HC 1 CIRC III

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/151

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:26 AM on 10/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

152 Terms

1
New cards

Wat zijn de normale afmetingen van een menselijke nier?

Ongeveer 12 bij 7 bij 3 centimeter.

2
New cards

Wat is het normale gemiddelde gewicht van een nier?

Ongeveer 200 gram per stuk.

3
New cards

Wat is de anatomische ligging van de nieren ten opzichte van het peritoneum en de aangrenzende spierwand?

Retroperitoneaal, direct tegen het diafragma aan.

4
New cards

Wat is de oorzaak van het anatomische hoogteverschil tussen de linker- en rechternier?

De lever bevindt zich direct boven de rechternier, waardoor de rechternier wat lager ligt dan de linkernier.

5
New cards

Welke endocriene organen bevinden zich anatomisch direct boven op de nieren?

De bijnieren.

6
New cards

Vanuit welk groot vasculair vat ontspringt de arteria renalis ter voorziening van de nier?

De aorta abdominalis.

7
New cards

In welke vaten vertakt de arteria renalis zich direct bij binnenkomst in het nierweefsel?

De interlobaire arteriën.

8
New cards

Wat is de anatomische ligging van de interlobaire arteriën binnen het nierparenchym?

Ze liggen tussen de renale piramiden.

9
New cards

In welke vaten vertakken de interlobaire arteriën zich aan de basis van de piramiden?

De arteriae arcuatae (boogarteriën).

10
New cards

Welke microvasculaire vaten ontspringen rechtstreeks uit de arteriae arcuatae om de glomerulus van bloed te voorzien?

De afferente arteriolen.

11
New cards

Welk bloedvat verzorgt primair de bloedvatvoorziening van de tubuli in het nefron?

De efferente arteriole.

12
New cards

In welk groot veneus vat mondt de vena renalis uit voor de veneuze afvoer van het nierbloed?

De vena cava inferior.

13
New cards

Wat is de anatomische verklaring voor het lengteverschil tussen de linker en rechter vena renalis?

De vena cava inferior ligt rechts van de mediaanlijn in de buikholte, waardoor de linker vena renalis een langere afstand moet overbruggen dan de rechter.

14
New cards

Langs welke anatomische structuur wordt de door de nieren geproduceerde urine getransporteerd naar de blaas?

De urineleider (ureter).

15
New cards

Uit welke twee hoofdcompartimenten is het nierparenchym opgebouwd?

De schors (cortex) en het niermerg (medulla).

16
New cards

Wat is de gemiddelde dikte van de buitenste rand van het nierparenchym (de cortex)?

Ongeveer 1 centimeter.

17
New cards

Hoeveel piramiden bevinden zich gemiddeld in de renale medulla?

17 tot 19 piramiden.

18
New cards

Welke tubulaire structuren bevinden zich binnen de renale medulla in de piramiden?

De niertubuli.

19
New cards

In welke verzamelstructuren monden de tubuli uit aan het einde van hun verloop in de piramiden?

De verzamelbuizen.

20
New cards

In welk centraal opvangsysteem monden de verzamelbuizen uit ter opvang van de voorurine?

Het nierbekken (pyelum).

21
New cards

Wat is per definitie de functionele eenheid van de nier?

Het nefron.

22
New cards

Uit welke vijf anatomische onderdelen is een compleet nefron opgebouwd?

Glomerulus, proximale tubulus, lis van Henle, distale tubulus en urineverzamelbuis.

23
New cards

Hoeveel functionele nefronen bevat een normale menselijke nier gemiddeld?

Ongeveer één miljoen nefronen.

24
New cards

Welke onderdelen van het nefron bevinden zich voornamelijk in de renale cortex?

De glomeruli, voornamelijk de distale tubuli en soms ook delen van de proximale tubuli.

25
New cards

Welke onderdelen van het nefron bevinden zich voornamelijk in het niermerg (medulla)?

Voornamelijk de lissen van Henle, tubuli en de urineverzamelbuizen.

26
New cards

Welk percentage van het totale hartminuutvolume (cardiac output) stroomt onder rustcondities naar de nieren?

