Stereo-isomerie en Isomerievormen

Introductie: De Biologische Relevantie van Ruimtelijke Bouw

  • Het voorbeeld van de slak: De schelp van een slak kan twee vormen aannemen: rechtsdraaiend of linksdraaiend. Deze twee vormen zijn elkaars spiegelbeeld. Hoewel dit een klein mechanisch verschil lijkt, heeft het een aanzienlijk effect op de overlevingskansen van de slak.
  • Interactie met predatie: Er bestaat een specifieke slangensoort die deze slakken eet. Deze slang beschikt aan de rechterzijde van zijn bek over meer tanden dan aan de linkerzijde. Hierdoor valt de slang de slakken altijd vanaf de linkerzijde aan.
  • Overlevingsvoordeel: De slang heeft grote moeite om slakken met een linksdraaiend huisje vast te pakken. Hierdoor hebben linksdraaiende slakken een hogere kans op overleven in vergelijking met hun rechtsdraaiende soortgenoten.
  • Moleculaire parallel: Net als bij de slakkenhuisjes kunnen moleculen die op het eerste gezicht identiek lijken, door verschillen in hun ruimtelijke bouw (stereo-isomerie) zeer verschillende eigenschappen en biologische effecten hebben.

Basisprincipes van Isomerie

  • Definitie van Isomeren: Stoffen die dezelfde molecuulformule hebben, maar verschillende structuurformules.
  • Structuurisomeren (Constitutie-isomeren): Bij deze vorm van isomerie is de volgorde waarin de atomen aan elkaar gebonden zijn verschillend.     * Voorbeeld C2H4Cl2C_2H_4Cl_2: Hiervan bestaan twee structuurisomeren:         * 1,2-dichloorethaan: De chlooratomen zitten elk op een ander koolstofatoom (ClCH2CH2ClCl-CH_2-CH_2-Cl).         * 1,1-dichloorethaan: Beide chlooratomen zitten op hetzelfde koolstofatoom (Cl2CHCH3Cl_2CH-CH_3).     * Dit zijn verschillende stoffen met elk unieke stofeigenschappen.

Vrije Draaibaarheid versus Starre Bindingen

  • Vrije draaibaarheid in alkanen: Rondom een enkelvoudige koolstof-koolstofbinding (CCC-C) is vrije draaibaarheid mogelijk. In het geval van 1,2-dichloorethaan betekent dit dat het molecuul intern kan draaien. Ongeacht hoe men de chlooratomen ten opzichte van elkaar tekent, het blijft dezelfde stof omdat de ruimtelijke oriëntatie door rotatie constant kan veranderen.
  • Starre bindingen in alkenen: Rondom een dubbele binding (C=CC=C) is geen vrije draaibaarheid mogelijk. De dubbele binding is star. Om de groepen aan de koolstofatomen te laten draaien, zou een van de twee bindingen van de dubbele binding verbroken moeten worden.
  • Definitie Stereo-isomeren: Isomeren waarbij de volgorde van de atomen identiek is, maar de ruimtelijke oriëntatie van deze atomen verschilt.

