H2: Onderzoek en Ethiek
We hebben waarden en normen waarmee we goed of afkeuren. Relevante waarden zijn rechtvaardigheid, vrijheid en eerlijkheid. Ethiek is academische veld dat de vraag stelt of iets onrechtvaardig of oneerlijk vinden, en op deze vraag een intern consistent, onderbouwd en beargumenteerd antwoord trachten te formuleren.
2.1 Ethiek, onderzoek en het recht op wetenschap
Ethiek is een wetenschap dat bij de filosofie zit, van wat goed is. Dat wordt sterk benadrukt om het regelmatig gevallen opduiken gaan wetenschapsfraude. De kritiek van wetenschappers die zich laten beïnvloeden door degene die het financieren of door politieke overtuigingen.
'De wereld dreigde ten onder te gaan aan onwetendheid. Zelfs wetenschappers lieten zich verleiden om halve waarheden te verkondigen.'
Wetenschap wordt ook ingezet, herschreven en anders interpreteert. Bekendste voorbeeld:
'De empirische manier van denken, waarop alle wetenschappelijke prestaties van het verleden zijn gebaseerd, gaat in tegen de meest fundamentele principes van Ingsoc.'
Er zit een ethisch component in de zoektocht naar de waarheid. Ook al is ‘waarheid’ een gecontesteerd begrip (strijden tegen iemand of iets) in de wetenschapsfilosofie, we keuren bewust een verdraaiing van de waarheid, liegen, af op morele gronden. Deze afkeuring kunnen we baseren op het idee dat iemand liegt de andere niet als gelijke ziet, maar een voorstelling van de realiteit wenst op te dringen, een voorstelling waar de leugenaar dus zelf niet in gelooft.
Bv.: een bedrijf dat weet dat het stoffen uitstoot waarvan het op basis van studies weet dat deze schadelijk zijn, maar de gezondheidsimpact publiekelijk ontkent.
Er is ook lulkoek (bullshit), hier wordt een verhaal opgehangen waarbij men niet geïnteresseerd is in de realiteit.
Bv.: een bedrijf kan zich klimaatneutraal noemen zonder geïnteresseerd te zijn in hun eigenlijke klimaatimpact en de werkelijke reductie in broeikasgasemissies van de ‘groene’ maatregelen die ze nemen.
Leugens en lulkoek zijn weinig ethisch. Je wilt iemand overtuigen van een bepaalde uitspraak om een doel te bereiken. Hier ligt iemand anders een idee op dat niet eens klopt.
Het verhaal dat wordt opgehangen wordt in literatuur ook wel een ‘mythe’ genoemd. Een mythe helpt om een gemeenschap cohesie te creëren en ermee om te gaan. Het wordt alleen een probleem als mythes worden gecultiveerd, worden gezien als een soort waarheden.
Bv.: veel voorbeelden van technologiemythes waarbij nieuwe technologieën worden voorgesteld als de oplossing voor milieuproblemen terwijl het niet zeker is of de technologie levensvatbaar is, op grote schaal kan worden toegepast of een significante verbetering van de geschetste problemen bewerkstelligt.
→ het bestrijden van leugens, lulkoek en mythes door wetenschappers is door wetenschappers doorgaans ethisch gemotiveerd, zij het op algemeen niveau.
Je moet de (sociale) maatschappelijke rol kennen van de wetenschap. Het recht om te leven/ rechten van de mens:
‘Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.’
epistemische rechtvaardigheid → vandaag gaan we meer zien rond debatten van epistemische rechtvaardigheid: geeft vaardigheid wanneer het gaat over kennisproductie. Mensen hebben recht op kennis maar ook recht om daar kritisch op te zijn. Door vragen te stellen kan je in discussie gaan.
→ dan zeggen de rechten van de mens: er is wetenschappelijke vooruitgang. Men vindt een vaccin uit, heeft iedereen daar recht op?Bv.: burgers die eisen dat hun bloed wordt onderzocht op bepaalde chemische stoffen omdat ze in de buurt wonen van een bedrijf dat vervuiling veroorzaakt.
