social psychology theme 6

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/78

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

79 Terms

1
New cards

Sociale perceptie

Het proces waarbij we proberen andere mensen om ons heen te begrijpen.

2
New cards

Attributie

Het toeschrijven van oorzaken aan gedrag, onderscheiden in interne en externe attributies.

3
New cards

Interne attributie (personal attribution)

Gedrag toeschrijven aan persoonlijke factoren, zoals karakter of motivatie.

4
New cards

Externe attributie (situational attribution)

Gedrag toeschrijven aan invloeden van buitenaf, zoals omstandigheden.

5
New cards

Explanatory style pessimistisch

Als iets dat door henzelf komt (intern), altijd zo zal blijven (stabiel) en overal invloed op heeft (globaal)

6
New cards

Explanatory style optimistisch

Als iets dat door situatie komt (extern), kan veranderen (veranderlijk) en niet overal gebeurt (specifiek)

7
New cards

Dispositions

Relatief stabiele persoonlijke eigenschappen of kenmerken die we aan iemand toeschrijven.

8
New cards

Integration

Verschillende stukjes informatie over iemand combineren tot 1 algemene indruk.

9
New cards

Snap judgments

Snelle eerste oordelen of indrukken op basis van beperkte informatie zonder uitgebreide analyse.

10
New cards

Explanatory style

De manier waarop iemand gebeurtenissen verklaart (optimistisch of pessimistisch)

Bepaald door intern/extern, stabiel/instabiel en globaal/specifiek.

11
New cards

Belangrijkste attributietheorieën

  • Heider’s theorie van naïeve psychologie

  • De correspondent inference theorie (Jones & Davis)

  • Kelley’s covariation theory

  • Intergroup perspective (Deschamps, Hewstone en Jaspar)

  • Counterfactual thinking

  • Augmentation principle


12
New cards

Heider's theorie van naïeve psychologie

Mensen gebruiken een rationele en logische manier van denken om oorzaak-gevolgrelaties in gedrag te begrijpen.

13
New cards

3 kernprincipes van Heider’s theorie over hoe we anderen begrijpen

  1. Gedrag is gemotiveerd

  2. We zoeken stabiliteit in eigenschappen

  3. Onderscheid tussen interne en externe factoren


14
New cards

Correspondent inference theory (Jones en Davis)

We schrijven gedrag vaak toe aan iemands persoonlijkheid (interne attributie)

Verschillende factoren beïnvloeden hoe we dit doen

15
New cards

Factoren die beïnvloeden of we gedrag intern attributen (correspondent inference theory)

  1. Vrije keuze

  2. Sociale wenselijk / ongewenst gedrag

  3. Belangrijke directe gevolgen (= hedonic relevance)

  4. Persoonlijke impact (personalisme)


16
New cards

Hedonic relevance

Gedrag met belangrijke directe gevolgen

17
New cards

Personalisme

Gedrag dat direct bedoeld is om iemand zelf te helpen of te schaden

18
New cards

Covariation theory (Kelley)

Model dat bepaalt of gedrag intern of extern wordt verklaard.

Op basis van consistentie, onderscheidendheid en consensus.

19
New cards

Consensus (binnen covariatiemodel van Kelley)

Mate waarin andere mensen op dezelfde manier reageren op dezelfde situatie als de persoon die we observeren

20
New cards

Onderscheidendheid (binnen covariatiemodel van Kelley)

Of de persoon zich alleen in deze specifieke situatie zo gedraagt of ook in veel andere situaties

21
New cards

Consistentie (in covariatiemodel van Kelley)

Of de persoon zich vaker op deze manier gedraagt wanneer deze specifieke situatie zich voordoet

22
New cards

Discount

De oorzaak wordt buiten beschouwing gelaten

23
New cards

Augmentatie principe

Gedrag ondanks tegenwerking > sterkere interne motivatie afleiden

24
New cards

Counterfactual thinking

Stilstaan bij wat had kunnen gebeuren als omstandigheden anders waren geweest.

Het alternatieve scenario is heel makkelijk voor te stellen

Belangrijke factoren:

  • Tijd en afstand

  • Afwijking van routine


25
New cards

Emotional amplification

Onze emotionele reacties zijn intenser wanneer een gebeurtenis bijna niet gebeurd zou zijn

26
New cards

Attribution biases

Fouten die we maken bij het verklaren van gedrag van andere mensen

27
New cards

Fundamental attribution error (FAE)

De neiging om de invloed van persoonlijke oorzaken op gedrag te overschatten en omgevingsfactoren te onderschatten

28
New cards

Verschillende verklaringen voor de FAE

  • Focus of attention (Heider)

  • Differential forgetting

  • Culturele en ontwikkelingsfactoren

  • Linguistic factors


29
New cards

Focus of attention (Heider)

Iemands gedrag trekt meer aandacht dan de achtergrond

30
New cards

Differential forgetting

Mensen vergeten situationele oorzaken van gedrag sneller dan persoonlijke oorzaken

31
New cards

Waarom maken we de FAE sneller dan een situationele attributie?

