FILOSOFIE SAMENVATTING .docx
Filosofie
Hoofdstuk 1: De oorsprong van de filosofie
Inleiding
Oorsprong filosofie + inhoud en indeling filosofie
- Filosofie komt van “filein” = houden van “sophia” = Griekse godin van de wijsheid (verassing => de meeste filosofie is verhaal v mannen)
- Vraag oorsprong filosofie kan op 2 manieren beantwoord worden
- zo oud als de mens zelf: iedereen die diepzinnige vragen stelt is filosofisch bezig
Plato: begint filo bij verwondering (=bron v zoektocht onszelf en wereld)
- Manier van denken in een bepaalde periode en binnen een bepaalde cultuur ontstaan
Deze cursus: vooral westerse filosofie
o ontstaan in streek rond Egeïsche zee in 6de eeuw V.C.
- Ontstaan door overgang mythos -> logos
mythos = wereldbeeld gebaseerd op mythen/goden, fantastische verhalen, (in alle culturen en tijden, domein: antropologen)
logos = fundering in rationele verklaring (door belang voor observatie & argumentatie => natuur uit natuur verklaard) en NIET door te verwijzen naar Goden en andere wezens en wisselende gemoedstoestanden
Nieuwe manier van denken en verklaren dan traditionele eerder mythische verklaringsmodellen)
- natuur wordt uit de natuur verklaard
- groter belang van (zintuiglijke) observatie
Hoe is deze sprong in ‘denken’ te verklaren?
- De mensen gaven een eigen vorm aan hun goden (Ethiopiërs maken hun goden zwart met stompe neuzen; de Thraciërs zeggen dat die van hun blauwe ogen en rood haar hadden), in werkelijkheid hebben de mensen nooit iets over de goden geweten en zullen dat ook nooit weten
- Verstedelijking
- Dichter Xenophanes
Mythos westerse cultuur:
o Ilias= paard v Troje door (Homeros : blinde schrijver)
- Odysseus= terugkeer naar huis, weg die je aflegt om jezelf terug te vinden tegen alle verlokkingen vh leven van (Homerus: blinde schrijver)
o Zondeval (O.T.) : uitdrijving uit Aards paradijs, gevolg v kennis en oordelen (oordelen: eten v boom kennis v goed en kwaad: uit continuüm gevallen en lijden ons lot)
Andere mythische wereldbeelden: Australische aboriginals, Afrikaanse herdersvolkeren, Indische Godenwereld
Logos in het Oosten:
o India: Upanishaden, Boeddha en Mahavira ( 2 figuren basis v jainisme en boedhisme)
o China: Confucius en Taoïsme door Lao Tse
Omschrijving en indeling van de filosofie
1. TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Veel omschrijvingen van wat filosofie is….
- filosoof Luciano de Crescenzo schreef duidelijke omschrijving
kernwoorden:
o Mens hoogste graad van beschaving door twee fundamentele disciplines: wetenschap en religie
o Filosofie tussen religie en wetenschap, afsplitsing 1543
- Komt overeen met overgang mythos -> logos
- Wetenschap= bestudeert de wereld vd fenomenen, d.w.z. wat objectiveerbaar, zichtbaar en meetbaar is, op zoek naar wetten en theorieën die fenomenen verklaren, terugdringing filosofie
- Domein: de materiële werkelijkheid
- Natuurfilosofie werd fysica (en later ook andere natuurwetenschappen en sociologie/psychologie)
- Religie= innerlijke dwang naar menselijke geest, zoekt naar iets absoluuts, “voorbij” zintuigen en verstand
- Domein: zingeving, waarden, bewustzijn
Twee belangrijke werken die visie mens en wereld veranderde:
- Over beweging vd hemelsferen (copernicus)
- Over de samenstelling vh menselijk lichaam (vesalius)
Francis Bacon
= aanzet ontwikkeling wet. Methodes
= begrippen inductie en experiment: basis v wetenschappelijke methodes, later uitmonden tot natuurwetten Newton, begin vd fysica
- DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Imannuel Kant (grote filosoof van de verlichting, 3 essentiële vragen):
- Wat kan ik weten? (ons denken)
- Wat moet ik doen? (ons handelen)
- Wat mag ik hopen? (onze verwachtingen)
➔ Kant brengt deze 3 tot 1 vraag: Wat is de mens?
Ferry (hedendaagse Franse filosoof) benoemt dit nog kernachtiger:
- Kennis: werkelijkheid
- objectieve feiten en richt zich op weten hoe objecten verschijnen en op elkaar inwerken
- Ethiek: rechtvaardigheid
- Wijsheid : heil/ geluk
- manier waarop we in het leven staan en omgaan met wisselvalligheden van het leven, vele culturen situeren in “hart”
- Kennis: werkelijkheid
- HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Filosofie = feiten en waarden
➔ huis van filosofie = gebouw met 2 verdiepen met telkens 3 kamers
Ontologische vragen: vragen naar het ‘zijnde’
Feiten = ‘dat wat is’ => ontologie (de leer van het zijn) = wereld, bovenwereld en mens
- kosmologie (wereld): vraagt naar oorsprong kosmos, natuur, krachten binnen die natuur
- Metafysica (bovenwereld): ‘boven de fysica’, stelt de vraag naar achterliggende principes (als dit achterliggende principe = god, spreekt men van theologie)
- (Wijsgerige) Antropologie (de mens): houdt zich bezig met wie ben ik en wat drijft mij, ging als wetenschap over in sociologie, psychologie, culturele antropologie en agogiek
Vragen naar de ‘drie waarden’
Waarden= oervormen van Plato: het goede, het ware en het schone
- Waarheid
o epistemologie of kennisleer = vragen over waarheid en kennis: ‘Wat is kennis?’ ‘Wat is waarheid?’ ‘Wat is het verschil tussen waarheid en mening?’
- Logica houdt zich bezig met ‘Wat is geldig redeneren?’
- Wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met grondslagen van de kennis van afzonderlijke wetenschappen. Methoden, grondstellingen, begrippen en doelen verhelderd en kritisch onderzocht
- Taalfilosofe behandelt ontstaan, ontwikkeling, betekenis en functie van taal en verband tussen taal en dingen en taal en denken
- Goedheid en rechtvaardigheid
o Ethiek onderzoekt het goede, vraagt wat goedheid en rechtvaardigheid is, of en hoe het goede kan gefundeerd worden, of normen en waarden een universele grond hebben, dan wel relatief zijn aan de mens en cultuur
- Sociale en politieke filosofie houdt zich bezig met de (rechtvaardige) samenleving ‘Hoe dient een rechtvaardige maatschappij te worden georganiseerd?’
- Rechtsfilosofie is apart vakgebied met vraag naar aard en oorsprong van recht en verhouding tot ethiek, deontologie/ plichtenleer, criminologie
- Schoonheid
o Esthetica houdt zich bezig met vraag naar wat schoonheid en kunst is
o Afgeleide deelgebieden: kunst- en cultuurfilosofie
De pre-socratische filosofie = filosofie voor Socrates
= weinig bewaard, eerste stappen naar nieuw soort denken
o vragen kosmisch geïnspireerd: oorsprong kosmos en principes van verandering
- 6de – 5de eeuw v. chr
THALES VAN MILETE
Beschouwd als ‘eerste filosoof’ want:
1. Eerste die complexe werkelijkheid terugbracht tot één beginsel of archè (reductionisme)
➔ Oorsprong van alles is water (alles ontstaat uit water en keert ernaar terug)
- Wiskundige stelling naar hem genoemd (evenwijdige rechten snijden evenredige stukken af: A/B = D/C) => hoogte piramides meten
- ‘Ken jezelf’ als fundamentele taak => zelfkennis vb: wie ben ik?
2. ANAXIMANDER VAN MILETE
Leerling van Thales
o Ging verder in op eerste beginsel
➔ het apeiron (het onbepaalde of onbegrensde) is het eerste beginsel waaruit alles voorkomt
o Eerste overgeleverde kosmogonie = verklaring voor ontstaan en evolutie van wereld, gebaseerd op de dynamiek tussen de 4 elementen (water, aarde, lucht en vuur)
o Eén fragment bewaard: “Waaruit de bestaande dingen hun geboorte hebben, daarin vinden ze ook hun ondergang, zoals het hoort; ze geven elkaar immers recht (díkè) en boete voor het onrecht (adikía), overeenkomstig de verordening van de tijd"
= beschrijving verandering in wereld in termen van rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid = menselijke termen
3. PYTHAGORAS
Begrip philosophos ontworpen: persoon die blijft nadenken tot hij het weet
o Stelling van Pythagoras: a2 + b2 = c2
o Vertrouwdheid met reken- en meetkunde deed hem inzien dat achter deze complexe wereld een ander soort
‘perfecte’ wereld besloten ligt, uit te drukken in getallen
o Via getallen en onderlinge verhoudingen kan men de wereld vatten en in kaart brengen o Voor Pythagoras: kosmos = geordend geheel
o Geloofde in reïncarnatie van de ziel, leefde in commune
4. PARMENIDES EN HERAKLEITOS
Twee tijdgenoten die tegenover elkaar geplaatst worden maar getuigen van zelfde diepe inzicht dat er maar één realiteit is
Parmenides:
- Centraal: vraag naar het zijn (ontologie)
- “Alles (Het Zijn) is 1 en onveranderlijk” al het tijdelijke verschijnt en verdwijnt in het eeuwige Zijn
Vb: metafoor computerscherm
Herakleitos:
o Vertrekt vanuit de voortdurende wording of verandering i.p.v. onveranderlijke o Logos = de voortdurende verandering, symbool: vuur
o Bijnaam ‘de Duistere’ door diepe uitspraken
- “Alles vloeit”
- “Je kunt nooit tweemaal in dezelfde rivier stappen”
- “Oorlog is de vader van alles”
o Gelijkenissen met Chinese Taoïsme = voortdurende wisselwerking yin en yang
5. DEMOCRITOS
Eerste filosofische materialist
o Alles bestaat uit ondeelbare partikels: atomos
- werkelijkheid terugbrengen tot ondeelbare deeltjes
o Materialistische visie: werkelijkheid terug te voeren tot materiële basiseenheid
Filosofie binnen het hoger onderwijs
- Algemeen=> Verruimende en transformatieve kracht van filosofie
- Reflectieve practitioners: zelfreflectie bij handelen/beslissen is een cruciale competentie als je met mensen werkt
- Mentale kracht, ‘geneeskunde van de ziel’, bereiken van geluk of onverstoorbaarheid
• Zingeving
- Nuttige vaardigheden op vlak van spreken, kritisch denken, argumenteren, morele keuzes
- Basisvaardigheden op valk van zelfreflectie, pluralisme, openheid, burgerschap en praktische wijsheid
Ken jezelf: Gnothi Seauton
- “ken jezelf”, boven de ingang orakel Delphi
- Kwamen met brandende vragen
- Navel vd wereld, symbool omphalos/ navelsteen
- Bestond al voor het jaar 1000 V Chr.
- Pas belangrijk heiligdom door Apollo (zonnegod) in 700 v. Chr
- Later god Dionysos 3maanden per jaar bewaking overnemen
- Zieneres die antwoorden V apollo ontving
Tal v interpretaties:
- Zelfkennis belangrijk voor nemen v goede beslissingen
Vb: koning Kroisos vroeg aan orakel of hij moest aanvallen en zei dat hij een groot rijk zou vernietiging, dat ging ook zo zijn maar hij kende zen eigen beperkingen niet en overschatte zichzelf
- Aansporing tot zelfreflectie & inschatten v eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en gebreken + beter met wisselvalligheden omgaan
Hoofdstuk 2: Socrates en de sofisten – over universalisme en relativisme/ waarheid
Situering
- 5de eeuw V. Chr: nieuw thema de mens
- Centrum filosofie: Griekse eilanden => stadstaat Athene
- Gouden eeuw van Pericles, democratie
De sofisten
- RONDTREKKENDE LERAARS
- rondtrekkende leraars filosofie boden diensten aan, tegen betaling aan welstellende jeugd met ambitie voot politiek
- sofistés (beoefenaren van wijsheid)
o Pragmatisch ingesteld = kennis komt op eerste plaats en moet bruikbaar zijn in praktijk
o Voor politici in spe: overtuigingskracht en redeneervermogen belangrijk
- focus op kunst van spreken (grammatica), argumenteren (dialectica) en overtuigen (retorica)
Sofisten voor het eerst onderscheid tussen….
- natuur (physis) = datgene wat zich vanzelf ontwikkelt
- nomos datgene dat door de mens is gemaakt = wet, traditie en gewoonte
- voorlopers nature & nurture (discussiepunt)
Gewoonten, tradities en waarden verschillen van streek tot streek
- conclusie sofisten: niemand kan zomaar beweren dat zijn eigen tradities en waarden enige juiste zijn
- centraal thema = relativering van traditionele waarden, regels en tradities
- er bestaat geen absolute waarheid: waarheid die voor iedereen geldt
2. PROTAGORAS: DE MENS IS DE MAAT
Protagoras = belangrijkste sofist
- Leerling van Democritos: nam materialistische kijk op aard van kosmos over
- ‘De mens is de maat van alles’ = relativisme (→ elke uitspraak = relatief en wordt gerelateerd aan persoon die het zegt)
- bij gebrek aan absolute maatstaf, bepaalt elke mens op zichzelf wat goed, juist of waar is
vb. Herfstdag in Athene: Zweedse bezoeker heeft het warm, Egyptenaar heeft het koud → beiden spreken de waarheid en die is relatief
Protagoras en de sofisten: agnostisch en sceptisch
o Agnostisch: gaan niet in op metafysische vragen
- ‘van de goden weet ik niets, niet dat ze bestaat en evenmin dat ze niet bestaan’
- niet atheïstisch: beweert dat god niet bestaat
o Sceptisch: geen absolute zekerheden
- ‘over elke zaak bestaan twee opvattingen, die tegenover elkaar staan’
3. KRITIEK VAN PLATO OP DE SOFISTEN
Socrates en Plato kritiek op sofisten
- Relativistische houding gepaard met meer openheid dan absolutistische
- Als waarheid relatief is: kunst om anderen te overtuigen heel belangrijk
- verpakking belangrijker dan waarheid zelf vb; fake truth en post truth
- Soms zo nuchter dat het cynisch overkomt vb: sofist Callicles stelt rechtvaardigheid gelijk aan het “recht van de sterkste”
- Geen algemene standaard: waarheid afleggen tegen misleidingen manipulatie => macht belangrijke factor
o Plato: wel een absolute fundering van de grote waarden
- sofist en sofisterij kregen negatieve bijklank
- synoniem voor drogreden NL:niet zozeer wijs, sluw, spitsvondig
Sofisten: sterke punten
o Voorlopers humanistische stroming
o Tegen slavernij ( in periode het als normaal werd beschouwd), egalitair opstellen
o Beschouwden zichzelf als wereldburgers en reageerden tegen adellijke privileges van Atheners t.o.v. vreemdelingen
Socrates
- SOCRATES, DE ‘HORZEL’
o tijdgenoot van de sofisten
o liet geen geschriften na, alles wat we weten van hem via leerling Plato (grote waardering voor hem), dialogen
o Leven:
- Volgens Plato zo lelijk als de nacht maar innerlijk de mooiste en zuiverste mens die bestaat
- Leven niet te doen om geld of aanzien
- Zijn vrouw Xantippe niet akkoord dat hij geen geld binnenbracht
- Beklemtoonde dat hij niets anders kon doen dan wat hij deed, gedreven door zijn innerlijke dwang
(daimon) , dieper graven op zoek naar waarheid & atheners bewust maken v foutieve oordelen
Filosofie is sociale activiteit, een gesprek tussen twee of meer mensen op zoek naar waarheid (meningen/vermoedens – kennis – inzicht)
- “Athene is als een traag paard, ik ben de horzel die haar wakker schudt”
- “Het enige dat ik weet, is dat ik niet weet” (volk denkt dingen te weten maar eigenlijk weten ze niks enkel meningen overgenomen v anderen + basishouding v niet-weten is de enigste manier om tot nieuwe inzicht te komen)
2. DE SOCRATISCHE GESPREKSVOERING
Specifieke methode om tot inzicht te komen = socratische methode of socratische gespreksvoering
o Efficiënt om samen nadenken te faciliteren + tot nieuwe inzichten komen
- Essentieel => onnauwkeurige formuleringen en discussies te doorzien en vervangen door betere
o Noodzakelijk: goede vragen formuleren (één goede vraag beter dan honderd antwoorden)
- Blijven doorvragen – tegenvoorbeelden zoeken
- Socrates vergeleek zijn manier van vragen met vroedkunde (maieutiek)
- Zoals een kind ter wereld komt, zo komt de waarheid naar buiten
- Net zoals een vroedvrouw een kind verlost, verlost diegene die de vraag stelt de andere van verkeerde opinies en vage vermoedens
Goede vragen zorgen ervoor dat men de waarheid o ontdekt (letterlijk ‘het deksel wegnemen’)
o herkent (‘opnieuw kennen’ “aha”)
o inziet (‘naar binnen kijken’)
➔ Socrates: “aangeboren kennis” we weten alles al maar door meningen etc. verdoezeld. Door goede vragen te stellen lossen we versluiering op vb; vraagstuk oplossen door slaaf met geen wiskundige kennis door juiste vragen te stellen
<-> veel zaken wel aangeleerd en ingeoefend: vb: taal, vaardigheden, methodieken…
‘ontleren’ door inzetten v onderscheidingsvermogen, socrates gebruikte dat om foute meningen en vermoedens te ontkrachten en zo tot waarheid te komen
- Waarheid vorm die bestaat ‘los’ vd mens, één waarheid, de absolute waarheid => universalisme en absolutisme
In tal van dialogen laat Plato Socrates discussiëren met verschillende notabelen en andere personen uit Athene o veinst onwetendheid en dwingt toehoorder tot omschrijving van mening, een bepaalde stellingname
o weerlegt mening via aanbrengen van een situatie waarbij stelling niet opgaat
o toehoorder ontwerpt nieuwe stelling door zijn omschrijving aan te passen
o Socrates ontmaskert deze opnieuw
o Beiden komen erop uit dat ze niet weten
o Negatieve outcome? Zelf tot verder denken aanzetten & beseffen dat je verkeerd en onwetend was
3. MENSBEELD
Socrates zelf niets opgeschreven maar Plato veel dialogen met hem in
Twee dialogen met Socrates in hoofdrol en illustratie mensbeeld van waaruit hij vertrok:
Het Symposion over Eros Symposion of ‘drinkgelag’
o Loflied op de god van Eros
- Socrates vertelt dat hij zijn inzicht ontving van priesteres Diotima van Mantinea
➔ openbaarde hem dat al het menselijk streven gevolg is van verlangen naar het Schone, verbinding, geluk en onsterfelijkheid
- Verlangen op 2 manieren vervuld:
- Erotische of zinnelijke liefde
- Streven naar de ware eros of de vereniging met het Absolute
- “want wie naar het schone streeft, die wil haar voor altijd bezitten”
- Geestelijke liefde (eeuwig)
- Platonische liefde: liefde niet lichamelijk geuit maar gwn in gedachte
De Phaedo over dood en onsterfelijkheid
o De laatste momenten van Socrates’ leven
- Onsterfelijkheid van de ziel: zielen gaan uit lichaam en stijgen op
o Hoe lichter ziel hoe hoger opstijgen en Absolute mogen aanschouwen, en hoe meer inzicht meenemen naar volgend lichaam (carnatie)
o Bij nieuwe geboorte geheugenverlies maar wel hunkering/verlangen naar iets of iemand (sterker bij de een)
o Bij Socrates: hunkering = daimon
Zijn dood:
- Aanklacht
- bederven van de jeugd
- goddeloosheid
o veroordeeld tot drinken gifbeker en weigert te vluchten (aanvaard lot)
o blijft cool t.o.v. zijn dood
Thema: waarheid
- “een dictatuur van het relativisme dreigt de onveranderlijke waarheid over de natuur van de mens te verduisteren, zijn bestemming en zijn uiteindelijke goedheid”
- “We stevenen af op een dictatuur van het relativisme die niets erkent als zeker en die als hoogste doel heeft het eigen ego en het eigen verlangen”
– paus Benedictus op kritiek op relativisme dat onze tijd kenmerkt
- Voor relativist geen absolute grondbeginsel voor iedereen, gevolg? Eigen profijt
Maw: zonder GOD geen gebod (iedereen stelt eigen criteria op die in eerste instantie via eigenbelang)
- Zelfde kritiek v Plato op sofisten
Kinderen van Apate:
- Apate = godin van bedrog
- Essay van Alicja Gescinska over de rol van filosofie in post-truth tijden (objectieve feiten < emoties)
- “wie het luidst roept en geschikte kanalen weet te vinden op roep te versterken lijkt ‘waarheid’ te kunnen maken
- Tijd van alternatieve feiten, nepnieuws (fake-truth), anti-wetenschap, trollen, desinformatie en complottheorieën
- Trump en de bestorming van het Capitool in januari 2021
- Er is een verschil tussen ‘er is geen absolute waarheid’ en ‘mijn waarheid klopt en de anderen zijn bedriegers’
Geschinka:
= bedrog & misleiding v alle tijden, allemaal kinderen v Apate
= maatschappelijke polarisatie toegenomen, elke pool overtuigd vh eigen Grote Grlijk
= de leugen niet tegendeel v waarheid maar tegendeel v waarachtigheid, oprechtheid en authenciteit
Waarheid: feitelijk (waar/onwaar) waarachtigheid: ethische term
= politici moet die waarachtigheid cultiveren en eigenbelang, gerichte misleiding, manipulatie en verspreiding v desinformatie achterwegen laten
= leugens bestrijden? => checken v feiten, elkaar v ‘aangezicht tot aangezicht’ tegemoet te treden op een oprechte & authentieke wijze
Universalimse, relativisme en waarachtigheid
Zoeken naar waarheid…
- Paus Benedictus: oorzaak relativisme v zijn tijd
- Geschinka: polarisatie, verschillende waarheden geen uiting v relativisme maar uiting v ‘ik weet de waarheid en jullie zijn bedriegers’
Aanpak probleem:
- Paus Benedictus: herstel vh geloof in absolute grond, aansluiting Plato
- Geschinka: herwaardering vd grote vragen & deugden waarachtigheid, oprechtheid en authenciteit, aansluiting Socrates
Gelijkenissen Benedictus & Geschinka:
- Eigenbelang regeert, zoektocht naar waarheid geen betekenis
Universalisme | Relativisme |
o Absolute waarheid, gefundeerd in….
