1/15
Woordenlijst over de basisbegrippen van economie, inclusief soorten behoeften, goederen, diensten, consumptiegoederen en investeringsgoederen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Behoefte
Iets wat je wilt hebben of nodig hebt (bijvoorbeeld honger of dorst); dit kan veranderen door leefgewoonten.
Individuele behoeften
Behoeften die voor één persoon bestemd zijn (bijvoorbeeld de wens voor een nieuwe auto).
Collectieve behoeften
Behoeften die er voor meerdere personen zijn, waar de overheid voor zorgt en die door de overheid worden gemaakt of beheerd (bijvoorbeeld wegen).
Primaire behoeften
Basisbehoeften die levensnoodzakelijk zijn.
Secundaire behoeften
Behoeften die het leven aangenamer maken, maar niet per se nodig zijn.
Tertiaire behoeften
Overbodige behoeften, zoals luxe goederen en gepersonaliseerde spullen.
Goederen
Tastbare dingen die je kunt aanraken.
Diensten
Aangeboden prestaties die niet-tastbaar zijn (bijvoorbeeld kapper, dokter, leerkracht).
Economische goederen
Goederen waarvoor betaald moet worden en die schaars zijn.
Niet-economische goederen
Goederen die gratis en niet-schaars zijn.
Consumptiegoed
Iets wat gebruikt of gekocht wordt door een consument.
Investeringsgoed
Een aankoop door een bedrijf om werk mee te doen.
Verbruiksgoederen
Consumptiegoederen voor eenmalig gebruik (bijvoorbeeld etenswaren).
Gebruiksgoederen
Consumptiegoederen die consumenten kopen voor langere tijd of meermalig gebruik.
Vlottende investeringsgoederen
Een aankoop van een bedrijf die je één keer kunt gebruiken.
Vaste investeringsgoederen
Iets wat een bedrijf koopt en meermaals/langdurig gebruikt (bijvoorbeeld machines of vrachtwagens).