Samenvatting Ruimtelijke Ordening
Samenvatting H1 - Ruimtelijk Gebied
Structuur en Groen
Het ruimtelijk gebied is belangrijk voor de structuur; zonder dit structuurcomponent verdwijnt al het groen.
1. Ruimtelijke Indeling
Morfologie
Verspreide bebouwing: Dit type bouw wordt vaak aangetroffen op het platteland.
Lintbebouwing: Dit is een lange straat waaraan aan beide zijden huizen staan, met achter deze huizen landbouw- en natuurgebieden.
Geconcentreerde bebouwing: Hier wordt dit hoofdzakelijk aangetroffen in steden.
Woningtype
Gesloten bebouwing: Huizen die tegen elkaar zijn gebouwd, meestal in een rij.
Halfopen bebouwing: Huizen die een zekere afstand tot elkaar hebben, maar nog steeds in stapelopbouw.
Open bebouwing: Vrijstaande huizen met veel ruimte omheen.
Appartement: Verzameling van woningen in een gebouw.
2. Type Kernen
Plattelands bebouwde kern:
Beperkt aantal functies, zoals plaatselijke winkeltjes of een bakker.
Verstedelijkte kern:
Deze ligt tussen platteland en stad en kan voorzieningen zoals een zwembad of bibliotheek bevatten (bijv. Aalter).
Stedelijke kern:
Rijk aan functies, zoals onderwijs, recreatie en meer (bijv. Gent).
3. Functies in het Ruimtelijk Gebied
Wonen
Industrie
Handel
Recreatie
Onderwijs
Zorg
Weiland
Akkerland
Natuur
Bos
Transport
4. Evolutie van het Verstedelijkingsproces
a. Pre-industriële fase
Er was een duidelijke afscheiding tussen de stad en platteland, vaak door omwallingen of rivieren.
De meeste mensen leefden op het platteland, waarvan landbouw de voornaamste levenswijze was.
b. Industriële fase
De opkomst van de industrie trok mensen naar de steden, wat leidde tot urbanisatie.
Steden werden dichtbevolkter en breidden uit.
c. Post-industriële fase (na 1950)
De stijging van welvaart en de aankoop van auto’s leidde tot verhuizen naar de rand van de stad, wat resulteerde in suburbanisatie.
Steden beginnen zich ook aan de rand te verstedelijken.
d. 21ste eeuw
Er is sociologische en economische verstedelijking van het platteland, ook wel rurbanisatie genoemd.
Dit is het tegenovergestelde van desurbanisatie, waarbij stedelijke randen worden opgeslokt door steden, waardoor mensen verder van de stad gaan wonen.
5. Gevolgen van Rurbanisatie
Toename van functies in stadsranden en op het platteland.
Verdere verdichting van het wegennetwerk, wat kan leiden tot files.
De voordelen van wonen in de stad worden steeds duidelijker: voorzieningen zijn dicht bij.
Straten worden verkeersluw en er is meer openbaar vervoer beschikbaar.
Dit leidt tot re-urbanisatie; mensen verhuizen terug naar de stad.
6. Tijdlijn van Ruimtelijke Ordening
Verstedelijkingsgraad:
België heeft een verstedelijkingsgraad van 98,2%, wat zeer hoog is.
België is een van de laatste Europese landen dat ruimtelijke ordening heeft ingesteld.
Urban sprawl: er zijn veel stedelijke gebieden in open (agrarische) ruimte nabij de stad.
Nederland heeft een zeer actief beleid voor ruimtelijke planning, wat resulteert in meer open ruimte.
7. Ruimtelijke Ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Deze sectie is niet besproken in het transcript.
8. Ruimtelijke Ordening in Vlaanderen
8.1 Het Gewestplan
Gewestplan = een ruimtelijk plan waarin bijna per perceel de exacte bestemming is vastgelegd.
8.1.1 Gewestplan Aalter
Wit-rood gebied:
Dit is een woonuitbreidingsgebied gebaseerd op voorspelde bevolkingsgroei.
Voorspelling werd overschat: er is te veel woonuitbreidingsgebied.
Bouwshift: een betonstop waarbij woonuitbreidingsgebied niet meer bebouwd mag worden.