Cis-trans-isomerie

  • Naamgeving: Om onderscheid te maken tussen verschillende ruimtelijke oriëntaties bij starre bindingen, worden de Latijnse voorvoegsels cis en trans gebruikt.     * Cis: Betekent 'aan dezelfde kant van'.     * Trans: Betekent 'aan de andere kant'.
  • Voorbeeld 1,2-dichlooretheen:     * cis-1,2-dichlooretheen: De twee chlooratomen bevinden zich aan dezelfde zijde van de dubbele binding.     * trans-1,2-dichlooretheen: De twee chlooratomen bevinden zich aan tegenoverliggende zijden van de dubbele binding.
  • Fysieke eigenschappen: Hoewel de stoffen chemisch op elkaar lijken (beide zijn licht ontvlambaar, irriterend voor de luchtwegen en goede vetoplossers), verschillen hun kook- en smeltpunten significant:     * cis-1,2-dichlooretheen: Smeltpunt = 193K193\,K; Kookpunt = 333K333\,K.     * trans-1,2-dichlooretheen: Smeltpunt = 223K223\,K; Kookpunt = 322K322\,K.
  • Voorwaarden voor cis-trans-isomerie:     1. Er moet een starre binding aanwezig zijn (bijv. een dubbele binding of een ringstructuur).     2. Er moeten aan beide zijden van de starre binding (aan elk koolstofatoom) twee verschillende groepen gebonden zijn.
  • Tegenvoorbeeld: Trichlooretheen vertoont geen cis-trans-isomerie omdat aan het ene koolstofatoom twee identieke groepen (twee chlooratomen) zijn gebonden.
  • Cis-trans bij ringstructuren (Cycloalkanen): Ook in een ring is de rotatie beperkt.     * 1,2-dimethylcyclopropaan kent twee vormen:         * cis-1,2-dimethylcyclopropaan: Beide methylgroepen (CH3CH_3) zitten aan dezelfde kant van de ring.         * trans-1,2-dimethylcyclopropaan: De methylgroepen zitten aan weerszijden van de ring.

Spiegelbeeldisomerie (Enantiomerie)

  • Concept: Sommige objecten zijn niet identiek aan hun spiegelbeeld. Het klassieke voorbeeld is een mensenhand. Hoe men de hand ook draait, een linkerhand kan nooit exact over een rechterhand heen vallen (ze zijn niet superponeerbaar).
  • Moleculaire spiegelbeelden:     * Broomchloormethaan (CH2BrClCH_2BrCl): Het spiegelbeeld van dit molecuul is identiek aan het oorspronkelijke molecuul. Er is geen spiegelbeeldisomerie.     * Broomchloorfluormethaan (CHBrClFCHBrClF): Het spiegelbeeld van dit molecuul is niet identiek aan het molecuul zelf. Er bestaan dus twee varianten van deze stof.
  • Eigenschappen van spiegelbeeldisomeren: Deze stoffen hebben identieke smeltpunten, kookpunten en oplosbaarheid. Ook reageren ze in de meeste chemische reacties hetzelfde. De verschillen worden echter cruciaal in een omgeving waar de ruimtelijke bouw essentieel is, zoals in de biochemie (bijv. interactie met enzymen of receptoren).

Het Asymmetrische Koolstofatoom

  • Definitie: Een koolstofatoom waaraan vier verschillende groepen of atomen zijn gebonden, wordt een asymmetrisch koolstofatoom genoemd.
  • Notatie: Een asymmetrisch koolstofatoom wordt vaak aangeduid met een sterretje: CC^*.
  • Aanwezigheid van isomerie: Wanneer een molecuul minimaal één asymmetrisch koolstofatoom bevat, bezit het molecuul spiegelbeeldisomeren.
  • Voorbeeld Melkzuur: In melkzuur is het centrale koolstofatoom gebonden aan een HH-atoom, een OHOH-groep, een CH3CH_3-groep en een COOHCOOH-groep. Omdat deze vier groepen verschillend zijn, is dit een CC^* en bestaan er twee spiegelbeeldisomeren van melkzuur.

Systematisch Overzicht van Isomerie

De verschillende vormen van isomerie kunnen als volgt worden hiërarchisch ingedeeld:

  1. Isomeren: Stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere structuur.     * A. Structuurisomeren: Hebben een andere atoomvolgorde (bijv. 1,1- versus 1,2-dichloorethaan).     * B. Stereo-isomeren: Hebben dezelfde atoomvolgorde, maar een andere ruimtelijke bouw.         * i. Cis-trans-isomeren: Verschillende oriëntatie van groepen ten opzichte van een starre binding.         * ii. Spiegelbeeldisomeren: Vormen die elkaars niet-identieke spiegelbeeld zijn (vereist een asymmetrisch CC-atoom).