1/97
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Normaal vs abnormaal verstorend gedrag
Afweging op frequentie, intensiteit, duur, escalatie en mate van vernieling
Periodieke explosieve stoornis (intermittent explosive disorder)
Frequente agressieve uitbarstingen, verbaal of fysiek, zonder herkenbaar doel; niet onder zes jaar
Antisociale persoonlijkheidsstoornis
Vanaf achttien jaar; vereist gedragsstoornis rond vijftien jaar
Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (ODD)
Boos/prikkelbaar, ongehoorzaam/twistziek, wraakzuchtig; minstens vier symptomen, zes maanden
ODD onder vijf jaar
Symptomen op de meeste dagen
ODD vanaf vijf jaar
Symptomen minstens één keer per week
ODD ernst
Mild, gemiddeld of ernstig, naar aantal situaties
ODD uitkomsten
Gedragssymptomen → later externaliserend; emotionele symptomen → later internaliserend
Verloop ODD
Begint rond zes jaar; relatief stabiel, neemt af met leeftijd; onbehandeld kan het CD worden
Normoverschrijdende gedragsstoornis (CD)
Herhaald schenden van rechten anderen en normen; drie criteria in twaalf maanden, één in zes
Vier categorieën CD
Agressie naar mens/dier; vernieling eigendom; bedrog/diefstal; ernstige regelovertreding
Verloop CD
Begint rond negen jaar; neemt toe met leeftijd, vooral in tienerjaren
Childhood onset
CD voor tien jaar; stabieler en ernstiger, meer geweld; meer risicofactoren in temperament en gezin
Adolescent onset
CD tussen 10 en 17 jaar; vaak adolescent-limited, groeit eroverheen
Unspecified onset
CD waarvan het begin niet vast te stellen is
Agressief gedrag syndroom
Empirisch, binnen externaliseren; vechten, ruzie, pesten; erfelijker; neemt af na tien jaar
Regelovertredend gedrag syndroom
Empirisch, binnen externaliseren; liegen, stelen, spijbelen; neemt toe na tien jaar
Overt gedrag
Openlijk agressief en antisociaal; valt meer op
Covert gedrag
Antisociaal maar verborgen
Relationele agressie
Andermans relaties schaden: buitensluiten, roddelen; vooral meisjes, daardoor onderschat
Gender en gedragsstoornissen
Jongens vaker gediagnosticeerd; criteria beschrijven mannelijke agressie; meisjes uiten agressie relationeel
Pesten
Opzettelijk misbruik van machtsverschil om angst, stress of pijn te veroorzaken
Ontwikkeling pesten
Begint vroeg op basisschool; neemt af met leeftijd, online niet; jongens fysiek, meisjes relationeel
Risico op pesten
Agressieve kinderen worden dader; onzekere, teruggetrokken kinderen slachtoffer; populaire vriend beschermt
Comorbiditeit gedragsstoornissen
ODD plus CD; sterke link ADHD; drugs, slechte schoolprestaties, taal, depressie
Executieve functies
Plannen, organiseren, inhibitie, doelgericht werken; belemmerd bij gedragsstoornissen en ADHD
Callous-unemotional traits
Gebrek aan empathie en schuldgevoel; met CD slechtere prognose en meer antisociaal gedrag
Psychopathie
Niet geven om andermans emoties, manipuleren; CU-traits, impulsief, grandioos-manipulatief
Driepadenmodel (Loeber)
Drie paden van probleemgedrag naar delinquentie bij jongens; hoe later ingrijpen, hoe slechter
Overt pad (Loeber)
Lichte agressie (pesten) → vechten → geweld
Covert pad (Loeber)
Verborgen gedrag (liegen, winkeldiefstal) → vernieling → ernstige delinquentie
Autoriteitsconflictpad (Loeber)
