1/15
Looks like no tags are added yet.
Domesticatie
Selectie en aanpassing van de eigenschappen van planten en dieren voor menselijk gebruik = selectief fokken. Domesticatie is specifieke vorm van kunstmatige selectie.
Selectiedruk
Is in de invloed die milieufactoren uitoefenen op de genetische variatie binnen een populatie van organismen.
Co-evolutie
Is een specifieke vorm van evolutie waarbij diersoorten elkaars evolutie beïnvloeden en een stabiele symbiose bereiken.
De term co-evolutie wordt echter meestal pas gebruikt als sprake is van wederzijdse samenwerking, zoals tussen bijen en bloemen: de bloem voedt de bij terwijl de bij de bloem bevrucht
Genetische variatie
Is het bestaan van verschillen (variatie) in het genetisch materiaal tussen de individuen van een populatie of van een hele biologische soort.
Domesticatiesyndroom met fokprogramma zilvervossen Belyaev
Opvolgende generaties vertoonden steeds meer een gevlekte vacht, hangende oren, staande en kwispelende staarten, korte snuiten en verschuivingen in hun ontwikkelingscyclus.
Domesticatiesyndroom niet hoeft te ontstaan door kunstmatige selectie door mensen, maar simpelweg een bijproduct kan zijn van een natuurlijke selectie op tolerantie van de dieren voor menselijke aanwezigheid. In die zin lijkt het syndroom dus het gevolg te kunnen zijn van een authentiek evolutionair proces, en niet noodzakelijk van intentioneel ingrijpen door de mens.
Domesticatiesyndroom
Is een set eigenschappen die in alle gedomesticeerde diersoorten lijkt voor te komen. Het gaat daarbij vaak om eigenschappen die de dieren in menselijke ogen schattiger of jonger doen voorkomen, zoals een grotere variatie in kleur en textuur van de vacht, hangende oren, volgzaamheid, verschuivingen in de ontwikkelingscyclus, variaties in schedelvorming en plaatsing van tanden en het optreden van dwerg- en reuzenvarianten van de soort.
Model van Zeder (3 paden)
Dit model suggereert dat er drie duidelijke paden zijn te onderscheiden waarlangs diersoorten gedomesticeerd zijn geraakt:
Commensale pad (niet intentioneel tot domesticatie, maar het gebeurde wel als gevolg. co-evolutionair proces waarbij populaties zich aanpassen aan een nieuwe niche, bijv. Huisdieren)
Prooidieren pad (is meer intentioneel door de mens ingezet, al was domesticatie niet het doel, maar er vormde zich kuddes, bijv, schapen)
Gerichte pad (intentioneel tot domesticatie. Domesticatie zagen ze al bij andere dieren. Voor last- en huisdieren)
Commensale pad
De domestificatie van dieren begint niet met opzettelijke acties van mensen, maar met de aantrekkingskracht van menselijke nederzettingen voor bepaalde wilde dieren.
Dieren die het beste profiteren van menselijke omgevingen zijn meestal tammer en minder agressief.
Deze dieren ontwikkelen een relatie met mensen die aanzet tot domesticatie.
Domestificatie is een co-evolutionair proces waarbij populaties zich aanpassen aan een nieuwe niche.
Genetische verschillen tussen wilde en gedomesticeerde dieren ontstaan door selectieve druk
Prooidieren pad
Begint met menselijke acties. Het primaire motief van mensen was niet om te domesticeren, maar om de efficiëntie van middelenbeheer te vergroten.
Pad naar domesticatie dat begon met menselijke jacht op grote planteneters als voedsel; door beheer van de prooi en overjacht werd onbedoeld geselecteerd op eigenschappen zoals tamheid.
Gerichte pad
Het enige pad dat begon met een doel om een soort te domesticeren (Zeder, 2012)
Claude: Mensen kenden al gedomesticeerde dieren en zagen wat die opleverden. Bij nieuwe soorten wisten ze dus vooraf wat ze wilden, bijvoorbeeld een dier om spullen mee te vervoeren, of een dier voor wol of melk. De “secundaire productrevolutie” is het moment waarop dieren niet meer alleen voor vlees werden gebruikt, maar ook voor wat ze leefden konden opleveren.
Het model van Vigne (7)
Antropofilie: het aangetrokken worden van het dier tot de mens.
Commensalisme: vredige samenleving van mens en dier.
Controle in het wild: beheersing van het dier door de mens in de natuur.
Controle in gevangenschap: beheersing van het dier in gevangenschap door de mens.
Extensieve veeteelt: beperkte beïnvloeding van de voortplanting van het dier.
Intensieve veeteelt: intensieve beïnvloeding van de voortplanting van het dier.
Huisdieren: volledige opname van het dier in het huishouden.
Verschil Vigne en Zeder
Het model van Vigne betreft één continuüm waarlangs verschillende diersoorten telkens op dezelfde manier zouden zijn gedomesticeerd. Zeder daarentegen suggereert dat er sprake is geweest van drie verschillende paden naar domesticatie. Dat is een fundamenteel verschil.


Twee voorwaarde voor een geëvolueerde neiging (een gedragsvoorkeur die door evolutie is ontstaan)
Aantoonbaar evolutionair nut hebben (hielp mensen vroeger te overleven of zich voort te planten)
Universeel aanwezig zijn in de betreffende soort (alle mensen hebben het en niet enkel bepaalde culturen)
Drie theorieën Herzorg (2014) over oorsprong houden huisdier mbt geëvolueerde neiging (die heeft twee voorwaarden; 1. Evolutionair nut voeding/ voortplanting. 2. Universeel)
Mentale en fysieke voordelen. Maar het heeft ook nadelen
Positief signaal afgeven als geschiktheid voor een partner (mens tot mens) maar is niet aangetoond mbt verhoogde kans op nageslacht
Ontwikkeling empathie en ouderlijke vaardigheden fasciliteert. Er is geen verband aangetoond voor effect op voortplantingskansen
Lijkt er weinig ondersteuning voor theorieën over het evolutionaire nut van huisdier bezit. Vervolgens beargumenteert Herzog dat huisdier bezit ook niet voldoet aan het tweede criterium
Herzog bracht twee hoofdargumenten in stelling tegen de universaliteit van huisdierbezit
Door tijd en over culturen heen sterk varieert, zowel in vorm als in intensiteit. De conclusie moet dan ook zijn dat het houden van huisdieren, zoals wij dit kennen vooral een Europese en Noord-Amerikaanse aangelegenheid is.
Houding ten opzichte van huisdieren niet stabiel is en regelmatig en snel kan wijzigen binnen culturen.