1/62
Looks like no tags are added yet.
Penelogie
bestudeert de doelstellingen van wettelijke (formele) straffen, de toepassing ervan in de praktijk en de uitwerking ervan op de gestraften zelf o op andere groepen zoals potentiële plegers van delicten.
Informele sancties
ongeschreven regels, niet wettelijk strafbaar gedrag; gaat in beperkte mate in tegen fundamentele rechten en vrijheden (ouders die kinderen huis arrest geven); Door scholen, ouders, werkgevers
Formele sancties
Het officiële antwoord op criminaliteit. Wettelijk strafbaar gesteld gedrag (legaliteitsbeginsel); Gaat in tegen fundamentele rechten en vrijheden; Door de overheid of rechtspraak
Politie, ovj, rechter
3 functies van penelogie
Beschrijven: hoe straffen we?: welke sancties en hoe gebruiken we die
Verklaren: Waarom straffen we?
Voorspellen: wat zijn de effecten van straffen?
nut van straffen bij klassieke school
afschrikking
nut van straffen bij positivistische cirminologie
beveiliging
nut van straffen bij Kritische criminologie
herstel i.p.v. straf
Strafdoelen
Vergelding;
Normstelling en -bevestiging;
Generale preventie;
speciale preventie;
beveiliging/onschadelijkmaking;
Resocialisatie;
Herstel van schade;
genoegdoening slachtoffer;
vergelding
strafdoel waarbij daad en schuld worden vereffend (hersteld) door leedtoevoeging. De dader heeft leed toegevoegd (iemand verkracht, iemand in elkaar geslagen) -> herstellen we door leed toe te voegen
Is meer een principe dan een objectief gevolg dat we kunnen meten
Diepgevoelde behoefte van mensen.
Kanalisering wraak, herstel rechtsorde.
Vergeldingsbehoefte
verlangen naar straf of vergelding nadat een persoon of de samenleving onrecht is aangedaan. hangt af van hoe goed geïnformeerd wij zijn.
Normstelling
Functie van het strafrecht waarbij door strafbaarstellingen duidelijk wordt gemaakt welk gedrag wel en niet is toegestaan.
Normbevestiging
Functie van het strafrecht waarbij het bestraffen van overtredingen bevestigt dat maatschappelijke normen nog steeds gelden.
Normstelling & normbevestiging
strafdoel waarbij We laten zien als maatschappij dat iets niet kan. Hoe hoger de straf -> hoe meer wij dat niet vinden kunnen.
De jure criminalisering
criminalisering volgens de wet. Het houdt in dat de wetgever een gedraging officieel strafbaar stelt door deze op te nemen in het Wetboek van Strafrecht.
De facto criminalisering
criminalisering in de praktijk. Dit gebeurt wanneer politie en justitie er in de realiteit actief voor kiezen om bepaalde gedragingen op te sporen en te vervolgen, ongeacht of die wet er net nieuw is of al heel lang bestond.
Generale preventie
strafdoel is Afschrikken van de gehele maatschappij.
bvb vroeger mensen waar iedereen het kon zien ophangen.
Je maakt hiermee de kosten duidelijk van criminaliteit
Het is lastig te meten
Exemplary sentences
te grote nadruk op generale preventie, kan contraproductief zijn -> verzet.
Je moet zoeken van een balans
Speciale preventie
strafdoel is Afschrikken van de dader.
Recidivepreventie. De kans dat de dader na de straf opnieuw in de fout gaat voorkomen. Door de dader te straffen zal hij er de volgende keer van af zien.
beveiliging/onschadelijkmaken
Strafdoel waarbij de samenleving wordt beschermd door daders tijdelijk of permanent uit de maatschappij te verwijderen, zodat zij geen nieuwe strafbare feiten kunnen plegen.
bvb ISD‑maatregel, Three strikes and you're out
ISD‑maatregel
Maatregel voor veelplegers waarbij zij maximaal twee jaar kunnen worden geplaatst om nieuwe strafbare feiten te voorkomen en de samenleving te beschermen.
