Filosofie: John Rawls en Jean-Paul Sartre

John Rawls en ‘A Theory of Justice’

  • De hoofdvraag van Rawls

    • In zijn boek A Theory of Justice probeert John Rawls een antwoord te formuleren op de vraag: Hoe zou een rechtvaardige samenleving eruitzien als mensen deze vanaf nul zouden mogen vormgeven?

    • Dit betekent niet dat Rawls pleit voor het simpelweg schrappen van alle bestaande regels en wetten, maar het is een theoretisch startpunt om de basis van rechtvaardigheid te onderzoeken.

    • Het uitgangspunt houdt in dat men een situatie moet inbeelden waarin men geen enkele kennis heeft over wie men in dit leven zal zijn.

  • Het gedachte-experiment: De Sluier van Onwetendheid

    • Rawls maakt gebruik van een specifiek experiment genaamd de Sluier van Onwetendheid (Veil of Ignorance).

    • De werking van dit experiment:

      • Mensen moeten zich voorstellen dat zij wetten moeten opstellen voor een nieuwe samenleving waar zij later zelf in gaan wonen.

      • Zij moeten deze regels opstellen zonder te weten welk individu zij in die nieuwe samenleving zullen zijn.

      • Men bevindt zich achter een sluier die alle persoonlijke informatie verbergt.

    • Bij het opstellen van de regels weet je dus de volgende zaken niet:

      • Of je arm of rijk zult zijn.

      • Of je slim of dom zult zijn.

      • Of je een vrouw of een man zult zijn.

      • Of je gelovig zult zijn of niet.

      • Of je geboren zult worden met een fysieke of mentale beperking.

  • Keuzes in een rechtvaardige samenleving

    • Volgens Rawls zouden mensen vanuit deze positie van onwetendheid twee specifieke zaken nooit toestaan:

      • Discriminatie: Men zou dit niet toestaan uit de motivatie dat men zelf een lid van een gediscrimineerde groep zou kunnen zijn.

      • Armoede: Men zou dit verbieden uit angst om zelf later in armoede te moeten leven.

    • In plaats daarvan zou men kiezen voor:

      • Een zo groot mogelijke mate van vrijheid.

  • Vrijheid als absolute waarde

    • Rawls stelt dat vrijheid een absolute waarde is.

    • Dit betekent dat de waarde van vrijheid boven alle andere maatschappelijke waarden staat en dus altijd gerealiseerd moet worden.

    • Niemand mag in zijn of haar vrijheid beperkt worden, zolang het gedrag van deze persoon de vrijheid van anderen om te leven zoals zij dat willen niet verstoort.

  • Verzet tegen het Utilitarisme

    • Door vrijheid als absolute waarde te bestempelen, verzet Rawls zich tegen het Utilitarisme.

    • Het utilitarisme is een stroming die stelt dat een handeling rechtvaardig is wanneer deze het grootst mogelijke maatschappelijke geluk of genot oplevert.

    • Voorbeeld van utilitarisme volgens de les: Stel dat 10 mensen heel gelukkig worden als vrouwen met een hoofddoek lesgeven, maar 10.000 mensen worden hier heel ongelukkig van. Volgens het utilitarisme zou het dan rechtvaardig zijn om de hoofddoek te verbieden, omdat dit het grootste geluk voor het grootste deel van de maatschappij oplevert.

    • Rawls verzet zich hier fel tegen. Hij vindt dat zelfs de vrijheid van één enkel individu niet beperkt mag worden (bijvoorbeeld het recht om een hoofddoek te dragen), zolang dat gedrag de vrijheid van anderen niet inperkt.

Economische en Maatschappelijke Principes van Rawls

  • Politieke en economische profilering

    • Het boek A Theory of Justice (1971) kan op twee manieren als 'links' worden beschouwd:

      • Levensbeschouwelijk links: Het is tolerant en geeft iedereen de vrijheid om het leven in te vullen naar eigen inzicht.

      • Economisch links: Rawls pleit voor een sterke herverdeling van welvaart.

  • Het Verschilprincipe (Difference Principle)

    • Rawls hanteert het verschilprincipe: ongelijkheid is alleen rechtvaardig wanneer men hiermee probeert de levensposities van de minst bevoorrechten zo goed mogelijk te verbeteren.

