5. ART

= assisted reproductive technology

DIAGNOSE EN BEHANDELING VAN GEFAALDE FERTILISATIE NA ICSI

  • ICSI heeft redelijk hoog slaagpercentage; faling wijst vaak op eicelactivatie falen

EICELACTIVATIE

  • spermacel dringt binnen

  • PLCζ komt vrij in eicel

    • PIP2 → IP3 en DAG

    • IP3 bindt aan IP3-receptoren = calciumkanalen op ER v/d eicel

    • Ca²⁺ vrij in het cytoplasma → Ca²⁺-oscillaties

  • eicel activeert;

    • meiose II voltooid = 2e poollichaampje wordt uitgestoten

    • vrouwelijke pronucleus gevormd

    • embryonale deling start

TESTEN + OPLOSSINGEN

  • MOAT, altijd eerst

    • resultaat = % 2-cellige embryos

    • 0-20%, 20-85% of 85-100%

  • MOCA, in sommige gevallen als extra test

    • resultaat = A×F met A = amplitude en F = frequentie

    • A×F < 9 of A×F > 9

  • HOCA

    • resultaat = A×F met A = amplitude en F = frequentie

    • A×F < 1 of A×F > 1

  • immunostaining PLCζ\zeta

  • genetic screening PLCζ\zeta

  • AOA

    • = geassisteerde eicelacitvatie

    • artificieel opwekken van calciumstijgingen via Ca-injectie

    • indien dit niet zou werken, weet je dat het probleem bij de eicel zit;

      • na de calcium stijgingen zijn nog heel wat eiwitten van de eicel nodig om succesvolle bevruchting te verkrijgen

      • opl; via donor (spindle/pronucleus transfer)

AFLEIDEN VAN HUMANE EMBRYONALE STAMCELLEN + DIFFERENTIATIE NAAR GAMETEN

Kenmerk

(h)ESC ((humane) embryonale stamcellen)

iPSC (induced pluripotent stem cxells)

Oorsprong

Uit ICM blastocyst (vroeg embryo, 5-7 dagen oud)

Somatische (volwassen) cel hergeprogrammeerd met TFs

Pluripotentie

Volledig pluripotent

Functioneel pluripotent (bijna identiek aan ESC's)

Verkrijging

Embryo’s (donatie IVF, vernietiging embryo nodig)

Bijvoorbeeld huidcellen, zonder embryo's

Ethiek

🟠 Ethisch controversieel vanwege vernietiging embryo

🟢 Ethisch aanvaardbaar (geen embryo nodig)

Gebruik in onderzoek

Standaardreferentie voor stamcelonderzoek

Alternatief en steeds vaker gebruikt

Genetische achtergrond

Niet gepersonaliseerd (meestal van donorembryo)

Gepersonaliseerd (van patiënt zelf)

Risico op afstoting

Mogelijk bij transplantatie

Klein of geen risico (eigen cellen)

Technische uitdagingen

Stabiliteit, goed onderzocht

Risico op mutaties, epigenetisch geheugen, variabiliteit

Toepassing in therapie

  • Beperkt door ethiek en afstoting

  • Werkt bij muis om zowel oöcyt als spermatozoïde te maken, nog niet gelukt bij mens

  • Wel gelukt om PGCs te maken

  • Grote belofte voor regeneratieve geneeskunde

  • Werkt bij muis om zowel oöcyt als spermatozoïde te maken, nog niet gelukt bij mens

  • Wel gelukt om PGCs te maken

  • opm; voor zowel muis als mens is het gelukt om artificiële embryo’s te maken, die volledig zijn opgebouwd uit stamcellen

  • dit is zeer grote doorbraak aangezien “echte embryo’s” die zijn bekomen uit zaad- en eicel onder strenge regels vallen, maar deze “artificiële embryo’s” niet; ze zijn dus ideaal voor onderzoek naar vb. embryonale ontwikkeling

GEBRUIK VAN CRISPR/CAS IN HUMANE EMBRYO’S EN GAMETEN

  • CRISPR = Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats

  • Cas = CRISPR-associated

  • voordelen;

    • efficiënt

    • snel

    • betaalbaar

    • kan toegepast worden op;

      • lichaamscellen

      • stamcellen

      • germ lines (gameten + embryos)

  • wijziging (in embryo) wordt doorgegeven aan volgende generatie!!