20 procent.

27
New cards

In welke twee grote arteriële hoofdtakken splitst de arteria renalis zich initieel bij het bereiken van de nier?

Eén tak naar de voorzijde en één tak naar de achterzijde van de nier.

28
New cards

Naar welke specifieke structuren lopen de interlobaire arteriën vanuit de voorste en achterste hoofdtakken?

Zij lopen de piramides in.

29
New cards

Welk type bloed (arterieel of veneus) stroomt er door de efferente arteriole bij het verlaten van de glomerulus?

Arterieel bloed.

30
New cards

Via welk specifiek capillair netwerk verzorgt de efferente arteriole de bloedvoorziening van het nefron rondom de tubuli?

De vasa recta.

31
New cards

Hoe verhoudt de hydrostatische druk in de glomerulaire capillair zich tot die in normale capillairen en de systolische bloeddruk?

De druk is aanzienlijk hoger dan in normale capillairlissen, maar lager dan de systemische systolische druk.

32
New cards

Over welke twee specifieke vaatsegmenten vindt het bifasische drukverval in de renale microcirculatie plaats?

Over zowel de afferente arteriole als de efferente arteriole.

33
New cards

Welke functionele structuren in de wand van de afferente en efferente arteriolen reguleren het lokale drukverval?

Arteriolaire sfincters (gladde spiercellen).

34
New cards

Welk kapsel omgeeft de glomerulus en vormt de opvangruimte voor het ultrafiltraat?

Het kapsel van Bowman.

35
New cards

Uit welke twee histologische lagen is het kapsel van Bowman opgebouwd?

Een dunne laag epitheelcellen en een basaalmembraan.

36
New cards

Welke specifieke opening bevindt zich direct tegenover de vasculaire pool van de glomerulus?

De urinepool.

37
New cards

In welke specifieke anatomische ruimte komt het ultrafiltraat direct terecht na passage van de glomerulaire filter?

De primaire urineruimte (ruimte van Bowman).

38
New cards

Naar welke structuur wordt het ultrafiltraat afgevoerd zodra het de urinepool passeert?

De tubuli (proximale tubulus).

39
New cards

Welk tubulair segment loopt anatomisch gezien in nauw contact terug langs de eigen afferente arteriole?

De distale tubulus.

40
New cards

Uit welke drie cellulaire componenten bestaat het juxtaglomerulaire apparaat?

De macula densa, de juxtaglomerulaire cellen en de extraglomerulaire mesangiale cellen.

41
New cards

Waar bevinden de macula densa-cellen zich anatomisch exact binnen het juxtaglomerulaire apparaat?

In de wand van de distale tubulus (ter hoogte van de afferente arteriole).

42
New cards

Wat voor type cellen zijn de juxtaglomerulaire cellen en waar liggen ze gelokaliseerd?

Het zijn gemodificeerde gladde spiercellen, gelegen in de spierwand van de afferente arteriole.

43
New cards

Welke cellen vullen de anatomische ruimte op tussen de macula densa en de juxtaglomerulaire cellen?

De extraglomerulaire mesangiumcellen.

44
New cards

Wat is de primaire fysiologische functie van het juxtaglomerulaire apparaat met betrekking tot de circulatie?

Het constant houden van het effectief circulerend volume (ECV).

45
New cards

Via de gereguleerde afgifte van welk hormoon/enzym beïnvloedt het juxtaglomerulaire apparaat het circulerend volume?

Renine.

46
New cards

Op basis van welke lokale fysische verandering in de afferente arteriole reguleren juxtaglomerulaire cellen hun secretie?

Op basis van drukveranderingen (rekkingsgraad/baroreceptie) in de afferente arteriole.

47
New cards

Door welke twee neurohumorale mechanismen wordt de renine-afgifte buiten drukveranderingen om direct gereguleerd?

Het sympathisch zenuwstelsel en lokaal geproduceerde renale prostaglandines.

48
New cards

Welke specifieke chemische parameter in de distale tubulus wordt continu gemonitord door de macula densa?