    • Toepassing (Referendum in Maine): In de les wordt verwezen naar een referendumvraag: "Moeten we een extra belasting van 3%3\,\% op inkomens boven 200.000dollar200.000\,\text{dollar} invoeren voor de financiering van openbare scholen?". Rawls zou hier voor stemmen.

  • Morele willekeur van talenten

    • Rawls stelt dat talenten en sociale achtergrond moreel willekeurig zijn.

    • Niemand heeft het verdiend om bepaalde talenten te hebben of in een specifieke sociale klasse geboren te zijn; het is een kwestie van geluk.

    • Bijgevolg hebben mensen volgens hem geen moreel recht op alle beloningen die uit die talenten voortvloeien.

    • Verduidelijking: Een voetballer verdient zijn talent niet, hij heeft gewoon geluk gehad. Daarom heeft hij ook geen exclusief recht op al het geld dat hij daarmee verdient.

  • Rawls versus Karl Marx

    • Hoewel Karl Marx akkoord gaat met het idee dat talenten niet verdiend zijn, verschillen zij in hun economisch denken:

      • Karl Marx: Pleit voor economisch egalitarisme, waarbij iedereen exact evenveel bezit.

      • John Rawls: Vindt dat volledig egalitarisme mensen afremt om hun talenten te ontwikkelen. In een rechtvaardige samenleving moeten mensen gestimuleerd worden om zich in te zetten. Daarom mag er een verschil in loon bestaan, maar enkel als er een eerlijke gelijkheid van kansen wordt gecreëerd.

    • Conclusie van het onderscheid: De filosofie van Marx focust op het eindresultaat (heeft iedereen evenveel?), terwijl de filosofie van Rawls focust op de beginsituatie en de kansen.

  • Kritiek op Rawls: Constructivisme versus Essentialisme

    • De kritiek luidt dat mensen, zelfs achter de sluier van onwetendheid, niet volledig objectief en los van hun culturele opvattingen over rechtvaardigheid kunnen nadenken.

    • Rawls als Constructivist: Hij gelooft dat mensen zelf bepalen wat rechtvaardigheid is; rechtvaardigheid bestaat niet los van de mens. Afspraken waar mensen achter de sluier mee instemmen, zijn per definitie rechtvaardig.

    • De tegenhanger: Essentialisme: De man uit de video in de les is een essentialist. Hij gelooft dat rechtvaardigheid niet door mensen wordt bepaald, maar vastligt (geopenbaard in bijvoorbeeld de Thora). De mens moet zich hieraan aanpassen.

    • Volgens deze kritiek zou een essentialist (bijvoorbeeld een streng gelovig persoon) weigeren in te stemmen met regels die afwijken van zijn religieuze wetten, zelfs als hij niet weet of hij tot die religie zal behoren, omdat hij gelooft dat enkel die religieuze regels objectief rechtvaardig zijn.

Jean-Paul Sartre en het Existentialisme

  • Inleiding tot de eenzame mens

    • De les grijpt terug naar Jean-Paul Sartre, met zijsprongen naar Simone de Beauvoir en Albert Camus.

    • Er wordt een link gelegd met een citaat van Orson Welles (Amerikaans regisseur en acteur): "We zijn alleen geboren, we leven alleen, we sterven alleen." Dit sluit aan bij de existentiële eenzaamheid in Sartres denken.

  • Definitie van de mens

    • Sartre definieert de mens (het 'ik') als het gat in het zijn dat zich daaraan onttrekt.

    • Het fundamentele verschil tussen de mens en andere zijnden:

      • Andere zijnden (objecten, dieren) verhouden zich niet tot zichzelf. Een boom of een kat vraagt zich niet af hoe ze een boom of een kat moeten zijn.

      • De mens is een 'niet' dat verlangt om iets te zijn.

    • Dit thema staat centraal in zijn werk L'Être et le Néant (Het zijn en het niet).

  • Être-en-soi versus Être-pour-soi

    • Sartre onderscheidt twee vormen van zijn:

      1. Être-en-soi (zijn-op-zichzelf):

        • Verwijst naar objecten en dieren.

        • Zij hebben geen bewustzijn.

        • Zij kunnen niet nadenken over hoe ze zijn en kunnen dus niet kiezen om anders te zijn.

