ZEZI - Histologie

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/183

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:57 PM on 1/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

184 Terms

1
New cards

samenstelling zenuwweefsel

  • neuronen met uitlopers (axonen en dendrieten = neurieten)

  • gliacellen

  • bindweefsel

    • meningen (hersenvliezen) in CZS

    • endoneurium, perineurium en epineurium in PZS


2
New cards

opbouw neuron

  • cellichaam = perikaryon = soma

  • dendriet (afferent)

  • axon (efferent)


3
New cards

multipolair neuron

meerdere dendrieten

1 axon

meest voorkomend in CZS

4
New cards

bipolaire neuronen

1 dendriet

1 axon

vb. staafjes en kegeltjes in retina

5
New cards

unipolaire neuronen

1 axon uitloper → splitst in 2

  • 1 splitsing naar perifeer

  • 1 splitsing naar CZS

vb. in spinale ganglia

6
New cards

opvallende kenmerken cellichaam/perikaryon/soma

  • grote kern met veel chromatine

  • sterk ontwikkeld RER georganiseerd in Nisslse lichaampjes

  • Golgi-apparaat (in tegenstelling tot neurieten)

  • microtubuli/neurotubuli

  • intermediaire/neurofilamenten


7
New cards

specifieke kenmerken dendrieten

  • vertakkingen (worden steeds dunner)

  • uitstulpingen bij synaptisch contact (= gemmulae/dendritic spines)

  • RER, microtubuli en neurofilamenten


8
New cards

specifieke kenmerken axonen

  • ontstaat uit axonheuvel/axon hillock op perikaryon

    • geen RER (zowel axon als axonheuvel)

  • vertakt aan uiteinde = telodendria

  • telodendria hebben presynaptische eindknop = bouton terminal


9
New cards

transport in axonen

anterograad:  

  • vesikels en macromoleculen uit cellichaam

  • ahv kinesine

retrograad:

  • macromoleculen opgenomen door endocytose

  • ahv dyneïne

ahv microtubuli

  • 0.5-4 cm/dag (snel)

axonaal transport:

  • paar mm/dag (traag) → voor axonale groei


10
New cards

gliacellen in het CZS

astrocyten, oligodendrocyten, ependymcellen (neurectoderm)

microgliacellen (mesoderm)

11
New cards

gliacellen in het PZS

Schwann-cellen en satellietcellen (neurectoderm)

12
New cards

kenmerken oligodendrocyten

  • klein

  • korte uitlopers → gaan over in een myelineschede (rond axon)

  • frequentste gliacel in witte stof vh CZS

  • kern met veel heterochromatine omgeven door witte rand van helder cytoplasma


13
New cards

kenmerken astrocyten

  • stervormig

  • frequentste gliacellen vh CZS

  • vullen ruimtes tss neuronen en bloedvaten

  • vormen samen met neurieten de neuropil (fibrillaire matrix tss cellichamen van neuronen)

  • bevat uit GFAP bestaande intermediaire filamenten


14
New cards

types astrocyten

  • protoplasmatische astrocyten

    • grijze stof

    • korte, brede, sterk vertakkende uitlopers

  • fibreuze astrocyten

    • witte stof

    • weinig uitlopers

    • fijne, lange uitlopers


15
New cards

GFAP

glial fibrillary acidic protein

→ kenmerken voor astrocyten

16
New cards

functies astrocyten

  • regulatie vd extracellulaire ionenconcentratie rond neuronen

  • transport van metabolieten tussen neuronen en capillairen

  • metabolisatie van glutamaat en GABA tot glutamine

  • voorlopers v astrocyten zijn in embryogenese belangrijke transporters

  • eindvoetjes vd astrocyten vormen samen met basale membraan en de endotheelcellende blood-brain barrier

  • regulatie vd formatie, functie en plasticiteit van synapsen in het CZS

  • vormt membrana limitans gliae superficialis in de pia mater vd oppervlakkige cortex

  • littekenvorming (=gliosis)


17
New cards

kenmerken ependymcellen

  • cuboïdaal tot columnair

  • aflijning v ventrikels en ependymkanaal

  • bevatten soms trilharen (flow v CSV)

  • bevatten soms microvilli (absorptie)