Het toeschrijven aan karakter gaat automatisch, het meewegen van de situatie kost actieve inspanning en energie.

32
New cards

Verschil FAE tussen westerse en collectivistische culturen

In westerse culturen komt FAE vaker voor

Collectivistische culturen maken vaker externe (situationele) attributies

33
New cards

Correspondence bias

De neiging om gedrag toe te schrijven aan persoonlijke eigenschappen (interne attributie), en niet aan externe factoren

34
New cards

Motivational bias

Doet zich voor als onze beslissingen en meningen worden beïnvloed door interne motivaties, doelen en verlangens

35
New cards

Availability heuristic

De neiging om de waarschijnlijkheid van een gebeurtenis in te schatten op basis van hoe snel voorbeelden in je opkomen

36
New cards

2 gevolgen van de availability heuristic

  • Leidt tot false-consensus effect

  • Kan leiden tot de base-rate fallacy


37
New cards

False-consensus effect

Het effect waarbij we ons eigen gedrag als normaal zien en denken dat anderen zich hetzelfde gedragen.

38
New cards

Oorzaken van false-consensus effect

  • We zoeken mensen uit die op ons lijken

  • Onze eigen meningen zijn zo opvallend voor ons dat ze de mogelijkheid van andere meningen overschaduwen

  • We willen onze eigen meningen onderbouwen aan de hand van consensus om ze te bevestigen (confirmation bias)


39
New cards

Ultimate attribution error

Gedrag van de outgroup wordt toegeschreven aan stabiele, interne eigenschappen van die groep

Een fundamental attribution error op groepsniveau

40
New cards

Wishful seeing

Vorm van motivational bias waarbij je de werkelijkheid positiever waarneemt of interpreteert omdat je graag wilt dat iets waar is

41
New cards

Intergroup attribution

Attributies maken voor gedrag van iemand als lid van een groep

We schrijven iemands gedrag toe aan een hele groep > kan leiden tot sociale categorisatie

42
New cards

Ethnocentrism (een ingroup-serving bias)

De neiging om eigen groep gunstiger te beoordelen:

  • Positief gedrag van ingroup en negatief gedrag van outgroup > intern toeschrijven

  • Negatief gedrag van ingroup en positief gedrag van outgroup > extern toeschrijven


43
New cards

Group-enhancing bias

Positief gedrag van eigen groep intern toeschrijven en negatief gedrag van outgroup ook intern

44
New cards

Group-protective bias

Negatief gedrag van eigen groep extern toeschrijven en positief gedrag van outgroup ook extern

45
New cards

Belief in a Just World

De overtuiging dat de wereld eerlijk is, wat kan leiden tot victim blaming om de voorspelbaarheid te behouden.

46
New cards

Actor-observer effect (self-other effect)

Mensen schrijven het gedrag van anderen eerder intern toe en hun eigen gedrag eerder extern

47
New cards

Oorzaken voor actor-observer effect

  • Perceptual focus (ons vizier is gericht op omgeving ipv op onszelf)

  • Informatieverschillen (we hebben over onszelf meer contextinformatie)


48
New cards

Self-serving bias

Eigen positief gedrag intern toeschrijven (self-enhancing bias) en eigen negatief gedrag extern toeschrijven (self-protecting bias)

49
New cards

Confirmation bias

De neiging om informatie te zoeken en selecteren die aansluit bij bestaande overtuigingen.

Daarbij ook tegenbewijs negeren

50
New cards

Self-fulfilling prophecy

Een verwachting over iemand zorgt voor gedrag dat die oorspronkelijke verwachting daadwerkelijk bevestigt.

51
New cards

Stereotypen

Algemene overtuigingen over kenmerken, eigenschappen of gedrag van leden van een bepaalde groep.

52
New cards

Vooroordelen (prejudice)

Beoordelende houdingen tegenover mensen of groepen met sterke emotionele component.

