Les 10 Nederlands
Taalverwantschap (taal als familie)
- Talen lijken op elkaar omdat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben. Zoals bv Nederlands, Duits en Engels.
- Historisch-vergelijkende taalkunde onderzoekt hoe talen uit elkaar zijn gegroeid.
- Het eerste Nederlandse zinnetje was: "Hebban olla vogala nestas hagunnan...".
- Het Engels, Zweeds, Nederlands en het Duits behoren tot de Germaanse taalfamilie
- Frans, Spaans en Italiaans zijn onderdeel van de Romaanse taalfamilie
- In de ontwikkeling van het Nederlands onderscheiden we drie fasen:
- oudnederlands (700-1150)
- Middelnederlands (1150 - 1500)
- Nieuwnederlands (vanaf 1500)
Taalcontact (taal als buren)
- Talen beïnvloeden elkaar door leenwoorden.
Leenwoorden
woorden die uit een andere taal zijn overgenomen. Er zijn verschillende manieren waarop woorden geleend kunnen worden:
1. Directe Ontlening
a. Vreemde Woorden: Deze woorden worden onveranderd overgenomen, zonder aanpassing aan de Nederlandse spelling of uitspraak.
b. Voorbeelden: Bami, Limerick, Meeting, Penalty, fjord, apfelstrudel
c. Bastaardwoorden: Deze woorden worden aangepast aan de Nederlandse spelling en uitspraak.
Voorbeelden: Mirakel (van 'miracle'), pushen (van 'to push'), sigaar (van 'cigare')
d. Volledig Geïntegreerde Leenwoorden: Sommige woorden zijn zo sterk aangepast dat hun oorsprong niet meer zichtbaar is.
Voorbeelden: Muur (van 'murus'), roos (van 'rosa')
2. Indirecte Ontlening
a. Leenvertaling: Dit zijn vertalingen van een uitdrukking of woord waarbij de structuur behouden blijft.
Voorbeelden: Wolkenkrabber (van 'skyscraper'), gemengde gevoelens (van 'mixed feelings')
b. Betekenisontlening: De betekenis van een bestaand Nederlands woord wordt uitgebreid door invloed van een andere taal.
Voorbeeld: Realiseren (van 'verwezenlijken', maar nu ook ‘zich voor ogen stellen’ onder invloed van het Engels)
Barbarismen
Barbarismen zijn leenwoorden die als fout worden ervaren, omdat ze niet correct zijn volgens het Standaardnederlands. Dit kan komen door verkeerde vertalingen of het verkeerd gebruiken van woorden uit andere talen. Er zijn drie soorten barbarismen:
1. Anglicismen: Leenwoorden uit het Engels die letterlijk vertaald zijn of onterecht worden gebruikt. Voorbeelden: Een beslissing maken (in plaats van 'beslissen'), actie nemen (in plaats van 'actie ondernemen')
2. Gallicismen: Leenwoorden uit het Frans die als fout worden gezien in het Nederlands. Voorbeelden: Duur kosten (in plaats van 'veel kosten'), een foto trekken (in plaats van 'een foto maken')
3. Germanismen: Leenwoorden uit het Duits die als fout worden ervaren. Voorbeelden: Bemerking (in plaats van 'opmerking'), plichtwerk (in plaats van 'dwangarbeid')
Uitspraaktekens (specifiek)
1. Accent Aigu (é, á, ó)
a. Maakt de klank langer, wordt vaak gebruikt bij Franse leenwoorden. Voorbeelden: Comité, café, René, procedé
b. Kan ook gebruikt worden om een woord te benadrukken. Voorbeelden: Dat is dé manier om winst te maken.
c. In het telwoord één wordt het accent gebruikt als het als lidwoord gelezen kan worden: Hij heeft nog maar één rekening te betalen.
2. Accent Grave (è, à)
a. Dit teken wordt gebruikt bij Franse leenwoorden om de uitspraak te verduidelijken. Voorbeelden: Carrière, blèren, scène, twee à drie
b. Let op: nooit een accent op een hoofdletter.
3. Accent Circonflexe (ê, â, ô)
a. Dit wordt gebruikt in woorden die uit het Frans zijn overgenomen. Voorbeelden: Fêteren, maîtresse
4. Cedille (ç)
a. Gebruikt om de uitspraak van de letter "c" te verzachten. Voorbeelden: Reçu, François
5. Umlaut (ü, ö, ä)
a. Gebruikt in woorden die uit het Duits komen om de uitspraak te veranderen. Voorbeelden: Überhaupt, schön