1/151
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat zijn de normale afmetingen van een menselijke nier?
Ongeveer 12 bij 7 bij 3 centimeter.
Wat is het normale gemiddelde gewicht van een nier?
Ongeveer 200 gram per stuk.
Wat is de anatomische ligging van de nieren ten opzichte van het peritoneum en de aangrenzende spierwand?
Retroperitoneaal, direct tegen het diafragma aan.
Wat is de oorzaak van het anatomische hoogteverschil tussen de linker- en rechternier?
De lever bevindt zich direct boven de rechternier, waardoor de rechternier wat lager ligt dan de linkernier.
Welke endocriene organen bevinden zich anatomisch direct boven op de nieren?
De bijnieren.
Vanuit welk groot vasculair vat ontspringt de arteria renalis ter voorziening van de nier?
De aorta abdominalis.
In welke vaten vertakt de arteria renalis zich direct bij binnenkomst in het nierweefsel?
De interlobaire arteriën.
Wat is de anatomische ligging van de interlobaire arteriën binnen het nierparenchym?
Ze liggen tussen de renale piramiden.
In welke vaten vertakken de interlobaire arteriën zich aan de basis van de piramiden?
De arteriae arcuatae (boogarteriën).
Welke microvasculaire vaten ontspringen rechtstreeks uit de arteriae arcuatae om de glomerulus van bloed te voorzien?
De afferente arteriolen.
Welk bloedvat verzorgt primair de bloedvatvoorziening van de tubuli in het nefron?
De efferente arteriole.
In welk groot veneus vat mondt de vena renalis uit voor de veneuze afvoer van het nierbloed?
De vena cava inferior.
Wat is de anatomische verklaring voor het lengteverschil tussen de linker en rechter vena renalis?
De vena cava inferior ligt rechts van de mediaanlijn in de buikholte, waardoor de linker vena renalis een langere afstand moet overbruggen dan de rechter.
Langs welke anatomische structuur wordt de door de nieren geproduceerde urine getransporteerd naar de blaas?
De urineleider (ureter).
Uit welke twee hoofdcompartimenten is het nierparenchym opgebouwd?
De schors (cortex) en het niermerg (medulla).
Wat is de gemiddelde dikte van de buitenste rand van het nierparenchym (de cortex)?
Ongeveer 1 centimeter.
Hoeveel piramiden bevinden zich gemiddeld in de renale medulla?
17 tot 19 piramiden.
Welke tubulaire structuren bevinden zich binnen de renale medulla in de piramiden?
De niertubuli.
In welke verzamelstructuren monden de tubuli uit aan het einde van hun verloop in de piramiden?
De verzamelbuizen.
In welk centraal opvangsysteem monden de verzamelbuizen uit ter opvang van de voorurine?
Het nierbekken (pyelum).
Wat is per definitie de functionele eenheid van de nier?
Het nefron.
Uit welke vijf anatomische onderdelen is een compleet nefron opgebouwd?
Glomerulus, proximale tubulus, lis van Henle, distale tubulus en urineverzamelbuis.
Hoeveel functionele nefronen bevat een normale menselijke nier gemiddeld?
Ongeveer één miljoen nefronen.
Welke onderdelen van het nefron bevinden zich voornamelijk in de renale cortex?
De glomeruli, voornamelijk de distale tubuli en soms ook delen van de proximale tubuli.
Welke onderdelen van het nefron bevinden zich voornamelijk in het niermerg (medulla)?
Voornamelijk de lissen van Henle, tubuli en de urineverzamelbuizen.
Welk percentage van het totale hartminuutvolume (cardiac output) stroomt onder rustcondities naar de nieren?
20 procent.
In welke twee grote arteriële hoofdtakken splitst de arteria renalis zich initieel bij het bereiken van de nier?
Eén tak naar de voorzijde en één tak naar de achterzijde van de nier.
Naar welke specifieke structuren lopen de interlobaire arteriën vanuit de voorste en achterste hoofdtakken?
Zij lopen de piramides in.
Welk type bloed (arterieel of veneus) stroomt er door de efferente arteriole bij het verlaten van de glomerulus?
Arterieel bloed.
Via welk specifiek capillair netwerk verzorgt de efferente arteriole de bloedvoorziening van het nefron rondom de tubuli?
De vasa recta.
Hoe verhoudt de hydrostatische druk in de glomerulaire capillair zich tot die in normale capillairen en de systolische bloeddruk?
De druk is aanzienlijk hoger dan in normale capillairlissen, maar lager dan de systemische systolische druk.
