Gesch vd film 2 L11W33 05/05/26

New Hollywood (1966 (film bonnie and clyde) - 1982 (film heaven’s gate, raging bull, one from the heart)

Zien de invloed van verschillende Europese stromingen op New Hollywood

Klemtoon op tendensen die hun oorsprong kennen in New Hollywood:

Jaren 1960:

Filmindustrie in crisis en neergang van de studio’s

  • Daling van het bioscoopbezoek

  • Concurrentie met TV en andere vormen van entertainment versterkt en blijft aanhaken

  • Reeks big-budget flops → Zoals Cleopatra van Mankiewicz voor Fox uit 1963 van meer dan 4 uur die 40 miljoen euro verlies draait. veel mensen trokken er uiteindelijk wel voor naar de zaal maar de productiekost was te groot

  • The majors op hun dieptepunt sinds WOII. Tegen late jaren 60 zat elke studio in financiële problemen. Ze hadden niet door dat grote epossen geen zekerheid meer gaven.

1962: Slechtste Hollywood box-office in de filmgeschiedenis tot dan

1969-1972: Verlies van 500 miljoen

Tegen mid60s: 80% van de alle Amerikaanse films werden buiten studiosysteem gecreëerd. 30% Onafhankelijke producties en 50% runaway productions ( gefilmd in Italië, Joegoslavië, Spanje en andere om te besparen op sets en arbeidskrachten

  • Afbrokkeling Star system tijdens de 50s (sterren werden onafhankelijk van studio’s).

Contracten waren eerder op korte termijn dan lange termijn en zelfs vaker op basis van een individuele film.

  • Filmstudio’s werden deel van conglomeraten. Studio’s verloren hun onafhankelijkheid en werden onderdeel van de grote conglomeraten

Tegen einde 70: Alleen 20th century fox, Columbia en Disney hadden controle over hun eigen management. Maar dat veranderde voor Fox en Columbia in jaren 1981 en 1982

Columbia werd opgekocht door the Coca Cola company.

Nieuw publiek dat naar de cinema trok: Eerder een jongere leeftijd, hoger opgeleiden en de middenklasse en minder middelbare leeftijd, bescheiden opgeleid en arbeidersklasse

De jongeren waren de naoorlogse generatie die was opgegroeid met andere waarden en een andere levensstijl die vooral naar herkenbaarheid zochten

Dit in tegenstelling tot de studiofilms die conventies volgden van de jaren 40 en 50. Zij deden wanhoopspogingen om het oude publiek terug te lokken met spectaculaire films. Het megasucces van The sound of music in 1965 zorgde voor valse hoop.

Politieke klimaat

Vietnamoorlog (VS trad actief toe in 1963 en trekt hun troepen terug in 1973)

Burgerbeweging Afro-Amerikanen: Militante beweging Black Panthers → Moorden op JFK, Malcolm X, Robert Kennedy en MLK

Tegencultuur van jongeren tegen de mainstream en het establishment. Ze beleefden een seksuele revolutie, deden drugs en namen deel aan protesten en studentenbewegingen

Films vanaf 2e helft jaren 60: Low budget films voor slechts 3 miljoen dollar: Bv. The Graduate(1967), Bonnie and Clyde(1967), Midnight Cowboy (1969). Deze films verdienden een veelvoud van wat ze kosten. De bezoekers van de films waren vooral tussen de 16 en 24

→ Leiden tot een cyclus aan youthpics door de studio’s: Lowbudget films over protest, drugs en de generatiekloof. Bv. Easy rider (1969): Een van de meest succesvolle films van het jaar voor ongeveer 500.000 dollar

Production code

Erodeert tijdens de jaren 50. Een reeks rechtszaken vonden plaats. Supreme court beslist dat film onder vrijemeningsuiting valt. Studio’s bezaten ook geen bioscopen meer waardoor ze minder controle over wat er getoond werd. Verticale integratie werd gesloten met de Paramount decision in 1948. →Influx kreeg van ongekeurde buitenlandse films en een boom van onafhankelijke producties.

In 1966 beslist de MPAA af te stappen van keuringen en stappen over op een systeem van ratings, een classificatie op basis van leeftijd aan de hand van lettercodes

Regisseurs hebben meer vrijheid omtrent geweld, seksualiteit, onconventionele ideeën.