Twee wijzen onderscheiden hoe ethiek wordt gebruikt in wetenschappelijk onderzoek:
ethisch toetsen van onderzoek: de zin wordt niet in vraag gesteld maar er wordt gekeken of er bepaalde ethische principes optreden. Aan universiteiten bestaan ethische commissies die nakijken of onderzoeksprojecten de nodige garanties worden geboden dat er geen regels worden overtreden.
onderzoek waarbij ethiek een belangrijke inspiratiebron is: wetenschap wordt gelinkt aan rechtvaardigheid. Zo bevat de Universele van Rechten van de Mens een ‘recht op wetenschap’:
‘Een ieder heeft het recht om vrij deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.’
→ in de eerste plaats begrepen als het recht dat mensen hebben om te genieten van de voordelen die wetenschappelijke vooruitgang met zich meebrengt. Bv.: wanneer er medische kennis verbetert, is het onrechtvaardig om deze kennis niet te gebruiken om mensen te helpen om hun gezondheidstoestand te verbeteren. Maar mensen zouden ook het recht moeten hebben om te participeren in wetenschappelijk onderzoek, en om mee de onderzoeksrichting te kunnen sturen. De meeste beschrijvingen van democratie gaan ervanuit dat burgers geïnformeerd zijn en dus beschikken over kennis. Dit hangt samen met het recht op onderwijs dat impliceert dat mensen niet dom gehouden mogen worden. Het recht op kennis staat ook bekend onder de noemer ‘epistemologische rechtvaardigheid’.
Het participatief paradigma benadrukt dat mensen kennis verzamelen en gebruiken in hun dagelijks leven, en dat wetenschappers niet zomaar kennis mogen halen uit deelnemers aan een onderzoek maar dit samen met de betrokkenen dienen te doen m.a.w. ‘proefpersonen hebben een fundamenteel mensenrecht om volledig deel te nemen aan het ontwerpen van het onderzoek dat bedoeld is om kennis over hen te verzamelen’.
burgerwetenschapprojecten: deelnemers verzamelen data waarna wetenschappers deze interpreteren en hun bevindingen terug communiceren naar de deelnemers, zonder dat ze een impact heeft op de onderzoeksvragen en gekozen methodologie.
‘extreme citizen science’: mensen gaan zelf een onderzoek opzetten zonder de medewerking van formele wetenschappelijke instituties.
De procedures om de risico’s van een onderzoeksproject af te toetsen bij een ethische commissie gaan ervanuit dat de onderzoekers op voorhand een duidelijk zicht hebben hoe het onderzoek zal verlopen, en het onderzoeksproces grotendeels onder controle hebben. Dit is minder het geval bij onderzoek die niet samen werkt met universitaire actoren, waarbij onderzoeksvragen, keuze methoden en dergelijke op flexibele manier wordt bepaald samen met participanten. Er wordt benadrukt dat ethiek een permanente reflectie inhoudt over de keuzes die onderzoekers doorheen het onderzoeksproces maken. Ethiek gaat meer over proces dan over procedure.
2.2 Ethische code van het Wetenschappelijk Onderzoek
Wetenschappers dienen ervoor te zorgen dat ze met hun werk geen schade berokkenen aan zichzelf en anderen. Wetenschappers dienen zekere ethiek te volgen, in België: ‘Ethische Code van het Wetenschappelijk Onderzoek in België’. Ook studenten dienen zich hieraan te houden. De opstellers van de ethische code erkennen dat er een grote diversiteit aan onderzoeksmethodes en opvattingen bestaan, maar er zijn algemene principes en gedragsregels waaraan wetenschapsbeoefenaars zich dienen te houden. Voornaamste principes:
2.2.1 Zorgvuldigheid
wetenschapsbeoefenaars handelen zorgvuldig als zij de algemene erkende regels van hun discipline nauwgezet toepassen
wetenschappers dienen hun protocollen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te ontwerpen en uit te voeren. In hun onderzoekswerk dienen wetenschappers rekening te houden met de stand van zaken van het onderzoek in hun domein. Zij dienen vooraf de nodige competentie te verwerven in termen van kennis en technieken en daarbij hun kritische geest te ontwikkelen
→ geen schade berokkenen. Hou mensen in hun waarde.
→ tekst verwijst naar ‘de stand van zaken van het onderzoek in hun domein’. Dit betekent dat onderzoekers (en studenten) een literatuurstudie uitvoeren waarbij ze nagaan wat over het onderwerp zoal geschreven en geweten is.