o Voordelen
o Nadelen
| o Relatieve waarheid:
o Nadelen
‘alles is relatief’
|
TUSSENWEG: PLURALISME
- En-en-houding
o Basis van democratie
- Aanvaardt en stimuleert bestaan verschillende overtuigingen naast elkaar
- Onderhandelen over gehanteerde/te hanteren maatstaven
o Universele rechten van de mens
- Belang van communicatie, negotiatie (overleg, dialoog)
Waarachtigheid: de deugd waarmee we allen op zoek gaan naar universele bron v mens zijn + dat ons allen verbindt en dat elke vorm v eigenbelang overstijgt. Die bron ‘God’ noemen zoals Benedictus is niet meer nodig.
Ken jezelf: ik weet dat ik niets weet
verschillen in werk v vroedvrouw…
1) ik verlos mannen, niet vrouwen
2) onderzoekt de geest die zwanger is, niet het lichaam
Belangrijke strategie: aporie (= alle oordelen achterlaten en vertrekken v een houding v niet weten)
Zorgt voor… open blik & laat niet toe dar aannamen ons onderzoek naar waarheid vertroebelen
Maieutiek: methode v vragen stellen => grote revival door Nelson & Heckmann => toenemende gebruik in onderwijs vb: Socrates op de speelplaats, hulpverlening, politiek en bedrijfswereld
Geen antwoorden in mond leggen, zelf laten uitzoeken
Normale verhouding leerling- leermeester omgekeerd
Nelson noemde het regressieve abstractie: vertrekt v feitelijke ervaringsoordelen en onderzoek je van daaruit de aannamens en principes die hierachter zitten => v concrete naar abstracte
Hoofdstuk 3: De grot van Plato – over de aard van de werkelijkheid
Situering
- bloeiperiode klassieke filosofie
o Athene, 4de eeuw v.C.
- Aristocratie bedreigd (de elite/ de beste), Plato was hier deel van
(Plato leerling van Socrates en Aristoteles leerling van Plato)
o De school van Athene (schilderij)
- Plato: houdt “Timaeus” vast (abstract metafysisch werk met spirituele inhoud) en wijst naar boven
- Aristoteles: houdt “Ethica” vast, handpalm wijst naar aarde en voeten stevig op de grond
- verwijst naar verschil metafysicus en man van de praktijk
- Typische citaten van Plato:
- “Slecht is de vulgaire minnaar die meer het lichaam lief heeft dan de ziel”
- “Filosofie begint met verwondering”
- “Het goede kennen is het goede doen”
- Plato’s werk
- 35 dialogen (gesprekken tussen Atheense burgers van allerlei slag over allerhande (filo) thema’s, waartussen eigen ideeën weeft)
- Eigen school: De Academie
- Eerste systematische en volledig samenhangend filosofisch systeem
- Eerste waarvan alle kennis bewaard is gebleven
- “de westerse filosofie is te beschouwen als een reeks voetnoten op Plato” – Whitehead
- Niet akkoord met relativisme van de sofisten (te waardevrij) , hun leerstof heeft geen doel/ fundament
- Verzet zich tegen onderscheid physis en nomos, tegen antropocentrisme
- Zijn hele filosofie => poging om oude waarden terug te krijgen en herstellen
- Zoektocht naar absolute maat die zich bevindt in een orde boven de mens
Zijn en schijn
1. DE WERELD VAN DE VORMEN
- Plato’s Vormenleer: alles wat we hier waarnemen is een afspiegeling van de ‘Ideale’ Vormen of Ideeën
➔ volmaakte Vormen bestaan in => een eeuwige en onveranderlijke ‘wereld’ buiten ruimte en tijd
- Verwant aan zijnswereld Parmenides & getallenwereld pythagoras
o Verstandelijk kenbare wereld = een wereld puur geestelijk van aard
o Zintuigelijk waarneembare wereld = met zintuigen waar te nemen
- dingen die we waarnemen onvolmaakt, tijdelijk en beperkt
vb. verschil beide werelden a.d.h.v. eenvoudig wiskundige vorm
(Alle driehoeken die we waarnemen zijn volkomen uniek, maar geen enkele is volmaakt of zal blijven bestaan, We kunnen wel een perfecte driehoek bedenken, we betreden de wereld van meetkunde, De wereld waarin perfecte driehoeken bestaan noemt Plato de Vormenwereld)
- verband wiskunde & fenomenale wereld door Einstein: “How can it bet hat mathematics, being after all a product of human thought wich is independent of experience, is so admirably appropriate to the objects of reality?”
Volgens Plato herkennen we objecten omdat ze een afspiegeling zijn van een Ideale Vorm en kwaliteiten van Ideale
Kwaliteit
- Paard herkennen omdat het een afspiegeling is van ideale paard
- Iemand is rechtvaardig omdat zijn gedrag uiting is van de vorm Rechtvaardigheid
Plato blijft vaag over manier waarop zichtbaar waarneembare wereld verbonden is met verstandelijk kenbare wereld, zegt dat ze “deelhebben aan elkaar” → allegorie van de grot
verstandelijk kenbare wereld
- volmaakt
- onveranderlijk (zijn van Parmenides)
- eeuwig (tijdloos)
- oneindig (onbeperkt)
- via verstand inzicht bereiken
zintuiglijk (of zichtbaar) waarneembare wereld
- onvolmaakt
- verandert voortdurend (worden bij Herakleitos)
- tijdelijk
- beperkt
- Via de zintuigen te ervaren
- DE ALLEGORIE VAN DE GROT
= beschreven in dialoog ”de staat”
Allegorie = lang uitgesponnen verhalende metafoor
- Gevangenen geketend
- Voorwerpen verschijnen als schaduwen, gespiegeld door licht van laaiend vuur
o Een enkeling bevrijdt zich uit de grot
o Hij ziet (het licht van) de Zon en gaat er heen
o Hij herkent de zon als bron, als ultieme realiteit
- Deze enkeling wil inzicht delen met gevangen, maar die snappen hem niet (en willen hem doden)
Zon staat symbool voor het Absolute (waar-goed-schoon), =bewustzijn
o Zon is licht en geeft licht, dankzij de zon ‘zien’ we verschijnselen
o Zon = Het Goede, De Rechtvaardigheid, De absolute Waarheid
o Dikaiosune = het hoogste inzicht (rechtvaardigheid of gerechtigheid), Volgens Plato: “de oorzaak v alles wat goed en schoon is” + “datgene wat waarheid en inzicht bezorgt”, in allegorie symbolisatie blik op zon
o licht als symbool voor waarheid (bewust zijn van, beseffen, kennen)
= zintuigelijk waarneembare wereld is een gevangenis & de tocht naar boven is een bevrijding: biedt een uiteindelijk inzicht in verstandelijk kenbare wereld vd Ideale vormen
= de werkelijkheid is niet zoals ze lijkt, er is een weg tot inzicht maar moeilijk om dat over te brengen
= De absolute werkelijkheid voor Plato is niet de uiterlijk waarneembare werkelijkheid want die verandert voortdurend
= tot inzicht komen in Vormenwereld is het hoogste dat de mens kan bereiken, symbolisatie: zon
Kennisleer en ethiek
- DRIE SOORTEN VAN WETEN:
Plato onderscheidt drie niveaus van weten:
1. Meningen en vage vermoedens of onwetendheid: laagste niveau
• hiertegen reageerde Socrates
- Redenerende verstand of redelijk denken (logos; grieks ratio:latijn ): niet hoogste inzicht maar wel weg naartoe
• ontdoen van onwetendheid, valse overtuigingen en meningen om dichter bij hoogste inzicht te komen
- Inzicht in de Absolute Realiteit of hoogste Vorm (nous): hoogste niveau
- komt overeen met aanschouwing van de Zon, hoogste vorm in allegorie vd grot, wijsheid die priesteres Diotima aan Socrates openbaarde
- ligt ‘voorbij’ het denken
2. ETHIEK: ‘HET GOEDE KENNEN IS HET GOEDE DOEN’
Plato’s filosofie samenvatten met: Gerechtigheid = Goedheid = Waarheid = Schoonheid
- waarden onderling inwisselbaar, ondanks dat ze op andere domeinen van onze ervaring bevinden
- Gerechtigheid en goedheid: over hoe we met anderen omgaan
- Waarheid: over weten en kennen
- Schoonheid: over beleving van de wereld
MAAR: inwisselbaar omdat ultieme inzicht op alle 4 tegelijk manifesteert
- Socrates kende de waarheid én was goed én was (innerlijk) schoon
- De Eros in symposion is de drang naar het Schone maar zelfde drang als naar het Goede en het Ware (inzicht in het ene valt samen met inzicht in de andere twee)
Daarom kan Plato Socrates ‘het goede kennen is het goede doen’ laten zeggen
o Als je tot inzicht komt dan handel je van daaruit en is er geen kwaad meer
o Plato ontkende niet dat er verlangens zijn die ons tot onaanvaardbaar gedrag aanzetten, wel dat hoogste inzicht = pure goedheid MAAR is voor weinigen weggelegd
Mensbeeld en politiek
- MENNER EN PAARDEN: VISIE OP DE MENSELIJKE ‘ZIEL’
Plato’s dialoog: Phaedrus
o Plato onderzoekt verhouding tussen rede en gevoel
o Vergelijkt ziel met gevleugelde paarden en een menner
- Menner (filosofen, regenten):
kennende aspect (Rationeel deel of het verstand) & deugd = wijsheid (prudentie)
- Witte makke paard (soldaten, wachters):
willende deel & deugd = moed en standvastigheid
- Zwarte weerspannige paard (boeren, handwerklui):
verlangende deel & deugd = vermogen om maat te houden
o Een ziel geleid door zwarte paard veel minder kans om glimp op te vangen van het ‘wezenlijke’ dan door witte
- onwetendheid worden door emoties gedreven en komen nooit tot inzicht
- taak Menner: beide paarden in toon te houden & harmonie
2. MENSBEELD EN POLITIEKE UTOPIE
- Plato geloofde dat ideale samenleving mogelijk was en politiek erop gericht moest zijn via opvoeding tot deugdzame burgers met elk zijn ‘rechtmatige’ plaats
- Opvoeding gebaseerd op drie hoedanigheden of aspecten van de ziel
- In dialoog Politeia schets ideale maatschappijvorm = eerste utopie (droombeeld van ideale wereld) van een staatsmodel
➔ filosofiestaat: er zijn drie standen die overeenkomen met de zielsgebieden
- Kennende deel (hoofd)
- Willende deel (hart)
- Verlangende deel (onderbuik)
Zielsdelen | Deugden | Politiek |
Rationeel | Wijsheid → | Filosofen (regenten) |
Willend | Moed → | Soldaten en wachters |
Verlangend | Maat → | Boeren en handwerklui |
- Boeren en ambachtslui moeten opgevoed worden naar matigheid, zijn onwetend en gedreven door verlangen en materieel gewin
o Soldaten en wachters moeten opgevoed worden tot moed en standvastigheid , veiligheid garanderen
o Filosofen moeten opgevoed worden naar wijsheid
➔ deugden ondergeschikt aan hoogste deugd: rechtvaardigheid, gesymboliseerd door zon (allegorie van de grot)
Hoogtse stand bereiken? => goede opvoeding wan toekomstige leiders moeten de beste zijn, op grond v kennis v ware aard dingen
- Plato: maakte onderwijssysteem waardoor meest begaafden kunnen doorstromen naar leider-filosoof
- Regeringsvorm: sofocratie => superieur tov democratie, tirannie,…
Sofocratie: een regering van wijzen
Plato: poging om Sicilië tot ideale staat te vormen, mislukt → nieuwe poging: systeem van wetten, belonen en straffen = gesloten samenleving
De drie guna’s in de Katha upanishad (boek)
o Gelijkaardig beeld van menner en paarden o De drie guna’s (hoedanigheden)
- Sattva: het aspect ‘ik ben’, ‘ik besef’, ‘ik ervaar’ (mezelf en de wereld)
- Rajas: het actieve – ‘ik kom in actie’, ‘ik doe’
- Tamas: het fixerende of klevende – ‘ik hecht me aan iets’, ‘ik verlang’
Thema: De aard van de werkelijkheid
- Plato probeerde het Zijnde = één en onveranderlijk (Parmenides) en common sense (wereld verandert voortdurend) te combineren
- wat is de aard van de werkelijkheid?
- René Descartes: werkelijkheid bestaat uit materie en geest
- filosofisch probleem: hoe zijn deze met elkaar verbonden?
