Hoofdstuk 5 : Planning in Nederland

5.1 Context

  • “God created the world but the Dutch made the Netherlands”

  • Traditie van sterke centrale planning

  • Woningbouw

  • corporaties (2,4 mio woningen): gekenmerkt door een sterk planmatige aanpak en een doorgedreven industrialisatie van de woningbouw.

  • Unitaire staatsstructuur: door decentralisatiebeleid zijn er meer bevoegdheden naar de gemeenten doorgeschoven.

5.2 Historiek

• 1958 - Nota Westen des Lands
• 1960 - Eerste nota ruimtelijke ordening
• 1966 - Tweede nota ruimtelijke ordening
• 1974 - Derde nota ruimtelijke ordening
• 1988 - Vierde nota ruimtelijke ordening
• 1992 - Vierde nota ruimtelijke ordening Extra
• 2001 - Vijfde nota ruimtelijke ordening
• 2006 - Nota ruimte
• 2012 - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Wetgeving
• 1965 Wet op de ruimtelijke ordening
• 2008 Nieuwe wet op de ruimtelijke ordening
• 2013 Omgevingswet?

5.3 Jaren 50

Context
• Naoorlogse wederopbouw (Marshalplan)
• Demografische & economische groei
• Sterke woningnood
• Uitbouw van nationaal planningsniveau
• Modernisme en industrialisering

5.3.1 Nota Westen des lands

Nota Westen des lands,1957

→ zag een bedreiging in een ongeplande groei die mogelijks tot congestieproblemen zou leiden in dit gebied, wat de competitiviteit op termijn zou kunnen bedreigen.

Daarom drie beleidsopties naar voor geschoven:

  1. behoud van de historische gegroeide centra op de stedelijke ring (de Randstadsteden) als blijvende en ruimtelijk aparte gelegen zwaartepunten

  2. behoud van een agrarisch middengebied als centrale ruimte van groot formaat

  3. expansie van de gehele Randstad in uitwaartse richting

Concepten
• Westen als motor van ontwikkeling
→ enorm geloof in de maakbaarheid van de Nederlandse samenleving
• Randstad Holland
• Ring van Amsterdam, Den Haag, Utrecht & Rotterdam
→ met concentratie van stedelijke en economische groei
• Nederlandse metropool
• Grote steden vormden “randstad”
• Centrale open ruimte = groene hart
• Buitenwaartse groei

5.3.2 Eerste nota RO

Eerste nota RO, 1960

Sterk geloof in de vooruitgang, waarbij de uitbouw van de economie moest ondersteund worden door de uitbouw van de havens, een logistiek netwerk en een modern wegennetwerk.

• Verdere uitwerking van Randstad (verschillende steden als één stedelijk gebied) – Groene Hart: rand van steden omheen een niet bebouwd gebied.
• Gelijkere spreiding van de verstedelijking door ontwikkeling van New Towns buiten de randstad
een centraal groen gebied omringd door stedelijke ontwikkeling.
• Introductie van de hiërarchie van kernen
• Bouw van vele nieuwe woonwijken (bv Bijlmermeer) = massaproductie van woningen (modernisme)

Engelse Greenbelts versus Nederlandse Groene Hart:

  • Greenbelts: monocentrische stad inkapselen in een groene gordel

  • Groene hart: centraal gebied wordt met name ingekapseld door een stedelijke band. Om het groene Hart te sparen werd de groei van de stedelijke band uitwaarts gepland.

5.3.3 Tweede nota

Tweede nota, 1966

Gebaseerd op het vooruitgangsoptimisme van de eerste nota, met eigen accenten.

Aanleiding: demografische en economische groei die bijstelling van eerdere prognoses vereiste.

Nota behoud de verstedelijking van de randstad en het behoud van het Groene Hart.