  • verschil m epitheel

    • geen basale membraan 

    • uitlopers die basaal vermengen met andere uitlopers in naburige neuropil


18
New cards

kenmerken plexus choroideus

  • bloedvatennetwerk dat tussenkomt in vorming v CSV

  • stulpt uit in ventrikels

    • instulping vd pia mater

    • aflijning door cuboïdale ependymcellen (= choroidplexuscellen) die apicaal microvilli bevatten


19
New cards

villi (granulationes) arachnoidales

uitstulpingen vd arachnoidea in de dura mater

functie: absorptie v CSV naar de veneuze circulatie

20
New cards

kenmerken microgliacellen

  • klein

  • onregelmatige uitlopers

  • veel lysosomen

  • functie: fagocyteren v vreemd materiaal

  • secreteren immunoregulatorische cytokines → spelen een rol in immuunsysteem vh CZS

  • kunnen migreren doorheen CZS

  • verliezen bij activatie hun uitlopers en kunnen zich delen


21
New cards

locatie Schwann-cellen

omgeven gemyeliniseerd en niet-gemyeliniseerde axonen in het PZS

22
New cards

satellietcellen

  • klein

  • omgeven de celkernen in de ganglia


23
New cards

ganglia

concentraties van perikarya buiten het CZS

opdeling: spinaal, craniaal en autonoom

meestal omgeven door een bindweefselkapsel

  • satelliet- of kapselcellen omgeven door basaal membraan

  • buiten basaal membraan ook losmazig bindweefsel met capillairtjes en zenuwvezels


24
New cards

opbouw gemyeliniseerde vezels PZS

  • myelineschede bevindt zich rond de axon en wordt omgeven door Schwann-cellen (discontinu)

  • basaal membraan perifeer vd Schwann-cellen (continu)


25
New cards

kenmerken knopen van Ranvier

  • inkepingen in basaal membraan tussen de Schwann-cellen

  • geen myelinehuls

  • interdigiterende uitlopers vd naburige Schwann-cellen

  • kleine zwelling in het axon → contact tss axonmembraan en de uitlopers vd Schwann-cel


26
New cards

paraxonale ruimte knopen v Ranvier

intercellulaire spleet tussen het axon en de Schwann-cel

27
New cards

internodium

de afstand tussen twee knopen van Ranvier

300-500 micrometer

28
New cards

vorming myeline PZS

  • Schwann-cel omgeeft het axon

  • meerdere lagen Schwann-celcytoplasma en -membraan omgeven het axon in spiraalvormige banen

  • het cytoplasma verdwijnt tussen de lagen celmembraan en de extracellulaire ruimte (gebeurt niet thv knopen v Ranvier)


29
New cards

periodische lijnen myelineschede PZS

= major dense lines

fusie van de dikke laag intracellulaire membraangebonden proteïnen 

30
New cards

intraperiodische lijnen myelineschede PZS

fusie van de dunne laag extracellulaire membraangebonden proteïnen

31
New cards

kenmerk niet-gemyeliniseerde vezel PZS

omgeven door 1 Schwann-cel met centrale kern die zich plooit rond meerdere dunne axonen

32
New cards

opbouw gemyeliniseerde vezel CZS

  • uitlopers van 1 oligodendrocyt myeliniseren meerdere axonen

  • oppervlak vd oligodendrocyten is niet bedekt met een basale membraan

  • ook knopen v Ranvier


33
New cards

kenmerken niet-gemyeliniseerde axonen CZS

liggen volledig naakt (geen Schwann-cellen)

34
New cards

inhoud vd witte stof vh CZS

vezels en gliacellen

35
New cards

inhoud vd grijze stof vh CZS

vezels, gliacellen en perikarya

36
New cards

opbouw en functie endoneurium

  • longitudinaal lopende collageenvezels

  • fibroblasten

  • capillairtjes

afwezig in CZS

endotheelcellen die endoneurale capillairen aflijnen zijn verbonden via tight junctions → vormen blood-nerve barrier

endoneurium scheidt zenuwvezels van elkaar

37
New cards

opbouw en functie perineurium

concentrische lagen perineurale cellen

→ verbonden via tight junctions → vormen blood-nerve barrier

perineurium omgeeft een zenuwbundel/fasciculus

38
New cards

opbouw en functie epineurium

  • bindweefsel

  • bloedvaten (vasa nervorum)

