Kennis en betekenis - Hoorcollege Notities

Introductie en Filosofische Overwegingen over het Menselijk Lot

  • De paradox van controle (John Gray, Strohonden, 2002):

    • De meeste mensen beschouwen zichzelf tegenwoordig als een soort die meester kan zijn over haar eigen lot. Gray stelt echter dat dit een vorm van geloof is en geen wetenschap.

    • Andere diersoorten, zoals walvissen of gorilla's, worden nooit besproken in termen van het beheersen van hun lot. Er is geen rationale reden waarom dit voor mensen anders zou zijn.

  • De positie van de mens (John Gray, De ziel van de marionet, 2015):

    • De mens bevindt zich in een spanningsveld tussen het "gracieuze automatisme" van een marionet en de "bewuste vrijheid" van een god.

    • Menselijke handelingen zijn vaak krampachtig en schokkerig omdat mensen het gevoel hebben de loop van hun leven constant te moeten bepalen.

    • Dieren daarentegen leven simpelweg zonder de noodzaak om een levenspad te kiezen. Onzekerheid bij dieren (tijdens het "snuffelend" zoeken) is tijdelijk; zodra zij een veilige plek bereiken, keert de rust terug.

    • Het menselijk leven wordt gekenmerkt door permanente zorg over keuzes.

  • Wetenschap en Mythe (Michel Serres, Hermès III, 1974):

    • Serres stelt dat het idee van een wetenschap die volledig vrij is van mythes de grootste mythe van allemaal is.

  • De positie van de onderzoeker (Eric Voegelin, The New Science of Politics, 1952):

    • Er wordt de vraag gesteld of een theoretisch onderzoeker buiten de sociale realiteit kan staan. Voegelin suggereert dat de onderzoeker er juist onderdeel van uitmaakt, wat vragen oproept over hoe die realiteit dan als objectief studieobject kan dienen.

  • De functie van verhalen (Arnold Heumakers, De schaduw van de vooruitgang, 2003):

    • Verhalen geven de wereld zin en betekenis. Ze verbinden verschijnselen in een coherent en herkenbaar verband, waardoor de mens zich "thuis" kan voelen op aarde.

De zoektocht naar Kennis en Betekenis

  • Motivatie van de mens:

    • De mens zoekt naar kennis om het leven gemakkelijker en welvarender te maken (technologische vooruitgang).

    • Tegelijkertijd zoekt de mens naar de betekenis van het leven en wat geluk brengt. Dit leidt tot verhalende denksystemen die zin geven aan het bestaan.

    • Kennis en betekenis beïnvloeden elkaar en vormen samen ons mens- en wereldbeeld.

  • Wetenschap als speelveld:

    • Wetenschap ontstaat wanneer kennis systematisch wordt vergaard en geordend volgens rationele principes van het verstand.

    • Drie pijlers van de wetenschap:

      1. De kennis zelf: Het object van het kennen.

      2. Wetenschappelijk onderzoek: De methoden waarop kennis wordt vergaard.

      3. Wetenschappelijk instituut: De gemeenschap waarin kennis tot stand komt, wordt bewaard en gedeeld.

  • Wetenschappelijke benaderingen (Weber et al., 2016):

    • Realisme: De aanname dat er een werkelijkheid bestaat onafhankelijk van de menselijke waarneming. De rol van de wetenschap is om deze werkelijkheid volledig bloot te leggen.

    • Pragmatisme: Wetenschap moet zaken op een praktische manier oplossen. Volledigheid of absolute accuraatheid is ondergeschikt aan het voldoen aan menselijke interesses en noden.

    • Intellectualisme: Kennis wordt nagestreefd omwille van de kennis zelf. Het richt zich op fundamentele inzichten in het mens- en wereldbeeld en niet op praktische probleemoplossing.

Classificatie van de Wetenschappen

  • Wetenschapsdomeinen en hun objecten van kennen:

    1. Exacte wetenschappen / Natuurwetenschappen: Fysische werkelijkheid (bijv. chemie, fysica). Hierbij staat 'natuur' voor de werkelijkheid die niet door mensen is beïnvloed. Indien beïnvloed, spreekt men over 'cultuur'.

    2. Humane wetenschappen / Geesteswetenschappen: Producten van de menselijke geest (bijv. taalkunde, letterkunde, kunstwetenschappen, geschiedenis).

    3. Sociale wetenschappen / Gedragswetenschappen: De mens en de maatschappij (bijv. psychologie, sociologie). Deze bevinden zich tussen de humane en exacte wetenschappen in.

    4. Formele wetenschappen: Pure grondvormen van kennisopbouw zoals wiskunde en logica.

  • Voorbeelden van grondvormen in de formele wetenschappen:

    • Getallen en meetkundige vormen.

    • Causaliteit (oorzaak-gevolg relaties: ABA \rightarrow B).

    • Deductie: Het afleiden van het concrete uit het abstracte.

    • Inductie: Het afleiden van het abstracte uit het concrete.

Wetenschappelijk Onderzoek en Methodologie

  • Onderzoeksmethode:

    • Vertrekt vaak vanuit een aanname, vraag of theorie (een coherent geheel van ideeën en verklaringen over de werkelijkheid).

    • Informatie wordt verzameld volgens een vaststaand stappenplan opgebouwd volgens rationele logica.