• Suburbanisatie als gevolg van stijgende welvaart in combinatie met kaalslag
• Nieuwe woonwijken sloegen niet aan en gingen achteruit
• Prognose van zeer grote bevolkingsgroei (20 mio in 2000)
• Gebundelde deconcentratie als principe: streven om de bevolkingsgroei op te vangen in nieuwe kernen en new towns.
• Groeikernen: zowel nieuwe als bestaande
• Verdere kaalslag van kernen van steden: deels om kernen bereikbaar te maken met de auto a.d.h.v. boulevards.
→ moderniseringsgolf: meer plaats voor de auto + grootschalige krotopruiming, waarbij het bestaande weefsel wordt uitgevaagd en vervangen door steriele prefabwoningen.
→ modernisering van openbaar vervoer leidt tot geheel nieuwe kantoren- en winkelzones. (te vergelijken met Brussel-Noord, wagen gericht centrum)

Nederlandse New Towns:
Inspiratiebron is de tuinstad (UK) en het modernisme (Le Corbusier).

= aantal wijken met 3000 woningen rond een centrum met winkels en voorzieningen (bloemvorm)

Problemen:

  • mogelijke aanpassingsproblemen van de nieuwe bewoners

  • winkelcentrum en de metro laten lang op zich wachten, waardoor de voorzieningen ontbreken

  • nieuwe stad trekt niet de verwachte middenklasse aan

  • nog geen 30 jaar na de stichting tekent zich leegstand en verval op in de eerste wijken

5.3.4 Derde nota RO

Jaren 70

  • Context: veranderende politieke machtsverhoudingen

    • Opkomende nieuwe sociale bewegingen: kabouters, provo’s

    • Ontzuiling en politieke instabiliteit

    • Groeiende aanklacht tegen modernisme – Team X

    • Groeiende aanklacht tegen kaalslag in stedelijk beleid (cfr Brussel Noordwijk)

  • Opkomst van socialistische partijen (73-77)

    • Aandacht voor ecologie (Club van Rome)

    • Aandacht voor ongelijkheid

    • Stedelijk beleid als middel voor redistributie i.p.v. groei

  • Ruimtelijke problematiek

    • Verdere suburbanisatie van de steden

    • Toenemende ruimtebeslag

Derde nota RO, 1976

Bundel van nota’s: verstedelijkingsnota, Nota landelijke gebieden, Structuurschets landelijke en stedelijke gebieden

Compacte stad
- Bundelen en de compacte stad
• Bewaren van de open ruimte
• Wonen en werken binnen de compacte stad → evenwicht om pendel te vermijden

Doelstellingen van de verstedelijkingsnota:

  • Voorkomen van congestie en onevenwichtige stedelijke opbouw in verstedelijkte gebieden.

  • Bescherming van open ruimtes en ecologische en landschappelijke waarden.

  • Verminderen van regionale sociaaleconomische ongelijkheden en achterstanden.

  • Verminderen van de groei van mobiliteit.

Instrumenten en middelen:
Voorzien voor de ontwikkeling van nieuwe "groeikernen" volgens het principe van gebundelde deconcentratie

Nota Landelijke Gebieden:

  • Gericht op het ondersteunen van agrarische bevolking en plattelandsleefklimaat.

  • Bescherming van economie van grondgebruik, landschapsbeleving, en ecologische betekenis van het landelijk gebied.

  • Beperken van de "verrommeling" van open ruimte en verweven van functies.

5.4 Jaren 80

Angelsaksische neoliberalisme als gedachtengoed: Het neoliberalisme pleit voor een terugtredende overheid met meer ruimte voor de markt en privaat initiatief. Allocatievraagstukken, zoals onder meer de ruimtelijk ordening, moeten volgens neoliberale denkers zoveel mogelijk via de markt worden geregeld. Dit gaat ook gepaard met de grootschalige privatisering van overheidsbedrijven, of op zijn minst het overnemen van managementprincipes uit de private sector binnen de overheid.