- David Chalmers: “the hard problem van de filosofie” – vertaling: hoe kunnen materiële processen in de hersenen besef of bewustzijn genereren? (drie antwoorden mogelijk):
- Bewustzijn is een illusie (materialisme)
- Bewustzijn en materie bestaan naast elkaar - maar hoe verbonden? (dualisme)
- Materie is een illusie en alles is bewustzijn (idealisme)
- Materialisme of realisme:
- alles terug te voeren tot materie (Democritos eerste: alles bestaat uit ondeelbare atomos)
- “We zijn ons brein” – Dick Swaab en “Ik ben een lichaam”
- Geestelijke zaken reduceren tot materiële processen van chemische en fysische aard
- Geen religie
- Voor strenge materialisten: bewustzijn is een illusie (vb: Dennet, Swaab)
- Dualisme:
- materie en geest twee gescheiden substanties “we zijn een ik dat denkt en een lichaam heeft”
- René Descartes
- Wel ruimte voor spiritualiteit & religie
- Geest komt overeen met subjectiviteit & materie met objectieve werkelijkheid daarbuiten
- Idealisme of spiritualisme:
- bewustzijn fundamentele werkelijkheid
- geestelijke vormen essentieel en materiële illusoir, alles wat is, wordt ‘gekend’ en speelt zich af in onze/DE geest
- Wereld bestaat uit God (oneindige geest), eindige geesten & ideeën van eindige geesten
- Wat we materie, lichaam & wereld noemen = verschijnselen in de geest (worden nooit los vd geest ervaren)
- Later: George Berkeley: “immaterialisme”, Kant & Hegel
➔ Plato: zowel idealistisch als dualistisch
Nietzsche: “Christendom is platonisme voor het volk”
o Gelijkenissen:
- Dubbele wereld: De ideale wereld van Vormen/ de hemel waar God vertoeft VS zintuigelijk waarneembare wereld
- Het Goede = God , zon= zoon Christus
- Absoluut metafysisch beginsel dat zich buiten ruimte en tijd begint, Alpha Omega
- God VS hoogste vorm: dikaiosune
- Eeuwige ziel en weg naar ‘boven’
- Het lagere (stof) en het hogere (geestelijke) = ‘het lichaam is de kerker van de ziel’
- Idee van bevrijding/verlossing (door tot inzicht te komen of te geloven)
o Verschillen
- Inzicht versus geloof
- Klemtoon op wijsheid vs. (naasten)liefde
- Cyclisch (ziel blijft reïncarneren) vs. eschatologisch (wereld op weg naar einde der tijden en ziel wacht na dood op wederopstanding)
Ken jezelf: de verschijnselen verduisteren de waarheid
Uitspraak: dialoog “de republiek”
- Allegorie vd grot: laat duidelijk verschil zien tussen waarheid & onwetendheid of verschijnselen
- Interpretatie: onderscheid tussen absolute waarheid en de relatieve wereld vd verschijnselen, tussen zintuigelijke en verstandelijk kenbare wereld
DUS…. Metafoor verwijst naar het absolute inzicht in de fundamentele aard vd kosmos e, mens die je terugvindt in verschillende non-duale (niet-twee) tradities in de wereld
- Dit zie je in een aantal tradities terug, elke ontwiddelde haar eigen wegen tot bevrijding, ééén vd wegen steeds radicaal zelfonderzoek vb: wie ben ik?
- Doel dergelijke vragen: keren de normale manier v kijken om, want we houden ons niet bezig met deze vragen (met de ‘ojecten’ die in het bewustzijn verschijnen), we zijn wel bezig met de vraag ‘waarin’ de verschijnselen voorkomen
- Alles wat we kennen zijn de schaduwen in de grot, drm stellen we nooit de vraag waar die verschijnselen vandaan komen => identificeren ons met schaduwen
- Zonder de zon zou er niets zijn, hetzelfde met bewustzijn (is bewust v zichzelf en schenkt de verschijnselen hun bestaan)
- Besef pas buiten de grot
- Ken jezelf: kan ook betekenen => ik ben waarin alles verschijnt en ben zelf geen verschijnsel. Ik ben de waarheid en het licht. Ik ben dat.
Hoofdstuk 4: De teleologie van Aristoteles – over doelen en zingeving
Situering
- Geboren in Stageira (vader was arts -> normaal in voetsporen treden)
- Orakel adviseerde hem om filosofie te studeren → ging naar Athene
o Leerling van Plato, bijnaam: de lezer (las met een metalen bal in hand, als hij in slaap viel viel die bal en werd hij wakker)
- Grote drang om te leren
o Startte eigen school: Lyceum
o Leraar van Alexander de Grote
- Bleef de bron van ‘wetenschappelijke’ kennis tot Renaissance
o Stier in ballingschap (veroordeelt: collaboratie & godslastering)
Citaten:
- “De natuur doet niets zonder doel”
o “De mens is een politiek/sociaal dier”
Hilomorfisme: de vorm zit ‘in’ de dingen
1. DE VORM IN DE DINGEN
o Maakt net als Plato onderscheid twee componenten van de werkelijkheid
- Materie
- Vorm
o Vorm zit IN de dingen, niet buiten zintuigelijke waarneming zoals Plato’s Vormenwereld
➔ vorm van paard geen afspiegeling van een ideaal Paard, vorm van paard bevindt zich in elk paard
- DE TELEOLOGISCHE VISIE: ENTELECHIE
Entelechie: alles streeft ernaar haar inherente doel en vorm te bereiken
Telos = doel (let op: teleologie verschilt van theologie!)
- teleologie = doelenleer: het doel van elk object/wezen fungeert als soort van trekkende kracht
Centraal in Aristoteles’ visie op mens en wereld: oorzaak en doel
o Doeloorzaak (eindoorzaak) = eigenlijke doel waarvoor iets is gemaakt
- vb. onderdak, bescherming van een huis
o Formele oorzaak = plan of ontwerp van iets
- vb. plan van een huis
o Materiële oorzaak = materiaal waaruit iets is gemaakt
- vb. bakstenen van een huis
o Bewegende oorzaak = diegene die het maakt, in gang houdt of aandrijft
- vb. bouwvakkers aan een huis
Alles terug te voeren tot een eerste oorzaak = Onbewogen Beweger (of God)
- Aristoteles beschrijft wereld en wezens als systeem van met elkaar verweven oorzaken en doelen
o alle stoffelijke streeft ernaar haar inwendige vorm te ontplooien en doelen te realiseren
o inwendige vorm fungeert als een plan en plan = een doel of telos waarnaar elk ding/wezen streeft
Dus… plan=doel=telos
Aristoteles filosofie => teologie= doelenleer
Entelechie= principe waarin alles streeft naar het realiseren v zijn doel
Doel van de mens: volwaardig mens worden
Doel en functie te maken met redelijk deel (ledematen etc. zelfde functie als dieren, niet specifiek aan mens )
Redelijk deel mens =
o technè (praktisch weten)
- poièsis
- praxis
o theoria (zuiver theoretisch weten)
- zie volgende pagina
- TRAPSGEWIJZE OPBOUW VAN DE NATUUR
Indeling natuur als hiërarchie van doelen
→ trapsgewijze opbouw van zuivere stof (levenloos) naar zuivere Vorm (Onbewogen Beweger)
- Levenloze dingen (zuivere stof): kunnen niet uit zichzelf veranderen
– doel = rust
Vb: steen streeft ernaar om stil te liggen
- Levende wezens: kunnen we uit zichzelf veranderen
– vorm = “ziel”
- Planten (voeding, groei & voortplanting = vegetatieve ziel)
- Dieren (voortbeweging, zintuigen en goesting = dieren- of affectieve ziel)
- Cognitieve ziel: rationeel, verstandelijke vermogens vb: mens
- Passieve mensenziel (technè/ praktische kennis): vermogen om waar te nemen en omgeving te veranderen
o Poièsis: vervaardigen van iets met een duidelijk bepaald doel, activiteit stopt bij bereiken doel
(vb. iets maken)
o Praxis: handelen zonder extern doel, doel ligt in handeling zelf (vb. een spel spelen) = aristoteles: leven om te leven (praxis)!
- Actieve mensenziel (theoria): onze hoogste gave, nadenken over en inzicht krijgen in werkelijkheid, maakt vd mens een onderzoeker, plezier om te weten, zuiver weten zoals goden weten
(theoria: : een weten om te weten (zonder nut of doel), een ‘zuiver’ weten, een weten zoals God weet)
- Onbewogen beweger (zuivere vorm): de eerste oorzaak, datgene dat alles wat bestaat in beweging zet
Einddoel mens?
o Menselijke vorm of innerlijke potentie volledig realiseren o Het leven te leven en daarin tot bloei te komen
o m.a.w. te leven om te leven en te weten om te weten
o volledig opgaan in verwezenlijking van innerlijke potentie is de bron van geluk of eudaimonia
Ethica: deugdenleer
Ethica één van Aristoteles’ belangrijkste werken
o zelfverwezenlijking neemt centrale positie in, mensen streven van nature naar deugdzaamheid
o deugdzaam leven = gelukt leven, goed mens = gelukkig mens
- deugden zijn niet in Vormenwereld, ze zijn aanwezig in gemeenschap waar je opgroeit
- EUDAIMONIA (letterlijk: door een goede geest bezield zijn)
o Vertrekpunt van deugdenleer: alle mensen streven naar eudaimonia
o Eudaimonia = geluk en heeft betrekking op slagen, bloeien, lukken of floreren
o Bereiken wanneer je je kwaliteiten kunt ontplooien (niet materialistisch: luxe, roem)
- ETHISCHE EN INTELLECTUELE DEUGDEN
o Deugden zijn na te streven kwaliteiten die ons in staat stellen goed te handelen
- Aristoteles maakt onderscheid: ethische deugden/karakterdeugden en intellectuele deugden
- Karakterdeugden = kwaliteiten waarmee we verlangens en emoties in goede zin kunnen inzetten
- Intellectuele deugden = kwaliteit van onderscheid kunnen maken, te weten wat geschikte manier is om doel te bereiken theoretisch verstand en vermogen om af te wegen van belang
- Zelf nadenken niet gewoon na-apen “volwassen mens handelt niet zomaar goed maar begrijpt ook…”
o Deugd leren door te oefenen: ethiek = kwestie van leren, oefenen en opvoeding
Verschil tussen waarden, normen en deugden:
- Norm = gebod of verplichting – het gaat om naleven, om afdwingen
- Normenethiek: “Wat mag, wat moet, wat mag niet?”
o Waarde = wat jij belangrijk/ waardevol/ behoorlijk vindt - het gaat over ernaar leven, ertoe opvoeden
- Waardenethiek: “Op welke waarden baseer ik mijn handelen?”
o Deugden = waarden die je hebt verinnerlijkt en bereikt – het gaat om eigenschappen die ons in staat stellen juist/goed te handelen
- Deugdenethiek: “Wat voor mens wil ik zijn?”
3. DEUGDENLEER: DE WEG VAN HET MIDDEN
Vraag: Hoe kunnen we die deugden herkennen en ontwikkelen?
➔ Aristoteles: elke deugd bevindt zich in het juiste midden van twee uitersten
Overmoed | Dapperheid | Lafheid |
Gierigheid | Vrijgevigheid | Spilzucht |
Overmaat | Maat/gematigdheid | Onthouding |
Elke samenleving eigen visie op welke deugden belangrijker/waardevoller zijn
Kardinale deugden => Aristoteles
- Bedachtzaamheid/ praktische wijsheid, rechtvaardigheid, zelfbeheersing, moed/ standvastigheid
- Zelfde 4 bij Plato
- Jongeren minder aangesproken door deugden dan ouderen, normaal want leeftijd brengt ervaring, inzicht & wijsheid
4. HET BEGRIP CATHARSIS
Catharsis = morele zuivering/loutering van de ziel als gevolg van inleving (in de problematiek van anderen)
o Emotionele betrokkenheid, empathie t.o.v. personage maakt ons meer mens & raakt onze ziel
=> Bijvoorbeeld bij bijwonen goed toneelstuk/film (je identificeren met tragiek v personage), het leven van een boek , film bekijken,…
Martha Nussbaum: wijst op belang en noodzaak v goede vb. om onze morele gevoeligheid en ons oordeelvermogen aan te scherpen
Politiek: de mens is een politiek dier
Aristoteles beschouwt mens als een “politiek” of “sociaal dier”
o Mens functioneert best in polis (stadstaat)
- Doel staat= is garanderen van goede en gelukkige leven (eudaimonia)
- Doel politici= burgers opvoeden tot deugdzame mensen met als uiteindelijk doel iedereen ontwikkelen voor wat is weggelegd voor hen
- Economie (huishouden) ondergeschikt aan politiek
- Welke staatsinrichting beste is, hangt af van de situatie: Aristoteles is veel praktischer/pragmatischer dan
Plato die ideale staatsvorm oppert
o Verschil met kapitalisme: doel is daar economie, politiek ondergeschikt
Thema: over doelen en zingeving
Winnie de Poeh: Waarom “zoemen” de bijen? => om winnie aan te geven waar de honing is zodat hij voedsel heeft
= elke mens geneigd om achter alles een bedoeling te zoeken
- Verband tussen doel en zin/betekenis van het leven?
- Is er een bedoeling?
- Aristoteles: alles streeft ernaar zijn inherente doel te verwezenlijken
- Wetenschap? → nieuwe wetenschap bant alle doelen uit natuur, alles is toeval vb. Darwin: snelheid luipaard niet om te jagen maar door survival of the fittest
- Heidegger: “sein zum tode” = zinloosheid van het leven
- Camus: Mythe van Sisyphus - Sisyphus gestraft door goden, moet zwaar rotsblok op steile helling dragen, telkens bijna boven rolt rotsblok weer naar beneden
- Transcendente en immanente doelen
- Transcendente = zin op het ‘hogere’ geprojecteerd, zoals hiernamaals vb: religie
- Immanente = te vinden in leven zelf, kleine gelukjes zoals liefde, kinderen, kleinkinderen etc.
- Doelen blijven belangrijk, zonder: voelen we ons stuurloos en loopt depressie om de hoek
- Vraag is als we de drang naar doelen niet te ver hebben gedreven, want sommige komen vanzelf goed als je er aand8 aan geeft
Samenvatting Aristoteles deugdenleer:
- Deugdzaamheid is voorwaarde tot geluk (eudaimonia)
- Deugden zijn reeds aanwezig in de samenleving en worden via opvoeding aangeleerd
- Combinatie van theorie (inzicht) en praktijk (oefening):
- Deugden moet je je eigen maken, je moet ze oefenen: “Het is eenvoudig goede daden te verrichten, maar het is niet eenvoudig om deze daden tot vaste gewoonten te maken.”
- Daarnaast dien je zelf na te denken en niet gewoon na-apen “Een volwassen mens handelt niet zomaar goed en deugdzaam als een welopgevoede hond, maar begrijpt ook…”
- Onderscheid tussen karakterdeugden en intellectuele deugden
- Het juiste midden
- Catharsis
Ken jezelf: de deugd is het midden tussen 2 uitersten
= kernkwadrantenmodel Ofman
- Een kwaliteit zit net zoals een deugd in het midden v 2 uitersten, tussen valkuil-allergie
- Kracht v model => toelaat om analyse te maken v zaken waar je tegenaan botst en die om te zetten in een uitdaging waarmee je aan de slag kunt gaan
Hoofdstuk 5: De Tuin van Epicurus – over geluk
Situering: de hellenistische en romeinse periode
- Hellenistische periode: Rijk van Alexander de Grote (culturele centrum verschuift van Athene naar Alexandrië)
- Burgers hadden nauwelijks grip op machten & klachten v politiek
o Daarna Romeinse periode: val Romeinse Rijk in 476
- Academie van Plato en Lyceum van Aristoteles blijven bestaan maar komen nieuwe scholen en stromingen bij
o Filosofie meer beschouwd als manier om geestelijk gezond te blijven en gemoedrust te vinden
- gelijkenissen met globalisering: tijdens onzekere tijden -> aand8 voor ‘goede leven’
Het epicurisme
- EPICURUS
o Afkomstig van Griekse eiland Samos
o Beïnvloed door Cynici: herkende hierin zijn eigen onvrede t.o.v. maatschappij die verloederde en hypocriet was
o Richtte een soort commune op: de Tuin → autarkisch (onafhankelijk) bestaan, inclusief kweek eigen groenten
- Ook vrouwen en slaven in groep
- Aan de poort: “Welkom vriend, hier is hedonè (genot) het hoogste goed
o Andere uitspraken:
- “pluk de dag”
- “leef verborgen” => zo weinig mogelijk sociale verplichtingen op hals
- Modern; laat goden links liggen en volgt atoomleer (alles herleiden tot materie)
o Bijzondere aandacht voor genot bezorgde hem veel kritiek
• “epicuristisch” nog steeds bijklank van levensgenieter
2. KOSMOLOGIE: MATERIALISME
o Op kosmologisch vlak aanhanger van atoomleer van Democritos
➔ aarde terug te voeren tot ondeelbare deeltjes of atomen
o Heel nuchtere (niet atheïstische) benadering van God en godenwereld
- Goden bemoeien zich niet met mensen
- Goden bestaan uit erg vluchtige atomen: etheratomen
3. LEVENSKUNST
- Benoemt zijn leer als ‘geneeskunde van de ziel’
➔ haar taak om oorzaak ongeluk, angst en verdriet bloot te leggen en remedie aan te reiken o Mensen gedreven door zoektocht naar geluk en afkeer van pijn
o Centraal concept: hedonè = genot (in NL te negatieve connotatie)
• voor Epicurus is het gelijk aan afwezigheid van pijn op lichamelijk vlak en naar innerlijke gemoedsrust/onverstoorbaarheid op geestelijk vlak
Hedonisme = ethische strekking die streven naar plezier/genot als hoogste goed beschouwt
O verkeerd begrepen; niet het toegeven aan alle behoeften die opkomen
- Wel met mate genieten van de goede dingen des levens, zonder dat het te veel moeite kost vb: goed gesprek met vrienden
o onderscheid natuurlijke en noodzakelijke behoeften
vb. natuurlijke en noodzakelijke behoeften: voedsel, onderdak, kleding
natuurlijke behoefte: basisbehoeften
noodzakelijke behoefte: veroorzaken lichamelijk of psychisch lijden indien onvervuld (primaire behoeften + zie verder)
➔ Naast bovenstaande basisbehoeften ook 3 andere noodzakelijke en natuurlijke behoeften
Vriendschap
- Epicurus: “Van alle middelen tot volledig levensgeluk die de wijsheid ons verschaft, is het verwerven van vriendschap verreweg het belangrijkste.”