Over welke twee specifieke vaatsegmenten vindt het bifasische drukverval in de renale microcirculatie plaats?
Over zowel de afferente arteriole als de efferente arteriole.
Welke functionele structuren in de wand van de afferente en efferente arteriolen reguleren het lokale drukverval?
Arteriolaire sfincters (gladde spiercellen).
Welk kapsel omgeeft de glomerulus en vormt de opvangruimte voor het ultrafiltraat?
Het kapsel van Bowman.
Uit welke twee histologische lagen is het kapsel van Bowman opgebouwd?
Een dunne laag epitheelcellen en een basaalmembraan.
Welke specifieke opening bevindt zich direct tegenover de vasculaire pool van de glomerulus?
De urinepool.
In welke specifieke anatomische ruimte komt het ultrafiltraat direct terecht na passage van de glomerulaire filter?
De primaire urineruimte (ruimte van Bowman).
Naar welke structuur wordt het ultrafiltraat afgevoerd zodra het de urinepool passeert?
De tubuli (proximale tubulus).
Welk tubulair segment loopt anatomisch gezien in nauw contact terug langs de eigen afferente arteriole?
De distale tubulus.
Uit welke drie cellulaire componenten bestaat het juxtaglomerulaire apparaat?
De macula densa, de juxtaglomerulaire cellen en de extraglomerulaire mesangiale cellen.
Waar bevinden de macula densa-cellen zich anatomisch exact binnen het juxtaglomerulaire apparaat?
In de wand van de distale tubulus (ter hoogte van de afferente arteriole).
Wat voor type cellen zijn de juxtaglomerulaire cellen en waar liggen ze gelokaliseerd?
Het zijn gemodificeerde gladde spiercellen, gelegen in de spierwand van de afferente arteriole.
Welke cellen vullen de anatomische ruimte op tussen de macula densa en de juxtaglomerulaire cellen?
De extraglomerulaire mesangiumcellen.
Wat is de primaire fysiologische functie van het juxtaglomerulaire apparaat met betrekking tot de circulatie?
Het constant houden van het effectief circulerend volume (ECV).
Via de gereguleerde afgifte van welk hormoon/enzym beïnvloedt het juxtaglomerulaire apparaat het circulerend volume?
Renine.
Op basis van welke lokale fysische verandering in de afferente arteriole reguleren juxtaglomerulaire cellen hun secretie?
Op basis van drukveranderingen (rekkingsgraad/baroreceptie) in de afferente arteriole.
Door welke twee neurohumorale mechanismen wordt de renine-afgifte buiten drukveranderingen om direct gereguleerd?
Het sympathisch zenuwstelsel en lokaal geproduceerde renale prostaglandines.
Welke specifieke chemische parameter in de distale tubulus wordt continu gemonitord door de macula densa?
De concentratie/hoeveelheid NaCl (natriumchloride).
Via welke twee simultane vasomotorische reacties beïnvloedt de macula densa de glomerulaire filtratiedruk bij veranderde NaCl-concentraties?
Vasodilatatie van de afferente arteriole en vasoconstrictie van de efferente arteriole.
Welke chemische signaalstoffen scheidt de macula densa uit om afferente vasodilatatie en renine-afgifte te bewerkstelligen?
Prostaglandines.
Welk specifiek effect hebben de door de macula densa uitgescheiden prostaglandines op de juxtaglomerulaire cellen?
Ze stimuleren de juxtaglomerulaire cellen tot het vrijlaten van renine.
Uit welk gespecialiseerd type endotheel bestaat de binnenste laag van de glomerulaire capillairwand?
Gefenestreerd endotheel.
Welke histologische laag bevindt zich direct tussen het gefenestreerde endotheel en de podocyten in de glomerulus?
De glomerulaire basaalmembraan (GBM).
Welk specifiek celtype vormt het viscerale epitheel van het kapsel van Bowman rondom de glomerulaire capillair?
Podocyten.
Wat is het structurele werkingsmechanisme van de uitlopers van podocyten bij de glomerulaire filtratie?
De uitlopers zijn door elkaar heen geweven en vormen filtratiespleten die functioneren als een mechanische zeef.
Op basis van welke twee fysisch-chemische eigenschappen worden macromoleculen geselecteerd door de glomerulaire barrière?
Grootte (molecuulgewicht/straal) en elektrische lading.
Welke lading dragen de glycoproteïnen in de glomerulaire basaalmembraan?
Een negatieve lading.
Wat is het fysiologische gevolg van de negatief geladen glycoproteïnen in de glomerulaire membraan voor negatief geladen deeltjes?