Herstel van schade
strafdoel waarbij de gevolgen van criminaliteit voor slachtoffers of de samenleving zoveel mogelijk worden hersteld. Dit kan gaan om materiële schade (geld, spullen) en immateriële schade (emotionele of psychische schade).
bvb, taakstraf of HALT
Materiële schade
Schade die financieel kan worden vastgesteld, zoals gestolen, vernielde of beschadigde spullen.
Immateriële schade
Schade die niet direct in geld is uit te drukken, zoals verdriet, angst, pijn of psychisch leed.
Genoegdoening slachtoffer
Strafdoel waarbij het slachtoffer erkenning krijgt voor het geleden onrecht doordat de dader wordt bestraft en verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn gedrag.
Resocialisatie
Strafdoel waarbij de dader wordt begeleid en ondersteund om succesvol terug te keren in de samenleving en nieuwe criminaliteit te voorkomen.
Drie W's
Belangrijke voorwaarden voor succesvolle resocialisatie: Woning, Werk en Wederhelft.
Rechtvaardiging van straf
De vraag waarom de overheid bewust leed mag toevoegen aan iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd. Dit is een paradox: op een misdaad wordt gereageerd met het opleggen van extra leed.
Straf wordt gerechtvaardigd door absolute, relatieve of verenigingstheorieën.
paradox van straffen
iemand brengt schade toe -> wij gaan nog meer schade toevoegen
Absolute straftheorie
Straffen is op zichzelf gerechtvaardigd omdat een misdaad vergelding verdient. Het doel van straf is het herstellen van het gepleegde onrecht, ongeacht of de straf nuttige effecten heeft (doelmatigheid is niet aan de orde).
Talio‑principe
Vergeldingsprincipe waarbij de straf zoveel mogelijk overeenkomt met het gepleegde leed: "oog om oog, tand om tand".
kanttekeningen absolute straftheorie
Moeilijk vast te stellen hoeveel straf recht doet aan het gepleegde onrecht, weinig aandacht voor omstandigheden van de dader en risico op onmenselijke straffen.
we kunnen in NL absolute straftheorie niet uitvoeren (iemand vermoord -> Doodstraf (wij hebben geen doodstraf))
ontoerekeningsvatbaar
als een strafbaar feit door een psychische stoornis of verstandelijke beperking niet aan de dader kan worden verweten.
Relatieve straftheorie
Straffen is alleen gerechtvaardigd als het een nuttig doel dient, zoals het voorkomen van toekomstige criminaliteit.
(speciale preventie, generale preventie)
kanttekening relatieve straftheorie
Problemen zijn: onzekerheid over effectiviteit (what works?), sommige effectieve maatregelen zijn onaanvaardbaar (doodstraf, castratie), risico op ongelijke behandeling, spanning met proportionaliteit, preventief ingrijpen vóór nieuwe delicten, hoge kosten van behandeling en de mogelijkheid dat daders zonder recidiverisico nauwelijks straf krijgen.
Verenigingstheorie
Combinatie van absolute en relatieve straftheorieën waarbij straf zowel dient als vergelding voor het gepleegde onrecht als voor het voorkomen van toekomstige criminaliteit.
Absoluut: er wordt een strafmaxima vastgesteld. Relatief: er is keuze binnen de strafmaxima aan de hand van preventieve overwegingen.
Herstelrecht
Alternatieve benadering waarbij de nadruk ligt op herstel van schade en relaties tussen dader, slachtoffer en samenleving in plaats van op bestraffing alleen.
Sancties
Reacties van de overheid op strafbaar gedrag; bestaan uit straffen en maatregelen.
Straffen
Sancties die gericht zijn op leedtoevoeging aan de dader. Straffen kunnen voorwaardelijk of onvoorwaardelijk worden opgelegd.
Maatregelen
Sancties die niet gericht zijn op leedtoevoeging, maar op bescherming van de samenleving, voorkomen van criminaliteit of herstel van de rechtmatige toestand.