- “Enkel wolven eten alleen”
- Vrienden aanvaarden ons zoals we zijn en bevestigen onze identiteit
- Vriendschap houdt ook risico’s in, zoals misbruik van vertrouwen en smart als een vriend iets ergs overkomt
o “Vriendschap bevindt zich tussen egoïsme en opoffering”
autonomie en autarkie (genoeg aan zichzelf)
o “We moeten ons bevrijden( vrijheid) uit de gevangenis van het dagelijkse leven en de politiek”
- Eigen moestuin (onafhankelijkheid)
- “jezelf” kunnen zijn (geen verplichtingen)
- cfr. huidige tendens tot “onthaasting”
(Tijd voor) reflectie en bezinning
- Men kan niet genieten als we niet verstandig leven
- Niet alleen aan geluk denken maar ook manier om met angst om te gaan
o Twee fundamentele angsten
- angst voor de dood
- Epicurus: we mogen ons geen zorgen maken over de toekomstige ‘toestand’, moeten verblijven in het heden
- “Als ik ben, is de dood niet, als de dood er is, ben ik niet”
- angst voor de (straf van) goden
- Epicurus: goden hebben geen invloed in dit universum, ze bemoeien zich niet met de mensen
- angst voor de dood
➔ sleutel tot geluk: basisbehoeften, vrienden hebben waarmee je kan reflecteren over de dingen des levens en je vrij voelen
Thema: geluk
- MAAKT GELD GELUKKIG?
Verhaal van koning Midas
- Midas vindt Silenus dronken langs de weg en helpt hem op de been
- God Dionysos wil Midas belonen: “zorg dat alles wat ik aanraak verandert in goud”
o Ook zijn voedsel (en kind) verandert in goud
- Om de betovering te verbreken, wast hij zich in de rivier die geel kleurt
➔ associatie: geluk met materiële welvaart sterk in ons brein veranderd
- Dus rijkdom alleen maakt niet gelukkig
o Maatschappij gefocust op geld: geloven dat alles te koop is
o Geld nodig voor basisbehoeften MAAR maakt meer geld ons gelukkiger?
o Bruto Nationaal Product: welvaart wordt uitgedrukt in geld (BNP), hoe hoger hoe meer ontwikkelt een land
o Wat met geluk?
- De Human development index en Quality of life index:
= ook rekening houdend met levensverwachting, onderwijs, levenskwaliteit
- Zwitserland op 1, België op 29
- De Happy planet index van Nic Marks als alternatief (neemt ook duurzaamheid mee, naast geluk en levensverwachting):
- 2015: Costa Rica op 1, eerste Europese land is Noorwegen op 12, België staat op 87
- VERSCHILLENDE BETEKENISSEN VAN GELUK?
o Hedonisme (Epicurus): geluk als hedonè is de afwezigheid van pijn en ellende en mogelijkheid om van kleine dingen te genieten
- Eudaimonisme (Aristoteles): samenvallen met datgene waarvoor we gemaakt zijn => zelfverwerkelijking of zelfrealisatie, vervulling van je potentie (o.a. Aristoteles, Maslow,…): geluk hangt samen met jezelf ontwikkelen, met je “inherente” vorm/doel bereiken (elitair)
- Beiden= geluk is iets dat je kan en moet bereieken als een bepaalde voorwaarden is voldaan
- Afwezigheid van verlangen of verwachtingen (Stoïcijnen en boeddhisten): frustratie (stoïcijnen) en verlangen
(boeddhisten) zijn de wortels van lijden/oorzaak van verstoord gemoed
o Hoogste inzicht in ‘rechtvaardigheid’ dikaiosune (Plato): mens die tot inzicht komt in aard van de werkelijkheid en zichzelf
- Het utilitarisme: een ethiek gebaseerd op meetbaar geluk
- Mensbeeld: twee principes
▪ Streven naar geluk
▪ Afkeer van pijn/lijden
- Is “het goede” meetbaar? Ethiek van rekensommen volgens principe: het grootste geluk voor het grootste aantal mensen
3. EEN GEDACHTE-EXPERIMENT: DE ‘ERVARINGSMACHINE’ VAN NOZICK
- Robert Nozick: Amerikaanse filosoof (1938-2002)
- “experience machine” = gedachte-experiment dat in vraag stelt of geluk wel belangrijkste intrinsieke doel is van mens
- veronderstel een methode die op kunstmatige wijze het opperste geluk kan laten ervaren: Zou je ervoor kiezen om aan dergelijke machine geplugd te worden en te blijven?
- Volgens Nozick zouden de meeste mensen dat niet doen omdat we dan immers onze zelfbepaling en autonomie verliezen
➔ zelfbepaling voor veel mensen belangrijker dan geluk
- Hiermee stelt hij de ‘theorie’ van het hedonisme met het streven naar geluk als belangrijkste menselijke drijfveer in vraag
Vb: the matrix (rode of blauwe pil)
Ken jezelf: leef verborgen
Gelukkig zijn? => ontdoen v/e schadelijke levenswijze
- Als we ons niet goed voelen in bep. Situatie => normaal dat we ons terug trekken en in verborgenheid gaan leven
- Één vd belangrijkste voorwaarden tot geluk = privé, onopgemerkt leven ver van politiek en publiek toneel
- Ons leven: een wandeling in natuur, goed boek, vakantie,..
- Recente poging om vraag naar geluk te beanrwoorden: Quality of life model v Shalock en Verdugo => evaluatie vd levenskwaliteit v mensen met beperking
- Sociale participatie = vriendschap
- Onafhankelijkheid = vrijheid
- Geestelijk welbevinden = reflectie
Hoofdstuk 6: De stoïcijnen en het lot – over vrijheid
Situering
o Stoïcisme: filosofische levensleer die streeft naar gelijkmoedigheid en onverstoorbaarheid
o Grondlegger: Zeno van Citium
- Verloor al zijn schepen en zette hem aan het denken
- ‘iets stoïcijns’ nu opgenomen als: niet door emoties laten overspoelen
- Verkondigde leer onder geometrisch gestructureerde stoa= zuilengang (werd naam van zijn school)
- Kritiek op Epicurus: genot is iets negatief
o Stoïcisme grote invloed binnen Romeinse rijk (aanhangers: keizer Marcus Aurelius, Cicero en Seneca en slaaf Epictetus)
- erg invloedrijk op jonge christendom
- onderwezen in leger VS; zo weten hoe ze met niet verw8e gebeurtenissen om moeten gaan die veel schade veroorzaken => veel succes in militaristische maatschappijen
- stiff-upper-lip houding (toont standvastigheid bij tegenslagen & zelfbeheersing bij uiten v emoties) => typisch Engelse bovenklasse, afkeer v genot en de idee dat de mens via zijn verstand aan God is verwant
Beroemde Stoïcijnse citaten:
o Marcus Aurelius: “De aanleiding van woede is vaak veel minder erg dan haar gevolgen.”
o Epictetus: “De mens wordt niet verward door feiten, maar door de interpretatie van die feiten”
o Seneca: “Het lot leidt de gewillige en sleept de ongewillige mee”
o Seneca: “Het rijkst is wie het minst verlangt”
Het Stoïcisme
1. KOSMOLOGIE: PANTHEÏSME
- Kosmos is levend en bezield= pantheïsme (dus geen atoomtheorie)
- Ontstaan uit vuur, waaruit de andere elementen ontstonden (lucht, water en aarde) en zo de wereld
- Aansluiting leer Herakleitos
o Logos = “de goddelijke levensadem” , – achterliggende eenheid van tegenstellingen
- Menselijke logos en goddelijke logos zijn gelijk: “God en geest, logos en Zeus zijn één”
- Levende wezens bezitten Logos en alles is deel van of behoort tot de Ene goddelijke Logos
Pantheïstisch wereldbeeld: Alles is God
- God doordringt de materie als subtiele adem of pneuma
o Goddelijke is immanent in al het zijnde (en niet transcedent zoals in Christendom)
Alles is uit oervuur voortgekomen en zal weer ten onder gaan in ultieme wereldbrand
- Logos wordt gesymboliseerd door adem (pneuma) en door vuur (cfr. symboliek van de “heilige geest” en ook de Apocalyps (alles keert terug naar vuur)
Leven geen zinloos spel van atomen
- Alles doordrongen van goddelijk principe (vuur = levensadem = Logos = Rede = Lot)
- Wereld = organische geheel, ‘een alomvattend, met rede begiftigd levend wezen’ dat alles volgens welbepaald goddelijk plan laat gebeuren
- Toeval bestaat niet: alles wat gebeurt, moest gebeuren
2. ALLES IS BEPAALD, HET LOT BEPAALT
Determinisme = alles dat gebeurt, ligt op voorhand vast
- Alles is bepaald door het lot in een voortdurende keten van oorzaak en gevolg
o Vrijheid is een illusie
Lot mooi geïllustreerd door beeld van Dame Fortuna
o In rechterhand: cornucopia of hoorn des overvloeds
In linkerhand: roer of rad, dat ze naar eigen goeddunken plots van richting kan veranderen
o Lot is niet moreel: beloont niet en straft niet, blijft onverschillig over ons leven
lot aanvaarden => geestelijke rust, zinloos om tegen te vechten
Goddelijke Logos = menselijke Logos (menselijk vermogen om te kennen)
➔ via de rede het goddelijke leren kennen en leren wat te veranderen is en wat niet
Hoe beter je de keten van oorzaak en gevolgen kent, hoe ‘vrijer’ je bent
Een voorbeeld? als je weet dat het zal regenen ben je ‘vrijer’ dan als je dat niet weet – je wordt niet door de regen verrast
Amor Fati = liefde voor het lot
3. LEVENSKUNST
- Zin van het leven ligt in zoektocht van mens naar overeenstemming met zichzelf
- Kosmos en maatschappij bieden niet veel zekerheid → volledig teruggeworpen op zichzelf
o Hoe? Door te leven in overeenstemming met natuur (dus de natuur kennen)
- Wie zich niet verzet tegen de aard van de dingen, zal zielenrust = apatheia (letterlijk: emotieloos) vinden
- Niet emoties onderdrukken maar ze gewoon aan je voorbij laten gaan (het negatieve is er toch, of je het nu wilt of niet)
- Negatieve emoties zoals woede, verdriet, frustratie => gevolg v verkeerde kijk op werkelijkheid, is de botsing van verlangen op de muur van de werkelijkheid
o Fatalistisch?
- Fatalisme: zich schikken naar het Lot
- Dit is een stap verder, stoïcisme: verander wat je kan veranderen, aanvaard wat je niet kan veranderen
Thema: vrijheid
- Epicurus: vrijheid noodzakelijk voor geluk
- o Stoïcijnen: deterministisch wereldbeeld
• Vrijheid = inzicht dat alles noodzakelijk gebeurt zoals het gebeurt, hoe meer je weet hoe vrijer
vb. als je weet dat het gaat regenen, kan je je ernaar gedragen
- Wilsvrijheid vs. handelsvrijheid: ‘ben ik vrij in mijn handelen of niet?’ vs. ‘kan ik ander willen dan ik wil’
- HANDELINGSVRIJHEID EN WILSVRIJHEID
Handelingsvrijheid
- Soort waar Epicurus over spreekt
- Vrij in onze handelingen (vb. weinig verplichtingen)
o Zeggen wat ik denk/wil, ook handelingsvrijheid! = vrijheid v meningsuiting
Wilsvrijheid
- “is wat ik wil vrij of is wat ik wil bepaald?”
- Als we niet iets anders kunnen willen dan we willen, dan ligt alles op voorhand vast
- Alles wat we kiezen, voor een deel bepaald door opvoeding, genetische aanleg, vroegere ervaringen en omgevingsfactoren
- We denken dat onze eigen geïnternaliseerde verplichtingen (soms geweten noemen) echt onze verlangens zijn maar beïnvloed door vroeger
- Kies ik zelf op wie ik verliefd word? Kies ik zelf aan wat ik denk?
o Stoïcijnen: deterministisch standpunt i.v.m. wil (oorzaak-gevolg)
• Een leeuw kan niet ineens gras gaan eten
- Bij mens ook?
Extern perspectief | Intern perspectief |
Als we kijken naar ons eigen handelen: weinig verschil met de leeuw ➔ deterministisch | We kiezen zelf tussen koffie of thee, fruitsap of bier etc. Duidelijk besef dat er een tweede optie is, en je die ook kan nemen ➔ zelfs als alles bepaald is, we ervaren vrije wil van binnenuit |
2. VRIJHEID EN VERANTWOORDELIJKHEID
Werkveld: kunnen mensen met mentale beperking of dwangneurose, kinderen, dementerende bejaarde, verslaafden etc. anders handelen dan ze doen?
Visie op vrijheid dicht tegen verantwoordelijkheid
- Iemand vrij is ook verantwoordelijk voor zijn handelen: kan daarop worden aangesproken (bij misdaad en schuld)
- Iemand zonder keuze: vrij van schuld = wilsonbekwaam ➔ ontoerekeningsvatbaar
o Gedetineerden vs. geïnterneerden
zonder vrije wil valt verantwoordelijkheid weg, en drm ook schuld en ons gehele systeem v straffen
2 visies op vrije wil= 1) vrijheid is de essentie vd mens, het onderscheid ons v dieren 2) vrijheid en determinisme samen kunnen gaan (compatibilisme)
Compatibilisme: vrijheid van de mens en determinisme gaan samen, kunnen naast elkaar bestaan
- SPINOZA EN LIBET OMTRENT VRIJE WIL
Vrije wil is een illusie: determinisùe
Determinisme uitgelegd door Spinoza: mens vergelijken met denkende steen
“Stel u nu voor dat de steen terwijl hij in beweging is, weet dat hij alle mogelijke pogingen doet om in beweging te blijven. Deze steen, die zich slechts van bewust is dat hij zich inspant, zal beslist denken dat hij vrij is en dat hij zijn beweging slechts stopt omdat hij dat wenst. Dat is de aard van de menselijke vrijheid.”
Bevestigd door Libet via experiment waarin moment van handelen (duwen op een knop) wordt vergeleken met moment waarop we ons bewust zijn van feit dat we handelen
o Bewustzijn van actie treedt halve seconde op nadat de hersenen (onbewust) een impuls verstuurden
➔ eerst hersenactiviteit en daarna bewuste besluit
Determinisme is niet automatisch fatalistisch: Spinoza was een voorvechter v vrijheid v meningsuiting en vond onaanvaardbaar dat iemands denken door een ander zou worden beheerst
4. HET LIBERALISME
Liberalisme = politiek-maatschappelijke stroming met menselijke vrijheid als uitgangspunt, ontstaan: Verlichting o Vrijheid van mens heilig zolang die anderen hun vrijheid niet beperkt
o Economisch vlak: vrije markt en weinig inmenging van overheid
één vd essentiële waarden v Franse revolutie & onafhankelijkheidsverklaring VS
Ken jezelf: het zijn niet de feiten die ons in verwarring brengen maar de interpretatie vd feiten
- RET: rationeel-emotieve therapie, is een vorm v cognitieve gedragstherapie ontwikkelt door Ellis
- gebaseerd op Epictetus uitspraak: “het zijn niet de feiten die ons in verwarring brengen maar de interpretatie vd feiten”
- 3 stappen => A= activerende oorzaak, B= bril of overtuiging waarmee je kijkt naar situatie, C= consequentie/ gevolgen
- A is NOOIT de oorzaak van C, dat is altijd B: de gebeurtenis kan je niet veranderen, die zijn wat ze zijn, maar je moet aanvaarden wat er gebeurd is, zo kan je beseffen dat je situatie niet kunt aanpassen maar wel de interpretatie
- Verband met apatheia, v stocicijnen: niet oordelend of veroordelend
- Onvoorwaardelijke acceptatie ( basishouding RET, niet oordelend of veroordelend met jezelf, een ander of de situatie)
Epictetus: het is wat het is
Hoofdstuk 7: Michel de Montaigne, kind van de Renaissance – over reflectie Situering: de middeleeuwse filosofie als ‘dienstmaagd’ van de religie
o tussenperiode: de middeleeuwen
- Christendom ten volle bloei => dominante godsdienst en levensleer in Europa
- Verschil antieke & christelijke denkers: Goddelijke niet meer kosmische orde, maar neemt gedaante aan van een persoon (christus)
- “het woord (logos) is vlees geworden”: goddelijke manifesteert zich in persoon van Christus, die wereld komt getuigen van goddelijke waarheid
- Naastenliefde wordt belangrijker dan harmonie (en zelfrealisatie)
o Schepping en einde der tijden i.p.v. cyclisch wereldbeeld
- Nederigheid en geloof (filosofie aan ondergeschikt en in dienst van religie)
o Middeleeuwse wijsbegeerte opgedeeld in 2 perioden
- De patristiek
- Periode van kerkvaders of patri
- Boegbeeld: Augustinus
- “confessiones” (belijdenis, bekentenis): filosofie als introspectie
- Verbindt de leer van Plato en neoplatonisme met de leer van de Kerk (verzoenen)
- Idee van erfzonde en hiernamaals
- “Heb lief en doe wat je wil”
- Een goed leven is een leven volgens Gods wil
- De scholastiek
- Intellectuelen onder impuls van “vrijgestelden” (scholas = ‘vrije tijd’)
- Boegbeeld: Thomas van Aquino
- Waarheden van wetenschap (Aristoteles en Averroës), rede en geloof zijn gelijk: komen beide van God
- Wel op verschillende manier tot stand: geloof begint bij God en rede bij schepping
- Belangrijk om met rede bestaan van God te bewijzen (‘weten om te geloven, godsbewijzen)
- De patristiek
De Renaissance of wedergeboorte van de oudheid
Renaissance/wedergeboorte (van de klassieke oudheid) = overgangsperiode in Europese geschiedenis tussen middeleeuwen en nieuwe tijd
=> keert terug naar oorspronkelijke kunsten en teksten v antieke Griekse & Romeinse cultuur
=> tijd v ‘universele lieden’ vb: Michelangelo & Leonardo Da Vinci
1. ECONOMISCHE GROEI EN NIEUWE ONTDEKKINGEN
- Groei handelssteden (economie)
- Ontdekkingen: buskruit, papier, boekdrukkunst en kompas => technisch
o Ontdekking nieuwe continenten
- pest verdween, einde 100-jarige oorlog, grote delen v W-Europa einde aan feodalisme
➔ economie ↑ in Europa (toenemende welstand), naast wereld van kloosters en abdijen nu ook een wereld van vrije en ondernemende burgers
2. NIEUW MENS- EN WERELDBEELD
o In 1543 twee revolutionaire publicaties
- Copernicus: De revolutionibus orbium coelestium - heliocentrisme (zon in centrum kosmos en bolvormige aarde) i.p.v. geocentristisch (platte aarde in centrum van kosmos) van Ptolemaeus
- Vesalius: De humani corporis fabrica libri septem – nieuwe beschrijving menselijke anatomie door observatie
Via waarneming & experiment => oude Aristotelische doeloorzaken en bijbel in vraag
3. NIEUW MENSBEELD
Renaissance plaatste mens centraal = secularisering en ‘pluk de dag’
- Verticale mens-god relatie vervangen door horizontale mens-mens relatie
o Humanisme = ontvoogding van individu
- Koploper: Erasmus (katholiek)
- Mens op eerste plaats ipv God
- Lof der Zotheid: satirisch tegen machtshonger en hypocrisie van de elite
- Erasmus wil kerk hervormen en uitzuiveren
- Christus als belichaming van humanistische-ideaal
- Pleidooi voor redelijkheid en tolerantie
- Niet eens met Luthers over vrije wil (vrijheid is wat de mens tot mens maakt, Luther: mens volledig onderworpen aan Gods wil)
- Onvrede over (corruptie, schijnheiligheid en machtshonger van) kerk leidde tot protestantse reformatie/hervorming
- Startte met Maarten Luther
- Relatie met god weer centraal, alle bijgeloof geband (heiligen, handel in aflaten etc.)
