Begrippenlijst observatieplan en oh baby baby

Observatieplan

bedekte observatieobservatie waarbij de persoon die geobserveerd wordt niet beseft dat hij doelgericht geobserveerd wordt.
Niet-bedekte observatieobservatie waarbij de persoon die geobserveerd wordt beseft dat hij doelgericht geobserveerd wordt.
waarnemenzien, horen, ruiken ,voelen, smaken, maar op een onbewuste, toevallige, doelloze manier.
ObserverenBewust waarnemen op een systematische, doelgerichte manier.
actief participerende observatieobservatie waarbij er interactie is tussen de observator en de persoon die geobserveerd wordt.
passief participerende observatieobservatie waarbij er geen interactie is tussen de observator en de persoon die geobserveerd wordt. Maar de observator is wel aanwezig in de ruimte.
niet-participerende observatieDe observator neemt niet deel aan de activiteit van de geobserveerde persoon en is ook niet aanwezig in de ruimte. Hij heeft dus geen invloed op de situatie.
Kunstmatige omgeving van een observatieobservatie in een ‘test-situatie’
Natuurlijke omgeving van een observatieobservatie in een niet-test-situatie, maar de gewone omgeving.

Oh baby baby

senso-motorische fasede eerste fase in de denkontwikkeling waarbij de persoon leert via doen, bewegen en via de zintuigen.
intentioneel handelendenkvaardigheid waarbij je een handeling uitvoert met een bepaald doel of intentie
objectpermanentiehet besef dat een voorwerp blijft bestaan, ook al verdwijnt het uit het gezichtsveld.
Persoonspermanentiehet besef dat een persoon blijft bestaan, ook al verdwijnt het uit het gezichtsveld.
zelfbesefhet besef ‘ik sta los van de anderen, als een apart persoon.
sociaal lerenvorm van leren door te imiteren, na te bootsen van anderen.
spiegelneuronenhersencellen die worden geactiveerd wanneer we een handeling uitvoeren of wanneer we iemand een handeling zien uitvoeren en die ervoor zorgen dat we de handelingen overnemen, nabootsen.
klassieke conditioneringVorm van leren, door het koppelen van twee prikkels. Door het verband te leggen tussen twee prikkels, verandert de reactie op die prikkels.
operante conditioneringVorm van leren doordat er een straf of beloning op het gedrag volgt.
Gewenning of habituatieVorm van leren door het herhaaldelijk aanbieden van terugkerende prikkels.
reflexglimlachglimlach als reflex op het zich goed voelen, bv. na de voeding.
Algemene of sociale glimlachglimlach waarbij de persoon naar iedereen rondom zich heen glimlacht als vorm van communicatie.
Specifieke glimlachglimlacht waarbij de persoon enkel glimlacht naar de vertrouwde personen.
Vreemdenangstplotse terughoudendheid of angst voor onbekenden, of éénkennigheid, vertrouwt enkel bekende gezichten.
Scheidingsangstde angst die opgeroepen wordt door de afwezigheid van de vaste opvoeder.
verlatingsangstDe angst om alleen gelaten te worden, omwille van onveilige hechting.
hechtingduurzame band tussen opvoeder en kinderen, waardoor het kind zich emotioneel veilig voelt.
veilige hechtingDuurzame band tussen opvoeder en kinderen, die ontstaat vanuit een gevoel van verbondenheid tussen hen. Het kind heeft vertrouwen in de opvoeder. Het kind voelt zich veilig bij de opvoeder.
Onveilige hechtingEen band tussen opvoeder en kinderen, waarbij de kinderen geen vertrouwen hebben opgebouwd in hun opvoeder, waardoor ze ofwel onverschillig reageren, ofwel zich vastklampen, ook al is de situatie niet stressvol.
Groepsopvangkinderopvang met meerdere begeleiders, meerdere leefgroepen op een externe locatie (dus niet bij de opvoeder thuis)
Gezinsopvangkinderopvang door één onthaalouder in het huis van de onthaalouder zelf.
Inclusieve kinderopvangkinderopvang voor kinderen met specifieke zorgbehoeften samen met kinderen zonder specifieke zorgbehoefte.
betaling volgens vast tariefvorm van betaling waarbij de ouders een vaste dag of uurprijs betalen voor de opvang.
betaling volgens inkomen/inkomenstariefvorm van betaling waarbij de ouders een kostprijs betalen, afhankelijk van hun inkomen. Hoe meer ze verdienen, hoe meer ze moeten betalen voor de opvang. Hoe lager hun inkomen, hoe minder ze moeten betalen voor de opvang.
Kinesisttherapeut die de mobiliteit helpt verbeteren, oefenen. Zij oefenen op de grove motoriek.
Logopedisttherapeut die de spraak, taal en slikproblemen inoefent, aanleert.
ErgotherapeutTherapeut die oefent op de fijn-motorische vaardigheden en de ADL-taken (taken van het algemeen dagelijkse leven) Ze leren ook hulpmiddelen voor dagelijkse taken gebruiken.