1/16
health psychology
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
SCT: self-threat
Ongezond gedrag kan een bedreiging vormen voor iemands gevoel dat hij/zij een adequaat, verstandig en adaptief persoon is.
ongezond gedrag → self-threat → negatieve self-evaluatieve emoties → verwachtingen over emoties na gedragsverandering → motivatie om gedrag te veranderen
SCT: self-evaluative emotions
emoties die iemand nu ervaart over hun gedrag, zoals schaamte. Belangrijke voorspeller van gedragsverandering
SCT: expectations about self-evaluative emotions
emoties die iemand verwacht te ervaren na gedragsverandering (bijv. ik zal trots zijn als ik stop met roken).
medieert de relatie tussen de huidige emoties en gedragsverandering
mensen vertellen dat roken gevaarlijk is helpt niet, het helpt wel als ze denken dat ze zich beter gaan voelen als ze stoppen
Self determination theory
gaat over motivatie, waarom doen mensen wat ze doen
mensen zijn van nature geneigd te leren, te ontwikkelen, nieuwe dingen te ontdekken, zichzelf te reguleren en zich psychologisch te ontwikkelen
of mensen deze motivatie echt ontwikkelen hangt sterk af van sociale omgeving
SDT: 3 psychologische basisbehoeften
autonomie: het gevoel dat je ergens zelf voor kiest, je gedrag is vrijwillig
competentie: je bekwaam en effectief voelen
verbondenheid (relatedness): je verbonden met anderen voelen
SDT: motivatie schema’s
sociale omgeving → autonomie + competentie + verbondenheid → meer zelfbepaalde motivatie → meer betrokkenheid, ontwikkeling en welzijn
behoeften worden niet vervuld → minder zelfbepaalde motivatie → passiviteit/vervreemding/minder welzijn
SDT: intrinsieke motivatie
je bent gemotiveerd om iets te doen als je het zelf interessant, leuk of bevredigend vindt
SDT: extrinsieke motivatie
je doet iets vanwege een uitkomst die buiten de activiteit zelf ligt (bijv. leren voor een goed cijfer of sporten om af te vallen)
SDT: motivatie continüum

externe regulatie
gedrag wordt uitgevoerd vanwege externe beloningen of straffen (onvoldoende krijgen, iemand wordt boos, etc.)
SDT: geïntrojecteerde regulatie
motivatie komt iets meer van binnenuit, maar nog steeds niet echt vrij keuze. motivatie is bijv. schuldgevoel, schaamte of trots. (ik moet sporten, anders voel ik me lui)
SDT: geïdentificeerde regulatie
iemand ziet zelf het belang van het gedrag. (ik studeer omdat ik weet dat mijn opleiding goed is voor mijn toekomst) (ik sport omdat ik gezondheid belangrijk vind)
SDT: geïntegreerde regulatie
gedrag past bij je waarden en identiteit (sporten hoort bij de manier waarop ik mijn leven wil leiden en bij wie ik ben)
SDT: internalisatie
externe regels en waarden worden steeds meer opgenomen in je eigen waardesysteem
externe druk: ik moet sporten want arts zegt dat
introjectie: ik moet sporten anders voel ik me schuldig
identificatie: ik moet sporten want gezondheid vind ik belangrijk
integratie: een gezonde leefstijl past bij wie ik ben
SDT: wat doet een autonomie-ondersteunende omgeving
geeft keuzes
geeft uitleg
erkent gevoelens
vermijdt onnodige controle
ondersteunt eigen initiatief
SDT: wat doet een controlerende omgeving
gebruikt druk
dreigt met straf
legt sterke verwachtingen op
gebruikt beloningen om gedrag af te dwingen
SDT: hoe veranderen beloningen intrinsieke motivatie?
een beloning die controlerend voelt kan intrinsieke motivatie ondermijnen (je doet een activiteit nu voor de beloning en niet gewoon omdat je het leuk vindt)