Begrippenlijst peuter
Begrippenlijst De peuter denkontwikkeling
| in symbolen denken, via beeld en taal de werkelijkheid ordenen. De volgende denkvaardigheden behoren hiertoe: uitgestelde imitatie, verbeeldingsspel of rollenspel, tekeningen, mentale beelden, taal | |
|---|---|
| kinderamnesie | het feit dat kinderen boven de 3 jaar en volwassenen geen talige herinneringen hebben aan de eerste drie levensjaren, omdat ze voor 3 jaar nog onvoldoende taal hebben om herinneringen vast te leggen in taal. |
| pre-operationele fase | Denkfase (volgens Piaget) waarbij ze leren via afbeeldingen en taal, om zo de wereld te leren kennen en te ordenen.. (in normale ontwikkeling bij kinderen tussen 2 en 7 jaar) |
| uitgestelde imitatie | nabootsing van het model waarbij het model afwezig is. |
| verbeeldingsspel | een ‘doen-alsof-spel’ of rollenspel’ waarbij ze de werkelijkheid naspelen. |
| mentale beelden | vroeger waargenomen voorwerpen, personen, gebeurtenissen terug in het bewustzijn oproepen. |
| fantasie | de verbeeldingskracht om nieuwe gedachten te verzinnen die niet altijd op de waarneming of waarheid zijn gestoeld. |
| animisme | de overtuiging dat levenloze objecten kunnen denken, voelen, handelingen uitvoeren… |
| magisch denken | de overtuiging dat eigen gedachten, handelingen en woorden gebeurtenissen kunnen beïnvloeden. |
| egocentrisme | geen inlevingsvermogen hebben, alles bekijken vanuit het eigen standpunt, kunnen zich niet verplaatsen in het standpunt van een ander. |
| perspectief | het punt van waaruit je naar iets kijkt. |
| centratie | in het denken zich laten leiden door het meest opvallende kenmerk van een voorwerp of persoon en geen rekening houden met andere kenmerken. |
| conservatie-inzicht | het inzicht dat hoeveelheden die verschillende lijken toch even groot kunnen zijn. |
| reversibel denken | denkacties in gedachten kunnen omkeren, kunnen terugdenken in de tijd |
| niet-reversibel denken | denkacties niet in gedachten kunnen omkeren, niet kunnen terugdenken in de tijd |