Radius (spaakbeen)

De craniale zijde is te herkennen aan het caput radii. De ventrale zijde is te herkennen aan de tuberositas radii bovenaan. Onderaan herkent men de ventrale zijde ook omdat zij daar min of meer concaaf is. De laterale zijde is te herkennen aan de processus styloideus.  De mediale zijde is te herkennen aan de margo interosseus die naar de ulna wijst.

Te kennen structuren:

  • Caput radii: de kleine proximale epifyse

  • Circumferentia articularis: articulatievlak dat rondom het caput radii ligt voor articulatie met de incisura radialis van de ulna

  • Fovea articularis: een schotelvormig uitgehold articulatievlak aan de bovenkant van de radius voor articulatie met het capitulum humeri

  • Collum radii: deel dat het caput verbindt met de diafyse

  • Corpus radii: dit is de diafyse

  • Margo anterior, posterior en interosseus: de drie randen van de radius waarvan enkel de margo interosseus over haar gehele lengte duidelijk zichtbaar is

  • Facies anterior, posterior en lateralis: de drie vlakken van de radius

  • Tuberositas radii: ruwheid op de voorzijde, juist distaal van het collum

  • Tuberositas pronatoria: ruwere vlek in het midden van de facies lateralis (zie 3D)

  • Incisura ulnaris: klein verticaal gewrichtsvlak voor de ulna op de distale epifyse

  • Processus styloideus radii: puntvormig uitsteeksel aan de laterale zijde onderaan

  • Facies articularis carpalis: breed articulatievlak aan de distale epifyse voor articulatie met het os scaphoideum in haar lateraal deel en met het os lunatum in haar mediaal deel

  • Sulci tendinum musculorum extensorum: door kammen gescheiden groeven op de dorsale zijde van de distale epifyse (voor de pezen van de strekkers van de hand en vingers)

  • Tuberculum dorsale: knobbeltje op het einde van de sterkst uitgesproken kam die in het verlengde ligt van de margo posterior (zie 3D)