Begrippenlijst geschiedenis

breuk

Een erg grote verandering. Voor en na de breuk ziet de bestudeerde samenleving of object er helemaal of erg anders uit.

collectieve geheugen

Een verzameling herinneringen die mensen gemeenschappelijk hebben. Terwijl geschiedenis een waardevrij beeld van het verleden moet schetsen, is het collectief geheugen sterk beïnvloed door de sociale groep die het gevormd heeft. Het collectieve geheugen verschilt ook per sociale groep of volk.

collectieve identiteit

Een gemeenschappelijk bewustzijn van een sociale groep of volk, die ook invloed heeft op het persoonlijk leven van de leden van deze groep.

continuïteit

Wanneer een kenmerk of karakter van een samenleving of cultuur ononderbroken blijft bestaan en dus niet verandert.

discontinuïteit

Wanneer een kenmerk of karakter van een samenleving of cultuur wijzigt of verandert

eeuw

Een periode van 100 jaar. 

gelijktijdig

Wanneer een gebeurtenis op ongeveer hetzelfde moment afspeelt als een andere gebeurtenis.

historicus

Een persoon die onderzoek doet naar het verleden en hierover soms een artikel of boek schrijft. Ook wel eens een geschiedkundige genoemd.

jaar 

Een jaar is heel algemeen de tijdsduur die de aarde nodig heeft om een baan te maken rond de zon. Dit komt ongeveer neer op 365 dagen. 

millennium

Een periode van 1000 jaar.

multiperspectiviteit

Wanneer je loskomt van je eigen perspectief en je een gebeurtenis uit verschillende invalshoeken kan bekijken en je zo kan inleven in hoe een ander deze gebeurtenis heeft ervaren.

objectief

Informatie is objectief wanneer ze niet gekleurd is door de mening van een persoon of instantie. Er mag dus geen mening in doorschemeren.

ongelijktijdig

Wanneer twee of meer gebeurtenissen niet op hetzelfde moment plaatsvinden, maar er eerder een lange periode tussen de verschillende gebeurtenissen in zit.

periode

Een verzameling van jaren die elkaar opvolgen die volgens geschiedkundigen gekenmerkt worden door dezelfde kenmerken. Periodes worden gebruikt in het vak geschiedenis om alles overzichtelijker te maken. 

subjectief

Informatie is subjectief wanneer ze gekleurd is door de mening van een persoon of instantie. Er schemert dus een mening door.

tijdrekening

Een systeem dat we gebruiken bij geschiedenis om de chronologie van de gebeurtenissen in een duidelijke structuur weer te geven. 

verandering

Wanneer iets anders wordt.

bekeren

Het overgaan of het doen overgaan naar een andere godsdienst (vanuit een andere religie of wanneer je niet gelovig bent)

centralisatiepolitiek

Een (politiek) proces waarbij de bevoegdheden van verschillende lokale of regionale ondergeschikte personen of instellingen worden samengevoegd op een hoger centraal niveau.

christianiseren

Iemand tot christen maken, of anders gezegd ‘iemand bekeren tot het christendom’.

dynastie

Een vorstenhuis of koninklijke familie.

epidemie

Een ongunstig verschijnsel dat voorkomt in een klein of groot gebied van mens en dier. Meestal gaat het over een ziekte die in grotere frequentie dan normaal voorkomt. Maar het woord wordt ook gebruikt om te verwijzen naar een verhoging van niet besmettelijke ziekten en zelfs om te verwijzen naar een verhoging van ongunstige verschijnselen zoals bijvoorbeeld zelfdoding, alcoholisme en jeugdcriminaliteit.

erfelijk koningschap

Wanneer de titel van koning bij de dood van de koning geërfd wordt door een nakomeling of nakomelingen. In de middeleeuwen meestal de zoon.

feodaliteit

Een stelsel dat de verhouding tussen de koning en de hoge adel vastlegde. In ruil voor trouw en diensten aan de koning kregen kroonvazallen grond in leen.

gelaagde samenleving

Een samenleving waarin de bevolking in meerdere sociale groepen is opgedeeld. Tussen deze verschillende lagen / sociale groepen zijn er vaak grote verschillen in macht en aanzien. 

heiligen

Een titel die in het christendom aan overleden personen wordt toegekend die tijdens hun leven bijzonder gelovig waren en knappe dingen hebben gedaan voor hun geloof. De heiligen worden door de gelovigen vaak op allerlei wijze vereerd.

hidjra

De reis van de profeet Mohammed en zijn vluchtelingen uit Mekka, waar hij op veel verzet kon rekenen, naar Medina. (622) Dit is ook het begin van de islamitische jaartelling.

horige

Een boer die al dan niet vrijwillig een deel van zijn vrijheid opgaf om zich aan een heer te binden. Hij was aan de grond gebonden maar kon nog persoonlijke rechten behouden.

huwelijkspolitiek

Een middel dat families gebruiken om hun macht en prestige te behouden of uit te breiden. Hierbij trouwt men dan niet uit liefde, maar wel om politieke redenen.

islam

Islam betekent letterlijk overgave. Het is een monotheïstische godsdienst gebaseerd op de leer van de profeet Mohammed.