Veel delen van het woonuitbreidingsgebied dat ooit als bouwgrond werd verkocht, wordt nu als landbouwgebied of natuurgebied behouden.
Overheid moet vergoedingen geven omdat deze grond in waarde is gedaald.
8.1.2 Nadelen van het Gewestplan
Opgesteld zonder een globale visie, gericht op het nu en lokaal.
Te gedetailleerd en te statisch, waardoor aanpassingen moeilijk en traag zijn (tot 10 jaar).
Het plan is sterk verouderd door maatschappelijke veranderingen.
8.2 Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)
RSV = een beleidsplan dat richting geeft aan de ruimtelijke ordening, maar biedt geen bindende verplichtingen.
Het is een ruime schets van Vlaanderen en niet specifiek per perceel.
8.2.1 Vergelijking Gewestplan en RSV
Gewestplan: statisch, weinig flexibiliteit.
RSV: dynamisch, kan om de 5-10 jaar worden bijgewerkt.
RSV houdt geen rekening met maatschappelijke veranderingen en past niet binnen duurzame ontwikkeling.
Doel van RSV: duurzame ruimtelijke ontwikkeling.
9. Duurzame Ontwikkeling
Voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen.
9.1 Vier Ruimtelijke Principes
9.1.1 Gedeconcentreerde Bundeling
Functies die al bestaan, bundelen; nieuwe functies zoveel mogelijk toevoegen aan deze concentratie.
Bijvoorbeeld: industrie bouwen in een bestaand industrieterrein in plaats van een nieuw terrein te creëren.
9.1.2 Poorten als Motor van Ontwikkeling
Handelen met het buitenland is belangrijk; luchthavens en zeehavens spelen hierin een cruciale rol.
Plaatsen waar goederen en personen de grenzen binnenkomen of verlaten, zijn belangrijk voor intensieve economische activiteiten.
9.1.3 Infrastructuur als Bindteken
De benodigde transportinfrastructuur moet worden meegenomen bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden, zoals vrachtvervoer en treinverbindingen bij industrieterreinen.
9.1.4 Natuurlijke Structuur als Ruggengraat
Bestaande natuurlijke structuren en systemen moeten gerespecteerd worden bij het ontwikkelen van nieuwe projecten.
9.2 Beleidsniveau en Structuurplannen
Ruimtelijk Structuurplan Vlaamse Gewest (RSV):
Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan (PRS), bv. voor een zwembad.
Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS), bv. voor een bibliotheek.
9.3 Subsidiariteitsprincipe
Beslissingen dienen genomen te worden op het meest geschikte niveau.
9.4 Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP)
RUP = uitvoering van ruimtelijke structuurplannen, grafische weergave van het gebied gecombineerd met stedenbouwkundige voorschriften.
Het volgt het RSV maar is gedetailleerder en specifieker.
10. Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV)
BRV is een verdere ontwikkeling van het RSV en biedt antwoorden op de vraag hoe Vlaanderen eruit moet zien in 2050.
Het houdt rekening met veranderende maatschappelijke contexten en klimaatverandering.
10.1 Ruimtebeslag
Ruimtebeslag = het aandeel van ruimte dat is ingenomen door huisvesting, industrie, handel, transportinfrastructuur, recreatie, etc.
Ruimtebeslag in 2015 was 33%, met 14% effectief verhard.
Verwacht ruimtebeslag tegen 2050 zonder veranderingen: 41,5%.
10.2 Kernkwaliteiten
Strategie omvat 10 kernkwaliteiten die kunnen bijdragen aan een kwaliteitsvolle inrichting en effectief beheer van ruimtelijke structuren.
10.3 Ruimtelijk Rendement
Bouwshift:
Beperk ruimtebeslag tot een maximum van 3 ha per dag tegen 2025.
Streef ernaar 0 ha extra ruimtebeslag te hebben tegen 2040.
Verhoogt het ruimtelijk rendement door zoveel mogelijk gebruik te maken van reeds beschikbare ruimte.
Probleem: planschade, geschat op meer dan 20 miljard euro voor Vlaanderen.
Er is een premie voor mensen die bouwgrond hebben gekocht die nu niet meer als zodanig geldt.
Beleid moedigt ook meervoudig ruimtegebruik aan: één en dezelfde ruimte geschikt maken voor verschillende gebruikers op verschillende tijdstippen.