  • vetweefsel

epineurium zit tussen en rond zenuwbundels

39
New cards

interneuronale synaps

tussen twee neuronen

  • axodendritische synapsen

  • axosomatische synapsen

  • axo-axonale synapsen


40
New cards

soorten neuro-effectorsynapsen

tussen een neuron en een effectorcel

  • myoneuraal → tussen axon en spiervezel

  • neuroglandulair → tussen axon en kliercel

  • neuroreceptor → afferente axon uiteindes (ofwel vrij ofwel ahv eindlichaampjes)

    • zetten stimuli om tot zenuwimpulsen en geven die door naar het CZS


41
New cards

neuromusculaire junctie gestreepte spiercellen

motorische zenuwvezels vertakken op het einde om meerdere spiervezels te bezenuwen

  • ongemyeliniseerd

  • bedekt door Schwann-cellen (basaal membraan gaat over in dat van de spiervezel)

  • sterk gedilateerde eindknopjes (met ACh)

thv de spier zowel primaire (ruimte tss neuron en spiervezel) en secundaire (inkepingen vd spiervezel) synaptische spleet

42
New cards

motorische eenheid / motor unit

groep van dwarsgestreepte spiervezels, bezenuwd door één zenuwvezel

43
New cards

neuromusculaire junctie gladde spiercellen

  • nexuscontacten (gap junctions) tussen gladde spiercellen maken onderlinge overdracht v prikkels mogelijk

  • vesikels bevatten ACh of noradrenaline

  • axonen zijn niet-gemyeliniseerd


44
New cards

neuronen die bij volwassenen nog kunnen gegenereerd worden

  • granulaire cellaag vd bulbus olfactorius

  • gyrus dentatus vd hippocampus

  • olfactorische epitheelcellen


45
New cards

Walleriaanse degeneratie

macrofagen degenereren beschadigde axonen en myeline tot aan de volgende knoop v Ranvier

→ geen afbraak v Schwann-cellen

46
New cards

regeneratie in CZS

NIET MOGELIJK!

→ beschadigde oligodendrocten zetten een factor vrij die axonale groei inhibeert

→ Schwann-cellen in PZS maken neurotrofe factoren die axonale regeneratie stimuleren

47
New cards

regeneratie in PZS

  • Walleriaanse degeneratie

  • terug toename v Nisslse substantie en inkrimpen vh perikaryon

  • na 3 weken groeien axonen terug in banden v Büngner (+- 1mm/dag)

  • na enkele maanden is neuron teruggegroeid en zullen ook spiercellen (die geatrofieerd waren) terug herstellen


48
New cards

chromatolysis

verlies vd Nisslse substantie bij beschadiging van een axon → gaat gepaard met zwellen vh perikaryon

49
New cards

banden v Büngner

kolommen van prolifererende Schwann-cellen

→ vormen omhulsel waarin axonen regenereren

50
New cards

amputatieneuroom / traumatisch neuroom

fenomeen bij amputaties of grote onderbrekingen van zenuwvezels waarbij wanordelijke proliferatie van Schwann-cellen plaatsvindt met ertussen takjes v axonen die proberen te regenereren

51
New cards

opdeling cerebrale cortex

allocortex (10%)

  • archicortex → 3-lagig

    • hippocampus

    • gyrus dentatus

  • paleocortex → 3-5 lagig

    • reukcortex

neocortex (90%) → 6-lagig

  • alle lagen bevatten gliacellen en axonen van afferente zenuwvezels waarvan de cellichamen ergens anders in het CZS liggen

cortex is columnair opgedeeld → bij prikkeling v 1 cel wordt de volledig kolom geprikkeld

52
New cards

indeling van Brodmann

opdeling vd cortex in 52 area’s obv neurontype, aantal neuronen en specifieke schikking

→ microscopisch niet allemaal te onderscheiden

wel te onderscheiden:

  • area 4 = primaire motorische cortex = gyrus precentralis

  • area 17 = primaire visuele cortex = rond sulcus calcarina


53
New cards

laag 1 vd neocortex

= moleculaire laag = lamina molecularis / plexiformis

  • vlak onder pia mater

  • cel-arm

  • vezels lopen parallel met het oppervlak

  • vnl horizontale cellen van Cajal (neuronen)