        • Zij hebben een door de natuur vastgestelde essentie.

      2. Être-pour-soi (zijn-voor-zichzelf):

        • Verwijst naar de mens.

        • Wij bezitten bewustzijn.

        • Wij kunnen nadenken over ons bestaan en kunnen er steeds voor kiezen om op een andere manier te bestaan.

        • Mensen hebben geen door de natuur vastgestelde essentie.

  • Vrijheid en Instincten

    • Een être-en-soi is niet vrij. Zij worden gedwongen door hun instinct:

      • Zonnebloemen kunnen niet kiezen om niet te openen als de zon schijnt.

      • Katten kunnen niet besluiten met een laptop naar school te gaan.

      • Beukenbomen kunnen niet beslissen om klein te blijven voor de kruiden om hen heen.

    • Een être-pour-soi is wel vrij. Mensen worden niet gedwongen door instincten:

      • Instincten dwingen ons niet tot het dragen van specifieke kleren.

      • Instincten dwingen ons niet om bepaalde zaken wel of niet te eten.

      • Instincten dwingen ons niet tot een specifieke manier van groeten.

    • Zijn versus Bestaan:

      • Dieren en objecten zijn gewoon (onbewust, automatisch). Een hond is agressief of behulpzaam zonder daarover na te denken.

      • Mensen bestaan (bewust, kiezen gedrag). Omdat wij over ons gedrag kunnen nadenken, kiezen we hoe we bestaan.

Existentie en de Rol van de Ander

  • Existentie gaat vooraf aan essentie

    • Bij de mens speelt het bewustzijn een grotere rol dan instincten.

    • Ons bestaan (existentie) wordt bepaald door ons bewustzijn en onze keuzes, lang voordat er sprake is van een vaste betekenis of definitie (essentie) van wie wij zijn.

  • De hel, dat zijn de anderen (L'enfer, c'est les autres)

    • Deze bekende uitspraak van Sartre verwijst naar een existentiële tegenstrijdigheid:

      1. We hebben anderen nodig om iets te betekenen; zij geven ons een identiteit of label (bijvoorbeeld: wij maken van iemand een 'leerkracht', fans maken van Dua Lipa een 'wereldster').

      2. Tegelijkertijd beseffen we dat we niet samenvallen met die identiteit. De ander begrijpt nooit volledig wat het voor ons persoonlijk betekent om die identiteit te dragen.

    • Conclusie: De anderen confronteren ons met de eenzaamheid van ons eigen bestaan.

De Evolutie van En-soi naar Pour-soi

  • De kindertijd en het lustprincipe

    • Een baby wordt geboren als een en-soi. Een baby stelt zich geen vragen over zijn bestaan en wordt volledig geleid door het lustprincipe.

    • Het lustprincipe houdt in: automatisch en onbewust streven naar wat goed voelt en vermijden wat niet goed voelt, zonder rekening te houden met de omgeving (bijvoorbeeld: huilen om een tutje om vier uur 's nachts).

    • De kindertijd wordt vaak gezien als een "verloren paradijs" omdat het leven toen eenvoudiger en zorgelozer was. Hoewel een kind volgens Sartre niet vrij was (want bepaald door instinct), was het wel bevrijd van de last van het zelf-bepalen.

  • Het onvervulde verlangen

    • Wanneer het bewustzijn zich ontwikkelt, beseffen we dat we geen vaste identiteit hebben. We evolueren naar een pour-soi.

    • Er ontstaat een verlangen om onszelf een identiteit te geven, om 'iets' te worden.

    • Mensen zijn in zekere zin jaloers op dieren of baby's omdat zij gewoon kunnen 'zijn' zonder over zichzelf te hoeven nadenken.

    • De mens is een wezen dat verlangt een en-soi te zijn (een vaste identiteit hebben), maar gedoemd is te bestaan als een pour-soi (steeds over zichzelf nadenken).

    • Dit leidt tot een eindeloze cirkel: we nemen een identiteit aan, maar gaan daar direct weer over piekeren, waardoor de zoektocht naar wie we zijn nooit stopt. Zelfs als aan alle fysieke behoeften (kleding, dak, eten) is voldaan, blijft dit existentiële zorgelijke gepieker bestaan.