2.2.2 Voorzichtigheid
Het handelen van onderzoekers is voorzichtig als het gebeurt met vooruitziendheid en wordt geleid door het verlangen schade aan anderen te voorkomen
De onderzoeker toont respect voor de personen die aan experimenten, enquêtes of bevragingen deelnemen, en dit met meer zorg indien deze mensen in een kwetsbare positie staan. Personen wier deelname aan een proefneming, enquête of bevraging wordt gevraagd, geven hun toestemming na informatie: zij hebben het recht te weten dat zij het voorwerp van een onderzoek uitmaken en geven voorafgaandelijk en met kennis van zaken hun toestemming.
2.2.3 Betrouwbaarheid
Onderzoekers zijn betrouwbaar als zij zodanig te werk gaan dat derden erop kunnen vertrouwen dat zij volgens de regels van hun vak tewerk gaan, zowel in het wetenschappelijke werk als in het rapporteren ervan
Gegevens uit waarnemingen, experimenten of bestaande literatuur mogen verzonnen noch vervalst worden. Men mag niet de indruk wekken dat empirische gegevens voorhanden zijn als dat niet zo is. Steekproeven, analysetechnieken en statistische methoden mogen niet gekozen of gemanipuleerd worden om er een vooropgezet resultaat mee te bereiken. […] ongewenste uitkomsten worden niet selectief weggelaten. Resultaten die niet overeenkomen met de vooropgestelde hypothesen, worden steeds vermeld bij de publicatie van de onderzoeksresultaten. De graad van onzekerheid en de beperkingen van de resultaten dienen duidelijk vermeld te worden in publicaties, voorstellingen en rapporten.
→ de ethische code verwijst ook naar plagiaat, wat een inbreuk is op de regels van wetenschappelijk onderzoek: ‘De onderzoeker stelt geen veldwerk, data en resultaten die door anderen werden verricht of bekomen, als de zijne/hare voor; hij/zij plagieert de publicaties van anderen niet.’ Ook opletten voor het overnemen van stukken uit eigen werk, wat zelfplagiaat wordt genoemd. Niet de bedoeling om iets als nieuw werk voor te stellen terwijl het al gepubliceerd is. Men moet correct verwijzen.
Enquête of bevraging → toestemming, op zijn minst impliciet.
Bv.: 'Vleeseters zijn egoïstischer' → Ethische Code: dit onderzoek wat is door te wetenschapper zelf verzonnen. De data was verzonnen. Het construeren van eigen data, in dat gepubliceerd krijgen in wetenschap is dat wetenschapsfraude. Het is onethisch.
Ethische Code: je gaat zorgvuldig te werk. Je gaat verder op het werk dat anderen hebben gedaan. Beweeg niet dat je het zelf allemaal bedacht. Je raadpleegt wetenschappelijke bronnen om zo voor te bouwen. Van dat onderzoek vertrek je.
Plagiaat
Welke voorbeelden zijn plagiaat?
[1] Zoals Innes en Booher (2000, p.173) het zeggen: ‘cities are like living organisms functioning as complex adaptive systems’.
[2] Met andere woorden, ‘cities are like living organisms functioning as complex adaptive systems’ (Innes en Booher, 2000, p.173).
[3] Zoals sommige planners het zeggen: ‘cities are like living organisms functioning as complex adaptive systems’ (Innes en Booher, 2000, p.173).
[4] Innes en Booher (2000, p.173, eigen vertaling) stellen dat ‘steden zijn zoals levende organismen die functioneren als complexe adaptieve systemen’.
Ook generatieve Artificiële Intelligentie (AI) zijn systemen die zelf tekst en beelden produceren die moeilijk of niet te onderscheiden zijn van degene die door mensen zijn geproduceerd. Wat gegenereerd wordt met AI moet ook steeds vermeld worden. De informatie dat generatieve AI aanlevert heeft regelmatig fouten en is dus een probleem op vlak van betrouwbaarheid. Daarenboven reproduceren dergelijke systemen vaak stereotypen en vooroordelen.
Ondanks de risico’s verbonden aan AI, zijn sommige systemen ook nuttige werktuigen voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Op dat vlak kunnen parallellen worden getrokken met zoekmachines. Dankzij zo’n technologieën kunnen onderzoekers sneller een zeer grote hoeveelheid wetenschappelijke en andere bronnen doorzoeken. Maar ook hier geldt net als bij AI dat gebruikers kritisch dienen te blijven en inzicht moeten hebben in de logica’s en principes die het systeem volgt. Wanneer iemand in een onderzoeksproces ergens AI gebruikt, dan geldt wel de regel dat dit wordt vermeld met voldoende detail.