Negatief geladen deeltjes ervaren elektrostatische afstoting, waardoor ze veel moeilijker door de membraan kunnen filtreren.
Welke typen deeltjes passeren de glomerulaire barrière gemakkelijker wat betreft hun lading?
Neutrale en positief geladen deeltjes.
Welke twee grote componenten uit het bloed kunnen onder fysiologische omstandigheden niet door de glomerulus worden gefiltreerd?
Grote plasma-eiwitten (zoals albumine) en bloedcellen (erytrocyten, leukocyten, trombocyten).
Welke zes specifieke (groepen van) stoffen kunnen onder fysiologische omstandigheden wel vrij door de glomerulus filtreren?
Water, aminozuren, glucose, ureum, mineralen en niet-eiwitgebonden geneesmiddelen.
Welke drie hoofddeterminanten bepalen gezamenlijk de mate van glomerulaire filtratie?
De Starlingkrachten in de glomerulaire capillair, het totale filtratieoppervlak en de permeabiliteit van de capillairlis.
Welke twee krachten vormen de naar buiten gekeerde druk (filtratiedruk) in het glomerulaire membraan?
De hydrostatische druk in de glomerulaire capillair en de colloïd-osmotische druk in de ruimte van Bowman.
Wat is de normale waarde van de hydrostatische druk in de glomerulaire capillair en hoe wordt deze gereguleerd?
Ongeveer 45 mmHg; deze wordt constant gehouden door de sfincters van de afferente en efferente arteriolen.
Waarom is de colloïd-osmotische druk in de ruimte van Bowman onder normale omstandigheden nagenoeg nul?
Omdat de primaire urineruimte normaal gesproken vrijwel geheel eiwitvrij is.
Welke twee krachten vormen de naar binnen gekeerde druk (opponerend aan filtratie) in de glomerulus?
De hydrostatische druk in de ruimte van Bowman en de colloïd-osmotische druk in de glomerulaire capillair.
Waarom blijft de hydrostatische druk in de ruimte van Bowman onder fysiologische omstandigheden constant laag?
Omdat er een constante en continue afvoer van filtraat plaatsvindt via de urinepool naar de proximale tubulus.
Waarom stijgt de colloïd-osmotische druk in de glomerulaire capillair naarmate het bloed de efferente arteriole nadert?
Doordat water en kleine deeltjes continu weggefiltreerd worden, stijgt de relatieve concentratie van niet-filtreerbare plasma-eiwitten in het overblijvende bloed.
Aan welke fysische voorwaarde wat betreft krachtenbalans moet worden voldaan om daadwerkelijk filtratie te laten plaatsvinden?
De naar buiten gekeerde druk moet groter zijn dan de naar binnen gekeerde druk.
In welk deel van de glomerulaire capillairlis vindt het grootste deel van de nettofiltratie plaats?
Proximaal in de capillairlis (waar het drukverschil tussen naar buiten en binnen het grootst is).
Wat gebeurt er met het filtratieproces op het punt waar de naar binnen en naar buiten gekeerde drukken gelijk worden?
De nettofiltratie stopt volledig (er is filtratie-evenwicht bereikt).
Wat is het effect van een verhoogde renale bloeddoorstroming op de lengte van het filtratietraject in de glomerulaire capillair?
Er vindt filtratie plaats over het gehele traject van de capillairlis (het filtratie-evenwicht verschuift distaalwaarts).
Wat is de wiskundige formule voor de netto filtratiedruk in de glomerulus?
Filtratie = hydrostatisch drukverschil minus colloïd-osmotisch drukverschil.
Wat is de fysiologische definitie en het doel van renale autoregulatie bij veranderende arteriële drukken?
Het intrinsieke vermogen van de nier om de glomerulaire druk en filtratie constant te houden ondanks schommelingen in de systemische bloeddruk.
Wat gebeurt er met de afferente arteriole als reactie op een plotselinge stijging van de systemische bloeddruk?
De sfincter in de afferente arteriole contraheert, waardoor de instroom en bloedflow naar de glomerulus afneemt.
Wat gebeurt er met de efferente arteriole als reactie op een verhoogde systemische bloeddruk tijdens autoregulatie?
De sfincter in de efferente arteriole dilateert, waardoor de stuwende druk in de capillair afneemt.
Welke twee simultane vaatreacties treden op als compensatiemechanisme wanneer er glomeruli verloren gaan?
Vasodilatatie van de resterende afferente arteriolen en vasoconstrictie van de efferente arteriolen.
Wat is het hemodynamische effect op de glomerulus van gelijktijdige afferente vasodilatatie en efferente vasoconstrictie?