Misdaad is minder moralistisch en er kan gesympathiseerd worden met criminelen zoals in Bonnie and Clyde

Het taboe rond grafische, excessieve of poëtische weergave van brutaal geweld verdwijnt

Oude generatie van de stille tot klassieke Hollywood zit aan het einde van hun carrière

Bv. John Ford, Howard Hawks, Alfred Hitchcock, William Wyler, Raoul Walsh

→ New Hollywood: Divers gezelschap: The movie brats: Nieuwe generatie filmregisseurs

→ Zelfbewustzijn van de filmgeschiedenis aanwezig met respect voor tradities van klassieke studiogenres maar ook invloed van Europese art cinema

Invloed Europese art cinema 1960s

Truffaut, Godard, Antonioni, … → Op hun beurt beïnvloed door Amerikaanse cinema

Franse en Italiaanse golven bewezen aan producenten dat art films ook geld konden opbrengen. Ze werden gefilmd met lage budgetten door jonge regisseurs zonder looneisen en gevestigde waarden

Ironisch tegen de mid60s: Distributietak van de Majors verdeelt films van Fellini, Antonioni en Bergman als hoognodige bron van inkomsten. Terwijl ten tijde van de monopolie de verdeling van buitenlandse werd tegengehouden en beperkt. Alleen in gespecialiseerde art houses in de grootste steden kon je deze films zien

Bonnie and Clyde (Arthur Penn, 1967)

Scenaristen Robert Benton en David Newman. De film leent vrijelijk technieken van de Franse Nouvelle Vague

Bonnie en clyde zijn romantische revolutionairen. Prototypische anti-establishlent helden die tegen banken en het systeem zijn. Dit resoneerde perfect met de rebelse en revolutionaire tijdgeest van de 60s.

Subversieve inhoud ook qua vorm. De gemiddelde lengte van een shot was minder dan 4 seconde. Snellere montage en slowmotion werden standaard bij geweld en actie

Finale film: Opname met 4 camera’s met verschillende snelheden en lenzen (complexe montage). Niemand was er op voorbereid dat ze niet vermoord maar vernietigd werden. Toen een ongezien effect, ondertussen talloze keren geïmiteerd. Vorm ondertussen zo vaak gekopieerd door andere couple-on-the-run road movies dat het voor een hedendaags publiek moeilijk is de originaliteit te zien

The Wild Bunch (Sam Peckinoah, 1969)

Stijl van bonnie and clyde verder doorgedreven door Peckinpah

Hij gebruikt verschillende lenzen, camera’s en snelheden.

Samen met het einde van Bonnie and Clyde behoort het tot de meeste complexe, kinetische en schokkende montagesequenties uit de naoorlogse Amerikaanse Cinema

Zelfde acteurs sterven opnieuw en opnieuw

Ondertussen is het een conventie en cliche maar toen was het realistisch en de 1e keer dat een menselijk lichaam van vlees en bloed was.

Speelt zich af tijdens de mexicaanse burgeroorlog maar de leden zijn niet op zoek naar een doel maar naar geweld. Het is een allegorie voor Vietnamoorlog

The Graduate (Micke Nichols, 1967)

Wat Bonnie and clyde en the wild bunch doen voor geweld deed the graduate voor seksualiteit. Het gaat over een seksrelatie tussen een pas afgestudeerde en een oudere vrouw (een vriendin van zijn moeder). De film behandelt seksualiteit op een manier die enkele jaren daarvoor nog ondenkbaar was. Het opende de poort voor de grafische weergave van seks in de Amerikaanse cinema van de jaren 70.

The last picture show (Peter Bogdanovich, 1971)

Europese seksualiteit in een Amerikaanse stijl wat een paar jaar daarvoor onmogelijk was.

Roger Corman

Leermeester Peter Bogdanovich en Monte Hellman. Hij was een onafhankelijke producent en distribueerde B-films via zijn bedrijf American International Players. Hij gaf geen lonen maar betaalde acteurs en medewerkers in pellicule en het lenen van camera’s. Hij maakte films voor het jonge drive-in publiek en maakte en hit na de andere.

Easy Rider (Dennis Hopper, 1969)

Stijl:

  • Technieken geleend uit experimentele cinema zoals shottransities.

  • In het midden van de film een shot van het einde van de film dat diende als ambigue flash forward

  • Jump cuts

The big three van de jaren 70: Lucas, Spielberg, Coppola

Francis Ford Coppola

Komt nog van Corman en was ook zijn assistent

In 1969 maakt hij The Rain People: Hij maakte de film on the road met een busje en een groep vrienden voor een minuscuul budget gefilmd

Hij richt samen met Lucas Zoetrope op voor persoonlijke projecten

In 1972 maakt hij The Godfather voor Paramount terwijl hij eigenlijk nog redelijk onbekend was. De film was een kassarecord. De film opende in 1 keer in 400 zalen gelijk
Na het succes van The Godfather kiest hij ervoor om geen puur commercieel pad te bewandelen. Hij financiert de intieme art film The conversation (1974). Hij maakt gebruik van fragmentarische montage met geluid en beeld en speelt met tijd en mentale ruimtes

Hij blijft risico’s nemen met de complexe film The Godfather 2, psychedelische kleuren en trage hallucinatorische dissolves in Apocalypse now. Zijn film One from the heart uit 1982 was echter een gigantische flop aangezien de film over het budget ging en het publiek onverschillig was.