    • horizontaal lopend axon

    • synaptisch contact m dendrieten vd piramidale cellen


54
New cards

laag 2 vd neocortex

= buitenste granulaire laag = lamina granularis externa

  • kleine piramidale cellen

    • apicale dendrieten → lopen naar het hersenoppervlak

    • lateraal: horizontale dendrieten

    • basaal: axonen die dieper in de cortex lopen

  • stellaire cellen


55
New cards

laag 3 vd cortex

= buitenste piramidale laag = lamina pyramidalis externa

  • middelgrote piramidale cellen

    • axon naar witte hersenstof

  • cellen van Martinotti

    • kleine, multipolaire cellen

    • korte dendrieten

    • axon richting laag 1 → T-vormige vertakking

    • vertakkingen lopen horizontaal


56
New cards

laag 5 vd cortex

= binnenste piramidale laag = lamina pyramidalis interna

  • grote piramidale cellen

    • sterk ontwikkeld in aantal en afmeting in de primaire motorische cortex (= cellen van Betz)

    • zijn uppermotorneuronen → sturen signalen naar het ruggenmerg om beweging te initiëren

  • interne band van Baillarger = horizontaal verlopende axonen


57
New cards

laag 4 vd cortex

= binnenste granulaire laag = lamina granularis interna

  • compact in stellaire cellen

  • veel horizontale axonen

    • vormen dense band = externe band van Baillarger → prominent in primaire visuele cortex (= stria van Gennari)


58
New cards

laag 6 vd cortex

= multiforme / polymorfe laag = lamina multiformis

  • kleine piramidale cellen

  • stellaire cellen

  • cellen van Martinotti

  • fusiforme cellen

    • loodrecht op hersenschors georiënteerd

    • axon ontspringt zijdelings en loopt naar lamina 1


59
New cards

opbouw witte stof cerebrum

  • zenuwvezels in meerdere richtingen = subcorticale witte stof

  • vezels in eenzelfde richting = tractus/bundel

  • associatievezels

    • verbinden verschillende corticale zones binnen dezelfde hemisfeer

  • commissurale vezels

    • verbinden gelijkaardige zones van twee hemisferen

  • projectievezels

    • verbinden de cortex met subcorticale gebieden

  • tangentiële vezels

    • zijn radiaal gericht tov de cortex (staan loodrecht en verspreiden zich in dat vlak)

    • vb. banden v Baillarger


60
New cards

hippocampale formatie

= gyrus parahippocampalis, subiculum, hippocampus en gyrus dentatus

hippocampus = cornu ammonis

cortex vd hippocampus en de amygdala = subcorticale structuur vh limbisch systeem (maar dus eig een omgeplooide schorsformatie)

61
New cards

cellagen vd hippocampus

archicorticale cytoarchitectuur → 3 cellagen

  • moleculaire laag

  • piramidale laag

  • polymorfe/multiforme laag

→ verschil in gyrus dentatus: piramidale = granulaire

verschillende hippocampale zones obv variaties in neuronen en vezelbanen → CA1, CA2, CA3, CA4 (in hilus vd gyrus dentatus)

62
New cards

cellagen vh subiculum en gyrus parahippocampalis

= paleocortex (3-5 lagen)

63
New cards

alveus

dun laagje witte stof die de hippocampus bedekt

→ bevatten projectievezels vd piramidale cellen vd hippocampus en het subiculum

→ vezels lopen verder in de fimbria fornicis en zo naar de fornix

64
New cards

intrinsieke connecties hippocampale formatie

  • perforant path verbindt neuronen vd entorhinale cortex met de korrelcellen vd gyrus dentatus

  • axonen vd korrelcellen (=mosvezels) maken synaps met dendrieten vd piramidale cellen vd CA3 sector vd hippocampus 

  • piramidale cellen zenden axonen naar de fornix en collateralen naar piramidale cellen in CA1 (= Schäffer-collateralen)

  • CA1-piramidale cellen projecteren naar het subiculum

  • neuronen vh subiculum projecteren naar de entorhinale cortex

  • perforant path vertrekt vanuit de entorhinale cortex naar de gyrus dentatus

= een gesloten lus = continue pathway

→ belangrijk voor kortetermijngeheugen

→ leidt tot long-term potentiation (LTP)