Kaäba

Het is een kubusvorming gebouw van 12 op 10 meter. Dit gebouw staat in een moskee te Mekka en is het belangrijkste heiligdom van de moslims.

kalifaat

Een staat die geregeerd wordt door een kalief.

kalief

Politiek en religieus leider van een kalifaat in het islamitische rijk. De kalief werd beschouwd als de politieke opvolger van Mohammed, maar niet als profeet of rechtsgeleerde.

Karolingers

Een dynastie van Frankische koningen die regeerden van de 8ste tot de 1de eeuw.

keizerrijk

Een rijk met aan het hoofd een keizer.

ketter

Iemand die bewust en opzettelijk ingaat en zich anders gedraagt dan een bepaalde geloofsgemeenschap. (meestal de heersende geloofsgemeenschap in dat land)

klassenmaatschappij

Een samenleving die bestaat uit verschillende sociale groepen. Deze sociale groepen worden bepaald door je socio-economische positie.

Koran

Het heilige boek van de moslims, geopenbaard aan de profeet Mohammed in 610, dat vooral mondeling gereciteerd werd.

kruistocht

Een gewapende tocht (11de -13de eeuw) ondernomen door christelijke ridders en pelgrims naar Jeruzalem om de heilige plaatsen te heroveren.

landbouwsamenleving

Een samenleving waarvan het overgrote deel leefde van de landbouw en actief was in de landbouw.

leen

Een stuk grond in het feodale systeem, door een leenheer aan een vazal geschonken in ruil voor trouw en diensten. De vazal kreeg levenslang het vruchtgebruik van de leengrond.

missionaris

Een geestelijke die naar andere volkeren trekt om deze te bekeren tot zijn godsdienst.

markgraafschap

Een verzameling van graafschappen gelegen aan de rand van het rijk. De mark diende als verdediging voor het rijk.

Merovingers

Een dynastie van Frankische koningen die regeerden van de 5de tot de 8ste eeuw.

migratie

De verplaatsing van groepen mensen van de ene naar de andere plaats. Zowel pull-als pushfactoren kunnen hierbij een rol spelen.

monotheïsme

Het geloof in het bestaan van één god. Dit is het tegenovergestelde van polytheïsme.

pandemie

Een epidemie op wereldschaal.

personele unie

Een politieke constructie waarbij verschillende gebieden helemaal zelfstandig blijven maar toch verenigd zijn onder één persoon.

pogrom

Een aanval op een bepaalde groep die zich op etnisch of religieus vlak onderscheidt van de aanvallers. Bedoeling van de aanval is om deze groep mensen te intimideren en zo te verjagen.

polytheïsme

Het geloof in het bestaan van meerdere goden. Dit is het tegenovergestelde van monotheïsme.

reliek

Een overblijfsel van het lichaam van een heilige, of een voorwerp dat met heilige in aanraking is geweest, waaraan wonderdadige kracht wordt toegekend.

ruraal

Een synoniem voor landelijk. De middeleeuwse samenleving was voornamelijk een rurale samenleving omdat erg veel mensen op het land dienden te werken.

sjiieten

Een strekking binnen de islam die na de dood van Mohammed diens neef en schoonzoon Ali als enige rechtmatige opvolger aanvaardde. 

sociale mobiliteit 

De verandering in sociale positie van een persoon of sociale groep. De persoon of groep zakken of stijgen daar naar een andere laag.

soennieten

Een strekking binnen de islam die naast de Koran ook de ‘soenna’, de levenswijze van de profeet Mohammed, volgt. Zij beschouwen de eerste drie kaliefen van Medina als leiders en rechtmatige opvolgers van de profeet Mohammed.

standenmaatschappij

Een maatschappij waarin men op basis van zijn geboorte in een sociale groep terechtkomt. De stand bepaalt de rechten en plichten die men heeft.

stedelijk

Een gebied dat ten opzichte van de omgeving een hogere graad heeft van mensen die er wonen en werken.

vazal

Een leenman of getrouwe van de koning of kroonvazal die in ruil voor zijn trouw en diensten grond in leen kreeg.

volksverhuizingen

Een verschijnsel waarbij gehele volkeren van de ene naar de andere plek verhuizen, in de hoop daar een beter leven te kunnen opbouwen.

zendgraaf

Een persoon aangesteld door de Frankische koningen om in de uithoeken van het rijk, daar waar de koning zelf niet vaak kwam, de administratieve taken te volbrengen.