De concentratie/hoeveelheid NaCl (natriumchloride).

49
New cards

Via welke twee simultane vasomotorische reacties beïnvloedt de macula densa de glomerulaire filtratiedruk bij veranderde NaCl-concentraties?

Vasodilatatie van de afferente arteriole en vasoconstrictie van de efferente arteriole.

50
New cards

Welke chemische signaalstoffen scheidt de macula densa uit om afferente vasodilatatie en renine-afgifte te bewerkstelligen?

Prostaglandines.

51
New cards

Welk specifiek effect hebben de door de macula densa uitgescheiden prostaglandines op de juxtaglomerulaire cellen?

Ze stimuleren de juxtaglomerulaire cellen tot het vrijlaten van renine.

52
New cards

Uit welk gespecialiseerd type endotheel bestaat de binnenste laag van de glomerulaire capillairwand?

Gefenestreerd endotheel.

53
New cards

Welke histologische laag bevindt zich direct tussen het gefenestreerde endotheel en de podocyten in de glomerulus?

De glomerulaire basaalmembraan (GBM).

54
New cards

Welk specifiek celtype vormt het viscerale epitheel van het kapsel van Bowman rondom de glomerulaire capillair?

Podocyten.

55
New cards

Wat is het structurele werkingsmechanisme van de uitlopers van podocyten bij de glomerulaire filtratie?

De uitlopers zijn door elkaar heen geweven en vormen filtratiespleten die functioneren als een mechanische zeef.

56
New cards

Op basis van welke twee fysisch-chemische eigenschappen worden macromoleculen geselecteerd door de glomerulaire barrière?

Grootte (molecuulgewicht/straal) en elektrische lading.

57
New cards

Welke lading dragen de glycoproteïnen in de glomerulaire basaalmembraan?

Een negatieve lading.

58
New cards

Wat is het fysiologische gevolg van de negatief geladen glycoproteïnen in de glomerulaire membraan voor negatief geladen deeltjes?

Negatief geladen deeltjes ervaren elektrostatische afstoting, waardoor ze veel moeilijker door de membraan kunnen filtreren.

59
New cards

Welke typen deeltjes passeren de glomerulaire barrière gemakkelijker wat betreft hun lading?

Neutrale en positief geladen deeltjes.

60
New cards

Welke twee grote componenten uit het bloed kunnen onder fysiologische omstandigheden niet door de glomerulus worden gefiltreerd?

Grote plasma-eiwitten (zoals albumine) en bloedcellen (erytrocyten, leukocyten, trombocyten).

61
New cards

Welke zes specifieke (groepen van) stoffen kunnen onder fysiologische omstandigheden wel vrij door de glomerulus filtreren?

Water, aminozuren, glucose, ureum, mineralen en niet-eiwitgebonden geneesmiddelen.

62
New cards

Welke drie hoofddeterminanten bepalen gezamenlijk de mate van glomerulaire filtratie?

De Starlingkrachten in de glomerulaire capillair, het totale filtratieoppervlak en de permeabiliteit van de capillairlis.

63
New cards

Welke twee krachten vormen de naar buiten gekeerde druk (filtratiedruk) in het glomerulaire membraan?

De hydrostatische druk in de glomerulaire capillair en de colloïd-osmotische druk in de ruimte van Bowman.

64
New cards

Wat is de normale waarde van de hydrostatische druk in de glomerulaire capillair en hoe wordt deze gereguleerd?

Ongeveer 45 mmHg; deze wordt constant gehouden door de sfincters van de afferente en efferente arteriolen.

65
New cards

Waarom is de colloïd-osmotische druk in de ruimte van Bowman onder normale omstandigheden nagenoeg nul?

Omdat de primaire urineruimte normaal gesproken vrijwel geheel eiwitvrij is.

66
New cards

Welke twee krachten vormen de naar binnen gekeerde druk (opponerend aan filtratie) in de glomerulus?

De hydrostatische druk in de ruimte van Bowman en de colloïd-osmotische druk in de glomerulaire capillair.

