economie H2 consumentengedrag + H3 producentengedrag begrippen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/22

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:06 PM on 10/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

23 Terms

1
New cards

wat is de afzet?

de verkochte hoeveelheid producten

2
New cards

wat is de betalingsbereidheid?

het maximale bedrag dat een consument bereid is voor een product te betalen

3
New cards

wat is de ceteris-paribusvoorwaarde?

de veronderstelling dat alle overige omstandigheden die niet bestudeerd worden, gelijk blijven

4
New cards

wat zijn complementaire producten?

producten die samen worden gebruikt

5
New cards

wat is het consumentensurplus?

het positieve verschil tussen de betalingsbereidheid en de werkelijke prijs

6
New cards

wat is de inkomenselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid?

getal dat de procentuele verandering vd gevraagde hoeveelheid van een product als gevolg van een inkomensverandering met 1 procent weergeeft

7
New cards

wat is de inkomensvraaglijn?

de lijn die het verband weergeeft tussen het besteedbare inkomen van consumenten en de hoeveelheid producten die zij willen kopen

8
New cards

wat is de omzet?

de waarde van de door een onderneming gedurende een bepaalde periode verkochte hoeveelheid producten: afzet x prijs

9
New cards

wat is de prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid?

getal dat de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid van een product als gevolg van een prijsverandering met 1 procent weergeeft

10
New cards

wat zijn substitutieproducten?

producten die elkaar volgens de consument kunnen vervangen

11
New cards

wat is de vraaglijn?

lijn die alle hoeveelheden van een bepaald product die bij verschillende prijzen worden gevraagd, weergeeft

12
New cards

wat is de break-evenafzet?

de afzet waarbij de totale kosten gelijk zijn aan de totale opbrengst

13
New cards

wat zijn de constante kosten?

kosten waarvan het totaal in een bepaalde periode onafhankelijk is van de productie- en afzetomvang

14
New cards

wat is de individueel aanbodlijn?

alle hoeveelheden van een bepaald product die een producent bij verschillende verkoopprijzen aanbiedt

15
New cards

wat zijn kosten?

de offers in geld of middelen die een bedrijf of persoon moet brengen om goederen te produceren of diensten te leveren

16
New cards

wat zijn de marginale kosten?

de verandering van de totale kosten als de afzet met één eenheid toeneemt. Ook wel: MK = dTK / dq

17
New cards

wat is de marginale opbrengst

de extra opbrengst als de afzet met één eenheid toeneemt. Ook wel: MO= dTO/dq

18
New cards

wat is de marginale winst?

de extra winst bij uitbreiding van productie en afzet met één eenheid

19
New cards

wat is de omzet?

prijs x afzet (p x q)

20
New cards

wat is de producentensurplus?

het positieve verschil tussen de verkoopprijs (marktprijs) en de verkoopbereidheid

21
New cards

wat is de totale winst?

het verschil tussen de totale opbrengst TO bij een bepaalde afzet en de totale kosten TK bij deze afzet

22
New cards

wat zijn de variabele kosten

kosten die op korte termijn afhangen van de geproduceerde en afgezette hoeveelheid

23
New cards

wat is de verkoopbereidheid?

het bedrag dat de aanbieder minimaal voor een product wil ontvangen (om de extra (marginale) kosten te dekken)