65
New cards

entorhinale cortex

rostraal deel vd gyrus parahippocampalis (area 28)

associatiecortex vd reukindrukken

6-lagig maar toch allocortex

66
New cards

extrinsieke connecties hippocampale formatie

efferent systeem:

piramidale cellen vd hippocampus en subiculum → projectie naar thalamus, hypothalamus en amygdala 

fornix is hierbij een belangrijke wittestofbaan

67
New cards

plooien in cerebellum

= folia (ipv gyri)

veelvuldiger maar oppervlakkiger dan in cerebrum

68
New cards

laag 1 vd cerebellaire cortex

= moleculaire laag / stratum moleculare

  • cel-arm

  • korfcellen (basket cells)

  • stellaire cellen (outer stellate cells)

    • meest oppervlakkig

  • beide cellen zijn inhiberende interneuronen → maken synaps met Purkinje-cellen

  • laag bevat uitlopers v dieper gelegen cellen

    • Purkinje-cellen

    • granulaire cellen

    • Golgi-cellen


69
New cards

laag 2 vd cerebellaire cellaag

= purkinje cellaag (stratum ganglionare)

  • Purkinje cel

    • bipolair neuron

    • perikarya vd verschillende cellen liggen in 1 laag regelmatig naast elkaar geschikt

    • dendrieten vertakken in het stratum moleculare

    • excitatorische input v parallelle vezels vd granulaire cellen en klimvezels vd nucleus olivaris inferior

    • inhibitorische input uit stratum moleculare

    • 1 fijn axon naar de kleine hersenkernen


70
New cards

laag 3 vd cerebellaire cortex

= granulaire laag /stratum granulare

  • dense laag

  • granulaire cellen

    • axonen naar moleculaire laag → synaps met Purkinje-cellen, stellaire cellen, korfcellen en Golgi-cellen 

    • 4-5 korte dendrieten

    • bijnaam ‘parallelle vezels’

    • synaps met witte stof vh cerebellum

  • Golgi-cellen

    • groter dan granulaire

    • lange dendrieten → lopen naar moleculaire laag

    • axonen vormen inhibitorische synapsen met dendrieten vd granulaire cellen (deel vd cerebellaire glomeruli)

    • excitatorische input vd parallelle vezels


71
New cards

cerebellaire glomeruli

synapsen tussen dendrieten v granulaire cellen, axonen vd golgi cellen en (mos)vezels afkomstig vh ruggenmerg en de hersenstam

72
New cards

klimvezels cerebellaire cortex

brengen proprioceptieve info naar Purkinje-cellen

perikarya liggen in de nucleus olivaris inferior

uitlopers (onvertakt) draaien als een klimplant rond het cellichaam en dendrieten vd Purkinje cel en zijn excitatorisch 

73
New cards

mosvezels cerebellaire cortex

ontvangen proprioceptieve en motorische input en geven door via granulaire naar Purkinje-cellen (sterk convergerend)

excitatorisch

74
New cards

inhibitorisch circuit vd Purkinje-cellen

mosvezels stimuleren granulaire cellen

granulaire cellen vormen ahv parallelle vezels excitatorische synapsen met

  • dendrieten v Purkinje-cellen

  • dendrieten v korfcellen en stellaire cellen

axonen v korfcellen en stellaire cellen inhiberen Purkinje cellen

75
New cards

Inhibitorisch circuit vd granulaire cellen

parallelle vezels vd granulaire cellen dragen stimuli v mosvezels over op dendrieten vd Golgi-cellen

Golgi cellen maken inhibitorische synapsen m dendrieten vd granulaire cellen

76
New cards

excitatorische input op Purkinje-cellen

excitatorische synapsen ahv mosvezels

77
New cards

efferente vezels in cerebellaire cortex

= axonen vd Purkinje-cellen

  • projectie op diepe cerebellaire kernen

  • inhibitorische (GABA-erge) output

ook stimulatie (excitatie) vd diepe kernen ahv collateralen vd mos- en klimvezels

  • vormen hoofdlus

    • wordt beïnvloed door basiscircuit (daarom inhibitorische corticale zijlus)


78
New cards

long-term depression (LTD) in het cerebellum

gelijktijdige stimulatie van klimvezels en parallelle vezels → vermindering v Purkinje-celresponsen

= remming v inhibitie op diepe cerebellaire kernen

belangrijk bij motorische leerprocessen

79
New cards

opbouw ruggenmerg

centraal gelegen grijze stof omgeven door witte stof

centraal canalis spinalis (afgelijnd door ependymcellen)

