Samenvatting: Gesteentecyclus en Geomorfologie
A. Bouwstenen van de aardkorst
De aardkorst bestaat uit atomen die nauwelijks veranderen. Zuurstof, silicium en aluminium vormen samen meer dan 80% van de massa van de aardkorst. Atomen binden zich tot mineralen, die op hun beurt gesteenten vormen.
Mineralen: Chemische verbindingen of elementen met een kristalstructuur.
Silicaten: Belangrijkste mineraalgroep, met de silicaattetraëder als bouwsteen.
Gesteenten: Aggregaten van mineralen met verschillende samenstellingen en eigenschappen.
B. Petrogenese: Ontstaan van gesteenten
Gesteenten worden op drie manieren gevormd:
Stollingsgesteenten: Ontstaan door afkoeling en stolling van magma of lava.
Snelle afkoeling: kleine kristallen (bv. basalt).
Langzame afkoeling: grote kristallen (bv. graniet).
Sedimentaire gesteenten: Ontstaan door ophoping en verharding van afzettingsmateriaal (sedimenten).
Voorbeeld: zandsteen, kalksteen.
Metamorfe gesteenten: Ontstaan door omvorming van bestaande gesteenten onder hoge druk en temperatuur.
Voorbeeld: marmer (uit kalksteen).
C. De Gesteentecyclus
De gesteentecyclus is een continu proces waarin gesteenten gevormd, afgebroken en omgevormd worden:
Verwering: Afbraak van gesteenten door fysieke, chemische of biologische processen.
Erosie: Transport van verweerd materiaal door wind, water of ijs.
Sedimentatie: Ophoping van afgebroken gesteentemateriaal.
Subductie en smelten: Gesteenten verdwijnen in de aardmantel en vormen opnieuw magma.
D. Geomorfologie
Geomorfologie bestudeert landschapsvormen en de processen die deze vormen.
Endogene processen (binnenuit):
Vulkanisme, tektoniek, gebergtevorming.
Belangrijke gebergtevormingen: Caledonische, Hercynische en Alpiene orogenese.
Exogene processen (buitenaf):
Krachten uit hydrosfeer, cryosfeer, atmosfeer en biosfeer.
Verwering en erosie:
Fysische verwering (bv. ijs, wind, water).
Chemische verwering (bv. kalksteenoplossing).
Biologische verwering (bv. wortels in gesteenten).
E. Getuigenheuvels en IJzerzandsteen
Getuigenheuvels (bv. Brabantse Ardennen, Vlaamse Ardennen): overblijfselen van oude zandbanken uit de Diestiaanzee.
Vorming:
Sedimentatie in een ondiepe zee.
Opheffing door de Alpiene orogenese.
IJzerhoudend zand oxideerde tot ijzerzandsteen.
Behouden door erosiebestendigheid: De omgeving erodeerde, maar de ijzerzandsteenheuvels bleven bestaan.
Conclusie De gesteentecyclus en geomorfologie tonen aan hoe de aarde voortdurend verandert. Door interne en externe processen worden gesteenten en landschappen voortdurend gevormd en aangepast.