Anatomie en Fysiologie van het Dier

Anatomie en Fysiologie van het Dier - Samenvatting

Skeletstructuur van het Paard

  • Cervicale wervels

  • Schedel: bestaat uit verschillende beenderen, waaronder:

    • Maxilla (bovenkaak)

    • Mandibula (onderkaak)

    • Jukboog

    • Oogholte (oogkas)

  • Wervelkolom: bestaat uit de volgende soorten wervels:

    • Cervicale wervels

    • Thoracale (rug) wervels

    • Lumbale (onderrug) wervels

    • Sacrale wervels (heiligbeen)

    • Caudale wervels (staart)

  • Ledematen:

    • Scapula (schouderblad)

    • Humerus (opperarmbeen)

    • Radius (spaakbeen)

    • Ulna (ellepijp)

    • Femur (dijbeen)

    • Patella (knieschijf)

    • Fibula (kuitbeen)

    • Tibia (schenkelbeen)

    • Tarsus (sprong)

    • Metatarsus (pijp)

    • Metacarpus (middenhandsbeenderen)

    • Phalanges (vingerkootjes)

Richtingsaanduidingen van het Dier

  1. Skelet Richtingsaanduidingen

    • Craniaal: naar het hoofd toe

    • Caudaal: naar de staart toe

    • Dorsaal: richting de rug

    • Ventraal: richting de buik

    • Sagittaal: naast de mediaanlijn

    • Transversaal: dwars door een lichaamsdeel

    • Mediaal: naar de mediaanlijn toe

    • Lateraal: van de mediaanlijn weg

    • Mediaan: door het midden via de rugwervel

    • Horizontaal: recht door het midden

  2. Richtingen van de Kop

    • Rostraal: naar de neus toe

    • Caudaal: naar de oren toe

    • Dorsaal: bovenkant van de kop

    • Ventraal: onderkant van de kop

  3. Richtingen van de Poot

    • Axiaal: midden van de poot

    • Abaxiaal: zijwaarts van het midden

    • Proximaal: naar de buik

    • Distaal: naar de grond

    • Dorsaal: voorkant van de poot

    • Palmair: achterkant van de voorpoot

    • Plantair: achterkant van de achterpoot

    • Mediaal: binnenzijde van de voet

    • Lateraal: buitenzijde van de voet

Terminologie

  • Pariëtaal: naar de lichaamswand toe

  • Visceraal: naar de ingewanden toe

  • Internus: inwendig

  • Externus: uitwendig

  • Profundus: diep

  • Superficialis: oppervlakkig

Osteologie

  • Soorten Beenderen

    1. Lang been

    2. Kort been

    3. Onregelmatig been

    4. Plat been

    5. Sesambeentjes

  • Kenmerken van Lang Beenderen

    • Periost:

    • Beenvlies rondom het been

    • Bevat beenvormende laag (osteoblasten)

    • Bij breuk: activatie van het beenmerg

    • Gewrichtskraakbeen:

    • Hyalien of glasachtig, erg buigzaam en elastisch

    • Bestaat uit kraakbeencellen en intercellulaire substanties

    • Dwarsdoorsnede:

    • Mergholte

    • Compact been

    • Periost

    • Endost

    • Spongieus been

    • Proximale epifyse

    • Diafyse

    • Distale epifyse

Beencellen

  • Osteoblasten: leren beenvormende cellen

  • Osteocyten: 'oude' osteoblasten, volwassen beencellen

  • Osteoclast: beenafbrekende cellen

  • Bloedvaten:

    • Kanaal van Havers

  • Tussencelstof:

    • Osteoid (30%): beenmatrix met voornamelijk collageenvezels, gevormd door osteoblasten

    • Mineralen (70%): Calcium (Ca) en Fosfor (P)

Groei van Lang Beenderen

  1. Kraakbeenmodel

  2. Beenvorming ter hoogte van diafyse

  3. Mergholte ontstaat

  4. Groeikraakbeenschijf tussen epifysen en diafysen = lengtegroei

  5. Diktegroei

  6. Groeikraakbeenschijven verdwijnen = volgroeid been

Ossificatie

  • Intramembraneuze Verbening: schedelbeenderen ontstaan uit bindweefsel

  • Endochondrale Verbening: botweefsel wordt via een kraakbeenmodel gevormd; kraakbeen vervangen door bot