80
New cards

inhoud grijze stof ruggenmerg

perikarya, gliacellen en zenuwvezels

81
New cards

inhoud witte stof ruggenmerg

gemyeliniseerde vezels en gliacellen

82
New cards

leptomeningen

verzamelnaam arachnoidea en pia mater

83
New cards

locatie en inhoud epidurale ruimte

tussen de dura mater en het periost van de wervels

bevat epidurale veneuze plexus, losmazig bindweefsel en vetweefsel

84
New cards

meningotheelcellen

= afgeplatte plaveiselsvormige cellen

lijnen de dura mater af tegen de subdurale ruimte

bedekken binnenste en buitenste oppervlak vd arachnoidea, de bindweefseltrabekels in de sub-arachnoïdale ruimte en het buitenste oppervlak vd pia mater → vormen ahv tight junctions en desmosomen de blood-brain barrier

85
New cards

inhoud arachnoidea

avasculair, collageenvezels, elastische vezels, fibroblasten en meningotheelcellen

tussen de trabekels lopen grote cerebrale arteries en venen

86
New cards

inhoud pia mater

collageenvezels, elastische vezels, fibroblasten en meningotheelcellen, bloedvaten

87
New cards

perivasculaire ruimte van Virchow-Robin

ruimte tussen bloedvaten die in hersenen dringen en de pia mater

88
New cards

opdeling oogwand

tunica fibrosa (buitenste oogrok)

tunica vasculosa (middelste oogrok/vaatvlies)

tunica nervosa (binnenste oogrok)

  • pars optica

  • pars ciliaris

  • pars iridis retinae


89
New cards

opbouw tunica fibrosa

cornea / hoornvlies

  • doorzichtig

  • buitenste deel

sclera

  • wit

  • achterste deel

  • 5/6e vd oogbol

limbus

  • junctie tussen cornea en sclera

kapsel van Tenon

  • ligt perifeer rond de sclera


90
New cards

cornea

speelt belangrijkste rol in breking van lichtstralen

diameter v 1 cm

dikte v 1 mm

bevat glycosaminoglycanen (vooral in stroma)

→ zeer doorlatend voor licht

opbouw v buiten naar binnen:

  • cornea-epitheel

  • membraan v Bowman

  • stroma

  • membraan v Descemet

  • endotheel


91
New cards

cornea-epitheel

meerlagig, niet-verhoornd plaveiselepitheel

onregelmatig oppervlak door microplicae (cytoplasmaplooien) → zorgt voor vasthouden v een traanfilm

avasculair

centraal gevoed vanuit kamervocht en perifeer door bloedvaten in de limbus

92
New cards

membraan v Bowman

= lamina limitans anterior

ligt onder basale membraan vh epitheel

is eigenlijk buitenste laag v stroma

geen cellen, vnl collageen

93
New cards

stroma vd cornea

= substantia propria

dikste laag vd cornea

opgebouwd uit bindweefsellamellen die loodrecht op elkaar geordend zijn

bevat fibroblasten (hier keratocyten genoemd), glycosaminoglycanen (voor lichtdoorlaatbaarheid)

avasculair

94
New cards

membraan v Descemet

= lamina limitans posterior

dikke laag endotheel en collageenfibrillen

sterk PAS-positief (bevat suikers)

95
New cards

endotheel cornea

hexagonale cellen verbonden ahv tight junctions

lijnt inwendig oppervlak vd cornea af

bevat vesikels → transport v ionen en vloeistoffen

synthese van membraan v Descemet

96
New cards

sclera

ondoorzichtige laag vd buitenste oogrok

dens collageneus bindweefsel

voortzetting vd dura mater

bevat lamina cribrosa = doorboring door n opticus-vezels
opbouw:

  • episclera

  • substantia propria

  • suprachoroidea/lamina fusca


97
New cards

middelste oogrok

= vaatvlies = uvea

voortzetting pia mater en arachnoidea v CZS

meest gevasulariseerd en gepigmenteerd vd ooglagen

opbouw

  • choroidea

  • corpus ciliare

  • iris


98
New cards

episclera

losmazig bindweefsel met veel bloedvaten

verbinding v sclera en kapsel van Tenon

99
New cards

substantia propria vd sclera

paralelle lagen dikke collageenvezels (ongeordend)

fibroblasten

elastische vezels

minder bloedvaten dan episclera

weinig glycosaminoglycanen (opaque)

100
New cards

suprachoroidea / lamina fusca

losmazig bindweefsel

veel melanocyten