begrippen geschiedenis van VMD naar MD

- Revolutie, totale snelle grote verandering.

- Evolutie, grote totale verandering.

- Innovatie, het proces van het ontwikkelen en toepassen van nieuwe ideeën, producten, diensten of werkwijzen die waarde toevoegen of problemen oplossen.

- Industriële revolutie, de overgang van handmatige productie naar grootschalige mechanisatie. Innovaties zoals de stoommachine, de textielmachine en verbeteringen in metaalbewerking leidden tot een enorme toename in productiviteit en de opkomst van fabrieken.

- Mondialisering, het proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld en informatie zoals kennis en cultuur.

- Humanisme, wereldbeeld waarin het menselijk denken centraal staat.

- Rationalisme, filosofische stroming met de rede als voornaamste bron van kennis.

- Empirisme, kennistheorie die ervan uitgaat dat kennis in de eerste plaats voortkomt uit ervaring en experiment.

- Verlichting, de filosofische stroming uit de 18de eeuw die de rede en de wetenschappen als oplossing zag voor problemen uit de samenleving.

- Volkssoevereiniteit, de macht van de staat ligt bij het volk.

- Scheiding der machten, het principe dat de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht gescheiden moet zijn.

- Standenmaatschappij, een maatschappij waarbij mensen worden ingedeeld in standen of rangen: geestelijkheid, adel en de derde stand.

- Klassenmaatschappij, de samenleving verdeeld in klassen op basis van economische positie, zoals inkomen, bezit en beroep.

- Absolutisme, alle macht in handen van één persoon steunend op de adel en de clerus, dictatuur.

- Clerus, de geestelijkheid in de maatschappij.

- Adel, een sociale klasse van invloedrijke families met privileges, vaak gebaseerd op erfelijke titels en grondbezit, die een belangrijke rol speelden in bestuur en samenleving.

- Verlicht despoot, een absolute vorst die regeerde met ideeën uit de Verlichting, zoals hervormingen in onderwijs, rechtspraak en economie, maar zonder zijn eigen macht op te geven.

- Grondwet, de basisregels, rechten, plichten en organisatie van de overheid en burgers vastlegt.

- Ambacht, een beroep waarbij producten of diensten met de hand en specifieke vaardigheden worden gemaakt, vaak in kleine hoeveelheden.

- Koloniale wijdeven, een economisch systeem waarin koloniën grondstoffen en goederen leveren aan het moederland, vaak met uitbuiting van natuurlijke hulpbronnen en de lokale bevolking.

- Kolonie, een gebied dat bestuurd wordt door een ander, vaak ver weg gelegen, land.

- Kolonisatie, vorm van imperialisme waarbij een land zijn koloniën economisch uitbuit.

- Imperialisme, een land dat streeft om zijn macht en invloed uit te breiden door andere gebieden te veroveren en te beheersen.

- Columbiaanse uitwisseling, de wereldwijde uitwisseling van dieren, planten, ziektes en mensen die zich ontwikkelde door het Europees kolonialisme.

- Trans-Atlantische slavenhandel/driehoekshandel, een handelsnetwerk tussen drie regio's, vaak Europa, Afrika en de Amerika's, waarbij goederen zoals wapens, textiel en alcohol van Europa naar Afrika werden gestuurd, slaven naar de Amerika's, en koloniale producten zoals suiker, katoen en tabak naar Europa.

- De Nieuwe Wereld, landen en continenten die na de ontdekkingen van Christopher Columbus in 1492 bekend werden, vooral Noord- en Zuid-Amerika.

- Maritiem, betrekking hebbend op de zee, scheepvaart of de kust.

- Continentaal imperialisme/modern kolonialisme, het proces waarbij een land zijn invloed uitbreidt over andere landen of gebieden, vaak door middel van militaire overheersing, politieke controle en economische exploitatie.