• Contrareformatie: ook hervorming binnen (katholieke) kerk → Jezuïeten
Michel de Montaigne
- DE ESSAYS
°1533-1592
= Inzicht ieder mens vrij en autonoom individu vertolkt door de Montaigne
o Beroemde lijfspreuk “Que sais-je” (wat weet ik eigenlijk?)
o Essais = probeersel: zijn hoofdwerk
- 30j reflectie
- onderwerp: zichzelf
- eerlijke bespiegelingen: zijn gedachten en gevoelens, met als doel zichzelf te leren kennen (diverse onderwerpen)
- geen probleem om zijn gebreken & minder goede eigenschappen te beschrijven
- predikt: verdraagzaamheid & zelfrelativering
- niet ambitie voor filosofisch systeem, gewone vragen & hulp tot goed leven
- betreurt conflict katholieken & protestanten, waarheid bestaat niet
- woonde in kasteel
o inspiratie
- literatuur uit oudheid “ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd” “onze wreedste ziekte is onszelf minachten” en de bijbel
- aanvankelijk stoïcijnse invalshoek: “filosofie is leren om te sterven” (dood goede vriend)
- later ook invloed van scepticisme en epicurisme
- DE MONTAIGNE ALS TROOST VOOR HET GEVOEL VAN ONVOLKOMENHEID
De Montaigne biedt ons troost voor onze onvolkomenheden → beschrijft ons als half dwaas half wijs en we zijn tot heel wat in staat
= doordat we onszelf herkennen in hem, herwinnen we ons zelfrespect
De Botton onderscheidt 3 vormen van onvolkomenheden:
- Lichamelijke onvolkomenheid
o Waarom spreken filosofen amper over lichamelijke?
o Tal van voorbeelden van mensen die beschaamd zijn in hun lichamelijkheid: aanvaard je lichamelijkheid o Relativisme: mensen verschillen niet zo veel van dieren
- de mens is meer dan verstand alleen: “het gelukkigst is een mens zonder gedachten”
2. Culturele onvolkomenheid
- De Montaigne maakt reis door Duitsland, Oostenrijk en Italië
- Hij leert door te vergelijken (vb. tegelkachels in Oostenrijk, andere eetgewoontes)
o Hij is tegen etnocentrisme = superioriteitsgevoel ‘onze is beter’
- Reizen is een medicijn tegen intolerantie en verkrampte visie op het eigen normaal
- Kritiek op de onmenselijke behandeling van de indianen door de Spanjaarden, besefte dat de Spanjaarden de inheemsen uitmoordden met veronderstelling dat ze geen volwaardige mensen waren
- Veel belang aan vriendschap
3. Intellectuele onvolkomenheid
o Verschil tussen wijsheid en kennis en tussen boekenwijsheid en wijsheid uit ervaring
- onderscheid tussen geleerdheid en wijsheid
= geleerdheid: beschouwt als kennis om de kennis, bezit het vermogen niet om ons gelukkig en deugzaam te maken
=wijsheid wel
- leren het meeste uit eigen ervaringen, kennis v anderen is wel een hulpmiddel maar mag ons niet verlammen om zelf niet na te denken
o Vraag: Hoe examen in wijsheid opstellen? Ons examensysteem beloont kennis, niet wijsheid
“Onze wreedste ziekte is onszelf te minachten”
Thema: reflectie
Confucius (Chinese wijsgeer): drie manieren om wijsheid te bereiken
- door imitatie (eenvoudig)
- door ervaring (bitter)
- door reflectie: de nobelste manier
Reflectie (letterlijk: weerkaatsing) → kijken naar jezelf
- Activiteit waarbij eigen gedachten en gevoelens onderwerp van beschouwing zijn
- een bewust en intern proces waarbij de persoon zelfstandig zijn ervaringen interpreteert, op basis van onderzoek naar het eigen handelen om op die manier…
- … dat handelen meer transparant te maken
- … in gelijkaardige situaties adequater te reageren
- Feedback vragen en geven
- Hoofdbedoeling filosofie in bacheloropleiding: op open en serene manier kijken naar onszelf, van op afstand naar ware zelf kijken (niet oordelend of veroordelend) ➔ bijdragen tot erkennen van zwaktes en sterktes
- Grofweg 3 momenten van reflectie: voor, tijdens en na handelen
➔ Korthagen: ideaaltypisch model van 5 fasen om zelfreflectie te structureren
Pas in aanvaarding van onvolmaaktheid, is er ruimte voor persoonlijke groei
A. Beschrijven situatie (objectief en subjectief)
B. Bewustwording: wat is belangrijk voor mij?
C. Welke consequenties/ alternatieven zijn er
D. Alternatieven ontwikkelen die doelstellingen worden
E. Uitproberen in een nieuwe situatie en nieuw proces
Ken jezelf: ik ben een mens en niets menselijks is me vreemd
= Montaigne had balken in zijn studeerkamer 25 spreuken in Grieks & 32 in Latijn
“Ik ben een mens en niets menselijks is me vreemd” => Terentius Afer
- Essentie vh humanisme en naar hoe Montaignz naar zichzelf en mens kijkt
= 2 begrippen in de vraag “ken jezelf”:
- Kosmopolitisme (=wereldburgerschap, een mens voelt zich verbonden met allle andere mensen op wereld)
- Identiteit (= Identiteit = bepaald label, “ik behoor tot groep en wij van die groep zijn anders dan anderen)
Identificatie: identificeren (ernaar moet handelen en denken dat anderen daardoor jouw label herkennen en dat label geven)
- Criteria: je moet je aan bepaalde kenmerken voldoen voordat je tot een groep behoort (Sommige zijn aangeboren (vb: geslacht, nationaliteit,…), verwerf je (vb: bepaalde talenten)
- Erkenning/ herkenning: dit krijg je als je tot een groep behoort. Ieder mens heeft hier nood aan
- Verwachtingen vb: op bepaalde manier gedragen
Identiteiten onderscheiden ons v elkaar, sommige aangeboren (vb: geslacht) anderen verworven
Voordelen: helpt onze ontwikkeling op verschillende behoeften, doet deugd om gelijkgestemden te hebben in wie we onszelf herkennen, zelfontplooiing positief en noodzakelijk, solidariteit binnen groep, identiteitsgroep, emancipatie
Gevaren: superioriteit, sektarisme (opsluiten in 1 groep rond één kenmerk), racisme (benadert andere als minderwaardig en ziet eigen groep als superieur
Verdeeldheid tussen identiteiten kan leiden tot conflicten en oorlogen tussen naties, ethisch geweld,….
Hoofdstuk 8: Rationalisme, empirisme en de wetenschappelijke revolutie – over het moderne wereldbeeld
Situering
H8: filosofen in een tijdspanne van 200 jaar vanaf Descartes (opzoek naar nieuwe fundament voor zekerheid) tot Kant (moderne filosofie en verlichting)
- Eenheid waarheid, goedheid en schoonheid van Plato valt uit elkaar
- Klemtoon filosofie: kennisleer en vraag naar waarheid (>< zijnsleer en metafysica)
- Groeiend geloof in nieuwe wet. Methode en nieuwe ontdekkingen & inzichten in de natuur door gebruik v instrumenten & experimenten
- Nieuwe wetenschap: Galileo Galilei en zijn telescoop aantonen dat Copernicus gelijk had, Newton en de vallende appel: mechanistisch wereldbeeld en universele natuurwetten “zo boven, zo beneden”
- Wat met de waarheid van de bijbel? Vraag naar waarheid/ zekerheid/fundering van kennis (epistemologie)
- Begrip van de wereld via rede (rationalisten) en ervaring (empiristen)
- Hobbes: ook de mens ook onderhevig aan ‘mechanistische wetten’ (verlangen en angst)
o Francis Bacon: “kennis is macht” = vader van wetenschappelijke/inductieve methode
- Via experimenten en empirisch onderzoek tot algemene uitspraken komen
- Breekt fatalisme → mens wordt meester van natuur i.p.v. omgekeerd
o Newton: afsplitsing filosofie en fysica (drie natuurwetten), wiskundige principes en wetenschap
- Groeiende geloof in nieuwe wetenschappelijke methoden: mechanisch wereldbeeld (bestuurt door eeuwige natuurwetten die in wiskunde formules gegoten werden)
- Visie op God: horlogemaker (bemoeide zich na de schepping niet met wereld)
- Hobbes: gedreven door egoistische verlangens en angst voor dood
o Menselijk denken nieuwe tool om wereld te begrijpen, en vorm te geven via rede en ervaring
Rationalisme | Empirisme |
o Kennis vertrekt vanuit het denken (rede en logica)
|
o Alle kennis berust op zintuigelijke ervaring o Angelsaksische: Vertegenwoordigers: Locke, Hume (en Berkeley) |
➔ Kant brengt beide samen (H9)
René Descartes
- 1596-1650
- Vader moderne westerse filosofie
- Jezuïetencollege – scholastiek – dient in het leger
- Filosoof en wiskundige
- Analytisch wiskundige en nieuwe wetenschappen
- Wil brug slaan tussen wetenschap en religie (invloed van Galileo)
o Een tijd van politieke-religieuze onrust
- Vraag naar zekerheid en nieuw fundament noodzakelijk
o Maakte gebruik van methodische twijfel = stel alles in vraag, twijfel aan alle zogenaamde zekerheden
- Twijfel aan lichaam: we kunnen dromen dat we wakker zijn, maar in feite slapen we
- Twijfel aan wiskunde: ‘kwaadaardige geest’ kan ons verkeerde ideeën influisteren (gedachten)
- Twijfel aan zintuigen: kunnen ons bedriegen (wereld)
➔ aan 1 ding kunnen we niet twijfelen: aan het feit dat we twijfelen en dus denken
o de twijfel fundeert ons bestaan: “Ik denk, dus ik ben”
- elk van ons heeft, individueel, via eigen denken mogelijkheid om tot zekere kennis te komen
o Cartesiaans dualisme: mens bestaat uit geest (datgene wat denkt) en materie (uitgebreide ding, lichaam)
- Het denkende ik kan je vergelijken met een “kapitein op een schip” of met een homunculus (een klein ventje in ons hoofd die alles stuur)
Baruch de Spinoza
- °Amsterdam, 1632-1677
- Zoon van Joods-Portugese migranten
- ideeën verbannen uit joods & christelijke gemeenschap
- Werkt als lenzenslijper
- Stoïcijnse invloed
- Bekend door het werk v Descartes
- Zoektocht naar manier van samenleven tussen mensen met verschillende levensbeschouwingen
o Wou eenheidsfilosofie ontwerpen die religieuze en politieke tegenstellingen oversteeg
o Belangrijk werk: theologisch-politiek traktaat
- Bijbel niet het woord van God, maar geschreven door mensen met bepaalde bedoeling
- Doel bijbel: mensen het vb. van Christus laten volgen (vroomheid)
- Wonderen bestaan niet , profetieën zijn “morele lessen”
- Goddelijke wet = redelijke wet gebaseerd op universele liefde (Koninkrijk van Gos niet buiten de wereld, het is daar waar rechtvaardigheid en liefde kracht van wet en gebod hebben)
- Pleidooi voor tolerantie en vrijheid van meningsuiting: noodzakelijk voor democratie en vrede
o Ander meesterwerk: Ethica
- Doel: ultieme levensfilosofie van verbondenheid tussen mensen
- Vanuit idee dat er maar 1 substantie is: de natuur of God = alles is God (pantheïsme)
- Dus God is de wereld
- Invloed Stoïcijnen: emoties zijn verwarde voorstellingen gebaseerd op verlangens die we slaafs volgen
- Verzet veroorzaakt pijn, aanvaarding veroorzaakt geluk
o Intellectuele liefde tot God is een verlangen dat alle verlangens sublimeert
John Locke
- Vader van gezond verstand (common sense)
o Grondlegger van Empirisme (alle kennis begint bij ervaring)
➔ geest is bij geboorte tabula rasa (blanco blad)
o Wat is ervaring? Onderscheid:
- sensaties (zintuigelijke gewaarwording) en reflecties (activiteit van het denken)
- enkelvoudige (kennis die ontstaat door waarnemen met 1 zintuig, vb. kleur rood) en samengestelde (combinatie van meerdere enkelvoudige, vb. appel) begrippen
- primaire kwaliteiten (zelf aanwezig, vorm, beweging, aantal etc. en secundaire kwaliteiten (wat we zelf toevoegen, smaak, geur, kleur etc.)
- Belang van opvoeding, want aanleg niet van belang, wel oefening en geduld
- Op zoek naar verklaring voor ontstaan samenleving - Sociaal contract:
- Gelijke basisrechten
- We geven vrijwillig onze individuele macht af aan de staat
- In ruil ontvangen we veiligheid en bescherming
- Volk heeft recht soeverein af te zetten als die niet voldoet
David Hume
- 1711-1776, Edingburg
- Zijn hoofdwerk “A treatise of human nature” bleef ongelezen
- Was zich ervan bewust dat zuivere empirisme op grenzen botst (alle dagen witte zwanen waarnemen → “alle zwanen zijn wit”, maar opeens kan je een zware zwaan tegenkomen)
- Inductie vs. deductie
- Inductie: van bijzondere feiten (vb: waarneming) naar algemene conclusie (stelling, theorie)
- Deductie: uit algemene stelling/theorie bijzondere feiten afleiden
o Inductieprobleem: je bent nooit zeker van het algemene, wel van het specifieke: alle zwanen die ik tot nu toe heb waargenomen zijn wit
- Vork van Hume = opdeling van twee soorten kennis
- Matters of fact = feitenkennis: terug te voeren tot zintuigelijke indrukken
“deze boom draagt veel vruchten” “deze appel is groen”
Ervaringskennis of emperisch te verifiëren uitspraken over de werkelijkheid zijn synthetisch, a-posteriori, mogelijk
- Synthetisch: ze voegen iets toe
- A posteriori: je kan ze pas maken op basis van zintuiglijke ervaring
- Mogelijk: Het tegendeel van zo’n uitspraak is ook mogelijk
Vb. het is mooi weer, de achtergrond van deze dia is groen
- Relations of ideas = zuiver deductieve afleidingen:
“een cirkel is rond” “1+1=2”
Deze zijn tautologisch en je hebt er geen ervaring voor nodig: ze zijn analytisch, a-priori en noodzakelijk.
- Analytisch: Het gaat logische uitspraken over verhoudingen tussen begrippen.
- A-priori: je hebt er geen ervaring voor nodig
- Noodzakelijk: Het tegendeel van zo’n uitspraak is een contradictie.
