Hoofdstuk 7: straffen en criminaliteit

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/62

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

63 Terms

1
New cards

Penelogie

bestudeert de doelstellingen van wettelijke (formele) straffen, de toepassing ervan in de praktijk en de uitwerking ervan op de gestraften zelf o op andere groepen zoals potentiële plegers van delicten.

2
New cards

Informele sancties

ongeschreven regels, niet wettelijk strafbaar gedrag; gaat in beperkte mate in tegen fundamentele rechten en vrijheden (ouders die kinderen huis arrest geven); Door scholen, ouders, werkgevers

3
New cards

Formele sancties

Het officiële antwoord op criminaliteit. Wettelijk strafbaar gesteld gedrag (legaliteitsbeginsel); Gaat in tegen fundamentele rechten en vrijheden; Door de overheid of rechtspraak

Politie, ovj, rechter

4
New cards

3 functies van penelogie

Beschrijven: hoe straffen we?: welke sancties en hoe gebruiken we die

Verklaren: Waarom straffen we?

Voorspellen: wat zijn de effecten van straffen?

5
New cards

nut van straffen bij klassieke school

afschrikking

6
New cards

nut van straffen bij positivistische cirminologie

beveiliging

7
New cards

nut van straffen bij Kritische criminologie

herstel i.p.v. straf

8
New cards

Strafdoelen

Vergelding;

Normstelling en -bevestiging;

Generale preventie;

speciale preventie;

beveiliging/onschadelijkmaking;

Resocialisatie;

Herstel van schade;

genoegdoening slachtoffer;

9
New cards

vergelding

strafdoel waarbij daad en schuld worden vereffend (hersteld) door leedtoevoeging. De dader heeft leed toegevoegd (iemand verkracht, iemand in elkaar geslagen) -> herstellen we door leed toe te voegen

Is meer een principe dan een objectief gevolg dat we kunnen meten

Diepgevoelde behoefte van mensen.

Kanalisering wraak, herstel rechtsorde.

10
New cards

Vergeldingsbehoefte

verlangen naar straf of vergelding nadat een persoon of de samenleving onrecht is aangedaan. hangt af van hoe goed geïnformeerd wij zijn.

11
New cards

Normstelling

Functie van het strafrecht waarbij door strafbaarstellingen duidelijk wordt gemaakt welk gedrag wel en niet is toegestaan.

12
New cards

Normbevestiging

Functie van het strafrecht waarbij het bestraffen van overtredingen bevestigt dat maatschappelijke normen nog steeds gelden.

13
New cards

Normstelling & normbevestiging

strafdoel waarbij We laten zien als maatschappij dat iets niet kan. Hoe hoger de straf -> hoe meer wij dat niet vinden kunnen.

14
New cards

De jure criminalisering

criminalisering volgens de wet. Het houdt in dat de wetgever een gedraging officieel strafbaar stelt door deze op te nemen in het Wetboek van Strafrecht.

15
New cards

De facto criminalisering

criminalisering in de praktijk. Dit gebeurt wanneer politie en justitie er in de realiteit actief voor kiezen om bepaalde gedragingen op te sporen en te vervolgen, ongeacht of die wet er net nieuw is of al heel lang bestond.

16
New cards

Generale preventie

strafdoel is Afschrikken van de gehele maatschappij.

bvb vroeger mensen waar iedereen het kon zien ophangen.

Je maakt hiermee de kosten duidelijk van criminaliteit

Het is lastig te meten

17
New cards

Exemplary sentences

te grote nadruk op generale preventie, kan contraproductief zijn -> verzet.

Je moet zoeken van een balans

18
New cards

Speciale preventie

strafdoel is Afschrikken van de dader.

Recidivepreventie. De kans dat de dader na de straf opnieuw in de fout gaat voorkomen. Door de dader te straffen zal hij er de volgende keer van af zien.

19
New cards

beveiliging/onschadelijkmaken

Strafdoel waarbij de samenleving wordt beschermd door daders tijdelijk of permanent uit de maatschappij te verwijderen, zodat zij geen nieuwe strafbare feiten kunnen plegen.

bvb ISD‑maatregel, Three strikes and you're out

20
New cards

ISD‑maatregel

Maatregel voor veelplegers waarbij zij maximaal twee jaar kunnen worden geplaatst om nieuwe strafbare feiten te voorkomen en de samenleving te beschermen.