2.2.4 Verifieerbaarheid
Het werk van onderzoekers is verifieerbaar als zij ervoor zorgen dat hun collega’s het volledige verloop van hun onderzoek kunnen nagaan en desgevallend overdoen
‘De aangeboden informatie is natrekbaar. De resultaten van de literatuurstudie, de hypothese(n), de proefopzet, de onderzoeks- en analysemethoden en de bronnen moeten correct worden beschreven om het onderzoek via replicatie op de juistheid ervan te kunnen testen
2.2.5 Repliceerbaar
Als je methode beschrijft, dat je aangeeft welke stappen je genomen hebt. Dat als iemand dit opnieuw wilt doen, dat die gewoon je stappen moet reproduceren. Hoe kan ik dit onderzoek opnieuw doen, hoe is dit gebeurd.
2.2.6 Onafhankelijkheid
In hun wetenschappelijk werk laten onderzoekers zich leiden door regels van wetenschappelijke aard, die de voorwaarde van hun onafhankelijkheid zijn. Dat je uw conclusies in methodologie niet laat afhangen van wie u betaalt.
2.2.7 Onpartijdigheid
Bij het publiceren van de onderzoeksresultaten […] maakt de wetenschapsbeoefenaar een duidelijk onderscheid tussen zijn wetenschappelijke beoordeling en zijn persoonlijke voorkeur. U persoonlijke overtuiging (politiek ideologisch) laat je je onderzoek beïnvloeden, op een niet rationele manier.
2.3 Ethiek en onderzoek in de praktijk
In de praktijk heel wat ethische codes. Hoe moet je te werk gaan. Er bestaan in sommige plaatsen ethische codes voor ruimtelijke planners. Bv.: Code of Ethics and Professonal Conduct van het American Institute of Certifie Planners.
Wat codes doen:
Geven aan dat de keuze die planners maken en de beslissingen die ze nemen niet los staan van ethische waarden.
Planners in alle onafhankelijkheid hun adviezen moeten kunnen aangeven.
Planner moet over specifieke kennis en competenties beschikken.
Creëren een soort gilde waar leden van een bepaalde beroepsgroep zich verenigen rond bepaalde waarden en opvattingen.
Verwant aan de professionele ethische codes zijn verklaringen die dienen ondertekend te worden door leden van jury’s en commissies die ontwerpwedstijden beoordelen, die onafhankelijk zijn van de deelnemers. Naast professionele codes zijn er algemeen geldende ethische kaders. Wetgeving is ethisch geladen, en privacy wetgeving is een vb.
Voorzichtig te werk gaan, heeft ook te maken met persoonsgegevens. Mensen moeten voorafgaandelijk weten dat je bv hun nummerplaten noteert. En ze moeten de mogelijkheid hebben om te zeggen ‘die van mij mag je niet noteren’.
2.3.1 GDPR en Geïnformeerde toestemming
GDPR = Europese General Data Protection Regulation of Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het is belangrijk omdat het regels oplegt voor onderzoekers wanneer persoonsgegevens worden gebruikt, opgeslagen in databanken en geanalyseerd.
Centraal in GDPR staat persoonsgegevens, dit zijn alle gegevens die toelaten om een persoon te identificeren. Een persoon waarvan de gegevens verzameld en verwerkt worden, hebben aantal rechten. Er moet duidelijk gecommuniceerd worden waarom, wat wordt verwerkt, en waar geregistreerd. Personen hebben het recht hun gegevens in te zien en doorgaans het recht om gegevens niet mee op te nemen in de verwerking.
DUS wie nummerplaten noteert in een parkeerduuronderzoek of namen op deurbellen, dient betrokkenen te informeren. Bij enquêtes dient toestemming te worden gevraagd.
