Praktische Economie 4|5|6 module 1 t/m 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/238

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

239 Terms

1
New cards

aanwendingsrichting

manier waarop een middel gebruikt kan worden

2
New cards

alternatief wendbaar

feit dat een middel op verschillende manieren gebruikt kan worden

3
New cards

baten

opbrengst van het gebruik van een middel

4
New cards

behoefte

wens die iemand vervuld wil zien

5
New cards

budget

hoeveelheid middelen waarover iemand beschikt

6
New cards

budgetlijn

lijn van alle mogelijke productcombinaties die maximaal kunnen worden gekocht met het gegeven budget

7
New cards

kosten

geldwaarde van het gebruik of verbruik van productiefactoren

8
New cards

middel

product en/of dienst die in een behoefte kan voorzien

9
New cards

nettobaten

baten min(us) kosten

10
New cards

opofferingskosten

nettobaten van de best denkbare alternatieve aanwending

11
New cards

productcombinatie

mandje van goederen en/of diensten waar het budget aan besteed wordt

12
New cards

schaarste

spanningsveld tussen onbegrensde behoeften en beperkt aanwezige middelen

13
New cards

vergelijking van de budgetlijn

wiskundige formule van de budgetlijn 𝑩=𝒑𝟏𝒒𝟏+𝒑𝟐𝒒𝟐

14
New cards

voorkeur

gewenste aanwendingsrichting van een middel

15
New cards

aanbieder

partij die een middel aanbiedt bij een ruil

16
New cards

absoluut productievoordeel

voordeel in de productie waarbij een product tegen lagere kosten voortgebracht kan worden

17
New cards

arbeid

productiefactor die het menselijk handelen tijdens het productieproces omvat

18
New cards

arbeidsdeling

opdeling van een productieproces in afzonderlijke deeltaken

19
New cards

arbeidsproductiviteit

productie per arbeidskracht per tijdseenheid

20
New cards

autarkie

situatie waarin er niet wordt geruild

21
New cards

auteursrecht

wettelijk en exclusief recht van een auteur om zijn werken publiek te maken en te vermenigvuldigen

22
New cards

comparatief productievoordeel

voordeel in de productie waarbij een product tegen relatief lagere kosten voortgebracht kan worden

23
New cards

consument

iemand die goederen en/of diensten koopt om daarmee in zijn behoeften te voorzien

24
New cards

consumptie

kopen van goederen en/of diensten om behoeften te bevredigen

25
New cards

contract

wettelijk document met daarin de voorwaarden van een ruil

26
New cards

eigendomsrecht

wettig recht van eigendom

27
New cards

institutie

organisatie die de transactiekosten van een ruil verlaagt

28
New cards

intellectueel eigendomsrecht

eigendom van een voortbrengsel van de menselijke geest

29
New cards

manager

persoon die een productieproces organiseert

30
New cards

octrooi/patent

wettelijke recht van intellectueel eigendom

31
New cards

organisatievorm

de manier waarop alle activiteiten van een institutie onderling georganiseerd zijn

32
New cards

producent

persoon of organisatie die producten en/of diensten voortbrengt

33
New cards

productie

transformatie van inputs naar goederen en/of diensten

34
New cards

productievoordeel

vermogen om dezelfde productie tegen lagere kosten te leveren

35
New cards

ruilen

uitwisseling van middelen

36
New cards

ruilverhouding

de waarde van een middel uitgedrukt in eenheden van ander middel

37
New cards

scholing

opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden

38
New cards

specialisatie

toelegging op een afgebakend onderdeel van de productie

39
New cards

transactiekosten

kosten om tot een ruil te komen

40
New cards

vrager

partij die een middel vraagt bij een ruil

41
New cards

wederzijds voordeel

voordeel dat tot stand komt bij een ruil

42
New cards

algemeen prijspeil

gemiddelde prijs van een representatieve groep goederen en diensten

43
New cards

betaalmiddel

algemeen aanvaard ruilmiddel

44
New cards

centrale bank

bank belast met de ontwikkeling en uitvoering van monetair beleid en met het toezicht op het bank- en verzekeringswezen

45
New cards

chartaal geld

munten en bankbiljetten

46
New cards

De Nederlandse Bank

centrale bank van Nederland

47
New cards

denominatie

waarde die op chartaal geld vermeld staat

48
New cards

directe ruil

ruil van middelen zonder tussenkomst van geld

49
New cards

Europese Centrale Bank

centrale bank van de eurolanden

50
New cards

externe waarde van geld

waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt

51
New cards

extrinsieke waarde van geld

waarde die op chartaal geld vermeld staat

52
New cards

fiduciair geld

geld dat zijn waarde uitsluitend ontleent aan het vertrouwen dat mensen erin hebben