Functies van het Skelet

  • Steun en vormgeving van het lichaam

  • Aanhechtingsplaats voor spieren

  • Bescherming van vitale organen, zoals hersenen en longen

  • Dynamische opslagplaats voor mineralen (calcium en fosfor) bij behoefte (bijvoorbeeld tijdens lactatie en dracht)

Soorten schedels bij de Hond

  • Dolichocefaal: lange schedel

  • Mesocefaal: gemiddelde schedel

  • Brachycefaal: korte schedel

Wervelkolom

  • Doornuitsteeksel: spinaaluitsteeksel

  • Gewrichtsuitsteeksel: voor/rugzijde

  • Wervelboog

  • Tussenwervelruimten: bevatten cerebrospinaal vocht

Aantallen Wervels per Diersoort

  • Hond: 7 cervicale, 13 thoracale, 7 lumbale, 3 sacrale, 18-23 caudale wervels

  • Kat: 7 cervicale, 13 thoracale, 7 lumbale, 3 sacrale, 20-24 caudale wervels

  • Paard: 7 cervicale, 13 thoracale, 6 lumbale, 5 sacrale, 15-21 caudale wervels

  • Rund: 7 cervicale, 13 thoracale, 6 lumbale, 5 sacrale, 18-21 caudale wervels

  • Schaap: 7 cervicale, 13 thoracale, 6-7 lumbale, 4 sacrale, 16-24 caudale wervels

  • Geit: 7 cervicale, 13 thoracale, 6 lumbale, 4-5 sacrale, 11-16 caudale wervels

  • Varken: 7 cervicale, 14-15 thoracale, 6-7 lumbale, 4 sacrale, 20-23 caudale wervels

Eerste Twee Halswervels

  • Atlas (C1):

    • Bijna geen wervellichaam

    • Gewrichtskommen voor achterhoofdsknobbels

  • Axis (C2):

    • Dens axis zorgt voor draaibeweging (knikken)

Thoracale Wervels

  • Gewrichtskommetjes op wervellichaam

  • Korte dwarsuitsteeksels

Lumbale Wervels

  • Lange dwarsuitsteeksels

  • Duidelijke spinaaluitsteeksels

Sacrale en Caudale Wervels

  • Sacrale wervels vormen één geheel (de sacrum)

  • Aantal caudale wervels varieert per diersoort

Ribben en Borstbeen

  • Ware Ribben: rechtstreeks gewricht met borstbeen

  • Valse Ribben: geen rechtstreeks gewricht met borstbeen

  • Zwevende Ribben: geen verbinding met borstbeen

Schoudergordel

  • Schouderblad = scapula

  • Opperarmbeen = humerus

  • Spaakbeen = radius

  • Ellepijp = ulna

Heupbeenderen en Achterste Ledematen

  • Bekken = pelvis

  • Dijbeen = femur

  • Knieschijf = patella

  • Scheenbeen = tibia

  • Kuitbeen = fibula

Vergelijking van Diersoorten

  • Paard: Beweging beperkt tot sagittaal vlak, bijna geen rotatie.

  • Rund: Beweging in sagittaal vlak, rotatie mogelijk.

Beweeglijkheid van Ledematen

  • Digitigraad: teenganger

  • Unguligraad: teentoploper

  • Plantigraad: zoolganger

Vogels en Anatomie

  • Minimum lichaamsgewicht = lucht houdende beenderen, zwaartepunt gecentraliseerd

  • Grote oogkassen voor oriëntatie bij vlucht

  • Borstbeen sterk ontwikkeld voor aanhechting borstspieren

Conclusie

  • De anatomie en fysiologie van dieren, zoals gepresenteerd in deze samenvatting, vormen de basis voor verdere studie in biologie en veterinaire wetenschappen.

  • Het begrijpend aanleren van deze structuren is cruciaal voor dierenverzorging, behandeling en welzijn.