67
New cards

Waarom blijft de hydrostatische druk in de ruimte van Bowman onder fysiologische omstandigheden constant laag?

Omdat er een constante en continue afvoer van filtraat plaatsvindt via de urinepool naar de proximale tubulus.

68
New cards

Waarom stijgt de colloïd-osmotische druk in de glomerulaire capillair naarmate het bloed de efferente arteriole nadert?

Doordat water en kleine deeltjes continu weggefiltreerd worden, stijgt de relatieve concentratie van niet-filtreerbare plasma-eiwitten in het overblijvende bloed.

69
New cards

Aan welke fysische voorwaarde wat betreft krachtenbalans moet worden voldaan om daadwerkelijk filtratie te laten plaatsvinden?

De naar buiten gekeerde druk moet groter zijn dan de naar binnen gekeerde druk.

70
New cards

In welk deel van de glomerulaire capillairlis vindt het grootste deel van de nettofiltratie plaats?

Proximaal in de capillairlis (waar het drukverschil tussen naar buiten en binnen het grootst is).

71
New cards

Wat gebeurt er met het filtratieproces op het punt waar de naar binnen en naar buiten gekeerde drukken gelijk worden?

De nettofiltratie stopt volledig (er is filtratie-evenwicht bereikt).

72
New cards

Wat is het effect van een verhoogde renale bloeddoorstroming op de lengte van het filtratietraject in de glomerulaire capillair?

Er vindt filtratie plaats over het gehele traject van de capillairlis (het filtratie-evenwicht verschuift distaalwaarts).

73
New cards

Wat is de wiskundige formule voor de netto filtratiedruk in de glomerulus?

Filtratie = hydrostatisch drukverschil minus colloïd-osmotisch drukverschil.

74
New cards

Wat is de fysiologische definitie en het doel van renale autoregulatie bij veranderende arteriële drukken?

Het intrinsieke vermogen van de nier om de glomerulaire druk en filtratie constant te houden ondanks schommelingen in de systemische bloeddruk.

75
New cards

Wat gebeurt er met de afferente arteriole als reactie op een plotselinge stijging van de systemische bloeddruk?

De sfincter in de afferente arteriole contraheert, waardoor de instroom en bloedflow naar de glomerulus afneemt.

76
New cards

Wat gebeurt er met de efferente arteriole als reactie op een verhoogde systemische bloeddruk tijdens autoregulatie?

De sfincter in de efferente arteriole dilateert, waardoor de stuwende druk in de capillair afneemt.

77
New cards

Welke twee simultane vaatreacties treden op als compensatiemechanisme wanneer er glomeruli verloren gaan?

Vasodilatatie van de resterende afferente arteriolen en vasoconstrictie van de efferente arteriolen.

78
New cards

Wat is het hemodynamische effect op de glomerulus van gelijktijdige afferente vasodilatatie en efferente vasoconstrictie?

De intraglomerulaire druk stijgt, waardoor de filtratie per resterend nefron toeneemt en afvalstoffenuitscheiding behouden blijft.

79
New cards

Welk hormoon medieert primair de efferente vasoconstrictie bij nefronverlies om de filtratie op korte termijn te waarborgen?

Angiotensine II.

80
New cards

Wat is het schadelijke langetermijneffect van aanhoudend verhoogde hydrostatische druk in de glomerulaire capillairen?

De capillairwand raakt versneld beschadigd (glomerulosclerose), wat uiteindelijk leidt tot progressief nierfunctieverlies.

81
New cards

Via welke farmacologische mechanismen kunnen ACE-remmers en NSAID's de verhoogde intraglomerulaire druk verlagen?

Een ACE-remmer zorgt voor vasodilatatie van de efferente arteriole.

Een NSAID remt prostaglandines en veroorzaakt daardoor vasoconstrictie van de afferente arteriole.

82
New cards

Wat is het hemodynamische effect van eiwitbeperking in het dieet op de afferente arteriole?

Eiwitbeperking induceert vasoconstrictie van de afferente arteriole.