De intraglomerulaire druk stijgt, waardoor de filtratie per resterend nefron toeneemt en afvalstoffenuitscheiding behouden blijft.
Welk hormoon medieert primair de efferente vasoconstrictie bij nefronverlies om de filtratie op korte termijn te waarborgen?
Angiotensine II.
Wat is het schadelijke langetermijneffect van aanhoudend verhoogde hydrostatische druk in de glomerulaire capillairen?
De capillairwand raakt versneld beschadigd (glomerulosclerose), wat uiteindelijk leidt tot progressief nierfunctieverlies.
Via welke farmacologische mechanismen kunnen ACE-remmers en NSAID's de verhoogde intraglomerulaire druk verlagen?
Een ACE-remmer zorgt voor vasodilatatie van de efferente arteriole.
Een NSAID remt prostaglandines en veroorzaakt daardoor vasoconstrictie van de afferente arteriole.
Wat is het hemodynamische effect van eiwitbeperking in het dieet op de afferente arteriole?
Eiwitbeperking induceert vasoconstrictie van de afferente arteriole.
Wat is het paradoxale effect van eiwitbeperking op korte termijn versus lange termijn op de nierfunctie?
Op korte termijn daalt de glomerulaire filtratie en nierfunctie licht.
Op lange termijn beschermt het de resterende nefronen tegen hyperfiltratieschade en behoudt het de nierfunctie.
Welke acht primaire fysiologische functies vervullen de nieren in het menselijk lichaam?
Wat is de endocriene rol van het door de nieren geproduceerde hormoon EPO (erytropoëtine)?
Het stimuleert het beenmerg tot de aanmaak en proliferatie van rode bloedcellen (erytrocyten).
Wat is de initiële stap in de synthese van vitamine D in het menselijk lichaam?
De synthese van een inactieve voorloper in de huid onder invloed van zonlicht (UV-straling).
Welk orgaan verzorgt de tussenstap in de activering van vitamine D voordat het de nier bereikt?
De lever.
Wat is de rol van de nier in het metabolisme van vitamine D?
De nier zet de inactieve vitamine D-intermediair uit de lever om in de biologisch actieve vorm van vitamine D.
Welke twee fysiologische processen zijn direct afhankelijk van voldoende biologisch actief vitamine D?
De actieve calciumopname in de darm en een adequate mineralisatie en botopbouw.
Voor welke twee homeostatische functies is de renale regulatie van de natriumbalans primair verantwoordelijk?
De regulatie van het circulerend bloedvolume en de systemische bloeddruk.
Wat is de betekenis van de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) in de klinische praktijk?
Het is een kwantitatieve maat voor de nierfunctie, die aangeeft hoe snel het bloed door de nieren van stoffen wordt gezuiverd per tijdseenheid.
Hoeveel bloed (in liters per minuut) stroomt er onder normale rustomstandigheden door beide nieren samen?
Ongeveer 1 liter bloed per minuut (20% van een cardiac output van 5 L/min).
Wat is de normale volumestroom van bloedplasma door de nieren per minuut bij een hematocriet van 40%?
Ongeveer 600 milliliter plasma per minuut.
Wat is de fysiologische filtratiefractie en hoeveel ultrafiltraat produceren de nieren daarmee per etmaal?
De filtratiefractie is ongeveer 20% van het plasma, wat neerkomt op circa 180 liter filtraat per dag.
Welk percentage van het ultrafiltraat wordt door de tubuli teruggeresorbeerd om dehydratie te voorkomen?
99 procent van het gefiltreerde volume.
Wat is het normale gemiddelde volume urine dat een volwassen mens per etmaal uitscheidt?
Gemiddeld 1,8 liter urine per dag.
Wat is de definitie van tubulaire secretie in het nefron?
Het actief toevoegen van stoffen vanuit het peritubulaire bloed aan de tubulaire vloeistof/urine.
Voor welk specifiek type moleculen is tubulaire secretie de belangrijkste klaringsroute?
Stoffen die niet vrij door de glomerulaire membraan kunnen worden gefiltreerd, zoals macromoleculen en eiwitgebonden stoffen.
Welke specifieke fysiologische eigenschappen maken creatinine een geschikte endogene marker voor de GFR?
Creatinine wordt vrijwel volledig passief gefiltreerd in de glomerulus, ondergaat geen tubulaire resorptie en vertoont nauwelijks tubulaire secretie.
Wat is de biologische herkomst van creatinine in het lichaam?
Het is een afbraakproduct van creatinefosfaat uit de skeletspieren, geproduceerd met een relatief constante snelheid.