1/32
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
mental level
Eerste intelligentie test (vaak mentale leeftijd genoemd) van een kind mat. Ze vergeleken de score van een kind met de gemiddelde scores van grote groepen kinderen van verschillende leeftijden. Scoort een kind van 8 even goed als de gemiddelde 10-jarige, dan is zijn mentale leeftijd 10.
Psychologen zagen al snel dat het vergelijken van mentale leeftijd met echte leeftijd goed werkt bij kinderen, maar niet bij volwassenen. Een kind van 10 is duidelijk slimmer dan een kind van 6, maar een volwassene van 40 is niet duidelijk slimmer dan een volwassene van 30. Volwassenen van verschillende leeftijden verschillen niet sterk in intellectueel vermogen.
het intelligence quotient (IQ)
Bij volwassenen bereken je dit door iemands testscore te delen door de gemiddelde testscore van volwassenen, en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100. Iemand die precies gemiddeld scoort heeft dus IQ 100. Iemand die hoger scoort dan gemiddeld heeft een IQ boven de 100, iemand die lager scoort een IQ onder de 100.
wat is intelligentie
Probleemoplossing, inclusief abstract redeneren.
Het vermogen om kennis op te doen.
het intelligence quotient (IQ)
Bij volwassenen bereken je dit door iemands testscore te delen door de gemiddelde testscore van volwassenen, en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100. Iemand die precies gemiddeld scoort heeft dus IQ 100. Iemand die hoger scoort dan gemiddeld heeft een IQ boven de 100, iemand die lager scoort een IQ onder de 100
Onderdelen WAIS huidige versie
Verbal comprehension: met de subtests vocabulary (wat betekent dit woord?), similarities (wat hebben een appel en een banaan gemeen?) en information (feitenkennis).
Perceptual reasoning: met de subtests block design (een patroon namaken met blokjes), matrix reasoning (welk plaatje maakt het patroon af?) en visual puzzles.
Working memory: met de subtests digit span (een reeks cijfers onthouden en herhalen, ook achterstevoren) en arithmetic (rekenopgaven uit je hoofd).
Processing speed: met de subtests symbol search en coding (zo snel mogelijk symbolen zoeken of overnemen).
two-factor theory of intelligence
je prestatie op een test hangt af van twee dingen:
Een general ability (g): een algemeen vermogen dat bij alle taken een rol speelt. Dit verklaart waarom de tests met elkaar correleren.
Specific abilities (s): vermogens die uniek zijn voor die ene test. Dit verklaart waarom de correlaties niet perfect zijn.
Louis Thurstone
Hij zag dat de positieve correlaties veel sterker waren als tests iets gemeen hadden. Twee taaltests correleerden bijvoorbeeld sterker met elkaar dan een taaltest met een rekentest. Thurstone vond daarom dat er niet één algemeen vermogen is, maar dat intelligentie bestaat uit een klein aantal primary mental abilities, zoals perceptual ability, verbal ability en numerical ability.
three-level hierarchy
Intelligentie blijkt een three-level hierarchy te hebben:
Bovenaan staat een general factor, zoals Spearman's g, dus eigenlijk je algemene intelligentie
In het midden staat een set group factors, die lijken op Thurstone's primary mental abilities. Bijvoorbeeld memory, reasoning en verbal skill.
Onderaan staan specific factors, zoals Spearman's s. Dit zijn heel specifieke vaardigheden voor specifieke taken. Onder memory valt bijvoorbeeld 'filmtitels onthouden' of 'verjaardagen onthouden', onder reasoning 'logische puzzels oplossen' of 'juridisch argumenteren', onder verbal skill 'speeches geven' of 'kruiswoordpuzzels oplossen
Crystallized intelligence
is het vermogen om kennis toe te passen die je door ervaring hebt opgedaan. Het wordt gemeten met tests van woordenschat en feitenkennis. Voorbeelden van taken die crystallized intelligence vragen: een kruiswoordpuzzel oplossen, een quizvraag beantwoorden, de betekenis van een moeilijk woord uitleggen. Denk aan 'gekristalliseerd' als: vastgelegd, opgebouwd over de jaren.