21
New cards

Herstel van schade

strafdoel waarbij de gevolgen van criminaliteit voor slachtoffers of de samenleving zoveel mogelijk worden hersteld. Dit kan gaan om materiële schade (geld, spullen) en immateriële schade (emotionele of psychische schade).

bvb, taakstraf of HALT

22
New cards

Materiële schade

Schade die financieel kan worden vastgesteld, zoals gestolen, vernielde of beschadigde spullen.

23
New cards

Immateriële schade

Schade die niet direct in geld is uit te drukken, zoals verdriet, angst, pijn of psychisch leed.

24
New cards

Genoegdoening slachtoffer

Strafdoel waarbij het slachtoffer erkenning krijgt voor het geleden onrecht doordat de dader wordt bestraft en verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn gedrag.

25
New cards

Resocialisatie

Strafdoel waarbij de dader wordt begeleid en ondersteund om succesvol terug te keren in de samenleving en nieuwe criminaliteit te voorkomen.

26
New cards

Drie W's

Belangrijke voorwaarden voor succesvolle resocialisatie: Woning, Werk en Wederhelft.

27
New cards

Rechtvaardiging van straf

De vraag waarom de overheid bewust leed mag toevoegen aan iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd. Dit is een paradox: op een misdaad wordt gereageerd met het opleggen van extra leed.

Straf wordt gerechtvaardigd door absolute, relatieve of verenigingstheorieën.

28
New cards

paradox van straffen

iemand brengt schade toe -> wij gaan nog meer schade toevoegen

29
New cards

Absolute straftheorie

Straffen is op zichzelf gerechtvaardigd omdat een misdaad vergelding verdient. Het doel van straf is het herstellen van het gepleegde onrecht, ongeacht of de straf nuttige effecten heeft (doelmatigheid is niet aan de orde).

30
New cards

Talio‑principe

Vergeldingsprincipe waarbij de straf zoveel mogelijk overeenkomt met het gepleegde leed: "oog om oog, tand om tand".

31
New cards

kanttekeningen absolute straftheorie

Moeilijk vast te stellen hoeveel straf recht doet aan het gepleegde onrecht, weinig aandacht voor omstandigheden van de dader en risico op onmenselijke straffen.

we kunnen in NL absolute straftheorie niet uitvoeren (iemand vermoord -> Doodstraf (wij hebben geen doodstraf))

32
New cards

ontoerekeningsvatbaar

als een strafbaar feit door een psychische stoornis of verstandelijke beperking niet aan de dader kan worden verweten.

33
New cards

Relatieve straftheorie

Straffen is alleen gerechtvaardigd als het een nuttig doel dient, zoals het voorkomen van toekomstige criminaliteit.

(speciale preventie, generale preventie)

34
New cards

kanttekening relatieve straftheorie

Problemen zijn: onzekerheid over effectiviteit (what works?), sommige effectieve maatregelen zijn onaanvaardbaar (doodstraf, castratie), risico op ongelijke behandeling, spanning met proportionaliteit, preventief ingrijpen vóór nieuwe delicten, hoge kosten van behandeling en de mogelijkheid dat daders zonder recidiverisico nauwelijks straf krijgen.

35
New cards

Verenigingstheorie

Combinatie van absolute en relatieve straftheorieën waarbij straf zowel dient als vergelding voor het gepleegde onrecht als voor het voorkomen van toekomstige criminaliteit.

Absoluut: er wordt een strafmaxima vastgesteld. Relatief: er is keuze binnen de strafmaxima aan de hand van preventieve overwegingen.

36
New cards

Herstelrecht

Alternatieve benadering waarbij de nadruk ligt op herstel van schade en relaties tussen dader, slachtoffer en samenleving in plaats van op bestraffing alleen.

37
New cards

Sancties

Reacties van de overheid op strafbaar gedrag; bestaan uit straffen en maatregelen.

38
New cards

Straffen

Sancties die gericht zijn op leedtoevoeging aan de dader. Straffen kunnen voorwaardelijk of onvoorwaardelijk worden opgelegd.

39
New cards

Maatregelen

Sancties die niet gericht zijn op leedtoevoeging, maar op bescherming van de samenleving, voorkomen van criminaliteit of herstel van de rechtmatige toestand.