Voor twaalf jaar; koppig, ongehoorzaam → autoriteit vermijden (spijbelen, weglopen)
Aanleren van agressie
Genetische component, plus modeling en reactie van de omgeving
Gezinsrisico's gedragsproblemen
Criminaliteit in familie, lage SES, groot gezin, instabiliteit, toegeven aan ongehoorzaamheid
Oregon model (Patterson)
Oudertraining bij agressief en antisociaal gedrag; discipline en toezicht verbeteren
Dwangtheorie (coercion theory, Patterson)
Kind dwingt gezin met vervelend gedrag; door zwakke managementvaardigheden ouders
Negative reinforcement trap
Ouder geeft toe om ervan af te zijn; kind leert dat vervelend gedrag werkt
Ouderlijke discipline
Bij gedragsproblemen: streng labelen, snel vitten, bevelen niet onderbouwd, goed gedrag niet belonen
Ouderlijke controle (parental monitoring)
Weten waar kind is en wat het doet; ontbreekt vaak bij gedragsproblemen
Overige ouderfactoren
Eigen slechte opvoeding, stress, psychopathologie ouder, huwelijksproblemen, verwaarlozing of mishandeling
Leeftijdsgenoten en gedragsproblemen
Foute vrienden, afwijzing verergert; moeite met perspectief nemen
Sociale informatieverwerking (Dodge)
Drie fasen; verstoord bij gedragsstoornissen: misattributies, verwachten positieve uitkomst van agressie
Coderen (Dodge)
Fase 1: aandacht schenken aan de situatie
Interpreteren (Dodge)
Fase 2: sociale aanwijzingen duiden
Reactie bepalen (Dodge)
Fase 3: kiezen hoe te reageren
Reactieve agressie
Reactie op provocatie, bedreiging of frustratie; sociale cues te snel als vijandig gezien
Proactieve agressie
Opzettelijk, zonder boosheid; verwacht gewenste uitkomst van agressie
Biologie gedragsproblemen
Erfelijkheid beperkt, groter bij kinderen dan adolescenten; werkt indirect via omgeving
Gedragsinhiberend systeem (BIS, Gray)
Remt actie; angst en anxiety; te zwak bij gedragsproblemen
Gedragsactiverend systeem (BAS, Gray)
Benadering en plezierige emoties; te sterk bij gedragsproblemen
Fight-or-flight systeem
Lagere activatiedrempel bij kinderen met gedragsproblemen
Illicit drugs
Illegale drugs
Licit drugs
Drugs die volwassenen op recept kunnen krijgen
Substance use disorder
Verslaving; ontwenningsverschijnselen en tolerantie
Substance-induced disorder
Door middelen veroorzaakte stoornis, bijv. stemmings- of angststoornis
Risico en bescherming drugsgebruik
Temperament, regulatie, coping, vrienden; stabiel gezin met duidelijke regels beschermt het best
Assessment gedragsproblemen
Klinisch en gestructureerd interview, beoordelingslijsten; self-report weinig betrouwbaar; observatie nuttig
Behandeling gedragsproblemen
Oudertraining plus cognitieve aanpak kind; best bij jonge kinderen; adolescenten: gemeenschapsprogramma's
Preventie gedragsproblemen
Jonge kinderen en ouders, school betrekken; adolescenten: secundaire preventie
ADHD
Neurologische ontwikkelingsstoornis; aandachtsproblemen, hyperactiviteit, impulsiviteit; levenslange gevolgen
ADHD-I (onoplettend)
Vooral aandachtsproblemen; meest in populatiesamples
ADHD-HI (hyperactief-impulsief)
Vooral hyperactiviteit en impulsiviteit
ADHD-C (gecombineerd)
Beide symptoomgroepen; meest in klinische samples
DSM-criteria ADHD
Zes symptomen (volwassenen vijf), zes maanden; voor twaalf jaar; minstens twee situaties
Verminderde aandacht
Niet luisteren, afgeleid, gedesorganiseerd, dagdromen; soms hyperfocus, dus selectieve aandacht