Geïnformeerde toestemming (informed consent): voorzichtigheid is een belangrijk principe in ethische codes voor onderzoek. Participanten aan onderzoek geven ‘voorafgaand en met kennis van zaken hun toestemming’. Dit idee is aanwezig in de GDPR. Men gaat ervanuit dat kinderen +14 jaar zelf toestemming kunnen geven, anders aan ouders gevraagd. Aan de UA dient ethisch advies te worden aangevraagd vooraleer een onderzoek start waaraan enig risico is verbonden, zoals het lekken van persoonlijke gegevens. In een aanvraag dient uitgelegd te worden hoe, welke gegevens worden verzameld van welke groepen, en hoe bij de verwerking voorzichtigheid wordt gegarandeerd en de rechten van de deelnemers worden gevrijwaard. Ook waarom iemand geselecteerd is.
2.3.2 Ethisch bewustzijn als een permanente oefening
Ethiek in onderzoek gaat over:
Schade vermijden: heeft betrekking op participanten, mensen die niet deelnemen, leefmilieu, samenleving, betrokken onderzoekers als wetenschappelijke instellingen in het algemeen. Het gaat niet enkel over het veilig opslaan en verwerken van vertrouwelijke informatie, ook om vermijden risico’s. In ruimtelijke planning is het gewoon om gedurende langere tijd te werken in een bepaalde buurt. Dit stelt extra eisen op ethisch vlak. Onderzoekers zijn aanwezig in de buurt, interageren er mee en bouwen een vertrouwensband op met persoon = kenmerkend voor etnografisch onderzoek. Omdat participanten aan zo’n onderzoek in eenzelfde buurt leven en deel uitmaken van een gemeenschap is het belangrijk oog te hebben voor machtsverhoudingen, onderlinge relaties tussen mensen en gatekeepers.
Gatekeepers: mensen die toegang tot een gemeenschap hebben en dus informatie en controleren. De persoon die bv alles en iedereen kent van het gebouw. Maar zegt voornamelijk wat hij/zij wil zeggen. Wanneer een onderzoeker niet bewust is van de rol die zo iemand speelt, kan die over het hoofd zien dat de informatie gefilterd is, of iemand wil onderzoekers gebruiken om eigen machtspositie te versterken. Als onderzoeker participanten rekruteert, zullen sommigen vinden dat ze over het hoofd gezien zijn. Dit kan leiden tot conflicten in een gemeenschap, waarbij participanten wantrouwig worden. Onderzoeker moet bewust zijn van het beeld dat mogelijke participanten hebben van het onderzoek, en de gevolgen dit kan hebben op onderzoeker, participanten en actoren in het gebied. Onderzoeker kan ongewild druk zetten om participanten mee te laten werken of bepaald gedrag te vertonen. Communiceren van resultaten kan leiden tot bepaalde conclusies of beschrijvingen van een buurt die het zelfbeeld beïnvloeden en als beledigend worden ervaren. Het is belangrijk dat de onderzoeker een band opbouwt en eigen conclusies voorlegt en bespreekt hoe ze worden gecommuniceerd. Zijn inzichten geeft de onderzoeker aan de participanten als een soort geschenk in ruil voor de medewerking.
Er ontstaat een verwachtingspatroon als de onderzoeker samenwerkt met een groep. Participanten verwachten dat onderzoeker optreedt als hun vertegenwoordiger en hun problemen aankaart bij bv de gemeente (advocacy). Medewerking van participanten kan afhangen van de hoe de onderzoeker hun belangen zal verdedigen. Onderzoeker is mens met eigen visie, en dient eigen ideeën niet weg te gommen om spreekbuis te worden. Er bestaat een risico dat de onderzoeker op zoek gaat naar een groep met ideeën die nauw aansluiten bij eigen denkbeelden, en daarmee ander ideeën uitsluit. Dit maakt duidelijk dat niet enkel het verzamelen en analyseren van data, maar ook het communiceren van resultaten ethische reflectie vergt.
2.3.3 Een voorbeeld
Voorbeeld: diepteïnterviews
Voorbereidingswerk: is de onderzoeksvraag relevant?
Nutteloos onderzoek is niet ethisch + betrokkenen kunnen schade oplopen.
Ethisch te werk gaan betekent goed voorbereid startenUitschrijven onderzoeksplan en vraagt ethisch advies aan het bevoegde comité van de universiteit.
→ Aanvraag: het onderzoek kort geschetst, de methode beschreven, inclusief hoe en waarom participanten worden gerecruteerd. In bijlage voegt de onderzoeker ook een informatieformulier en het formulier voor geïnformeerde toestemming toe die aan de participanten zullen worden voorgelegd. (begrijpbaar, voorgelezen wanneer het onduidelijk is).