53
New cards

Verschil tussen een stereotype en een vooroordeel

  • Stereotypen: cognitieve beelden/ overtuigingen

  • Vooroordelen: bijbehorende gevoelens (affectie)


54
New cards

Stereotype Content Model

Stereotypen over groepen verschillen op 2 dimensies:

  • Warmth = hoe vriendelijk, betrouwbaar en goedbedoelend groep wordt gezien (hangt samen met waargenomen concurrentie)

  • Competence = hoe bekwaam/capabel een groep wordt gezien (hangt samen met status)


55
New cards

Social categorization

Het indelen van mensen in sociale groepen, wat verschillen tussen groepen vergroot en verschillen binnen groepen verkleint.

56
New cards

Waarom maken onze hersenen automatisch gebruik van sociale categorisatie?

Om complexe sociale wereld te versimpelen en informatie efficiënter te kunnen verwerken

57
New cards

Outgroup homogeneity effect

Neiging om te denken dat leden van outgroups meer op elkaar lijken dan leden van de eigen ingroup.

58
New cards

System justification theory

Mensen zijn gemotiveerd om de huidige sociale en politieke status quo te verdedigen en als rechtvaardig te zien

59
New cards

Realistic conflict theory

Competitie om schaarse middelen kan leiden tot vijandigheid en conflict tussen groepen.

Samenwerken aan superordinate goals kan intergroepsconflict verminderen

60
New cards

Contact hypothesis (Allport)

Contact tussen verschillende groepen kan onder de juiste omstandigheden vooroordelen verminderen.

Alleen contact hebben is niet automatisch voldoende

61
New cards

Social identity theory

Theorie die stelt dat we een voorkeur hebben voor ingroups boven outgroups om ons eigen zelfvertrouwen te verhogen.

62
New cards

Jigsaw Classroom

Een onderwijsmethode van Aronson waarbij studenten in groepen afhankelijk zijn van elkaar om lesstof te leren, wat vooroordelen vermindert.

63
New cards

Kelley's covariation model - patronen

  • Consistentie laag → discount.

  • Consistentie hoog + distinctiveness hoog + consensus hoog → externe attributie.

  • Consistentie hoog + distinctiveness laag + consensus laag → interne attributie.


64
New cards

Cognitive heuristics

Mentale vuistregels waarmee we snel informatie verwerken

Efficiënt maar kunnen leiden tot systematische beoordelingsfouten.

65
New cards

Base-rate fallacy

De kans op een gebeurtenis verkeerd inschatten doordat relevante basisinformatie/base rates worden genegeerd.

66
New cards

Waarom leiden saillante (opvallende) gebeurtenissen tot de base-rate fallacy?

Omdat mensen statistische informatie negeren ten gunste van 1 schokkend of opvallend voorbeeld

67
New cards

Outcome bias

Ervan uitgaan dat iemand de gevolgen van zijn/haar gedrag ook daadwerkelijk zo heeft bedoeld.

68
New cards

Essentialism

Gedrag zien als weerspiegeling van onderliggende, onveranderlijke eigenschappen van persoon of groep.

69
New cards

Belief perseverance

Vasthouden aan een bestaande overtuiging, zelfs als er tegenbewijs is

70
New cards

Discriminatie

Het ongelijk of anders behandelen van mensen op basis van hun lidmaatschap van een bepaalde groep

71
New cards

Social dominance orientation

Voorkeur voor een sociale hiërarchie waarin sommige groepen een hogere status hebben dan andere groepen.

72
New cards

Relative deprivation

Het gevoel slechter af te zijn doordat je jouw situatie vergelijkt met die van anderen.

73
New cards

Superordinate goal

Een gezamenlijk doel dat alleen bereikt kan worden wanneer verschillende groepen samenwerken.

74
New cards

Sociale identiteit

Het deel van ons zelfbeeld dat gebaseerd is op de groepen waarvan we lid zijn.

75
New cards

Ingroup favoritism

De eigen groep positiever beoordelen of bevoordelen ten opzichte van een outgroup.

Om ons zelfvertrouwen te verhogen

76
New cards

Contact hypothesis - voorwaarden

Contact vermindert vooral vooroordelen bij

  • Gelijke status

  • Intergroup samenwerking

  • Common goals

  • Support van autoriteiten/wet.


77
New cards

Jigsaw Classroom - waarom werkt het?

Combineert positief intergroup contact, gelijke status en samenwerking aan gezamenlijke doelen

Sluit aan bij contact hypothesis, superordinate goals en cognitive dissonance.

78
New cards

Sociale psychologie-theorieën waarop de Jigsaw Classroom is gebaseerd

  • Sociale Categorisatie + Ingroup vs Outgroup

  • Realistic Conflict Theory

  • Social Identity Theory

  • Cognitieve dissonantie (> gedrag kan attitude veranderen)


79
New cards

Self-handicapping

Vooraf excuses of belemmeringen creëren/zoeken om jezelf in te dekken tegen een mogelijke mislukking.