53
New cards

geld

middel dat geruild kan worden tegen alle andere middelen

54
New cards

geldontwaarding

stijging van de gemiddelde prijs door de tijd heen

55
New cards

geldschepping

nieuw geld in omloop brengen

56
New cards

geldwissel

document waarop staat hoeveel geld de houder aan de bank in beheer heeft gegeven

57
New cards

giraal geld

direct opvraagbare tegoeden op bankrekeningen

58
New cards

indirecte ruil

ruil van middelen met tussenkomst van geld

59
New cards

inflatie

stijging van de gemiddelde prijs door de tijd heen

60
New cards

interne waarde van geld

koopkracht van het geld

61
New cards

intrinsieke waarde van geld

waarde van het materiaal waarvan het geld gemaakt is

62
New cards

koopkracht van geld

de hoeveelheid middelen die voor het geld gekocht kunnen worden

63
New cards

maatschappelijke geldhoeveelheid

totale hoeveelheid chartaal en giraal geld dat in omloop is

64
New cards

monetair beleid

bepaling van de maatschappelijke geldhoeveelheid, het wisselkoersregime en de rentestand

65
New cards

nominale waarde van geld

waarde die op chartaal geld vermeld staat

66
New cards

oppotmiddel

functie van geld waardoor de aanwending van middelen uitgesteld kan worden

67
New cards

prijs

ruilverhouding van middelen tot het middel geld

68
New cards

reële waarde van geld

koopkracht van het geld

69
New cards

rekenmiddel

functie van geld waardoor de waarde van verschillende middelen met elkaar vergeleken kan worden

70
New cards

ruilmiddel

functie van geld waardoor goederen en diensten geruild kunnen worden

71
New cards

valuta

muntsoort

72
New cards

valutamarkt

markt waarop valuta verhandeld worden

73
New cards

vaste wisselkoers

onveranderlijke ruilverhouding tussen twee valuta's

74
New cards

waardemeter

waarde van middelen uitgedrukt in geld

75
New cards

wet van Gresham

ervaringsgegeven dat zegt dat geld met een relatief hoge intrinsieke waarde uit de omloop gaat

76
New cards

wisselkoers

ruilverhouding tussen twee valuta

77
New cards

zwevende wisselkoers

variabele ruilverhouding tussen twee valuta's

78
New cards

Afzetgebied

gebied waar de producent zijn producten verkoopt

79
New cards

Betalingsbereidheid

maximale prijs die een consument bereid is te betalen voor de volgende producteenheid

80
New cards

Ceteris paribus

het overige gelijkblijvend

81
New cards

Collectief consumentensurplus

het totale voordeel voor alle consumenten in een markt, berekend als de som van de verschillen tussen de maximale betalingsbereidheid van individuen en de werkelijke marktprijs. Het vertegenwoordigt de totale "besparing" van de groep consumenten die bereid waren meer te betalen dan de evenwichtsprijs

82
New cards

Collectieve vraag

aantal eenheden dat een groep consumenten wil kopen bij een bepaalde prijs

83
New cards

Collectieve vraaglijn

grafische weergave van het verband tussen de prijs van een product en de totale gevraagde hoeveelheid door alle consumenten samen. Het is de optelsom van alle individuele vraaglijnen, waarbij de lijn meestal daalt omdat een lagere prijs leidt tot een hogere gevraagde hoeveelheid.

84
New cards

Complementair product

product dat samen met een ander product voorziet in de bevrediging van een behoefte

85
New cards

Consumentensurplus

optelsom van het individuele consumentensurplus van alle consumenten die het product kopen

86
New cards

Continue vraag

vraag waarbij de gevraagde hoeveelheid een reëel getal is

87
New cards

Discrete vraag

vraag waarbij de gevraagde hoeveelheid een geheel getal is

88
New cards

Elastische vraag

procentuele daling van de gevraagde hoeveelheid is groter dan de procentuele stijging van de prijs

89
New cards

Engelkromme

lijn die het verband aangeeft tussen het inkomen en de gevraagde hoeveelheid van een bepaald product

90
New cards

Exogene factor

omstandigheid waar betrokkenen geen invloed op hebben

91
New cards

Gevraagde hoeveelheid

hoeveelheid die gevraagd wordt bij een bepaalde prijs

92
New cards

Giffengoed

product met een positieve waarde voor de prijselasticiteit

93
New cards

Individueel consumentensurplus

verschil tussen de prijs en de betalingsbereidheid voor alle eenheden die een consument van een product koopt

94
New cards

Prijselasticiteit

procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid als gevolg van een procentuele verandering van de prijs

95
New cards

Individuele vraag

aantal eenheden dat een consument wil kopen bij een bepaalde prijs

96
New cards

Substitueerbaar product

product dat in de ogen van de consument kan voorzien in de bevrediging van dezelfde behoefte

97
New cards

Individuele vraaglijn

lijn die de individuele vraag weergeeft

98
New cards

Vraaglijn

lijn die het verband tussen de gevraagde hoeveelheid en de prijs aangeeft

99
New cards

Inelastische vraag

procentuele daling van de gevraagde hoeveelheid is kleiner dan de procentuele stijging van de prijs

100
New cards

Werkgelegenheid

het totaal aan arbeid dat verricht wordt