Vb. een cirkel is rond, 4+5 =9, een vrijgezel is ongehuwd
o Alle andere uitspraken (geen ervaring of definitie): “gooi maar in het vuur”
- ‘ik’ of ‘zelf’: louter een bundel van herinneringen
- ‘god’: we kunnen over god niets weten (agnosticisme)
- ‘oorzaak’: we kunnen alleen zeggen dat twee zaken elkaar opvolgen, niet dat het oorzaak gevolg is (dan komt denken tussen)
- Is-ought fallacy: er is een kloof tussen feiten (wat is) en waarden (wat behoort)
- Volgens Hume niet mogelijk om via rede ons morele gedrag te rechtvaardigen of bepaald gedrag te eisen
- De rede kan niet bewijzen wat behoort te zijn, kan enkel over feiten spreken
1. Het is niet correct om uit feiten normen af te leiden
“Het is niet in strijd met de rede om de voorkeur te geven aan de vernietiging van de hele wereld boven een schram aan mijn vinger.”
2. Ethisch handelen is geworteld in een gevoel van sympathie (samen voelen) en nut en die sympathie roept welwillendheid op
Maar: Emoties komen tussen en ethisch handelen is geworteld in een gevoel van sympathie, gerichtheid op nut en welwillendheid
Thema; wetenschap
De inductieve methode
Wetenschap...
- Specifieke methode, om betrouwbare kennis te verwerven
- Geheel van door onderzoek verkregen kennis geordend in disciplines
- Gemeenschap van wetenschappers & onderzoekers
- Francis Bacon: “kennis is macht”: grondslag van wetenschappelijke of inductieve methode
- Wetenschappelijke methode: probleem -> hypothese -> experiment -> analyse -> conclusie en die deel je met andere => herhalen (verificatie of falsificatie)
Indeling wetenschappen
- Deductief (formeel) & inductief (empirisch)
- Deductief: vertrekken vanuit a priori kennis vb: logica en wiskunde
- Inductieve: 3 domeinen
Natuurwetenschappen (bèta) => bestuderen natuur, kosmos in alle facetten vb: biologie
gedragswetenschappen (gamma) => menselijk handelen vb: sociologie
cultuurwetenschappen (alfa) => cultuur als gehel v producten v menselijk handelen vb: geschiedenis
- Sommige overlappen elkaar
Multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek
- Fundamenteel onderzoek en praktijkgerichte of toegepast onderzoek (achterliggende principes)
= onderscheid v Aristoteles: theoria & techné
Theoria (fundamenteel)= weten om te weten
Techné (praktijkgericht)= bedoeld om praktische problemen aan te pakken en toepassingen te creëren op wet. inzichten
- Humane wetenschappen (begrijpen en betekenis) en natuurwetenschappen (verklaren en causale verbanden) => methodes
Demarcatiecriteria en paradigmatheorie
- demarcatiecriteria
= om wetenschap van pseudo-wetenschap te onderscheiden
- Eenvoud en helderheid: Ockhams scheermes of de “wet van de spaarzaamheid” (al wat overtollig is wegscheren, eenvoudigste verklaring)
- Objectiviteit: vermijd subjectieve aannames
- Betrouwbaarheid, herhaalbaarheid en transparantie: cfr. demarcatiecriterium
- verificatie: bevestiging hypothese
- Falisificatie: ontkrachten hypothese (Popper)
- Consistentie: ingebed in een groter geheel
- Paradigma-theorie van Kuhn
= ontwikkeling binnen wetenschap als een proces van breuken en strijd, waarin ‘normale wetenschap’ afwisselt met periode van crisis en revolutie
= centraal: paradigma (=geheel v ideeën, concepten, theorieën en methoden waarin verschillende aspecten vd werkelijkheid begrijpen en als geldig ervaren)
= wetenschappers opgeleid binnen bepaald paradigma
- Er treden anomalieën op (zaken die niet meer passen)
- Vaak weggeveegt of als geldig ervaren en dan Kan revolutie ontstaan tussen confronterende paradigma’s
Vb: platte aarde -> heliocentrisme (ptolemaius -> copernicus), evolutietheorie
Wetenschap en technologie op een kruispunt
“ de verdienste en het nut voor het leven”
=>technologisch systeem= klimaatverandering, groeiende sociale ongelijkheid
=> wetenschap= kennis en beheersing v natuur
Ken jezelf: Sapare Aude
- Uitspraak van Kant: “wat is verlichting?” OF “durf te denken”
- Betekent dat we er vaak niet bij zijn met onze gedachten en dan fouten maken en stomme dingen doen
- ‘de’ leuze vd verlichting => verlichting is durf te denken, we laten onmondigheid achter die we aan onszelf te wijten hebben, individueel verantwoordelijk, ons verstand gebruiken is een morele kleuze en is afstand doen v leiding v anderen
- Gebrek aan vastberadenheid & moed
- Lijkt op socrates en zijn horzel voor athene
- Zowel Kant als Sarte veroordelen de onmondigheid
- Je hoort het geloof in maakbaarheid vd wereld en verantwoordelijkheid om die wereld tot een betere te maken
- “Gebruik je verstand en laat je niet leiden door wat anderen je voorkauwen
Hoofdstuk 9: De copernicaanse wending van Kant, een rationele ethiek en een nieuw
maatschappijmodel – over de verlichting en de fundering van het goede
Situering
Verlichting: achttiende eeuw = de eeuw van de rede
- Moderne mens-en wereldbeeld kreeg vorm, overheerste Europa
- Wetenschap had het gezag van de kerk ondermijn → nieuw geloof: geloof in macht van verstand en de maakbaarheid van mens en samenleving
- Beweging van Renaissance groeide verder uit: mens autonoom handelend individu dat zijn lot zelf in handen neemt
- Sapere Aude (durf te denken) = zinspreuk van de verlichting (want hadden onmodigheid, gebrek aan moed & wilskracht)
o Plichtenethiek van Kant en utilitarisme van Bentham
De copernicaanse wending van kant
1. KANT
- Koningsbergen (1724-1804)
- Erg punctueel
- Verlichting op hoogtepunt
- Rationalistisch opgeleid en ging daarin op tot hij Hume zijn werk las (deed hem ontwaken uit ‘dogmatische
sluier’, rede en ervaring zijn allebei belangrijk)
- Hume zette hem ertoe een heel nieuw filosofisch kader te scheppen waarin verstand overeind blijft
➔ onderzoek: wat is verstand en wat zijn de limieten
Vergelijkt doorbraak met die van Copernicus op vlak v astronomie
o Kant slaat brug tussen empirisme en rationalisme: we ervaren wereld niet zoals hij is maar op specifieke manier die te maken heeft met wijze waarop verstand als ervarend instrument de wereld vormgeeft
- Empiristen en rationalisten beide een punt:
- Empirisme: alles begint bij ervaring
- Rationalisme: zonder denken levert de ervaring niets op
o 3 vragen hoofdstuk 1 komen van Kant: Wat kan ik kennen? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen?
plichtenethiek
- DE ZUIVERE REDE EN DE COPERNICAANSE WENDING
Zuivere rede
- Domein = Gebied van de ervaring en de wetenschappen, natuurwetten zijn zeker en universeel, geen vrijheid, alles gebeurt noodzakelijk, vraag ‘hoe we kunnen kennen
- Beweringen over de fysische wereld kunnen empirisch getoetst worden (grenzen vallen samen met onze ervaring)
- Geen vrijheid, alles gebeurt noodzakelijk
o Natuurwetten zijn zeker en universeel
- ervaring vd wereld is letterlijk en figuurlijk door de bril die wij dragen, ook zo met waarnemingen en ervaringen, voor iedereen anders, bril nooit afzetten vb: roze bril => idealisme vd wereld
o Dualisme van Kant
- Wereld op zich = noumenale wereld (onkenbaar), ‘ding op zich’
- Wereld voor ons = fenomenale wereld (dingen die wij denken, ervan maken, zoals oorzakelijkheid: we kunnen niet anders dan denken dat opeenvolgende gebeurtenissen oorzaak-gevolg zijn), zoals wij haar ervaren
- Kant: “Denken zonder ervaring is leeg, ervaring zonder denken is blind”
Hume’s grenzen van kennis:
- Over de grenzen van de empirische kennis: “filosofie bestaat daar waar ze haar grenzen kent”
o Hume:
- Synthetische a posteriori oordelen (over de wereld) => waargenomen ervaringen
- Analytische a priori oordelen (zoals wiskunde) => zuivere deductieve ideeën
o Kant derde domein: vormen van waarnemingen & categorieën vh verstand (GEEN ervaring mogelijk)
- Nodig om waarnemingen en kennis vd wereld te bekomen
Vormen v waarnemingen:
= Zintuiglijkheid : het vermogen om dingen in wereld waar te nemen veronderstelt de noties ruimte en tijd
- Ruimte
- Tijd
- Geen enkele waarneming bevind zich buiten ruimte of tijd
Verstand (12 categorieën):
Verstand : het vermogen om over dingen na te denken veronderstelt categorieën zoals eenheid (substantie); realiteit; oorzaak; mogelijkheid,…
= kwantiteit (eenheid, veelheid, substantie), kwaliteit (realiteit, ontkenning, beperking), relatie (inherentie, causaliteit, wisselwerking), modaliteit (mogelijkheid, bestaan, noodzakelijkheid)
- Ruimte, tijd en oorzakelijkheid zijn geen kenmerken v werkelijkheid op zichzelf maar kenmerken die wij mensen aan wereld opleggen => manier v kijken, onze bril
- Bril nooit afzetten => nooit kennen zoals wereld ‘op zich” is
Copernicaanse wending van Kant:
- Hoe ziet een boom er uit zonder mijn blik?
- We weten enkel hoe de wereld aan ons verschijnt en niet hoe de wereld ‘op zich’ is.
- “Tot op heden nam men aan dat al onze kennis zich naar de voorwerpen moest richten. Ik stel de eis dat de voorwerpen zich naar onze kennis richten. De rede heeft betrekking op de manier waarop we de voorwaarden kennen.”
- Belangrijkste inzicht KANT: kennen de werkelijkheid niet zoals ze is, maar wel zoals ze verschijnt
- Onze geest is geen passieve ontvanger v zintuigelijke indrukken maar is actief
- De werkelijkheid daarbuiten conformeert zich aan verstand die werkelijkheid ervaart!
Kant versus Bentham: twee funderingen van ethiek
1. DE PRAKTISCHE REDE EN DE ETHIEK VAN DE PLICHT BIJ KANT Praktische rede
- Kan men niet via ervaring benaderen
o Metafysische vragen, over god, onsterfelijkheid ziel, vrijheid, morele plicht etc.
o Beweringen niet empirisch getoetst (domein buiten de ervaring), ook niet beroep op god, bijbel,…
o Vrijheid op moreel gebied
- vraag: hoe we moeten handelen?
Vraag: bestaat er ook een a priori categorie van het praktische verstand?
Ja, zegt Kant.
- Categorisch imperatief = morele wet, met kracht van natuurwet, die we kunnen volgen als we ervoor kiezen
Categorisch: feit dat we wet volgen omwille van onszelf, niet omwille iets anders
Imperatief: een verplichting, moeten, behoren
➔ goede doen voor het goede, niet om iets uit te halen of bang van straf
- Universele morele wet: plicht/ imperatief (je moet/ je behoort), de wet is eisend, categorisch (het goede doen omwille vh goede zelf en niet omwille v een ander motief, universeel
o Hypothetisch imperatief: iets doen omwille van iets anders – voor een beloning, angst voor straf, schuldgevoel o ‘gulden regel’: wat je niet wil dat u geschiedt, doe het aan de ander niet
- Subtiel eigenbelang i.t.t. categorisch imperatief
o Ethiek en morele plicht: niet om andere redenen
→ twee versies: “handel alleen volgens de regel waarvan je wilt dat het algemene wet wordt” en “gebruik de ander ook steeds als doel, niet alleen als middel”
=politiek: belangrijkste taak voor universele vrijheid, De menselijke vrijheid is immers een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen kiezen voor het goede
Dus….
Zuivere rede
- beweringen over de fysische wereld kunnen empirisch getoetst worden (haar grenzen vallen samen met onze ervaring)
- geen vrijheid
- Fenomenale en noumale wereld
Praktische rede
- beweringen kunnen niet empirisch getoetst worden (domein buiten de ervaring)
- vrijheid
- thema’s:
- vrijheid, God, onsterfelijkheid (van de ziel)
- ethiek en morele plicht
TRAM_DILEMMA
Gevolg:
- ‘Hoe minder leed, hoe beter’
- ‘niemand wil toch lijden?’
- ‘pijn vermijden’, ‘pijn verminderen’
Hoe weet je dat? “ethiek van rekensommen”
Principe:
- ‘mag niet want dan is het MOORD’
- ‘je mag niet moorden’ is een principe…
- ‘zijn/haar intentie is verkeerd’
Hoe weet je dat? “omdat mijn geweten het zegt”
2. UTILITARIST JEREMY BENTHAM EN ZIJN GEVOLGENETHIEK Jeremy Bentham: utilitarisme
o Materialistisch wereldbeeld en epicuristische visie op ‘twee soevereine meesters’ (pijn en genot) o Goed = wat geluk en genot veroorzaakt en kwaad = wat pijn en verdriet veroorzaakt
o Term utilitarisme verwijst naar centraal staan van nut
Verschil met Kant: die zocht goede op in intentie en geweten, uitvoering was een morele plicht Bentham niet naar intenties maar gevolgen van een daad (gevolgenethiek): goed = grootste geluk voor de meeste mensen
➔ PROBLEEM: maar wat is grootste geluk?
Bentham deelt geluk op in aantal kwantificeerbare delen: ethiek van de rekensommen waarbij mens balans maakt tussen voor- en nadelen door 7 deelvragen
1. Intensiteit: Hoe diepgaand is het geluk?
- Duur: Hoe lang duurt het?
- Zekerheid: Hoe zeker is het?
- Nabijheid: Hoe snel kan het geluk worden beleefd?
- Productiviteit: Hoeveel geluksmomenten?
- Zuiverheid: Hoe vrij van pijn is het geluk?
- Reikwijdte: Hoeveel mensen genieten mee?
Politiek: zorgen dat er naar geluk gestreefd kan worden
Thema: de waarden van de verlichting
Streefdoel westerse samenleving: individualistische mensvisie en liberale democratie o Individualisme
o Vooruitgang
o Emancipatie en feminisme
o Vrijdenken en humanisme
- Scheiding kerk en staat en secularisering
- Scheiding der machten
- Mensenrechten, burgerrechten, vrijheid van meningsuiting
- Belangrijke gebeurtenissen: onafhankelijkheidsverklaring v Amerika, Franse revolutie
Belangwekkende figuren binnen verlichting per domein:
POLITIEK
Montesquieu
o scheiding der machten als voorwaarde voor volwaardige democratie o uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht
o vorst (vertegenwoordiger uitvoerende) mag niet boven wet staan
De Concordet
- als eerste volledig model liberale democratie
- vrijheid van onderwijs, mensenrechten, grondwettelijk recht
- o alle mensen wereldburgers met gelijke rechten
- grondwet belangrijkste wet van land (rechten en plichten burgers)
Rousseau
- kwam op voor volkssoevereiniteit
- wilt evenwicht tussen vorst, volk en vertegenwoordigers
o kritiek op blinde geloof in vooruitgang en wetenschap
o volk recht om vorst af te zetten als die niet voldeed
ECONOMIE
Adam Smith
o vader van de “vrije markt” (onzichtbare hand van het economisch systeem waarbij vraag en aanbod speelt
o rol overheid: organisatie onderwijs, landsverdediging en rechtspraak
- Op zoek naar evenwicht tussen algemeen belang & eigenbelang
- Ziet mens als dier die onderhaldent
- Eco moet vrij blijven van staatsinmening
3. SAMENLEVING
Diderot en d’Alembert
- Voorwaarde goede samenleving: verspreiden van kennis en uitbouw goed onderwijssysteem
o Encyclopédie uitgebracht (nieuwe kennis & ideeën vd verlichting waren hierin)
- Behoren tot ‘radicale verlichting’ = atheïstische, materialistische en sterk op vrijheid gerichte beweging
4. GODSTDIENST
Voltaire
- Tegen traditionele gezag kerk
- “vermorzel het eerloze” → op alle instellingen die niet gebaseerd zijn op rede
- Deïsme: God ervaren als intelligente ontwerper van de natuurwetten en eerste oorzaak universum, zonder verdere beïnvloeding
De La Mettrie
o Controversieel werk: “l’homme machine”: mens niet meer dan een machine o Geestelijke gereduceerd tot materie
o Atheïst en materialist
EMANCIPATIE VAN DE VROUW Olympe de Gouges
o Recht om te scheiden
o Vrijheid om buitenechtelijke relaties te hebben
opkomen voor mensenrechten, slavernij en vrouwenrechten
Mary Wollstonecraft
o Gelijke rechten voor vrouwen
Dus
- Politiek: Montesquie, condorcet, Rousseau
- Economie: Adam Smith
- Samenleving: Diderot en d’Alembert,
- Godsdienst: Voltaire en de la Mettrie
- Emancipatie: Olympe de Gouges en Mary Wollstonecraft
Ken jezelf : the principels of justice are chosen behind a veil of ignorance
Jogn Rawls: “a theory of justice”
Ging op zoek naar een rationele fundering voor universele rechtvaardigheid
- Minimale voorwaarden voor een rechtvaardige maatschappij die door verschillende ideologieën en strekkingen zou kunnen onderschreven worden
- Gedachte-experiment “the veil of ignorance” : liet groepen over rechtvaardigheid nadenken zonder dat ze wisten welke positie ze gingen terechtkomen => zo konden ze niet uit eigenbelang primeren, maar de principes v sociale rechtvaardigheid
Hoofdstuk 10: Schopenhauers Wil tot leven – over romantiek
Situering
- 19de eeuw: rede gered door Kant
- Romantiek = tegenbeweging op suprematie van de rede
• Wijst op belang van het gevoel, onbewuste en het dierlijke: niet-rationale deel van de mens
Voorspel op de romantiek: Jean-Jacques Rousseau
= kritiek was niet nieuw: Montaigne zette overdreven belang v kennis, Pascal redenen v het hart belangrijker dan verstand,…
Rousseau….