Hyperactiviteit
Vooral in gestructureerde situaties; eind van de dag juist actiever
Impulsiviteit
Gedrag niet inhiberen; niet nadenken, ongeduldig, anderen onderbreken
Primaire kenmerken ADHD
Aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit
Secundaire kenmerken ADHD
Motoriek, executieve functies, sociaal, IQ en leerproblemen, adaptief gedrag; lager IQ kritisch bekijken
Positieve zelfbias
Eigen capaciteiten overschatten; niet zien wat eigen gedrag met anderen doet
Gezondheid bij ADHD
Slaapproblemen en meer ongelukken
Positieve kenmerken ADHD
Creatief, divergent denken, hyperfocus, energie, emotioneel en sociaal gevoelig
Neurodiversiteit
Verschillen in cognitieve stijlen; stoornis pas bij beperking in dagelijks leven
Comorbiditeit ADHD
Leerstoornissen (lezen), ODD, CD, depressie, angst; overlap met bipolaire stoornis betwist
Verwijzingsbias
Symptoombeschrijving past bij jongens; meisjes vaker onoplettend en gemist
Epidemiologie ADHD
Vaker jongens, lage SES en witte jeugd (eerder verwezen); minderheden later gediagnosticeerd
Verloop ADHD
Diagnose meestal 6 tot 12 jaar; hyperactiviteit neemt af, ADHD blijft vaak (heterotypisch)
ADHD bij volwassenen
Soms pas later gediagnosticeerd; symptomen bleken levenslang aanwezig
Gedragsinhibitie bij ADHD (Barkley)
Kerntekort; belemmert werkgeheugen, innerlijke spraak, zelfregulatie, motivatie, reconstitutie
Gevoeligheid voor beloning
Overmatig beloningszoekend, minder gevoelig voor straf; voorkeur voor directe beloning
Temporal processing
Beperkte tijdsverwerking; verklaart problemen met plannen en geduld
Vertragingsaversiviteit
Alles doen om wachten te vermijden en direct beloning te krijgen
Hersenen bij ADHD
Kleinere gebieden, vooral frontaal, ook striataal en cerebellum; minder bloedtoevoer en glucosegebruik
Neurotransmitters bij ADHD
Tekort aan dopamine en noradrenaline
Rijpingsvertraging ADHD
Speelt een rol, maar verklaart ADHD niet alleen, want ADHD verdwijnt niet vanzelf
Erfelijkheid ADHD
Sterke genetische component; polygeen
Pre- en perinatale factoren ADHD
Roken en alcohol in zwangerschap; vroeggeboorte, laag geboortegewicht, geboorteletsel
Lood en suiker bij ADHD
Lood als oorzaak nog ondersteund; suiker/dieet ontkracht
Psychosociale factoren ADHD
Gezinsinstabiliteit, SES, stress, reactie leerkracht; bepalen ernst, duur en aard
Ontwikkelingsmodel ADHD
Risicogenen plus pre- en perinatale factoren → hersen- en neuropsychologische beperkingen → ADHD
Secundaire factoren (ontwikkelingsmodel ADHD)
Postnataal; beïnvloeden direct de hersenen, bijv. lood
Tertiaire factoren (ontwikkelingsmodel ADHD)
Postnataal; niet direct op hersenen; vergroten ernst ADHD en worden er zelf door versterkt
Assessment ADHD
Breed, meerdere contexten, ontwikkelingsniveau; interviews, beoordelingsschalen, observatie, IQ; comorbiditeit nagaan
Stimulerende middelen
ADHD-medicatie; herstellen biochemische balans; effectief, maar discussie over bijwerkingen
Gedragsbehandeling ADHD
Meest effectief; oudertraining en classroom management
Classroom management
Stabiele, duidelijke omgeving in de klas
Multimodale behandeling
Gedragstherapie plus medicatie; meest effectief
Preventie ADHD
Primair lastig door genen; secundair: vroeg behandelen, oudertraining, bijles, sociale hulp