New era of the blockbuster in de jaren 70

Producenten waren minder geneigd om jonge regisseurs te laten experimenteren met plot en stijl. 1970: Enorm succes van 2 conventionele formule films Love story en Airport. De films herstellen Hollywoods geloof in bigbudget films voor de grote massa

Jaren 70: Inflatie van productiekost van film ongezien in de industrie. Productiebudget stijgt ongeveer met 178 procent tussen 1972 en 1977. Er waren steeds grotere hits maar ook steeds grotere flops.

Deze hits waren voldoende gespreid over elk van de majors waardoor deze herstelden en zich uit de problemen werkten

Jaws (Steven Spielberg, 1975)

Aanbreken tijd van de blockbuster. Spielberg was slechts 28 jaar toen hij begon met de film die hemzelf en de filmindustrie voorgoed zou veranderen. Na de première was de film te zien in 1200 cinemas bij de opening.

Budget van 8 miljoen dollar maar verdiende alleen in de VS al 216 miljoen dollar.

Richard Zanuck had meer geld verdiend met zijn aandeel in de winst van Jaws dan zijn vader, de ervaren producent Darryl F. Zannuck in zijn hele carrière.

Star Wars (George Lucas, 1977)

Maakte al in 1973 American Grafitti,

Star wars, de zomerfilm van 1977. …

Tegen vroege jaren 80 hadden Spielberg en Lucas de 6 meest winstgevende films van de naoorlogse periode gemaakt. De machtigste regisseur-producenten in de filmindustrie bleven nog decennia lang aan de top.

Trend in de loop van de jaren 70 was om steeds minder films te maken, maar wel duurdere films. 2 a 3 big-budgetfilms geconcentreerd in de zomer en kerstvakantie.

Vergelijking: …

In de jaren 80 waren productiebudgetten van 15 a 20 miljoen dollar gebruikelijk

Een film kan immense winsten opleveren, maar een bigbudget flop kon voortbestaan van een hele studio bedreigen. → Je lot in een handvol berekende blockbusters leggen

Creatieve vrijheid werd weer ingeperkt vanaf het midden van de jaren 70 en was hollywood art cinema niet meer evident. Zeker nu het standaardpraktijk werd voor crew en cast om een % in de winst of omzet te delen. Kansen voor nieuwe scenaristen en regisseurs waren bijna onmogelijk, zelfs voor een bescheiden budget.

  • Belang van test screenings stijgt, ook demografisch marktonderzoek van wat het publiek wil zien, belang van het openingsweekend.

  • Stijgende budgetten voor reclame en marketing om succes te verzekeren. Deze liggen vaak dubbel zo hoog als de productiekost van de film → dit was bijkomstig ten tijde van het studiosysteem

  • Voorkeur voor sequels en series gebaseerd op successen

  • Ten tijde van Jaws in 1975 nog weinig aandacht voor merchandising. Tegen Star wars in 1977 onderhandelde Lucas voor een groot percentage op de verkoop van merchandise. De omzet van de merchandise kon wel groter zijn dan de box office. Hierdoor richtten studio’s vaak hun eigen merchandising afdelingen o

David Cook

Voortduren van een renaissance in de jaren 70 was voor Cook slechts iets van een paar jaar tot 1969.

Hij maakt een onderscheid tussen de regisseurs van de jaren 60 die getraind waren in televisie met die van de jaren 70 en 80 die uit nieuwe academische filmscholen kwamen

Ondanks visuele en technische verfijning en het onmiskenbaar talent van de regisseurs in de jaren 70 en 80 maar ze waren te berekend op effect en missen spontaniteit

Star wars geeft volgens hem aan iedereen dezelfde ervaring en er is geen ruimte voor interpretatie of speculatie

Zelfs in films zoals Apocalyse now, Raging bull en Dressed to kill is er bijna een academische obsessie of bezorgdheid voor effect en rekening houden met publieksrespons.

Door regisseurs controle en vrijheid te geven was er een inflatie in budgetten. De film Heaven’s gate van Michael Cimino uit 1980 had een desastreuze première. Hierdoor ging United Artists over de kop en zal het uiteindelijk door MGM opgeslokt worden.

New hollywood eindigt ironisch genoeg op een groot wantrouwen tegenover de regisseur en zijn de studiobazen het zat dat elke jonge regisseur een auteur wilde zijn.