1/69
Looks like no tags are added yet.
Onderneming (art. 2 Hrgb)
Een zelfstandig optredende eenheid die met inbreng van arbeid of middelen goederen of diensten levert aan derden, met de bedoeling daar geld aan te verdienen.
Rechtsvorm
De juridische vorm van een onderneming zoals de wet die kent: NV, BV, vereniging, coöperatie, stichting, maatschap, VOF, CV.
Ondernemingsvorm (organisatievorm) die geen rechtsvorm is
De eenmanszaak: één persoon drijft een onderneming zonder aparte juridische vorm.
Eenmanszaak
Eén natuurlijk persoon drijft een onderneming. Geen scheiding tussen zakelijk en privévermogen, dus volledig aansprakelijk met alles wat hij heeft.
Rechtspersoon
Een juridische 'persoon' die zelf rechten en plichten heeft, eigen vermogen bezit en zelf aansprakelijk is. Staat vermogensrechtelijk gelijk aan een mens (2:5 BW).
Welke rechtsvormen zijn rechtspersonen?
NV, BV, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, stichting. De lijst in de wet is gesloten (2:1-2:3).
Welke rechtsvormen zijn géén rechtspersoon?
Maatschap, VOF en CV (de personenvennootschappen). Het zijn overeenkomsten tussen personen.
Personenvennootschap
Samenwerkingsovereenkomst waarbij personen samen iets inbrengen om voordeel te behalen en te verdelen. Drie soorten: maatschap, VOF, CV.
Kapitaalvennootschap
NV of BV: rechtspersoon waarvan het kapitaal in aandelen is verdeeld. Aandeelhouders zijn niet persoonlijk aansprakelijk.
Hoofdelijk aansprakelijk
De schuldeiser kan ieder van de schuldenaars aanspreken voor de héle schuld.
Aansprakelijk voor gelijke delen
Elke schuldenaar betaalt alleen zijn eigen deel. Bij 4 maten en € 1.000 schuld: ieder € 250.
Maatschap (7A:1655)
Overeenkomst tussen twee of meer personen die iets inbrengen om samen voordeel te behalen en dat te verdelen.
Vereisten maatschap
1 overeenkomst, 2 samenwerking als gelijken (geen baas-werknemer), 3 gericht op voordeel en verdeling, 4 iedereen brengt iets in, 5 iedereen deelt in het voordeel.
Hangt de kwalificatie af van hoe partijen het noemen?
Nee. Alleen de feiten tellen. Ook wie niet weet dat hij een maatschap heeft, kan er een hebben.
Stille maatschap
Maatschap die niet onder een gemeenschappelijke naam naar buiten treedt.
Openbare maatschap
Maatschap die een beroep uitoefent onder een gemeenschappelijke naam.
Beroep
Werk waarbij de persoonlijke kwaliteiten centraal staan, meestal met tuchtrecht: arts, advocaat, notaris.
Bedrijf
Elke uitoefening die geen beroep is, bv. bakker of schilder.
VOF (art. 16 WvK)
Maatschap die een bedrijf uitoefent onder een gemeenschappelijke naam (firmanaam).
Beroep onder gemeenschappelijke naam: VOF?
Nee, dat is een openbare maatschap. Een VOF vereist een bedrijf.
Sluit bedrijfsuitoefening een maatschap uit?
Nee. Een maatschap kan ook een bedrijf uitoefenen, bv. als stille maatschap.
CV (art. 19 WvK)
Personenvennootschap met minstens één gewone (beherende) vennoot en minstens één commanditaire vennoot.
Commanditaire vennoot
Geldschieter in een CV. Brengt alleen kapitaal in, bemoeit zich niet met het bestuur en draagt niet meer verlies dan zijn inbreng.
Is een CV altijd ook een VOF?
Nee. Alleen als er meerdere gewone vennoten zijn.
Aansprakelijkheid maatschap
Maten zijn aansprakelijk voor gelijke delen, los van hoeveel ze hebben ingebracht (7A:1680).
Aansprakelijkheid VOF
Alle vennoten hoofdelijk (art. 18 WvK).
Aansprakelijkheid CV
Gewone vennoten hoofdelijk. Commanditaire vennoot niet, tenzij hij zijn naam laat gebruiken of meebestuurt (art. 20 en 21 WvK).
Wanneer wordt een commanditaire vennoot hoofdelijk aansprakelijk?
Als zijn naam in de firmanaam staat of als hij beheert of vertegenwoordigt, ook met volmacht (art. 20 lid 1 en 2, sanctie art. 21 WvK).
Vertegenwoordiging maatschap
Een maat kan de anderen alleen binden met volmacht (7A:1679).
Vertegenwoordiging VOF
Iedere vennoot mag de VOF vertegenwoordigen, tenzij dat is uitgesloten (art. 17 WvK).
Volmacht
Toestemming van een ander om namens hem rechtshandelingen te verrichten.
Inbreng (7A:1662)
Wat een vennoot bijdraagt: geld, goederen, genot (gebruik) van goederen of arbeid.
Inbreng van alleen het genot
De vennootschap mag het goed gebruiken. Inbrenger blijft eigenaar en draagt waardeverandering.
Inbreng van economische gerechtigdheid
Inbrenger blijft juridisch eigenaar, maar waardestijging en -daling zijn voor de vennootschap.