- Zijn leven was opeenvolging v conflicten, gebaseerd op argwaan en vervreemding
- Beroemd door essay waarin hij zei dat vooruitgang v kunst & wetenschap aanleiding gaf tot groeiende ongelijkheid, materiele vooruitgang leidde tot verdwijnen v vriendschap & ontstaan v jaloezie en wedijver
Rousseau: stelt verlichte denken in vraag – rede is kil en verstard
o Mens is van nature goed maar wordt verdorven door de instellingen
- in onze natuurstaat is de mens spontaan, onschuldig en respectvol tov medemens en familie
- ‘De nobele wilde’ (le bon savage) leeft vrijheid in oorspronkelijke natuurstaat
- Technologische en wetenschappelijke vooruitgang tast aangeboren goedheid v.d. mens aan en vervreemd hem van zijn ware aard en de natuur
o Openingszin Het Sociaal contract: “de mens is vrij geboren maar overal is hij in ketenen”
- moderne mens wordt geregeerd door trots, na-ijver, jacht op status en geld
- Burgerleven kunstmatig en geregeerd door jaloezie, trots, geld etc.
- Gaat verder op idee Locke: volk mag regering afzetten als ze niet voldoen aan algemene wil v volk
o Vervreemding = verlies van oorspronkelijkheid en verbondenheid met omgeving
- wordt nieuw belangrijk thema in filosofie
o Belangrijk werk: Emile (of ‘over de opvoeding’)
- pleit voor bescherming kind tegen corrumperende invloed maatschappij (door natuurlijke nieuwsgierigheid en groei te laten ontwikkelen) want mens is van nature goed
- dicht bij natuur opvoeden en pas met voldoende onderscheidingsvermogen en kracht leren lezen en schrijven
- Leren door ervaring, niet straffen
- Opmerking: Rousseau had zelf vijf kinderen die hij allemaal afstond en zijn principes golden enkel voor jongens)
Arthur Schopenhauer
- LEVEN
o Rijke eenzaat
- Invloed Kant en Upanishaden, boedhisme (= indische filosofische commentaren op nog oudere heilige geschriften)
- “De wereld als Wil en Voorstelling” op amper 30 jaar
- Fel tegenstander van ‘blaaskaak’ Hegel
2. DE WERELD ALS WIL EN VOORSTELLING
o Vond inzicht van Kant over voorstelling van wereld 1 v.d. grootste doorbraken moderne denken
- Fenomenale wereld Kant = de wereld is mijn voorstelling/verschijning
, datgene dat we ervaren, gekleurd door manier waarop bewustzijn wereld structureert
- Noumenale wereld Kant = onkenbare domein (hiermee was Schopenhauer het niet eens)
o Noumenale domein van Schopenhauer wel kenbaar: heel direct van binnenuit als directe ervaring van lichamelijkheid
- (Schopenhauer reduceert de categorieën van Kant tot twee: ruimtetijd en oorzaak)*
- Innerlijke wereld ervaren we onmiddellijk, kunnen we geen voorstellingen van maken (dat is wat we zijn)
- Direct lichamelijke ervaring (objectief & subjectief) = Wil of Wil tot leven
- Alles in de wereld is Wil
- Wil is irrationele, blinde, zinloze en doelloze levenskracht
- In werkelijkheid is onze uitleg voor handelen te herleiden tot verzinsels en rationalisaties (rationeel lijkende manier om zaken uit te leggen)
- Freud vertaalde Wil als Es
- Er is maar één WIL
3. PESSIMISME
- Schopenhauer eerste filosoof die sterk zinloosheid leven aanvoelde en vertaalde in pessimistische levensvisie µ
o We zijn slaaf en slachtoffers van verlangen die nooit bevredigd worden
- Lijden is gevolg van obstakel tussen wil en bevrediging: tantalus (= iets graag willen dat je niet kan hebben)
- Lijden is gevolg van individuatie: onze wil maakt zich los van de Ene Wil
o Leven = keten van verlangens, frustratie, verveling en nieuwe verlangens om frustratie en verveling te beantwoorden
- “Er is maar één aangeboren dwaling en die luidt dat we bestaan om gelukkig te zijn”
- “Als het voornaamste en meest directe doel van ons leven niet lijden is, dan is ons bestaan het meest zinloze ter wereld.”
- “Het leven slingert als een pendel tussen verlangen en verveling”
- Schopenhauer herkent veel van zijn ideeën in de Oosterse filosofie (Boeddhisme en upanishaden)
4. UITWEGEN UIT HET LIJDEN?
Schopenhauer: twee uitwegen uit lijden
- Onthechting via kunst
= esthetische ervaring
o Via kunst verlossing uit lijden
- Door schilderkunst, poëzie en muziek verdwijnen kwellingen van de Wil (tijdelijk bevrijd)
• Sabbat van de wil (als kortstondige houding van belangeloosheid)
- Aangeraakt door iets buiten het empirische: buiten ruimte, tijd en ik
- soort één-wording met het kunstwerk (muziek)
Verzaking aan de Wil van ascese
= ascetische levenswijze
- Aan de wil verzaken om te ontsnappen uit lijden
- Onthechting van de wereld
- Inzien dat wereld gestuurd wordt door Wil
• Niet gekwetst door iets waar we geen vat op hebben
o Inzien dat geluk niet het doel is → niet meer om geluk bekommeren
Bijvoorbeeld => sadhu’s in India en veel monastieke tradities
5. ETHIEK GEBASEERD OP MEDEDOGEN
- Ethisch inzicht: empathie of besef dat alle wezens deel uitmaken van dezelfde eenheid (Hume H8)
- Daarom kunnen we ons met mekaar vereenzelvigen
o In ons diepte wezen uiting zelfde Wil, Wil tot leven
- Als we de ander kwetsen, kwetsen we onszelf
- Verklaart medelijden of mededogen
- Mensen die dit niet beseffen: slaaf aan eigen egoïstische wil, denken dat wij allemaal onafh. individuen zijn (vergroten pijn voor zelf en anderen)
- Boven de etage van gekken woont volgens Schopenhauer het genie, iemand die in staat is de illusie dat we een afgescheiden ik zijn te doorzien:
“Genie is de kracht om zich volledig te ontdoen van eigenbelang, wensen en doelen… een puur kennend subject te zijn met een heldere visie op de wereld.”
Thema: de romantiek
1. ROMANTIEK VERSUS VERLICHTING
Romantiek = reactie op verlichting door overwaardering van rationele kwaliteiten en te optimistisch geloof in vooruitgang
- Romanz = op fantasie gebaseerde boeken over hoofse ridders in romaanse volkstaal
- We zijn op de eerste plaats voelende individuen op zoek naar zingeving Blake: wetenschap = “tree of death” en kunst = “tree of life”
Romantiek | Verlichting | ||
o o o o o | Grote aandacht voor gevoel (liefde, passie, warmte) Subjectieve Zingeving belangrijker dan nut Synthese en holisme (het geheel)
mens deel van de natuur | o o o o o | Grote aandacht voor verstand/ ratio Objectieve & wetenschappelijke Nut belangrijker dan zingeving Analyse en opdeling
• Orde en regels Mens boven/buiten de natuur |
William Blake: The nurse’s song of innocence vs. The nurse’s song of experience (fragmenten volgende pagina) Zelfde tafereel, twee invullingen
- Innocence: vrij, verbonden, onschuldig, open, warm en vol liefde en aanvaarding
- Experience: krampachtig, afgescheiden, kil, verbitterd, jaloers en oordelend
The nurse’s song of innocence | The nurse’s song of experience |
When the voices of children are heard on the green And laughing is heard on the hill, My heart is at rest within my breast And everything else is still
Then come home my children, the sun is gone down And the dews of night arise Come, come leave off play, and let us away Till the morning appears in the skies
No, no let us play, for it is yet day And we cannot go to sleep Besides in the sky, the little birds fly And the hills are all covered with sheep
Well, well go & play till the light fades away And then go home to bed The little ones leaped & shouted & laugh’d And all the hills echoed | When the voices of children are heard on the green And whisperings are in the dale, The days of my youth rise fresh in my mind, My face turns green and pale.
Then come home, my children, the sun is gone down, And the dews of night arise; Your spring and your day are wasted in play, And your winter and night in disguise.
|
Ken jezelf: l’homme qui a le plus vécu n’est pas celui qui a compté le plus d’années. Mais celui qui a le plus senti la vie
- Citaat uit ‘Emile’ van Rousseau over wat leren is?
- Kort en bondig: leren heeft geen zin als het geleerde niet ervaren/gevoeld wordt
- ‘Van buiten leren’ – ‘van binnen ervaren’
- In Emile= streeft naar natuurlijke opvoeding: opvoeder laat dingen gebeuren zoals ze gebeuren
- Opvoeding gericht op ervaren, niet imiteren
Hoofdstuk 11: Nietzsche, filosoof met de hamer – over het postmodernisme Situering
o Nietzsche:
- noemt zichzelf: filosoof met de hamer ( brak anderen hun werk af)
- schetst doembeeld van utilitaristische en positivistische mens in door christendom en consumentisme verziekte cultuur
- weerlegde de illusie v filosofie om waarheid/ absolute grond vd werkelijkheid te kunnen achterhalen en keerde terug bij Plato
- geen systematische denker: ontwikkelde geen theorie om werkelijkheid te vatten/kaderen
- was de ‘horzel’ die de Europeanen nodig hadden om wakker te worden uit de slaap die wetenschap & religie over hun manier v ervaren & leven hadden gewezen
Friedrich Nietzsche
1. LEVEN
- Duitser, geboren in 1844
- Zoon v predikant, vader stierf vroeg
- Hoogleraar in klassieke filologie
- Wegens hoofdpijn veel afzondering in Italië & Zwitserland
- Invloed van Schopenhauer (en componist Wagner)
o Ontwikkelde geen filosofisch systeem
- maar verzameling diepzinnige reflecties over zijn tijd en het denken en ontwikkeling van eigen taal en stijl
- Verzameling aforismen en aanvallen op gevestigde denken in zijn tijd
- Boeken: “aldus sprak Zarathoestra”, “voorbij goed en kwaad”
o Laatste 10 jaar: geestesziek
2. APOLLO EN DIONYSOS
Nietzsche: onder indruk van filosofie Schopenhauer en manier om via kunst en onthechting zielenrust te vinden
MAAR: in zijn eerste grote werk, “de geboorte van de tragedie”, rekent hij al af met Schopenhauer
Twee verschillende perspectieven van de werkelijkheid: apollinisch en dionysisch (naar goden Apollo en Dionysos)
Apollo | Dionysos |
o Onttrekt zich aan wereld en doel = ontsnappen aan driften
o Gebod: orde en maat, eis “ken jezelf”
|
|
Hij verbond die polen met elkaar (in W zou appollinsch overheerst na tijd)
Nietzsche waardeert tragische visie op leven en op probleem van het kwaad (veel meer dan joods-christelijke visie met verlossing en zonde)
- Grieken aanvaarden tragedie + tragiek was bron van creativiteit
- Christenen ontkennen het leven + buigen voor iets groter en mooier dan zichzelf
• Bruisende en creatieve zielen die kudde niet volgen: bestempeld als egoïstisch en immoreel
➔ Filosofie van Nietzsche: aanklacht tegen het feit dat mens zichzelf knuift en poging om apollinische met dionysische te integreren
3. TAAL ALS INTERPRETATIE
o in 20ste eeuw, invloed v taal
- Taal beperkt ons, bepaalt & versteent onze manier van denken
- Woorden schieten steeds te kort en verstenen de werkelijkheid
- ‘DE’ betekenis van een woord bestaat niet, wij maken de werkelijkheid
- Taal versteent het bestaan
- Alles wat we doen is uitleggen, verzinnen en ‘toedichten’
- We ordenen de wereld volgens gevestigde tradities & overgeleverde kaders, gericht om wereld voorspelbaar & beheersbaar te maken
o Vandaar “Feiten bestaan niet, enkel interpretaties”
- Taal slechts interpretatie en dus een leugen, taal misleid en liegt
- Leunt bij relativisme v sofisten
- Nietzsche beveelt creatief ‘liegen’ aan, zelf de waarheid scheppen door nieuwe taal gebruiken
Nietsche taalgebruik: demonisch, intrigerend, poetisch en toch dominant
4. DE WIL TOT MACHT
Wil staat centraal (net zoals Schopenhauer)
- Wil bij Nietzsche niet alleen overleven (wil tot leven) maar uitbreiden van invloed, overheersen
- Niet iets dat wordt nagestreefd door iemand of iets, het is de essentie v alle “zijn” zelf, drang tot zelfverwezelijking
o Wereld manifesteert zich als voortdurende strijd van alles met alles: de Wil tot macht
- Macht = drang tot zelfverwezenlijking (alle waarden, waarheden, drang om de wereld te begrijpen)
- Alles ‘wil’ zichzelf in stand houden en sterker worden
- Authentieke mens: Wil komt op spontane, niet-verwrongen wijze tot uitdrukking als creativiteit, zelfexpressie en liefde voor het lot (spontane ‘ja’ tegen alles)
- Angstige mens: Wil vermomd en vergiftigd de mens
- DE OMKERING VAN ALLE WAARDEN: HERENMORAAL EN SLAVENMORAAL
Genealogie = onderzoek naar wortels van onze visie op mens, God en onze moraal
Oorsprong v onze manier v denken over moraal Plato (wereld zijn & schijn) = Nietsche is er maar alleen deze wereld
“Genealogie vh moraal” (veel invloed gehad op freud)….
Onderscheid herenmoraal en slavenmoraal:
o Herenmoraal: moraal van de sterke, voorname mensen zoals Griekse helden uit verhalen van Homerus
- Verheerlijkt alles wat eden en voornaam, groot en sterk is tot de verdere ontplooiing van het leven
- Goed = was sterk is en expressie van zuivere wil zwak = wat gebrekkig en waardeloos is
- Bevestigt het leven & aanvaard lijden
o Slavenmoraal: moraal van de kruiperige, onderdanige en zwakke mens
- Ascetische idealen: levensvijandige waarheden: zoals gelijkheid, medelijden, volgzaamheid
- Christendom, jodendom en boeddhisme: ontkennen leven door onthechting
• Alles wat edel en sterk is minachten
- Slavenopstand: wat sterk is wordt ‘slecht’ genoemd vb: zalig zijn de armen
- Ressentiment (=negatief gevoel omwille v psychologische pijn en verbondenheid met onmacht om zich daarvan te ontdoen) vb: wat sterk is wordt kwaad, wat niet egoïstisch is wordt goed
Nietsche ziet morele geweten als resultaat vd degeneratie vd mens. Het geweten is de naar binnen gekeerde zelfverachting. Het is de wil tot macht die zich niet spontaan kan uiten en tegen zichzelf keerd. Gevolg: mens schept wreedaardig genoegen in om zichzelf schuldig te voelen en of aan anderen voortdurend schuldgevoelens op te dringen
- ‘GOD IS DOOD’ EN TWEE VORMEN VAN NIHILISME
Nihilisme: besef dat de hoogste waarden hun waarde hebben verloren – er is geen doel/antwoord op de vraag naar waarom
→ valt samen met dood van God (staat hier voor hele bovenzintuiglijke wereld van ideeën/idealen)
o Zarathoestra: een profeet die uit de bergen neerdaalt, dood van God verkondigt en nieuwe mens aankondigt
o Onderscheid zwak en sterk nihilisme
- Zwakke nihilisme: passieve houding door vermoeidheid gekenmerkt
- niet in staat oude waarden te verwerpen en nieuwe te scheppen
- ontkennen en ontvluchten van het leven
- troost in belofte betere wereld in toekomst (hiernamaals vb. christendom) → feitelijke wereld misprijzen
- radicale of extatische nihilisme: in vrijheid eigen waarden scheppen
- tragische mens
- bewust dat tegenstelling tussen ware en schijnbare wereld niet bestaat
- bevrijden van misleidende conventies & alle gegeven waarden => nieuwe waarden scheppen
- “JA” tegen het leven
- Übermensch
- Zwakke nihilisme: passieve houding door vermoeidheid gekenmerkt
- Middelmatige mens: “de laatste mens”= het is volledige bourgeois, een nut en tijdelijke bevrediging gerichte mens die steeds op zoek is om zijn kleinzielige behoeften te bevredigen
- DE ÜBERMENSCH
De mens is een koord gespannen tussen dier en Übermensch
Übermensch = zin van de aarde, in hem ligt toekomstige waardebepaling die ‘voorbij goed en kwaad’ ligt
o Geen superieur wezen in gewone zin van het woord, gekenmerkt door wil boven het gewone uit te stijgen en aarde trouw blijven
o Zuiverste expressie van wil tot macht
Zarathoestra: drie grote metamorfosen van de geest
- Kameel: draagt zware last (last van moeten), slaperig, volgzaam, dienend
- Leeuw: ik moet naar => ik wil, sterk, reageert, heeft er genoeg van, brult frustratie uit (NEE)
- Kind: onschuldig, spontaan, zuiver, trouw aan eigen wezen (JA)
➔ kind en übermensch hebben onschuld gemeen
8. DE IDEE VAN DE EEUWIGE WEDERKEER
Eeuwige wederkeer = geen kosmologisch idee, maar radiale bevestiging van het bestaan o Alles herhaalt zich eeuwig
- Geen ‘vlucht’ in geloof, hoop, zin, doel,…
- Volledig JA tegen alles wat zich voordoet!