    • Gegevens worden systematisch bestudeerd om theorieën te bevestigen, te weerleggen of te verrijken.

  • Typen onderzoek:

    1. Fundamenteel onderzoek: Gedreven door de interesse van de onderzoeker. Gericht op het begrijpen van fundamentele beginselen. Toepassingen komen pas in een later stadium in beeld.

    2. Toegepast onderzoek: Vertrekt vanuit een specifiek probleem of noodzaak. Gericht op onmiddellijk inzetbare kennis om het leven te vergemakkelijken.

  • Kwantitatief versus Kwalitatief onderzoek:

    • Kwantitatief onderzoek:

      • Data zijn meetbaar en uitgedrukt in getallen (bijv. experimentele psychologie, fysica).

      • Onderzochte fenomenen zijn kwantificeerbaar.

      • Gegevens bestaan uit objectieve metingen en observaties; subjectieve interpretatie wordt vermeden.

    • Kwalitatief onderzoek:

      • Fenomenen zijn niet meetbaar.

      • Gegevens bestaan uit begrippen, beelden en interpretaties (bijv. antropologie, geschiedenis).

      • Het 'subject van het kennen' (de onderzoeker) is waardevol.

      • Focus ligt op het begrijpen (verlenen van inzicht via interpretatie) in plaats van het verklaren (aantonen van causale relaties).

Wereldbeelden en Subjectiviteit

  • Mechanistisch wereld- en mensbeeld:

    • Vooral voortgekomen uit de exacte wetenschappen.

    • Stelt dat aan alle fenomenen een waarneembare, fysieke verklaring ten grondslag ligt.

    • Materialisme: Alles is materie.

    • Determinisme: Alles verloopt volgens vastgelegde oorzaak-gevolg relaties, waardoor het verloop van de werkelijkheid vastligt.

  • Filosofische vragen bij het mechanisme:

    • Hoe kan bewustzijn ontstaan uit enkel mechanische materie?

    • Is er ruimte voor een vrije wil als alles energetisch en materieel bepaald is?

    • Hoe kunnen we handelingen als goed of kwaad bestempelen in een betekenisloze materiële wereld?

  • Subjectiviteit en de Geesteswetenschappen (o.a. Husserl, 1936):

    • Geesteswetenschappen stellen de mens en zijn subjectieve ervaring centraal.

    • Er ontstaat een conflict tussen de visie dat de werkelijkheid losstaat van ons verstand en het idee dat we de wereld alleen kunnen kennen doordat we deze verstandelijk waarnemen en ordenen via structuren zoals tijd, ruimte en causaliteit.

  • Filosofische stromingen over de werkelijkheid:

    • Filosofisch Realisme: De werkelijkheid bestaat onafhankelijk van het bewustzijn.

    • Filosofisch Idealisme: De werkelijkheid is afhankelijk van het bewustzijn.

    • Objectiviteit: Streven van exacte wetenschappen om het subjectieve te vermijden en een absolute realiteit toe te kennen aan het object van kennen.

    • Subjectiviteit: Omarming van de rol van de waarnemer binnen de humane wetenschappen om de werkelijkheid te begrijpen.

Vooruitgangsdenken en Kritiek

  • Cumulatieve kennis:

    • De aanname dat wetenschappelijke kennis stap voor stap wordt opgebouwd en steeds uitgebreid wordt. Dit is duidelijk zichtbaar in technologische revoluties.

  • Kritische reflectie (o.a. Kuhn, 1962; Foucault, 1969):

    • Vooruitgang is niet altijd continu; er zijn periodes van stilstand en grote sprongen.

    • Critici stellen fundamentele vragen over de waarde van vooruitgang:

      • Gaan mensen door meer kennis beter met elkaar om?

      • Worden we automatisch gelukkiger door toename van kennis?

      • Biedt technologische vooruitgang meer levenskwaliteit?

  • Slotoverweging:

    • Waarom weigeren mensen, in tegenstelling tot dieren, het leven te accepteren zoals het is en zich aan hun lot over te geven?

Bibliografie

  • Foucault, M. (1982). The archaeology of knowledge & the discourse on language (A. M. Sheridan Smith, Vert.). Vintage Books. (Origineel 1969).

  • Gray, J. (2003). Strohonden: Gedachten over mensen en andere dieren (W. de Leeuw & R. van de Plassche, Vert.). Ambo/Anthos. (Origineel 2002).

  • Gray, J. (2015). De ziel van de marionet: Een zoektocht naar de vrijheid van de mens. Ambo/Anthos.

  • Heumakers, A. (2003). De schaduw van de vooruitgang. Em. Querido’s Uitgeverij.

  • Husserl, E. (2018). De crisis van de Europese wetenschappen en de transcendentale fenomenologie (W. Visser, Vert.). Boom. (Origineel 1936).

  • Kuhn, T. S. (1962). The structure of scientific revolutions. University of Chicago Press.

  • Latour, B. (2016). Wij zijn nooit modern geweest (J. van Dijk & G. de Vries, Vert.). Boom. (Origineel 1991).

  • Serres, M. (1974). Hermès III: La traduction. Les Éditions de Minuit.

  • Voegelin, E. (1952). The new science of politics. University of Chicago Press.

  • Weber, E., Leuridan, B., & Lefevere, M. (2016). Wetenschap: Wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie. Garant.