1/24
Looks like no tags are added yet.
Adolescentie
Levensfase tussen kindertijd en volwassenheid, wanneer jongeren zich ontwikkelen tot zelfstandige participanten in de samenleving. Omvat ook psychologische, sociale en cognitieve ontwikkeling.
Puberteit
Biologische proces van geslachtsrijping en hormonale veranderingen.
Prefrontale cortex
Zone vooraan in het brein. Staat in voor plannen, impulscontrole en het overzien van gevolgen. Ontwikkelt trager.
Subcorticale hersengebieden
Zones onder de hersenschors, in het midden van het brein. Betrokken bij emoties, beloning en motivatie. Ontwikkelen vrij snel in de puberteit.
Executieve functies
Cognitieve sturinssysteem van het gedrag en het leren. Zorgen ervoor dat leerlingen niet alleen begrijpen wat ze moeten doen, maar ook in staat zijn om dit gepland, volgehouden en aangepast uit te voeren.
Werkgeheugen
Stelt de leerling in staat om informatie tijdelijk vast te houden en ermee te werken, bijvoorbeeld wanneer ze instructies moeten volgen, een probleem oplossen of nieuwe leerstof verbinen met voorkennis.
Inhibitie
Vermogen om impulsen en afleidingen te onderdrukken. Zowel zichtbaar gedrag als het mentaal onderdrukken van storende gedachten of emotionele reacties.
Cognitieve flexibiliteit
Vermogen om van strategie te veranderen wanneer een aanpak niet werkt, verschillende perspectieven in te nemen en nieuwe informatie te integreren.
Imaginair publiek
Adolescenten hebben voortdurend het gevoel dat anderen hen observeren en beoordelen, ook als dat niet zo is. Ze hebben het idee dat ze in het middelpunt van de belangstelling staan. Ze voelen zich hierdoor minder onbevangen en minder authentiek.
Hechting
De duurzame band tussen een persoon en belangrijke anderen. Belangrijke basis voor de emotionele en sociale ontwikkeling van jongeren.
Sensitieve responsiviteit
De mate waarmee een ouder of opvoeder de behoeften van een kind kan lezen en gepast reageert. Cruciaal voor veilige hechting.
Mind-mindedness
Het vermogen om je als opvoeder af te stemmen op de gedachten en gevoelens van het jonge kind.
Selectie (bij vriendschappen)
Adolescenten kiezen vrienden waarmee ze zaken delen. Leidt tot positieve bevestiging in een leeftijdsfase waarin ze hun identiteit ontwikkelen.
Socialisatie (bij vriendschappen)
Adolescenten zien hun vrienden als rolmodel en gaan elkaars gedrag overnemen. Kan zowel positieve als negatieve invloeden hebben.
Self disclosure
Adolescenten uiten hun persoonlijke gevoelens en gedachten bij vrienden. Gevoelens van onzekerheid en afhankelijkheid kunnen ontstaan uit angst dat de ander niet zorgvuldig omgaat met deze informatie.
Zelfconcept
Dimensies of categorieën waarin we onszelf zien. Evolueert veel doorheen de adolescentie
Zelfwaardering
De evaluatie van onszelf op verschillende domeinen of categorieën
Looking glass self theory
Adolescenten leren zichzelf te zien zoals ze denken dat anderen hen zien
Perspectiefinname
Adolescenten doen aan sociale vergelijking aangezien ze nu ook de informatie hebben van hoe anderen hen zien en hoe goed anderen ergens in zijn.
Identiteitsverwerving
Door exploratie en binding aan een keuze hebben jongeren keuzes gemaakt na een periode van zoeken. Gaat samen met meer zelfvertrouwen en psychologisch welzijn.
Voortijdige binding
Identiteitsontwikkeling zonder exploratie, maar met binding. Keuzes worden overgenomen van ouders of omgeving zonder ze kritisch te onderzoeken. Biedt tijdelijk zekerheid, maar kan later tot twijfel leiden.
Moratorium status
Actieve exploratie zonder vaste binding. Jongeren zoeken, twijfelen en experimenteren. Oogt onrustig, maar is een gezonde en belangrijke fase in identiteitsontwikkeling.
Identiteitsdiffusie
Geen exploratie en geen binding. Jongeren hebben weinig interesse in het maken van keuzes en laten dingen eerder op zich af komen. Kan gepaard gaan met lage betrokkenheid en onzekerheid.
kwetsbaarheidsverhogende factoren
Factoren die psychologische ontwikkeling (in de adolescentie) kunnen vertragen of negatief beïnvloeden. Bijvoorbeeld familiale conflicten, armoede, pestgedrag, onzekerheden …
protectieve factoren
Factoren die psychologische ontwikkeling (in de adolescentie) ondersteunen of verbeteren. Bijvoorbeeld goede vrienden, warme familie …