Context

  • Economische crisis

  • Staatschulden

  • Europese eenwording nakend

  • Groeiende stedelijke competitie → brengt ook vestigingsfactoren mee: internationale bedrijven zoeken een locatie binnen Europa

  • Liberalisering en deregulering: terugtredende overheid

    → Pleit voor een terugtredende overheid en meer ruimte voor de markt en privaat initiatief

5.4.1 Vierde nota

Vierde nota, 1988

Nieuwe fase in ruimtelijke planning:

  • Europees perspectief voor Nederland minder bepaald door landsgrenzen, meer door regionale samenhangen en specialisatie.

  • Ruimtelijke ordening moet de positie van Nederland in de internationale context ondersteunen.

Dubbele oriëntatie: concurrentiekracht en kwaliteit leefmilieu:

  1. Concurrentiekracht (neoliberaal)

    • Versterken van sterke punten

      • Nederland distributieland: sterke positie in internationale distributienetwerk

      • Nederland Waterland: belangrijke rol voor havens → Troeven van het vele water in Nederland benutten

      • Nederland Stedenland: verbindingen met buurlanden

    • Aandacht voor internationale vestigingsfactoren

      • Infrastructuur: uitbouwen van sterke stedelijke netwerken

      • Woonomgevingen

  2. Ruimtelijke kwaliteit

    • Contrast tussen stad en land

    • Diversiteit

    • Kleine verplaatsingsafstanden

    • Hogere dichtheden met goede voorzieningen

    • Bereikbaarheid

    • Openbare ruimte

    • Concentratie van intensieve landbouw

    • Aaneengesloten natuurgebieden

Concepten

  • Randstad als stedelijk netwerk

    • → doel = Specialisatie van individuele steden

    • Metropoolvorming

  • Stedelijke knooppunten

    • Selectie van steden als motor van de economie

    • Publieke investeringen in deze steden

  • Sleutelprojecten

    • 11 Grootschalige investeringen (bv Erasmusbrug)

  • Regio’s op eigen kracht

    • Stimuleren van regionale ontwikkeling

  • Uitbouw van mainports

    • Schiphol

    • Rijnmond

  • Uitbouw van Hoofdtransportassen

  • Stadsgewesten als concept

    • Bundelen van wonen in stadsgewest

    • Dagdagelijkse verplaatsingen

  • Vinex Locaties (vierde nota extra 1993)

    • Één mio inwoners opvangen

    • Geselecteerde locaties

    • Ontwikkeling van wijken met hoge dichtheid en goede woonkwaliteit

    • Veelal door woningbouwcorporaties

    • Kritiek op banaliteit en gebrek aan diversiteit in woningtypes

    • Risico op veroudering van wijken door gelijktijdige veroudering van gezinnen en woningen

ABC – beleid

  • Bereikbaarheidsprofielen van locaties

  • uiste bedrijf op juiste plaats

    • A = centrumlocatie OV + fiets.

      • Lage autoafhankelijkheid

      • Aanwezigheid van voorzieningen draagt bij aan een aantrekkelijke verblijfs- en werkomgeving

    • B = zowel per OV als per auto

      • Bedoeld voor kantoren en voorzieningen met een grotere autoafhankelijkheid en bedrijven in de zakelijke dienstverlening

    • C = snelweglocatie, geen eisen OV

      • Congestievrije aansluiting op hoofdtransport-assen

      • Bedoelt voor transportbedrijven en industrie

  • Restrictief beleid

    • Open ruimte als contramal van verstedelijking

5.5 2000-2010
Context

  • ICT en dienstenindustrie in de lift

  • “Network society” → Manuel Castells

  • Clusterbenadering / netwerkbenadering

  • Stedelijke netwerken / Corridors

Vijfde nota

  • Interessante kaartbeelden / lagenbenadering + innovatieve concepten

  • nooit goedgekeurd wegens geen politieke consensus
    over prioriteiten

Van toelatingsplanologie naar ontwikkelingsplanologie

  • Toelatingsplanologie: overheid trad te sturend en bepalend op

  • Ontwikkelingsplanologie: plannen worden opgesteld en uitgevoerd met maatschappelijke actoren en private partijen

  • Interactieve planontwikkeling (PPP, PPS)
    → zuinig en efficiënt ruimtegebruik door functiecombinatie en transformatie van bestaand landgebruik

Neoliberale invloed op het beleid

  • Decentralisatie van ruimtelijk beleid

    • Decentraal wat kan, centraal wat moet: grotere rol voor marktpartijen en civiele samenleving

  • Deregulering van het beleid

5.5.1 Nota Ruimte

Nota Ruimte 2006

  • Focus op bundeling van verstedelijking en infrastructuur en uitbouw van stedelijke netwerken in Ruimtelijke hoofdstructuur economie, Infrastructuur en verstedelijking.

