DEEL III. STUDIE VAN WESTERSE SAMENLEVINGEN: 1750-1815. Hoofdstuk I. De verlichting.
Algemene Context en Historische Vraagstelling
- Studiegebied en Tijdsperiode: Deze studie richt zich op de Westerse samenlevingen gedurende de periode van 1750 tot 1815.
- Hoofdstukfocus: Het eerste hoofdstuk behandelt "De Verlichting".
- Centrale Historische Vragen:
- Wat waren de fundamentele ideeën van de Verlichting?
- Welke specifieke sociale laag van de bevolking was de voornaamste aanhanger van deze beweging en wat waren hun beweegredenen?
Het Rationalisme als Geesteshouding
- Definitie van Rationalisme: Het rationalisme wordt gedefinieerd als een geesteshouding die elke vorm van kennis en elk menselijk handelen baseert op de ratio, oftewel de rede. De bekende uitspraak van René Descartes (1596−1650), "Je pense, donc je suis" (Ik denk, dus ik ben), vormt hiervoor het fundament.
- Wetenschappelijke Evolutie in de 18de eeuw:
- De Verlichting bouwde voort op de wetenschappelijke en technische vooruitgang die in de 17de eeuw was ingezet.
- In de 18de eeuw vond een proces van specialisatie plaats binnen elke tak van de wetenschap.
- De methode die gehanteerd werd voor deze vooruitgang was het proefondervindelijk onderzoek (empirisme/experimenteel onderzoek).
- De Rol van Vorsten: Vorsten speelden een cruciale rol in deze wetenschappelijke bloei door op te treden als mecenas. Dit leidde tot de oprichting van diverse academies die het wetenschappelijk onderzoek faciliteerden.
- Isaac Newton (1642−1727): Deze Britse wetenschapper formuleerde de gravitatiewetten binnen de natuurkunde. Daarnaast leverde hij een essentiële bijdrage aan de wiskunde, specifiek door de ontwikkeling van de differentiaal- en integraalrekening.
- Antoine Lavoisier (1743−1794): Een Fransman die binnen de scheikunde pionierswerk verrichtte door onderzoek te doen naar verbrandingsverschijnselen.
- Denis Papin (1647−1712): Deze Franse uitvinder ontwikkelde de autoclaaf, een apparaat waarin stoom wordt samengeperst. Hij bouwde tevens een stoommachine waarmee hij een raderschip in beweging wist te zetten.
- Christiaan Huygens (1629−1695): Een Nederlander die het slingeruurwerk uitvond. Dit instrument was van onschatbare waarde voor zowel de astronomie als de navigatie op zee.
- Andere Praktische Toepassingen: De wetenschappelijke vooruitgang uitte zich in diverse praktische instrumenten, waaronder:
- De microscoop.
- De bliksemafleider.
- De barometer.
De Verlichting: Een Filosofische Stroming
- Definitie van de Verlichting: De Verlichting is een filosofische richting die de principes van het rationalisme toepaste op de destijds bestaande maatschappij. Dit omvatte de sociaal-economische structuren en de politieke situatie.
- Kritiek op het Bestaande Systeem: Volgens verlichte denkers kon het toenmalige systeem niet op een logische of redelijke (verstandelijke) wijze worden verklaard of gerechtvaardigd.
- Fundamenteel Uitgangspunt: De filosofen gingen uit van de universele en fundamentele gelijkheid van alle mensen.
De Belangrijkste Filosofen van de Verlichting
- Montesquieu (1689−1755):
- Hij was een rechtsgeleerde die door verschillende landen reisde, waaronder Engeland.
- Tijdens zijn reizen raakte hij beïnvloed door het Britse parlementaire regime en de ideeën van John Locke (1632−1704).
- Politiek ideaal: Hij pleitte voor een constitutionele parlementaire monarchie waarin de scheiding van de machten (trias politica) gewaarborgd was.
- Voltaire (1694−1778):
- Maatschappelijke standpunten: Hij was een vurig pleitbezorger van godsdienstige verdraagzaamheid en het verlicht despotisme.
- Religieuze overtuiging: Voltaire was een deïst. Dit betekent dat hij geloofde in het bestaan van een god op basis van de rede, in plaats van op basis van goddelijke openbaring.
- Jean-Jacques Rousseau (1712−1778):
- Mensbeeld: Rousseau predikte dat de mens van nature goed is, maar dat de maatschappij de mens heeft bedorven.
- Politieke theorie: Hij verdedigde het concept van de volkssoevereiniteit.
- Bestuursmodel: Zijn politieke ideaal was de stadsstaat, waarbij burgers rechtstreeks betrokken zijn bij het bestuur. Hij nam zijn geboortestad Genève als concreet voorbeeld.
Verspreiding van Verlichte Ideeën
- Karakter van de Filosofen: De verlichte denkers waren polemisten: hun geschriften lokten vaak discussie en debat uit.
- Doelgroepen en Locaties: Hun werken werden gelezen door de burgerij en aan het hof. De ideeën verspreidden zich via:
- Burgerlijke studiegenootschappen.
- Salons (mondaine bijeenkomsten waar de adel en de burgerij samenkwamen).
- Clubs naar Engels model.
- Koffiehuizen.
- L’Encyclopédie: Dit was een cruciaal instrument voor de verspreiding van kennis.
- Redactie: Onder leiding van de filosoof Diderot (1713−1784) en de wiskundige d'Alembert (1717−1783).
- Omvang: Het werk verscheen in meer dan 30 delen.
- Inhoud: Het bood een allesomvattend overzicht van alle nieuwe ideeën binnen de Verlichting en de nieuwste wetenschappelijke inzichten.