1/280
fock you studeer nu
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
une armoire
een kast
une baignoire
een bad
un balcon
een balkon
bibliothèque
een boekenkast
une buanderie
een berging
un bureau
een bureau
une cave
een kelder
une chaise
een stoel
une chambre (à coucher)
een (slaap)kamer
un couloir
een gang
une cuisine
een keuken
une douche
een douche
une entrée
een hal
un escalier
een trap
une étagère
een schap
un fauteuil
een zetel
un garage
een garage
un grenier
een zolder
un jardin
een tuin
une lampe
een lamp
un lavabo
een wastafel
un lit
een bed
un living
een woonkamer
un miroir
een spiegel
une pièce
een ruimte
un plancard
een inbouwkast
un portemanteau
een kapstok
un robinet
een kraan
une salle à manger
een eetkamer
une salle de bains
een badkamer
un salon
een salon
une table
een tafel
une table basse
een salontafel
un tapis
een tapijt
les toilletes
het toilet
une terasse
een terras
à côté de
naast
au-dessus de
boven
au-dessous de
onder
au mileu de
in het midden
entre
tussen
dans
in
loin de
ver van
près de
dicht bij
sous
onder
sur
op
vers
naar
la matière
het materiaal
en bois
in hout
en plastique
in plastiek
en verre
in glas
en métal
in metaal
en carton
in karton
en papier
in papier
en laine
in wol
en cuir
in leer
en jean
in jeans
en coton
in katoen
en pierre
in steen
en tissu
in stof
la coleur
de kleur
blanc
wit
noir
zwart
gris
grijs
brun/marron
bruin
mauve/violet
paars
bleu
blauw
jaune
geel
orange
oranje
rouge
rood
vert
groen
rose
roos
multicolor
meerkleurig
la forme
de vorm
rectangulaire
rechthoekig
triangulaire
driehoekig
carré
vierhoekig
rond
rond
la taille
de grootte
minuscule
heel klein
énorme
heel groot
large
breed
étroit
smal
le poids
het gewicht
peser
wegen
lourd
zwaar
environ
ongeveer
presque
bijna
dur
hard
doux
zacht
fragile
breekbaar
solide
stevig
pratique
praktisch
en bon état
in goede staat
en mauvais état
in slechte staat
un peu usé
een beetje versleten
être
je suis
tu es
il est
elle est
nous sommes
vous étes
ils sont
elles sont
zijn
avoir
j’ai
tu as
il a
elle a
nous avons
vous avez
ils vont
elles vont
hebben
pouvoir
je peux
tu peux
il peut
elle peut
nous peuvons
vous peuvez
ils peulent
elles peulent
kunnen
faire
je fais
tu fais
il fait
elle fait
nous faisons
vous faites
ils font
elles font
doen