- Het leven is noch goed noch slecht, het is gewoon
Leven volledig aanvaarden = besef dat heimwee naar vroeger/hoop naar later een dwaze vlucht is
o “wat me niet direct vernietigt, dat maakt me sterker” – Nietzsche (en Kelly Clarkson)
Thema: het postmodernisme
Nietzsche: voorloper van postmodernisme
- Kritisch tegenover idealen van de verlichting en geloof in maakbare mens
o Deconstrueren alle illusies
- einde van de grote verhalen (meeste ideologieën en utopieën)
o DE werkelijkheid bestaat niet, is een constructie en interpretatie van ons
o Betekenis van iets, altijd afhankelijk van de context en is relatief=> betekenis & context altijd samen
- Verschillende perspectieven (multi-perspectivisme) belangrijk om iets weer te geven (meer recht aan complexiteit van de wereld
o Taak van filosofie om mens- en wereldbeelden te deconstrueren = blootleggen aannamen en verborgen machtsmechanismen
Foucaults ‘archeologie’ van de macht
= beschouwde zich als archeoloog of genealoog (=onderzoek v stamboom & voorouders), op zoek naar oorsprong
- onbewuste aannames van onze cultuur wil onderzoeken
- op vlak van specifieke kennis (savoir) & op vlak van manier waarop die kennis in bepaald discours/ vertoog is gegoten
- probeerde historische context te begrijpen en te kaderen
- ontwikkelde eigen jargon, beroep op krachtige metaforen en vb. waarin filosofie niet mee bezig was (vb: misdaad)
hij bekijkt de episteme of het dominante mens-en wereldbeeld vanuit de marge, vanuit het anders-zijn (differentiedenken)
episteme (kennis)= de bril waarmee een bepaalde cultuur binnen een bepaalde tijd zichzelf & wereld bekijkt, raakpunt met paradigma van thomas Kuhn
en wat is dat dominante discours?
- dat we via onze rede in de traditie van de verlichting naar een objectieve waardenvrije en rationele maatschappij evolueren.
- dat we autonome zelfbepalende wezens zijn (ik denk, dus ik ben van descartes en durf te denken van kant)
ik= men
- We denken wel dat we autonome en rationele wezens zijn, maar in feite zijn we geconditioneerd in een welbepaald discours
- De normaliserende macht van de wetenschappen die bepalen wat normaal is en abnormaal (bv. DSM)
- Alziend oog van het panopticon
- “Draai de lamp om”
Ken jezelf: Werde, der du bist
= “wordt wie je bent“ => Nietsche
- Kracht die blijft hangen & effect v torpedo (je ziet ze niet komen, treffen raak, plots wnr je niet verw8) heeft
- impliceert dat je nu niet bent wat je eigenlijk bent => leven is als slappe koffie, leven staat als kaùeer, bang hert, niet trouw aan jezelf i.v.m wat je eigenlijk zou kunnen zijn
- wat ben je echt? => zuivere wil
- komt ooit in orde? => enige moment waarop het al in orde is, is nu, het enige moment dat er is
- nu leven als kind, als übermensch dat is onze bestemming, is tegelijk wat we al zijn
Hoofdstuk 12: Emmanuel Levinas en Hannah Arendt: alteriteit en pluraliteit? – over de aard van de mens
De filosofie in de twintigste eeuw
Diversificatie van stromingen en richtingen
Filosofie indelen in…
- angelsaksische richting
o Analytisch en positivistisch: laat zich meedrijven op succes wetenschap en technologie
- belangrijkste figuur: Wittgenstein
- continentale richting:
o Fenomenologisch en existentialistisch: (mijn) leefwereld en zingeving
- filosoof Kierkegaard en grondlegger Husserl en Heidegger
- Tak 1: maatschappijkritiek – lang genoeg geprobeerd maatschappij te begrijpen, nu veranderen (bedenking door Karl Marx)
- Tak 2: postmodernisme – ondergraven alle illusies en aannames modernisme (Niezsche)
o Levinas en Arendt: fenomenologie (in dit HT)
- Mens is ‘geworpen’ in de wereld: geworpenheid = Dasein (het bewustzijn er te zijn) o Elk Dasein is ook een Mit sein: je bent een mens in de wereld, met soortgenoten + tijdelijk wezen o Levinas: alteriteit >< egoïsme (vertrekt uit ethiek), microniveau
o Arendt: pluraliteit (domein: politiek), macroniveau
Het appel van Emmanuel Levinas
1. SITUERING
- Joods, krijgsgevangene in WO2 (verloor heel zijn familie)
o Gaat opzoek naar andere betekenis van mens zijn
- Begrijpen van mens die zichzelf wegcijfert enerzijds, en egoïstisch is anderzijds
- Westerse filosofie té eenzijdig bezig met ‘ik’ en Ander bleef buiten beeld (wordt als object gezien) = egologie
o >< Alterologie: plaats van de Ander
invloed van Husserl, Heidegger en Bergson
2. LEVINAS EN ‘HET GELAAT VAN DE ANDER’
Eigenbelang is ‘normaal’, maar te veel eigenbelang zorgt dat we een ander totaliseren
Totaliseren = de ander niet erkennen in zijn uniciteit, iedereen hetzelfde maken waarvoor individualiteit verloren gaat
- Iemand willen veranderen en aanpassen aan jouw wensen
o Iemand onderwerpen
o Mens wordt “men” , een bijrol, een object wat we kunnen gebruiken in functie v eigen belang
- Typisch voor Westerse cultuur
Mensen worden pas mens als ze in staat zijn tot authentiek contact met de Ander
- die intersubjectiviteit, relatie van mezelf met de Ander, vormt de basis van zijn filosofie
Waarom doen we het goede? Fooi geven, of geld aan bedelaars?
- we doen dit omdat we niet anders kunnen wanneer we geraakt worden door het gelaat van de Ander Het gelaat van de Ander
- In het gelaat van de ander herken ik het gelaat van God (het heilige of waarachtige menselijke)
- Dan pas ben ik waarachtig mens
- De ander doet een beroep, een appel, op mij (en zo ontstaat mijn plicht om zorg te dragen voor de Ander)
o Hulpvrager eist dat we verantwoordelijkheid opnemen
- VAN APPEL TOT EFFECTIEVE HULP
Appel = vraag om hulp/aandacht (1)
- Vraag kan verbloemd of vermomd in gedrag of houding zitten en is uitnodiging (2) om zorg te dragen voor de ander
- Denkproces op gang
o Beslissing of en hoe Ander helpen (3)
- Effectief gaan helpen
- Evaluatie door mezelf, de Ander én de Derde (samenleving of nog ander persoon die we niet rechtsreeks bereiken/appel doet) (4)
- fundamentele onrechtvaardigheid: ik kan nooit voor iedereen het goed doen
4. DE ZORGETHIEK VAN TRONTO
Nieuw soort ethiek (niet vanuit rationele of ontwikkeling deugden maar) die uitgaat van empathie en op zoek gaat naar wat zorg is
Zorg = belangrijke sociale praktijk binnen elke samenleving (steeds kwetsbare mensen)
➔ zorgethiek: maintain, contain and repair our world (bodies, ourselves, environment) in a live-sustaining web
4 fasen (van Tronto) net zoals Levinas:
- Oog hebben voor: ‘caring about’ = bewustwording van feit dat er noden zijn
- Ervoor zorgen dat: ‘taking care of’ = nemen van verantwoordelijkheid en overtuiging dat je in staat bent iets te doen (voorbereiding, vb. verzamelen van geld)
- Zorg verlenen: ‘care giving’ = handelen om de nood te lenigen of de behoefte te vervullen
- Reactie op de zorg: ‘care receiving’ = reflectie
Tronto ziet zorg als morele handeling, met een deugd bij elke fase
- presentie: aandachtige betrokkenheid
- persoonlijke verantwoordelijkheid: niet alleen in handelen, ook morele appel
- competent: deskundigheid beschikken, weten wat doen en goed doen
- ontvankelijkheid: voor feedback en zelfreflectie
Ook zelfzorg = belangrijk! eerst eigen behoeften kennen, valkuil: zelfopoffering en burn-out
Hannah Arendt
1. SITUERING
- Joods, opgepakt door de Gestapo in WO2 en gevlucht
- Leven inzetten om te waarschuwen tegen onmenselijkheid van totalitarisme
o ‘verhalenverteller’ i.p.v. filosofe/politiek wetenschapper
- Invloed Heidegger en Husserl
- TOTALITARISME
Vb: nazi-duitsland
- Arendt onderzoekt totalitarisme als ideologie waarin leider omringd wordt door binnenste cirkel met daarrond strakke bureaucratie, geregeerd door een elite
- Hogeren kijken met minachting naar lageren en in omgekeerde richting loyaliteit en trouw
Hoe kan zo iets voorkomen? (totalitair regime)
- overleeft op angst en terreur en bevordert wantrouwen tussen mensen
- Maar 1 discours, 1 waarheid
- Iedereen valt terug op zichzelf, conformeren uit angst
- Slachtoffers (zondebok): ontmenselijkt en vernederd, voeden wij-zij-denken
- Pluraliteit en zelfstandig denken verdwijnt, geen plaats voor andersdenkenden
3. DE MENSELIJKE CONDITIE
Boek de menselijke conditie: drie manieren waarop mens in de wereld staat o.b.v. arbeid, werk en handelen
- Arbeid: te maken met vervulling van noodzakelijke biologische behoeften en gericht op overleven individu en soort
- Werk: positievere invulling, maken van dingen die nuttig zijn omdat ze onze wereld organiseren, leven makkelijker, duurzamer en mooier maken (vb. kunst)
- Handelen: hoogste vorm van menselijke activiteit, tussen mensen in publieke ruimte
- Wereld waarin we leven en beleven = tertium comparationis (derde vergelijking) van het mens zijn – politieke gemeenschap ontwikkelt zich
- “Handelen correspondeert met de menselijke conditie van de pluraliteit, met feit dat op aarde geleefd wordt en de wereld bewoond wordt door de mensen, niet de Mens”
- het politieke discours in het publieke domein van pluraliteit waar meningen en ideeën worden gedeeld en zich ontwikkelen = de zogenaamde derde vergelijking (‘tertium comparationis’) – actief bestaan
Arendt: pluraliteit te maken met publiekelijk in gesprek gaan, waarbij ieder mens uniek standpunt heeft en mening bijstuurt (pluraliteit niet langs elkaar heen praten → metafoor: tafel – aan tafel plaatsnemen en meningsverschillen op tafel gooien maar tafel blijft ons verbinden)
- Inter-esse (‘tussen - zijn’): een relationele filosofie
- Het oord-delen: de wereld met elkaar delen in de publieke ruimte (agora, tafel) → door verhalen te vertellen
o Contemplatief leven vs. actief leven
- Arendt waarschuwt voor maatschappij waar consumeren en produceren een doel op zich is
- Religieuze inbedding verdwenen en mensen trekken zich terug
- Actieve leven, publieke ‘handelen’, vermindert
- Mensen zijn vervreemd, ontredderd, versplinterend, verworden tot atomen en vluchten in alcohol, drugs, werk, sektes,… in eendimensionale/ eenvoudige waarden die makkelijker te verteren zijn
- Keuze om niet met politiek bezig te houden wordt als vrijheid gezien
- Publieke ruimte verschrompelt en totalitarisme ligt op de loer
- Arend roept op om leven niet te beperken tot een bestaan als zwoegend dier of als werkende mens, maar ons toe te leggen op actief bestaan van handelen in openbaarheid
- >< contemplatieve bestaan: beschouwend bestaan los van de praktijk waarin mensen zich laten wegzinken
Arendts visie=> Publieke debat is een doel op zich en we worden mens door in gesprek te gaan met anderen. (net zoals bij Aristoteles: sociaal dier). Hun ware bestemming in publieke ruimte. Enkel in actieve handelende bestaan komen we tot vervulling en wordt het leven zinvol.
4. DE BANALITEIT VAN HET KWAAD
Arendt: kwaad is te begrijpen, begrijpen =/= goedkeuren
Hoe kan het kwaad zo een routine worden? vb. bij iemand als Adolf Eichmann, verantwoordelijk voor transport van Joden in Auschwitz
o Geen sadist, maar een verschrikkelijk en afschrikwekkend banale man
- Deed niet aan zelfreflectie, geen empathie, ‘denkloos’ (vermogen kwijt om zelfstandig te oordelen)
o Grootste kwaad = kwaad uitgevoerd door een ‘niemand’, iemand die enkel orders uitvoert, iemand die weigert om mens te zijn
- Kwaad niet iets duivels dat je bezit maar iets dat je mist (vermogen om zelf na te denken, empathie en zelfreflectie)
- Kwade als een zwam, iets dat zich verspreid zonder wortels op een rottende ondergrond
Thema: over de aard van de mens
Twee tegengestelde antwoorden op de vraag naar aard van mens: Hobbes vs. Rousseau
Hobbes | Rousseau |
natuurlijke toestand: ‘solitary, poor, nasty, brutish and short’ ➔ leidt tot dodelijke strijd van ‘allen tegen allen’ MAAR: uit eigenbelang macht afstaan en driften laten controleren en inperken door externe macht, die ons beschermt tegen elkaar | Mens is van nature goed ➔ natuurlijke behulpzaamheid en liefdevolle welwillendheid jegens ander MAAR: samenleving is verdorven en zorgt ervoor dat oorspronkelijke goedheid verdorven raakt en moderne mens wordt ongelukkig |
Hobbes meer aanhangers:
- Gheselin: “krab een altruïst en je ziet een huichelaar bloeden”, mensen handelen uit eigenbelang
o Machiavelli: mens is in wezen egoïstisch, wankelmoedig, laf, ondankbaar en begerig
=egoïsme vd mens ie niet betreurenswaardig of negatief maar eerder als dienstbaar voor samenleving
o Smith en Mandelville (al eeuw eerder in “bijenfabel”): eigenbelang belangrijkste motor tot economische groei
o Rand: “elk voor zich”, inspirator voor neoliberalisme en hyperindividualisme vd jaren 80 en huidige tijd => aanhangers bevestigt in shockexperimenten Milgram
Ook altruïsme bestaat:
- Hume: aangeboren empathie zorgt voor altruïsme, emphatie als basis v ons moreel handelen
o Compte: voordelen van altruïsme, geloofde in kracht vd wetenschap
- De waal: empathie en rechtvaardigheid ook bij dieren
- Levinas en Arendt ontkennen eigenbelang niet maar beschouwen mens die totaliseert als een onmens, geen
volwaardig mens , de altruistische relatie tot de ander of tot de gemeenschap de mens pas tot mens maakt
Arendt: versplintering & eenzaamheid “oorzaak” vd vernauwing in visie en het vastklampen aan één ideologie
Levinas: mensen zijn wezens die van nature rekening houding met elkaar, meer nog rekening houden met elkaar is wat mensen tot mensen maakt
- Ubuntu (Nelson Mandela)
- diep Afrikaanse besef dat we slechts mens zijn dankzij de humaniteit van andere mensen
- Idee van broederschap/ solidariteit minimaal aan bod in westerse filosofie
- Met Levinas zegt Ubuntu: je wordt pas mens als je ingaat op diens appel
- Met Arendt zegt Ubuntu: je wordt pas mens in dialoog, door te praten en te palaveren over de wereld waarin je leeft en wil leven
“Ken jezelf”: Dasein ist mit-sein
= Heidegger heeft dit ooit gezegd
In ons ‘geworpenheid’, in het zijn-in-de-wereld zijn we steeds met anderen of de Ander: we zijn in relatie
- Ons Dasein= in de wereld zijn, maar in die wereld zijn we steeds met anderen of met de Ander
- De relatie met de ander is wat het betekent in-de-wereld-te-zijn
<-> Descartes & Kant (autonoom denkende ik centraal), Levinas & Arendt ( de Ander of relatie met de Ander centraal)
- Heinz-dilemma (vraag: kunnen we ons beroepen op principes alleen om goed te doen in de wereld)
- Heinz moet morele keuze maken: vrouw heel ziek & medicijn dat haar kan genezen onbetaalbaar
- Thema binnen: sociale & zorgende beroepen & iedereen die ethisch reflecteert
- Vraag: medicijn stelen voor redden v zijn vrouw?
- Van Kohlberg & leerling Gilligan
- Verschillende antwoorden, te maken met in welke fase vd morele ontwikkeling
- Straf vermijden = niet stelen anders gevangenis
- Eigenbelang= steelt wel omdat hij zich beter voelt als hij vrouw kan redden
- Loyaliteit= steelt omdat zijn vrouw dat verw8
- Wetten respecteren= steelt niet omdat het niet mag
- Mensenrechten= steelt omdat mens recht heeft op leven
- Universeel moreel principe= steelt omdat een mensenleven meer waard is dan eigendom
- Pre-conventioneel => conventioneel => post-conventioneel
Gilligan was het niet eens en vond Kohlbergs model te genderbepalend, meeste meisjes keken anders naar dilemma
- Jongen jAKE & AMY
- JAKE= ziet dilemma als wiskundig probleem; recht op leven hoger dan eigendom dus WEL stelen
- AMY= NIET stelen anders naar gevangenis en vrouw blijft alleen achter => dilemma als verhaal van relaties in de tijd
- Amy ziet dilemma als een verhaal van relaties en zorg niet als een op te lossen puzzle zoals Jake
- Concreet: Amy gaat in dialoog met de apotheker en probeert hem te overtuigen
- Amy is maw ‘geraakt’ door het appel (Levinas) en wordt ‘actief’ (Arendt)