Hoofdstraffen
De belangrijkste straffen die een rechter kan opleggen: gevangenisstraf, Hechtenis, taakstraf en geldboete.
Bijkomende straffen
Straffen die de rechter kan opleggen náást de hoofdstraffen, bijvoorbeeld intrekking van het rijbewijs
Voorwaardelijke sanctie
Sanctie die alleen wordt uitgevoerd als de veroordeelde zich niet aan de opgelegde voorwaarden houdt.
onvoorwaardelijke sanctie
een straf die direct en daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd, zonder dat er een proeftijd aan te pas komt.
Belangrijke maatregelen
TBS, PIJ‑maatregel (jeugd variant van TBS), ISD‑maatregel, Onttrekking aan het verkeer, Schadevergoedingsmaatregel, Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
TBS
Maatregel voor daders met een psychiatrische stoornis, gericht op behandeling en bescherming van de samenleving.
PIJ‑maatregel
Jeugdvariant van TBS, bedoeld voor jongeren die behandeling nodig hebben om herhaling van criminaliteit te voorkomen.
Onttrekking aan het verkeer
Maatregel waarbij gevaarlijke of verboden voorwerpen, zoals drugs of wapens, definitief uit omloop worden gehaald.
Schadevergoedingsmaatregel
Maatregel waarbij de dader de schade van het slachtoffer moet vergoeden.
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
Maatregel waarbij opbrengsten uit criminaliteit worden afgepakt zodat misdaad niet loont.
Jeugdstrafrecht
Strafrecht voor minderjarigen waarbij opvoeding, behandeling en ontwikkeling belangrijker zijn dan bestraffing.
Adolescentenstrafrecht
Mogelijkheid om bij jongeren van ongeveer 16 tot 23 jaar te kiezen tussen jeugd- en volwassenenstrafrecht, afhankelijk van de persoon en het delict.
16 jarige die heel zwaar misdrijf pleegt -> krijgt volwassenenstrafrecht
20 jarige die niet zon zwaar misdrijf pleegt -> kan dat deze jeugdSR krijgt is verhoogd
Bestuursrechtelijke sancties
Sancties buiten het strafrecht, zoals bestuurlijke boetes in het verkeersrecht of milieurecht.
Disciplinaire maatregelen
Sancties die worden opgelegd binnen een organisatie of beroepsgroep bij overtreding van interne regels. Schorsing, ontslag, of uitsluiting van beroep bij overtreding van interne regels.
Voorwaarden voor effectieve straf
Onvermijdelijk (strafzekerheid); Onmiddellijk (strafsnelheid):
Strafzekerheid
De mate waarin een dader verwacht daadwerkelijk gestraft te worden na het plegen van een strafbaar feit.
Strafsnelheid
De snelheid waarmee een straf volgt op een gepleegd delict; hoe sneller de reactie, hoe groter het verwachte effect.
Onvermijdelijke straf
Ideale situatie waarin overtredingen altijd leiden tot een sanctie; in de praktijk beperkt door de strafrechtelijke trechter.
Onmiddellijke straf
Ideale situatie waarin een straf direct volgt op het delict; in de praktijk duren strafzaken vaak lang.
Wat werkt wel
Gepercipieerde pakkans, Behandeling, Verslavingsbehandeling, Cognitieve gedragsinterventies, Opleiding en scholing, Taakstraf, ISD‑maatregel
Wat werkt niet
Bajesbezoek, Korte gevangenisstraf, Gevangenisstraf zonder resocialisatie, Generale afschrikking,
Gepercipieerde pakkans
Het idee van een dader dat de kans om gepakt te worden groot is; blijkt effectiever dan zwaardere straffen.
Cognitieve gedragsinterventies
Trainingen die daders leren omgaan met impulsen, gedrag en denkpatronen; effectief bij het verminderen van recidive.
Punitiviteitskloof
De mening dat er over het algemeen te mild gestraft wordt.