  • Hoofdstructuur water, natuur en landschap bundelt belangrijkste doelstellingen voor open ruimte.

Internationale ambitie en positionering:

  • Nederlandse stedelijke regio's worden gepositioneerd ten opzichte van andere Europese stedelijke netwerken, inclusief grensoverschrijdende.

  • Multimodale corridors worden voorgesteld als ruggengraat voor de economie tussen deze stedelijke netwerken.

  • Nederlandse concepten zijn sterk verbonden met Europese Spatial Vision en Nederlandse planologen hadden invloed op de concepten van dit Europese document in de jaren 1990.

5.5.2 Instrumenten WRO 2008

Rijk

  • Structuurvisie

  • Inpassingsplan

Provincie

  • Structuurvisie

  • Inpassingsplan

Gemeente

  • Structuurvisie

  • Bestemmingsplan

  • Niet-bindende structuurvisies: Geven richting aan de ruimtelijke ontwikkeling op lange termijn.

  • Bestemmingsplannen: Reguleren het gebruik van de grond in specifieke gebieden en geven aan wat waar mag worden gebouwd.

  • Verordeningen: Regelgeving op lokaal niveau die bepaalde aspecten van de ruimtelijke ordening regelen.

5.6 Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur 2012

  • Integratie van ruimte, mobiliteit en infrastructuur

  • Nota Ruimte

  • Nota Mobiliteit

  • Mobiliteitsaanpak

  • Structuurvisie snelwegomgeving

Kitiek: Groene Hart wordt uit nota gehaald. Volgens vele het einde van een tijdperk van plan-led development. Ruimtelijke planning is volledig uitgehold door de decentralisatie naar provincies en gemeenten en nog enkel gericht op de promotie van economische belangen. Ze is omgeslagen naar een market-led development.

Kenmerken structuurvisies:

  • Op de drie beleidsniveaus

  • Strategische plannen die niet verplicht zijn om op te stellen.

  • Hebben een coördinerende functie en dienen als leidraad voor besturen op het betreffende niveau.

  • Bindend voor het eigen bestuursorgaan, maar afwijkingen kunnen gemotiveerd worden.

  • In tegenstelling tot Vlaamse structuurplannen is er geen dwingende koppeling met bestemmingsplanning.

  • Vereisen overleg, afspraken en overeenkomsten tussen verschillende bestuursniveaus voor effectieve implementatie van het beleid.

Doelstellingen

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken
    van de ruimtelijk economische structuur van Nederland.

  • Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de
    gebruiker voorop staat.

  • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke
    en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

+ voorbereiden organisatie Olympische Spelen 2028

→ Brengt niet de vernieuwing van eerdere nota's, maar versterkt eerder bestaande concepten uit de Nota Ruimte.

Realisatie via

  • Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitvoering van de SVIR)

  • Bestuurlijke prestatieafspraken

  • Financieel

  • Kennis
    → Onderdeel Meerjarenplanning Ruimte en Infrastructuur (MIRT)

5.6.1 Omgevingswet

Integratie van:

  • Belemmeringenwet Privaatrecht

  • Crisis- en herstelwet

  • Interimwet stad-en-milieubenadering

  • Ontgrondingenwet

  • Planwet verkeer en vervoer

  • Spoedwet wegverbreding

  • Tracéwet

  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

  • Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

  • Wet inzake de luchtverontreiniging

  • Wet ruimtelijke ordening