83
New cards

Wat is het paradoxale effect van eiwitbeperking op korte termijn versus lange termijn op de nierfunctie?

Op korte termijn daalt de glomerulaire filtratie en nierfunctie licht.

Op lange termijn beschermt het de resterende nefronen tegen hyperfiltratieschade en behoudt het de nierfunctie.

84
New cards

Welke acht primaire fysiologische functies vervullen de nieren in het menselijk lichaam?

  1. Uitscheiding van afvalstoffen
    2. EPO-productie
    3. Activering van vitamine D
    4. Fosfaatbalans
    5. Kaliumbalans
    6. Natriumbalans (bloeddruk- en volumeregulatie)
    7. Vochtbalans (osmoregulatie)
    8. Zuur-basebalans
85
New cards

Wat is de endocriene rol van het door de nieren geproduceerde hormoon EPO (erytropoëtine)?

Het stimuleert het beenmerg tot de aanmaak en proliferatie van rode bloedcellen (erytrocyten).

86
New cards

Wat is de initiële stap in de synthese van vitamine D in het menselijk lichaam?

De synthese van een inactieve voorloper in de huid onder invloed van zonlicht (UV-straling).

87
New cards

Welk orgaan verzorgt de tussenstap in de activering van vitamine D voordat het de nier bereikt?

De lever.

88
New cards

Wat is de rol van de nier in het metabolisme van vitamine D?

De nier zet de inactieve vitamine D-intermediair uit de lever om in de biologisch actieve vorm van vitamine D.

89
New cards

Welke twee fysiologische processen zijn direct afhankelijk van voldoende biologisch actief vitamine D?

De actieve calciumopname in de darm en een adequate mineralisatie en botopbouw.

90
New cards

Voor welke twee homeostatische functies is de renale regulatie van de natriumbalans primair verantwoordelijk?

De regulatie van het circulerend bloedvolume en de systemische bloeddruk.

91
New cards

Wat is de betekenis van de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) in de klinische praktijk?

Het is een kwantitatieve maat voor de nierfunctie, die aangeeft hoe snel het bloed door de nieren van stoffen wordt gezuiverd per tijdseenheid.

92
New cards

Hoeveel bloed (in liters per minuut) stroomt er onder normale rustomstandigheden door beide nieren samen?

Ongeveer 1 liter bloed per minuut (20% van een cardiac output van 5 L/min).

93
New cards

Wat is de normale volumestroom van bloedplasma door de nieren per minuut bij een hematocriet van 40%?

Ongeveer 600 milliliter plasma per minuut.

94
New cards

Wat is de fysiologische filtratiefractie en hoeveel ultrafiltraat produceren de nieren daarmee per etmaal?

De filtratiefractie is ongeveer 20% van het plasma, wat neerkomt op circa 180 liter filtraat per dag.

95
New cards

Welk percentage van het ultrafiltraat wordt door de tubuli teruggeresorbeerd om dehydratie te voorkomen?

99 procent van het gefiltreerde volume.

96
New cards

Wat is het normale gemiddelde volume urine dat een volwassen mens per etmaal uitscheidt?

Gemiddeld 1,8 liter urine per dag.

97
New cards

Wat is de definitie van tubulaire secretie in het nefron?

Het actief toevoegen van stoffen vanuit het peritubulaire bloed aan de tubulaire vloeistof/urine.

98
New cards

Voor welk specifiek type moleculen is tubulaire secretie de belangrijkste klaringsroute?

Stoffen die niet vrij door de glomerulaire membraan kunnen worden gefiltreerd, zoals macromoleculen en eiwitgebonden stoffen.

99
New cards

Welke specifieke fysiologische eigenschappen maken creatinine een geschikte endogene marker voor de GFR?

Creatinine wordt vrijwel volledig passief gefiltreerd in de glomerulus, ondergaat geen tubulaire resorptie en vertoont nauwelijks tubulaire secretie.

100
New cards

Wat is de biologische herkomst van creatinine in het lichaam?

Het is een afbraakproduct van creatinefosfaat uit de skeletspieren, geproduceerd met een relatief constante snelheid.