Fluid intelligence
is het vermogen om te redeneren over nieuwe problemen en die op te lossen. Het wordt gemeten met tests waarin mensen abstracte problemen in een onbekend domein onder tijdsdruk moeten oplossen. Voorbeelden: een onbekende logische puzzel oplossen, een patroon in een reeks figuren ontdekken, een strategie bedenken voor een spel dat je nog nooit gespeeld hebt. Denk aan 'vloeibaar' als: flexibel, je past je aan aan iets nieuws.
Analytic intelligence
het vermogen om problemen te herkennen en te definiëren en strategieën te vinden om ze op te lossen. Dit is wat standaardtests vooral meten.
Creative intelligence
het vermogen om oplossingen te bedenken waar anderen niet op komen.
Practical intelligence
het vermogen om die oplossingen toe te passen in alledaagse situaties. Denk aan 'street smarts'.
Emotional intelligence
Het is het vermogen om over emoties te redeneren en emoties te gebruiken om beter te redeneren. Emotioneel intelligente mensen:
weten welke emoties een bepaalde gebeurtenis zal oproepen;
kunnen emoties herkennen, beschrijven en reguleren;
weten hoe ze emoties kunnen gebruiken om betere beslissingen te nemen;
kunnen de emoties van anderen aflezen aan gezichtsuitdrukkingen en stemklank.
het Flynn effect
Het Flynn effect is het verschijnsel dat het gemiddelde IQ nu ongeveer 30 punten hoger ligt dan een eeuw geleden. Dat betekent dat de gemiddelde persoon van nu slimmer scoort dan 95% van de mensen die in 1900 leefden. Omdat genen niet zo snel veranderen, moet dit door de omgeving komen
verklaringen flynn effect
Betere voeding, beter onderwijs en betere opvoeding.
Industriële en technologische vooruitgang: mensen moeten tegenwoordig steeds vaker abstracte problemen oplossen, precies het soort problemen dat in intelligentietests zit. Dit past bij de bevinding dat fluid intelligence bijna twee keer zo hard is gestegen als crystallized intelligence.
SES en intelligentie
Een van de grootste omgevingsinvloeden. Opgroeien in een high-SES gezin in plaats van een low-SES gezin hangt samen met een verschil van 12 tot 18 IQ-punten. Een studie naar broers en zussen liet zien dat als de ene in een low-SES gezin en de andere in een high-SES gezin opgroeit, de high-SES broer of zus gemiddeld ongeveer 14 punten hoger scoort, ondanks vergelijkbare genen.
Epigenetics
betekent dat omgevingsfactoren kunnen bepalen of een gen daadwerkelijk iets doet. Je kunt genen zien als schakelaars die de omgeving aan of uit kan zetten. Zet de omgeving een gen aan, dan speelt het een rol in de ontwikkeling en werking van het brein. Zet de omgeving het uit, dan is het gen 'stil' en doet het niets. Wetenschappers hebben meer dan 50 genen ontdekt die intelligentie kunnen beïnvloeden.
intellectually gifted
als je iq hoger is dan 130
Intelectually disabled
als je iq lager dan 70 is
Sekseverschillen in spreiding iq
Mannen en vrouwen hebben hetzelfde gemiddelde IQ. Maar de verdeling van IQ-scores bij mannen is breder en variabeler dan bij vrouwen. Daardoor zijn mannen oververtegenwoordigd aan beide uitersten: zowel bij de allerhoogste als bij de allerlaagste scores zitten meer mannen dan vrouwen. Dit komt mogelijk deels door verschillen in hoe jongens en meisjes worden opgevoed.
Hoogbegaafdheid.
Mensen met een heel hoge intelligentie zijn minder vatbaar voor psychische en lichamelijke ziekten dan mensen met een lager IQ.
single-gifted:
Hoogbegaafde kinderen zijn vaak single-gifted: hun begaafdheid zit in één domein, zoals wiskunde, taal of muziek. Ze zijn bovendien vaak 'single-minded': ze hebben een 'rage to master', een sterke drang om het domein waarin ze uitblinken volledig te beheersen.
Intellectual disability.
Aan de andere kant van het spectrum staan mensen met een verstandelijke beperking. Ongeveer 70% van hen is man.Anders dan hoogbegaafdheid, die vaak op één domein gericht is, is een verstandelijke beperking meestal algemeen (generalized): het raakt veel domeinen tegelijk Twee veelvoorkomende oorzaken:
Down syndrome: veroorzaakt door een derde kopie van chromosoom 21.
Fetal alcohol syndrome: veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik van de moeder tijdens de zwangerschap (zie ook hoofdstuk 10).
