HEID EN BEWEGING - BASISSTOF 4

ANTAGONISTISCHE SPIEREN

  • De armbeweging vereist twee soorten spieren: buigspier en strekspier.
      - Antagonistisch paar:
        - Arm gebogen: Buigspier (biceps) is actief.
        - Arm gestrekt: Strekspier (triceps) is actief.

KUITSPIER

  • De kuitspier en zijn werking:
      - Wanneer de kuitspier samentrekt, beweegt het hielbeen omhoog.
      - Het concentrische en eclectische samentrekken van de kuitspier.

GEWRICHTSSTRUCTUUR

  • Het gewrichtskapsel houdt botten op hun plaats.
      - In sommige gewrichten zijn er stevige kapselbanden aanwezig die extra stabiliteit bieden.
  • Gewrichtssmeer:
      - De binnenkant van het gewrichtskapsel geeft een stroperige vloeistof af die als smeervet werkt.
      - Het gewrichtssmeer zorgt voor een soepele beweging van de botten.

SOORTEN GEWRICHTEN

  • Gewrichten kunnen bewegingen in verschillende richtingen mogelijk maken.
      - Voorbeeld: Schoudergewricht.
  • Sommige gewrichten kunnen slechts beperkt bewegen.
      - Voorbeeld: Gewricht tussen twee vingerkootjes.

FONTANELLEN

  • Bij baby's zijn er ruimtes tussen de schedelbeenderen, genaamd fontanellen.
      - Er is enige beweging mogelijk tussen de botten door deze fontanellen.
      - Bij het groeien sluiten de fontanellen, wat leidt tot de vorming van naden tussen de botten.

KRANKEENSTRUCTUUR

  • Bepaalde botten zijn met elkaar verbonden door kraakbeen.
  • Tussenschijf tussen twee wervels van de ruggengraat:
      - Dit kraakbeen zorgt voor schokabsorptie.
      - Voorbeeld: Kraakbeen tussen ribben en borstbeen, en in de wervelkolom.

DE WERVELKOLOM

  • Bestaat uit verschillende soort wervels:
      1. Halswervels
      2. Borstwervels
      3. Lendenwervels
      4. Heiligbeen
      5. Staartbeen (stuitje)
  • Het skelet biedt bescherming aan organen zoals in de borstkas.
  • Functie van het skelet:
      - Voorzien in stevigheid en bescherming van het lichaam.

BOT EN KRAAKBEEN

  • Botten bestaan uit:
      - Kalk: zorgt voor stevigheid.
      - Lijmstof: zorgt voor buigzaamheid, waardoor breuken worden voorkomen.
  • Kraakbeen is ook aanwezig in het lichaam:
      - Bevat veel lijmstof en is stevig maar buigzaam.
      - Voorbeelden: Oorschelpen, tussen ribben en borstbeen, en in de wervelkolom.

BEWEGING EN GEWRICHTEN

  • Het heiligbeen is gevormd door vergroeide wervels.
  • Het staartbeen is eveneens samengesteld uit vergroeide wervels.
  • Botstructuur van de schedel:
      - Botten zijn aan elkaar verbonden door naden.
      - Er is geen beweging mogelijk tussen vergroeide botten en botten verbonden door naden.