Inbreng in eigendom
Het goed wordt eigendom van alle vennoten samen (de gemeenschap).
Winstverdeling zonder afspraak
Naar verhouding van wat ieder heeft ingebracht.
Welke winstafspraken zijn nietig?
Een vennoot helemaal uitsluiten van winst (7A:1672) en de verdeling laten bepalen door één vennoot of een derde (7A:1671). Eén vennoot al het verlies laten dragen mag wel.
Ontstaan personenvennootschap
Door het sluiten van de overeenkomst, vormvrij en zelfs mondeling (7A:1661).
Akte bij de VOF (art. 22 WvK)
Alleen bewijs tussen de vennoten. Geen vereiste voor het ontstaan.
Afgescheiden vermogen (VOF/CV)
Zakelijke schuldeisers verhalen op het vennootschapsvermogen én op het privévermogen van de vennoten. Privéschuldeisers van een vennoot alleen op diens privévermogen.
NV
Kapitaalvennootschap, aandelen kunnen vrij verhandeld worden, ook aan toonder. Minimumkapitaal € 45.000 (2:67).
BV
Kapitaalvennootschap met aandelen op naam die niet vrij overdraagbaar zijn (2:195). Geen minimumkapitaal.
Aandeelhouder
Eigenaar van een aandeel: brengt vermogen in, stemt in de algemene vergadering en krijgt winst (dividend).
Statuten
De regels van de rechtspersoon, vastgelegd in de oprichtingsakte. Minimaal naam, zetel en doel.
Oprichting NV/BV
Bij notariële akte waarin de statuten staan (2:64 / 2:175).
Ontstaansgebrek
Er is geen notariële akte, dus de rechtspersoon bestaat niet (2:4). Bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk.
Oprichtingsgebrek
De rechtspersoon bestaat wel, maar er klopt iets niet (bv. NV zonder minimumkapitaal). De rechter kan hem ontbinden (2:21), zonder terugwerkende kracht.
NV/BV niet ingeschreven in handelsregister
Bestaat gewoon en wordt niet ontbonden. Bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk tot de inschrijving (2:69 lid 2 / 2:180 lid 2).
Preconstitutief handelen
Iemand handelt namens een NV of BV die nog niet is opgericht (2:93 / 2:203).
Bekrachtiging
De NV/BV keurt na de oprichting goed wat namens haar is gedaan, uitdrukkelijk of stilzwijgend. Pas dan is zij gebonden.
Aansprakelijkheid bij preconstitutief handelen
Vóór bekrachtiging: de handelende personen hoofdelijk. Na bekrachtiging alleen als zij wisten dat de vennootschap niet zou nakomen; vermoed bij faillissement binnen een jaar.
Vereniging (2:26)
Rechtspersoon met leden en een doel, opgericht door meerdere personen samen. Mag geen winst uitkeren aan leden.
Formele vereniging
Opgericht bij notariële akte, volledige rechtsbevoegdheid.
Informele vereniging (2:30)
Zonder notariële akte. Wel rechtspersoon, maar kan geen registergoederen (huizen) hebben en bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk.
The Lord's Choir (Hof Arnhem 2009)
Een informele vereniging kan ontstaan door gedrag, als een groep als eenheid optreedt in het rechtsverkeer: eigen identiteit, bestuur, administratie, contributie, eigen financiën.
Coöperatie (2:53)
Variant van de vereniging die wél winst mag uitkeren aan leden. Voorziet in de behoeften van leden (bv. Campina).
Stichting (2:285)
Rechtspersoon zonder leden met een ideëel doel. Mag niet uitkeren aan oprichters of organen; aan anderen alleen met ideële of sociale strekking.
Handelsregister
Register van de KvK. Elke onderneming en elke rechtspersoon moet erin (5-7 Hrgw). Derden mogen afgaan op wat erin staat.
Kun je een onderneming als geheel overdragen?
Nee, het is geen goed (3:1). Je verkoopt haar door alle losse goederen over te dragen (3:84).
Drijft een rechtsvorm altijd een onderneming?
Nee. Bij een doorstart wordt de onderneming verkocht en blijft de rechtsvorm bestaan met de schulden en de koopsom.
Waardeconversie
Een onderneming zet input om in output met meer waarde.
Fysieke stroom
Goederen en diensten: van input naar output.
Financiële stroom
Geld (uitgaven en ontvangsten). Loopt tegengesteld aan de fysieke stroom.
Voorraad (in de bedrijfseconomie)
Een stand op één moment (tijdstipgrootheid), zoals de posten op de balans. Niet alleen goederenvoorraad.
Stroom
Een verandering over een periode (periodegrootheid), zoals de W&V en het kasstroomoverzicht.
Waarom ontstaan voorraden?
De omzetting van input naar output is nog niet klaar, of een contract is nog niet betaald.
Verbandformule
Eindstand = beginstand + instroom - uitstroom. Geldt voor elke balanspost.
Crediteur
Iemand aan wie de onderneming nog geld schuldig is (bv. na inkoop op rekening).
Debiteur
Iemand die de onderneming nog geld moet betalen (bv. na verkoop op rekening).
Inkoop of verkoop op rekening: uitgave of ontvangst?
Nee, nog niet. Er ontstaat alleen een crediteur of debiteur; het geld volgt later.