Send a link to your students to track their progress
35 Terms
1
New cards
Aangeboren numerositeit (Innate Numerosity)
Het biologisch verankerde vermogen van mensen en zuigelingen om het aantal elementen in een verzameling direct waar te nemen
2
New cards
Subitizing (Subiteren)
Het in een oogopslag zonder te tellen direct herkennen van kleine hoeveelheden tot 3 of 4 objecten
3
New cards
Kernoorzaak Dyscalculie (Butterworth 2005)
Dyscalculie is volgens Butterworth een specifiek tekort in het aangeboren kerngevoel voor numerositeit en niet primair een algemeen taal- of werkgeheugenprobleem
4
New cards
Sulcus Intraparietalis (IPS)
Het hersengebied in de parietaalkwab dat neurobiologisch essentieel is voor het verwerken van getallen en hoeveelheden
5
New cards
Developmental Dyscalculia (DD)
Een specifieke stoornis in het aanleren van rekenvaardigheden gekoppeld aan een verstoorde functie van de sulcus intraparietalis
6
New cards
Kloof tussen Praktijk en Potentieel (Hickendorff 2022)
Het verschijnsel dat kinderen in de dagelijkse praktijk vaak star 1 strategie gebruiken maar bij doorvragen wel een groter repertoire kennen
7
New cards
Mythe van de Kortste Strategie (Hickendorff 2022)
De bevinding dat de op papier kortste rekenstrategie voor een individueel kind lang niet altijd de snelste of makkelijkste weg is
8
New cards
Hidden Potential (Verborgen potentieel)
Het verschijnsel dat leerlingen meer rekenstrategieën kennen en begrijpen dan zij in de dagelijkse praktijk spontaan laten zien
9
New cards
Adaptive Expertise
De vaardigheid om rekenproblemen niet alleen routinematig uit te rekenen maar flexibel en adaptief op te lossen met een diep begrip van getalrelaties
10
New cards
Praktische vs Potentiële Flexibiliteit
Het verschil tussen de strategieën die een leerling spontaan gebruikt (praktisch) en de strategieën die een leerling kent als er expliciet naar gevraagd wordt (potentieel)
11
New cards
Praktische vs Potentiële Taakgebonden Adaptiviteit
Het verschil tussen het spontaan kiezen van de kortste som-specifieke strategie (praktisch) en het kunnen herkennen van die strategie uit opties (potentieel)
12
New cards
Individuele Adaptiviteit
Het kiezen van de rekenstrategie die voor het individuele kind op dat specifieke moment het snelst en meest accuraat werkt
13
New cards
Jump-strategie (Rijgend rekenen)
Een universele rekenstrategie bij aftrekken door stapsgewijs achteruit te springen op de getallenlijn (bijv. 84 - 60 = 24; 24 - 7 = 17)
14
New cards
Split-strategie (Splitsend rekenen)
Een rekenstrategie waarbij tientallen en eenheden los worden afgetrokken wat bij tientaloverschrijding erg foutgevoelig is
15
New cards
Compensatiestrategie
Een taakspecifieke rekenstrategie waarbij de aftrekker wordt afgerond naar een nabijgelegen tiental (bijv. 84 - 70 = 14; 14 + 3 = 17)
16
New cards
Indirecte optelling (Indirect Addition)
Een taakspecifieke rekenstrategie waarbij de aftrekker wordt aangevuld tot de minuend erg efficiënt als het verschil klein is
17
New cards
Verhaaltjessommen en CITO
Verhaaltjessommen beslaan 50 procent van de CITO-rekentoetsen en vragen een gelijktijdig beroep op rekenen begrijpend lezen en werkgeheugen
18
New cards
Cognitieve belasting bij Verhaaltjessommen
De opstapeling van werkgeheugenbelasting doordat verhaaltjessommen een gelijktijdig beroep doen op begrijpend lezen en rekenkundig inzicht
19
New cards
Telprincipes van Gelman en Gallistel
De vijf essentiële principes voor correct tellen namelijk vaste volgorde een-een-relatie kardinaliteit abstractie en volgorde-onafhankelijkheid
20
New cards
Kardinaliteitsprincipe
Het telprincipe dat inhoudt dat het laatst genoemde telwoord de totale hoeveelheid van de getelde verzameling aangeeft
21
New cards
Counting all
De vroegste optelstrategie waarbij beide aantallen afzonderlijk worden neergelegd en vervolgens allemaal vanaf 1 worden geteld
22
New cards
Counting on from larger (Min-strategie)
De efficiëntste telstrategie voor optellen waarbij het kind start bij het grootste getal en de kleinste addend erbij telt
23
New cards
Problem-size effect
Het gegeven dat het ophalen van rekenfeiten langer duurt en foutgevoeliger is naarmate de getallen in de som groter zijn
24
New cards
Referentiekader Taal en Rekenen
De wettelijke onderwijsdoelen voor rekenen verdeeld in Niveau 1F (fundamenteel niveau) en Niveau 1S (streefniveau)
25
New cards
Triple Code Model (Dehaene)
Het model dat stelt dat getalbegrip gerepresenteerd wordt via een analoge code (hoeveelheid) een visuele code (cijfer) en een verbale code (woord)
26
New cards
Distance-effect
Het gegeven dat het vergelijken van twee hoeveelheden moeilijker en trager is naarmate het verschil tussen de getallen kleiner is
27
New cards
Size-effect
Het gegeven dat het vergelijken van hoeveelheden moeilijker is naarmate de absolute omvang van de getallen groter is
28
New cards
SNARC-effect
Het verschijnsel dat onze mentale getallenlijn van links naar rechts loopt waardoor mensen sneller reageren op lage getallen met de linkerhand en hoge getallen met de rechterhand
29
New cards
Piagetiaanse rekenvoorwaarden
De vier cognitieve basisvoorwaarden voor formeel rekenen namelijk conservatie classificatie correspondentie en seriatie
30
New cards
Telfasen van Van Luit
De zes ontwikkelingsfasen van het tellen namelijk herkennen/subiteren akoestisch asynchroon geordend resultatief en resultatief verkort tellen
31
New cards
Asynchroon tellen
De telfase waarin een kind de telrij in de juiste volgorde opzegt maar het aanwijzen en tellen nog niet synchroon lopen
32
New cards
Resultatief tellen
De telfase waarin het kind snapt dat bij 1 begonnen moet worden elk object eenmaal telt en het laatste getal het totaal is
33
New cards
Memoriseren vs Automatiseren
Memoriseren is het direct ophalen van feitenkennis onder de 20 uit het geheugen; automatiseren is het vlot en routinematig uitvoeren van procedures tot 100