Voor +14 dient onderzoeker de capaciteiten van participanten te evalueren (bv mentale beperking).Onderzoek richt zich specifiek op gemarginaliseerde groep:
Reden van selectie dient gegegeven te worden op een respectvolle, niet kwetsende manier.
Mate van kwetsbaarheid dient in elke situatie afgewogen te worden.Na interview wordt transcriptie opgemaakt:
Audiobestanden worden vernietigd, transcriptie wordt op veilige plaats bewaard met 3 paswoorden waarvan de laatste de sleutel is waarmee transcripties aan persoonsgegevens worden gekoppeld.
Er wordt gekeken dat niks uit de transcriptie de participant kan identificeren.
Uitgebreid:
1. Een voorbeeld: een onderzoeker die diepte-interviews afneemt. De eerste vraag is of het onderzoek relevant is, niet ethisch om te investeren in nutteloos onderzoek. Irrelevant of slecht ontworpen onderzoek kan het draagvlak voor wetenschap in de samenleving doen afnemen. Een onderzoeker die ethisch handelt dient niet alleen na te gaan of participanten en de onderzoeker zelf schade kunnen oplopen, maar ook hoe burgers, universiteit en onderzoekers in het algemeen getroffen kunnen worden. Ethisch te werk gaan betekent goed voorbereid aan onderzoek starten.
2. Geïnformeerde toestemming: Na het nodige voorbereidende werk, oordeelt onderzoeker dat bv diepte-interviews de beste methode is. 1st schrijft de onderzoeker het onderzoeksplan uit en vraagt ethisch advies aan het bevoegde comité van de universiteit, dat voor het starten van het onderzoek gegeven moet worden. In de aanvraag wordt het onderzoek kort geschetst, methode beschreven, inclusief hoe en waarom participanten worden gerekruteerd. In bijlage voegt onderzoeker ook een informatieformulier en het formulier voor geïnformeerde toestemming toe die aan participanten wordt voorgelegd. Het informatieformulier geeft participanten begrijpbare uitleg over het onderzoek, met begrip en reden van rekruteren -> mondeling toelichten begin onderzoek. ‘Geïnformeerde’ toestemming = participant begrijpt informatie. Voor +14 dient onderzoeker de capaciteiten van participanten te evalueren (bv mentale beperking).
3. Kwetsbaarheid: Als onderzoeker zich richt op gemarginaliseerde groep, reden van selectie geven zonder belediging of stigmatiseren, of kwetsbare toestand van participant verergeren. Mate van Kwetsbaarheid in elke situatie afwegen. Armoede = kwetsbaar of ambtenaar met geprivilegieerde positie met kwetsbaarheid rond lekken. Andere kwestie: de onderzoeker moet bewust zijn van hoe een vraag tot medewerking komt. Vraag om formulier te tekenen kan wantrouwen opwekken en wordt gezien als beledigend. Informatie achterhouden omdat dit het onderzoek kan beïnvloeden wordt uitzonderlijk gedaan, achteraf is er debriefing vereist waarbij de participanten uitleg krijgen over hoe ze werden misleid. Wanneer criminaliteit het onderwerp is, aan bod komt in gesprekken of wordt geobserveerd, moest je extra voorzichtig zijn en kan ethische commissie oordelen dat informatie achtergehouden moet worden -> bij hoge uitzondering.
4. Na interviews worden in de meeste gevallen transcripties gemaakt, interview letterlijk uitgetypt. Transcripties worden veilig bewaard op opslagruimte van universiteit die beveiligd is + extra paswoord. Persoonsgegevens worden verwijdert uit transcripties en in een ander, paswoord beveiligd bestand opgeslagen. Een derde paswoord beveiligd bestand bevat een sleutel waarmee transcripties worden gekoppeld aan persoonsgegevens. Iemand die geïnterviewde kent, ook geanonimiseerde transcripties voldoende informatie bevatten om de participant te identificeren. Wanneer quotes worden gebruikt, dient ook steeds nagegaan te worden of deze anonimiteit garanderen.
2.3.4 Informatieformulier

2.3.5 Toestemmingsformulier
Toestemmingsformulier: van het Ethics Committee for the Social Sciences and Humanities (EA SHW) van UAntwerpen. Het formulier dat nodig is om toestemming te geven. Wordt ingevuld door participanten.
