Antrozo¨ologie - Thema 2: evolutionaire grondslagen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/15

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

16 Terms

1
New cards

Domesticatie

Selectie en aanpassing van de eigenschappen van planten en dieren voor menselijk gebruik = selectief fokken. Domesticatie is specifieke vorm van kunstmatige selectie.

2
New cards

Selectiedruk

Is in de invloed die milieufactoren uitoefenen op de genetische variatie binnen een populatie van organismen.

3
New cards

Co-evolutie

Is een specifieke vorm van evolutie waarbij diersoorten elkaars evolutie beïnvloeden en een stabiele symbiose bereiken.


De term co-evolutie wordt echter meestal pas gebruikt als sprake is van wederzijdse samenwerking, zoals tussen bijen en bloemen: de bloem voedt de bij terwijl de bij de bloem bevrucht

4
New cards

Genetische variatie

Is het bestaan van verschillen (variatie) in het genetisch materiaal tussen de individuen van een populatie of van een hele biologische soort.

5
New cards

Domesticatiesyndroom met fokprogramma zilvervossen Belyaev

Opvolgende generaties vertoonden steeds meer een gevlekte vacht, hangende oren, staande en kwispelende staarten, korte snuiten en verschuivingen in hun ontwikkelingscyclus.


Domesticatiesyndroom niet hoeft te ontstaan door kunstmatige selectie door mensen, maar simpelweg een bijproduct kan zijn van een natuurlijke selectie op tolerantie van de dieren voor menselijke aanwezigheid. In die zin lijkt het syndroom dus het gevolg te kunnen zijn van een authentiek evolutionair proces, en niet noodzakelijk van intentioneel ingrijpen door de mens.

6
New cards

Domesticatiesyndroom

Is een set eigenschappen die in alle gedomesticeerde diersoorten lijkt voor te komen. Het gaat daarbij vaak om eigenschappen die de dieren in menselijke ogen schattiger of jonger doen voorkomen, zoals een grotere variatie in kleur en textuur van de vacht, hangende oren, volgzaamheid, verschuivingen in de ontwikkelingscyclus, variaties in schedelvorming en plaatsing van tanden en het optreden van dwerg- en reuzenvarianten van de soort.

7
New cards

Model van Zeder (3 paden)

Dit model suggereert dat er drie duidelijke paden zijn te onderscheiden waarlangs diersoorten gedomesticeerd zijn geraakt:

  1. Commensale pad (niet intentioneel tot domesticatie, maar het gebeurde wel als gevolg. co-evolutionair proces waarbij populaties zich aanpassen aan een nieuwe niche, bijv. Huisdieren)

  2. Prooidieren pad (is meer intentioneel door de mens ingezet, al was domesticatie niet het doel, maar er vormde zich kuddes, bijv, schapen)

  3. Gerichte pad (intentioneel tot domesticatie. Domesticatie zagen ze al bij andere dieren. Voor last- en huisdieren)


8
New cards

Commensale pad

De domestificatie van dieren begint niet met opzettelijke acties van mensen, maar met de aantrekkingskracht van menselijke nederzettingen voor bepaalde wilde dieren.


  • Dieren die het beste profiteren van menselijke omgevingen zijn meestal tammer en minder agressief.

  • Deze dieren ontwikkelen een relatie met mensen die aanzet tot domesticatie.

  • Domestificatie is een co-evolutionair proces waarbij populaties zich aanpassen aan een nieuwe niche.

  • Genetische verschillen tussen wilde en gedomesticeerde dieren ontstaan door selectieve druk


9
New cards

Prooidieren pad

Begint met menselijke acties. Het primaire motief van mensen was niet om te domesticeren, maar om de efficiëntie van middelenbeheer te vergroten.


Pad naar domesticatie dat begon met menselijke jacht op grote planteneters als voedsel; door beheer van de prooi en overjacht werd onbedoeld geselecteerd op eigenschappen zoals tamheid.

10
New cards

Gerichte pad

Het enige pad dat begon met een doel om een soort te domesticeren (Zeder, 2012)


Claude: Mensen kenden al gedomesticeerde dieren en zagen wat die opleverden. Bij nieuwe soorten wisten ze dus vooraf wat ze wilden, bijvoorbeeld een dier om spullen mee te vervoeren, of een dier voor wol of melk. De “secundaire productrevolutie” is het moment waarop dieren niet meer alleen voor vlees werden gebruikt, maar ook voor wat ze leefden konden opleveren.

11
New cards

Het model van Vigne (7)

  1. Antropofilie: het aangetrokken worden van het dier tot de mens.

  2. Commensalisme: vredige samenleving van mens en dier.

  3. Controle in het wild: beheersing van het dier door de mens in de natuur.

  4. Controle in gevangenschap: beheersing van het dier in gevangenschap door de mens.

  1. Extensieve veeteelt: beperkte beïnvloeding van de voortplanting van het dier.

  2. Intensieve veeteelt: intensieve beïnvloeding van de voortplanting van het dier.

  3. Huisdieren: volledige opname van het dier in het huishouden.


12
New cards

Verschil Vigne en Zeder

Het model van Vigne betreft één continuüm waarlangs verschillende diersoorten telkens op dezelfde manier zouden zijn gedomesticeerd. Zeder daarentegen suggereert dat er sprake is geweest van drie verschillende paden naar domesticatie. Dat is een fundamenteel verschil.

13
New cards
term image
knowt flashcard image
14
New cards

Twee voorwaarde voor een geëvolueerde neiging (een gedragsvoorkeur die door evolutie is ontstaan)

  1. Aantoonbaar evolutionair nut hebben (hielp mensen vroeger te overleven of zich voort te planten)

  2. Universeel aanwezig zijn in de betreffende soort (alle mensen hebben het en niet enkel bepaalde culturen)


15
New cards

Drie theorieën Herzorg (2014) over oorsprong houden huisdier mbt geëvolueerde neiging (die heeft twee voorwaarden; 1. Evolutionair nut voeding/ voortplanting. 2. Universeel)

  1. Mentale en fysieke voordelen. Maar het heeft ook nadelen

  2. Positief signaal afgeven als geschiktheid voor een partner (mens tot mens) maar is niet aangetoond mbt verhoogde kans op nageslacht

  3. Ontwikkeling empathie en ouderlijke vaardigheden fasciliteert. Er is geen verband aangetoond voor effect op voortplantingskansen


Lijkt er weinig ondersteuning voor theorieën over het evolutionaire nut van huisdier bezit. Vervolgens beargumenteert Herzog dat huisdier bezit ook niet voldoet aan het tweede criterium


16
New cards

Herzog bracht twee hoofdargumenten in stelling tegen de universaliteit van huisdierbezit

  1. Door tijd en over culturen heen sterk varieert, zowel in vorm als in intensiteit. De conclusie moet dan ook zijn dat het houden van huisdieren, zoals wij dit kennen vooral een Europese en Noord-Amerikaanse aangelegenheid is.

  2. Houding ten opzichte van huisdieren niet stabiel is en regelmatig en snel kan wijzigen binnen culturen.