Stanford-Binet Intelligence Scale
Lewis Terman verbeterde de oorspronkelijke test van Binet en Simon en maakte daarmee de bekende Stanford-Binet Intelligence Scale. Hij ontdekte dat witte mensen gemiddeld hoger scoorden dan niet-witte mensen op deze test. Terman beweerde dat intelligentie door genen wordt beïnvloed en dat daarom sommige raciale groepen hoger scoren dan andere. Die claim, dat verschillen in scores door ras kwamen, werd het onderwerp van felle controverse
Biased tests.
Misschien zijn de tests zelf oneerlijk. Dat was bij de eerste intelligentietests inderdaad zo: ze bevatten vragen waarop mensen uit bepaalde groepen (meestal witte Europeanen) eerder het antwoord wisten, omdat het over hun cultuur ging. Moderne intelligentietests zijn op die manier niet meer biased.
Biased testing situations.
Ook als de test zelf eerlijk is, kan de situatie waarin hij wordt afgenomen verschillende groepen verschillend beïnvloeden.
stereotype threat:
de angst om een negatief stereotype over je eigen groep te bevestigen. Die angst leidt af en verhoogt de spanning, waardoor je slechter presteert. Stereotype threat werkt beide kanten op. Aziatisch-Amerikaanse vrouwen die eerst herinnerd werden aan hun gender, scoorden slechter op een wiskundetest (stereotype: vrouwen kunnen geen wiskunde). Als ze eerst herinnerd werden aan hun etniciteit, scoorden ze juist beter (stereotype: Aziaten zijn goed in wiskunde).
Environment.
Bias in de testsituatie verklaart een deel van de verschillen, maar waarschijnlijk niet alles. Wetenschappers zijn het erover eens dat de omgeving een grote rol speelt. In de VS hebben Afro-Amerikaanse kinderen gemiddeld een lager geboortegewicht, slechtere voeding, vaker chronische ziektes en slechtere medische zorg. Ze gaan vaker naar slechtere scholen en wonen vaker in eenoudergezinnen. Gezien die grote verschillen in SES (die we eerder zagen als belangrijke invloed op IQ) is het niet verrassend dat Afro-Amerikanen gemiddeld ongeveer 10 punten lager scoren dan Europese Amerikanen.
Genes?
Wetenschappers hebben geen enkel bewijs gevonden dat genen deze groepsverschillen verklaren. Ze hebben juist bewijs gevonden dat zo'n verklaring onwaarschijnlijk maakt:
De gemiddelde Afro-Amerikaan heeft ongeveer 20% Europese genen. Als genen de verschillen zouden verklaren, zouden Afro-Amerikanen met meer Europese genen hoger moeten scoren. Maar dat is niet zo.
Deze feiten bewijzen niet dat genen geen enkele rol spelen bij groepsverschillen, maar ze maken die verklaring wel veel minder aannemelijk.
Improving intelligence bij kinderen
De voeding van zwangere vrouwen en pasgeborenen aanvullen met long-chain polyunsaturated fatty acids (bijvoorbeeld omega-3 vetzuren): verhoogt het IQ met maximaal ongeveer 4 punten.
Low-SES baby's laten deelnemen aan zogenaamde early educational interventions: verhoogt het IQ met ongeveer 6 punten.
Interactief voorlezen (dus niet alleen voorlezen, maar ook vragen stellen en het kind laten meedoen): verhoogt het IQ met ongeveer 6 punten.
Kinderen naar de peuterschool (preschool) sturen: verhoogt het IQ met ongeveer 6 punten.
Improving intelligence volwassene
Ook volwassenen kunnen hun intelligentie mogelijk verbeteren. Sommige studies laten zien dat langdurig trainen met complexe mentale oefeningen fluid intelligence kan verhogen en misschien zelfs cognitieve achteruitgang bij ouderen kan vertragen. Het is echter nog onduidelijk of deze technieken zorgen voor grote en blijvende verbeteringen.
cognitive enhancers
medicijnen die de psychologische processen verbeteren die ten grondslag liggen aan intelligent gedrag. Stimulantia zoals Ritalin en Adderall kunnen tijdelijk het vermogen verbeteren om de aandacht te richten, informatie in het working memory te bewerken en reacties flexibel te controleren. Maar deze middelen kunnen schadelijke bijwerkingen hebben en tot misbruik leiden.