40
New cards

Hoofdstraffen

De belangrijkste straffen die een rechter kan opleggen: gevangenisstraf, Hechtenis, taakstraf en geldboete.

41
New cards

Bijkomende straffen

Straffen die de rechter kan opleggen náást de hoofdstraffen, bijvoorbeeld intrekking van het rijbewijs

42
New cards

Voorwaardelijke sanctie

Sanctie die alleen wordt uitgevoerd als de veroordeelde zich niet aan de opgelegde voorwaarden houdt.

43
New cards

onvoorwaardelijke sanctie

een straf die direct en daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd, zonder dat er een proeftijd aan te pas komt.

44
New cards

Belangrijke maatregelen

TBS, PIJ‑maatregel (jeugd variant van TBS), ISD‑maatregel, Onttrekking aan het verkeer, Schadevergoedingsmaatregel, Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

45
New cards

TBS

Maatregel voor daders met een psychiatrische stoornis, gericht op behandeling en bescherming van de samenleving.

46
New cards

PIJ‑maatregel

Jeugdvariant van TBS, bedoeld voor jongeren die behandeling nodig hebben om herhaling van criminaliteit te voorkomen.

47
New cards

Onttrekking aan het verkeer

Maatregel waarbij gevaarlijke of verboden voorwerpen, zoals drugs of wapens, definitief uit omloop worden gehaald.

48
New cards

Schadevergoedingsmaatregel

Maatregel waarbij de dader de schade van het slachtoffer moet vergoeden.

49
New cards

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

Maatregel waarbij opbrengsten uit criminaliteit worden afgepakt zodat misdaad niet loont.

50
New cards

Jeugdstrafrecht

Strafrecht voor minderjarigen waarbij opvoeding, behandeling en ontwikkeling belangrijker zijn dan bestraffing.

51
New cards

Adolescentenstrafrecht

Mogelijkheid om bij jongeren van ongeveer 16 tot 23 jaar te kiezen tussen jeugd- en volwassenenstrafrecht, afhankelijk van de persoon en het delict.

16 jarige die heel zwaar misdrijf pleegt -> krijgt volwassenenstrafrecht

20 jarige die niet zon zwaar misdrijf pleegt -> kan dat deze jeugdSR krijgt is verhoogd

52
New cards

Bestuursrechtelijke sancties

Sancties buiten het strafrecht, zoals bestuurlijke boetes in het verkeersrecht of milieurecht.

53
New cards

Disciplinaire maatregelen

Sancties die worden opgelegd binnen een organisatie of beroepsgroep bij overtreding van interne regels. Schorsing, ontslag, of uitsluiting van beroep bij overtreding van interne regels.

54
New cards

Voorwaarden voor effectieve straf

Onvermijdelijk (strafzekerheid); Onmiddellijk (strafsnelheid):

55
New cards

Strafzekerheid

De mate waarin een dader verwacht daadwerkelijk gestraft te worden na het plegen van een strafbaar feit.

56
New cards

Strafsnelheid

De snelheid waarmee een straf volgt op een gepleegd delict; hoe sneller de reactie, hoe groter het verwachte effect.

57
New cards

Onvermijdelijke straf

Ideale situatie waarin overtredingen altijd leiden tot een sanctie; in de praktijk beperkt door de strafrechtelijke trechter.

58
New cards

Onmiddellijke straf

Ideale situatie waarin een straf direct volgt op het delict; in de praktijk duren strafzaken vaak lang.

59
New cards

Wat werkt wel

Gepercipieerde pakkans, Behandeling, Verslavingsbehandeling, Cognitieve gedragsinterventies, Opleiding en scholing, Taakstraf, ISD‑maatregel

60
New cards

Wat werkt niet

Bajesbezoek, Korte gevangenisstraf, Gevangenisstraf zonder resocialisatie, Generale afschrikking,

61
New cards

Gepercipieerde pakkans

Het idee van een dader dat de kans om gepakt te worden groot is; blijkt effectiever dan zwaardere straffen.

62
New cards

Cognitieve gedragsinterventies

Trainingen die daders leren omgaan met impulsen, gedrag en denkpatronen; effectief bij het verminderen van recidive.

63
New cards

Punitiviteitskloof

De mening dat er over het algemeen te mild gestraft wordt.