Vraag: Wat is een eenparige beweging?
Antwoord: Een beweging waarbij de snelheid constant blijft.
Vraag: Wat is een versnelde beweging?
Antwoord: Een beweging waarbij de snelheid toeneemt.
Vraag: Wat is een vertraagde beweging?
Antwoord: Een beweging waarbij de snelheid afneemt.
Vraag: Wat is rolwrijving?
Antwoord: De weerstand die ontstaat als een wiel over een oppervlak rolt.
Vraag: Wat is aquaplaning?
Antwoord: Wanneer een voertuig de grip verliest doordat er een laagje water tussen de banden en de weg zit.
Vraag: Waarom heeft een band met een goed profiel meer grip op een nat wegdek?
Antwoord: Het profiel zorgt ervoor dat water beter afgevoerd wordt, waardoor de band meer contact met de weg heeft.
Vraag: Wat is de wet van de traagheid?
Antwoord: Een voorwerp blijft in dezelfde bewegingstoestand (stilstand of constante snelheid) tenzij er een kracht op werkt.
Vraag: Waarom schiet een crash test dummy naar voren bij een botsing?
Antwoord: Door de wet van de traagheid wil de dummy zijn oorspronkelijke snelheid behouden.
Vraag: Waarom is de kracht op een pop in auto B kleiner bij een crash?
Antwoord: Auto B heeft een langere remweg door kreukelzones, waardoor de krachten geleidelijker worden verdeeld.
Vraag: Waarom blijft servies op tafel staan als je een tafelkleed snel wegtrekt?
Antwoord: Door de wet van de traagheid blijft het servies op dezelfde plek zolang er weinig wrijving is.
Vraag: Hoe moeten hoofdsteunen worden afgesteld?
Antwoord: Op hoofdhoogte, zodat het hoofd goed wordt opgevangen bij een botsing.
Vraag: Waarom schiet een autogordel eerst een paar cm naar voren voordat hij vastklemt?
Antwoord: Dit vermindert de kracht op de inzittende door de impact geleidelijk op te vangen.
Vraag: Noem twee voorbeelden van aandrijfkrachten.
Antwoord: Motorvermogen en spierkracht bij fietsen.
Vraag: Noem twee voorbeelden van remkrachten.
Antwoord: Wrijvingskracht en luchtweerstand.
Vraag: Welke vrachtwagen heeft een langere remweg: een lege of een geladen?
Antwoord: Een geladen vrachtwagen, omdat hij meer massa heeft en daardoor meer kracht nodig is om te remmen.
Vraag: Waarom heeft Tante Truus een langere remweg dan Ome Tijs? (2 redenen)
Antwoord: Slechtere banden, minder goede remmen, of een andere wegdekconditie.
Vraag: Noem 2 andere veiligheidsmaatregelen naast kreukelzones.
Antwoord: Airbags en veiligheidsgordels.
Vraag: Wat is de formule voor reactieafstand?
Antwoord: Reactieafstand = snelheid (m/s) Ă reactietijd (s)
Vraag: Wat is de formule voor stopafstand?
Antwoord: Stopafstand = reactieafstand + remweg
Vraag: Hoe bereken je de zwaartekracht (Fz) op een voorwerp?
Antwoord: Fz = m à g (massa à 9,8 m/s²)
Vraag: Hoe bereken je gemiddelde snelheid?
Antwoord: Gemiddelde snelheid = afstand / tijd
Vraag: Hoe reken je km/h om naar m/s?
Antwoord: Delen door 3,6 (bijv. 36 km/h = 10 m/s).
Vraag: Hoe reken je m/s om naar km/h?
Antwoord: Vermenigvuldigen met 3,6 (bijv. 10 m/s = 36 km/h).