders vermaken, te boeien of te ontroeren

11
New cards

instrueren (spreekdoel)

uitleggen of verduidelijken

12
New cards

overtuigen (spreekdoel)

de luisteraar overhalen een bepaald standpunt of bepaalde mening in te nemen

13
New cards

oriënteren op het spreekdoel (spreekstrategie)

wat wil je bereiken?

14
New cards

oriënteren op het onderwerp op het inzetten van eigen kennis (spreekstrategie)

wat ga je wel/niet vertellen? welke eigen ervaringen breng je in en welke info wil je nog opzoeken?

15
New cards

oriënteren op het soort spreektaak (spreekstrategie)

op welke manier je wil presenteren

16
New cards

oriënteren op het publiek of gesprekspartners (spreekstrategie)

weten wie je toehoorders zijn, zijn ze vooringenomen en moet je ze overtuigen of juist niet

17
New cards

reflecteren op de spreektaak (spreekstrategie)

afvragen of je de informatie correct weergeeft, of je je doel bereikt en ga je na of je verhaal overkomt op je publiek

18
New cards

monitoren van de spreektaak (spreekstrategie)

is het nodig om nog duidelijker te zijn, meer uitleg te geven of het betoog even kort samen te vatten

19
New cards

evalueren van de spreektaak (spreekstrategie)

na afloop van de presentatie afvragen of het goed ging en wat je een volgend keer anders zou doen

20
New cards

taalfuncties

waarvoor je taal gebruikt

21
New cards

sociale taalfuncties

omgang met elkaar, interactie en taal als communicatiemiddel

22
New cards

zelfhandhaving

zichzelf verdedigen/beschermen

23
New cards

zelfsturing

aangeven wat je gaat doen, eigen handelen met woorden ordenen/plannen

24
New cards

sturing van anderen

eigen handelen sturen, maar ook het gedrag van anderen beïnvloeden

25
New cards

structurering van het gesprek

taal gebruiken om het gespreksverloop te beïnvloeden

26
New cards

cognitieve taalfuncties

taal als hulpmiddel om je gedachten te ordenen en grip te krijgen op de werkelijkheid

27
New cards

rapporten

verslag doen van iets wat in de werkelijkheid voorkomt

28
New cards

redeneren

beschrijving waarin een extra denkstap wordt verwoord

29
New cards

projecteren

je probeert je te verplaatsen in de ander/inleven in de ander

30
New cards

expressieve taalfunctie

taal gebruiken om te experimenteren, gevoelens te uiten en om iets te zeggen dat anderen nog niet eerder zogezegd hebben. bijv: dagboek

31
New cards

fonologisch (taalverwerving)

uitspraak van woorden, vormen van spraakklanken

32
New cards

morfologisch (taalverwerving)

opbouw van woorden, vorming van woorden

33
New cards

syntactisch (taalverwerving)

volgorde van woorden, regels van combineren van woorden

34
New cards

semantisch (taalverwerving)

betekenis van woorden

35
New cards

pragmatisch (taalverwerving)

gebruik van woorden

36
New cards

orthografisch (taalverwerving)

spelling van woorden

37
New cards

creatieve constructietheorie

kind heeft een aangeboren taalvermogen waarmee ze op een creatieve manier zinnen kunnen bouwen

38
New cards

interactionele benadering

de omgeving en interactie tussen een kind en andere moedertaalsprekers zijn belangrijk bij het leren van taal

39
New cards

prelinguaal fase

0-1 jaar, nog geen echte woorden. Baby huilt, maakt klanken, brabbelt en oefent met geluiden.

40
New cards

vroeglinguale fase

1-2 jaar, kind gaat eerste woorden en zinnen gebruiken. Van één woord naar korte zinnen.

41
New cards

differentiatiefase

2,5 - 5 jaar, kind leert taal steeds beter en uitgebreider gebruiken. Woordenschat, grammatica en zinsbouw ontwikkelen sterk. Kan nog overgeneraliseren (loopte i.p.v. liep).

42
New cards

voltooiingsfase

5 jaar en ouder, kind beheerst de taal grotendeels zoals een volwassene. Woordenschat en zinsbouw blijven zich uitbreiden, vooral ingewikkelder taal.

43
New cards

tweedetaalontwikkeling

het aanleren van een tweede taal

44
New cards

simultane tweetaligheid

twee talen tegelijk leren (vóór 3e levensjaar)

45
New cards

successieve tweetaligheid

tweede taal leren nadat de eerste taal is geleerd, tweede taal wordt beïnvloed door de eerste taal

46
New cards

interferentiefout

fouten die voortkomen uit verschillen tussen 1e en 2e taal

47
New cards

communicatieve competentie

kun je pas goed gebruiken als je de kennis hebt van het taalsysteem en de taalregels, etc. Je past je taalgebruik aan, aan de situatie

48
New cards

grammaticale competentie

Je kent woorden, grammatica, zinsbouw en uitspraak

49
New cards

tekstuele competentie

Je weet hoe je een tekst moet beginnen, opbouwen en eindigen

50
New cards

strategische competentie

Je past je manier van praten, schrijven of luisteren aan om iets voor elkaar te krijgen, strategie toepassen

51
New cards

functionele competentie

Je gebruikt andere taal bij bijvoorbeeld een vriend dan bij een directeur, taal aanpassen aan situatie