Thema 7 Mechanica
Thema 7: Mechanica
4. Beweging
4.1 Rust en Beweging
Relativiteit: Rust en beweging zijn relatief en vereisen een referentiepunt.
Voorbeeld: Stil zitten op een stoel = rust t.o.v. aarde, maar beweging t.o.v. hemellichamen (de aarde beweegt).
Kracht: Verandert de bewegingstoestand van een voorwerp, wat kan leiden tot:
Versnellen.
Vertragen.
Wijziging van richting.
4.2 Plaats, Verplaatsing en Tijdsduur
Plaatsbeschrijving: Correcte beschrijving vereist een referentiepunt .
Afgelegde weg op een rechte lijn = verplaatsing
Tijdsverloop: tijdsinterval = tijdsduur : verandering van tijd tijdens verplaatsing.
4.3 Ogenblikkelijke en Gemiddelde Snelheid
Snelheid : is de afstand die in een bepaalde tijd wordt afgelegd, en kan worden berekend met de formule , waarbij de afgelegde weg en het tijdsinterval is.
Ogenblikkelijke snelheid: Snelheid van het voorwerp op één tijdstip.
Gemiddelde snelheid: Verhouding tussen de verplaatsing en de tijdsduur waarin deze plaatsvond.
SI-eenheid: meter per seconde ; dagelijkse eenheid: kilometer per uur .
4.4 Krachten
Verandering door Kracht: Een kracht verandert de bewegingsstatus van een voorwerp.
Kracht kan voorwerpen versnellen, vertragen of richting veranderen.
Netto-kracht: De resulterende kracht is de som van alle krachten, rekening houdend met richting, zin en grootte.
4.5 Krachten met Zelfde en Tegengestelde Richting
Zelfde Richting & Zin: Krachten versterken elkaar en de resulterende kracht is hun som:
FR = F1 + F_2 + …Tegengestelde Zin: Krachten werken tegen elkaar.
Resulterende kracht heeft de richting van de grootste kracht:
FR = F1 - F2(F1) de grootste kracht is.
4.6 Eenparig Rechtlijnige Beweging (ERB)
Definitie: Beweging langs een rechte baan met constante snelheid.
Verplaatsing is recht evenredig met de tijdsduur
Uitsluitend EA is onrealistisch; snelheid is nooit constant over lange periodes.
5. De Eerste Wet van Newton
Traagheid: Eigenschap van voorwerpen om hun toestand (beweging of rust) te behouden.
Hangt samen met de benodigde resulterende kracht om deze toestand te veranderen.
Traagheidswet (Eerste Wet van Newton):
Als de resulterende kracht op een voorwerp 0 is, behoudt het zijn bewegingstoestand:
Voorwerpen in rust blijven in rust.
Voorwerpen in beweging blijven in beweging met dezelfde snelheid en richting.
6. Eenparig Veranderlijke Rechtlijnige Beweging (EVRB)
Definitie: Beweging langs een rechte baan met veranderlijke snelheid.
Versnelling is constant en werkt samen met een niet-nul resulterende kracht.
Karakteristieken van versnelling :
(a > 0): Snelheid neemt toe.
(a < 0): Snelheid neemt af.
7. De Tweede Wet van Newton
7.1 Verband Tussen Kracht, Massa en Versnelling
Resulterende kracht en versnelling: Deze zijn gerelateerd; versnelling is recht evenredig met de resulterende kracht en omgekeerd evenredig met massa:
.Tweede Wet van Newton: Bepaalt de benodigde resulterende kracht om een massa een versnelling te geven.
7.2 Valbeweging
Valversnelling: Alle voorwerpen ervaren een valversnelling , op zeeniveau in België is dit ongeveer .
Afhankelijk van: plaats op aarde, afstand tot hemellichamen, massa van hemellichaam.
7.3 Effect van Kracht en Versnelling
Fysieke Gevoelbaarheid: Versnelling is voelbaar, te grote versnellingen kunnen schadelijk zijn.
Voorbeeld van veiligheidsmaatregelen: airbags, veiligheidsgordels.
8. De Eenparig Cirkelvormige Beweging (ECB)
Definitie: Beweging rondom een cirkel waarbij de snelheid constant blijft, echter de richting verandert.
Voorbeelden: Fietswielen, reuzenrad, beweging van de aarde rond de zon.
Elementen:
Hoek : Bepaalde plaats.
Snelheidsvector : geeft grootte van snelheid aan.
Versnellingsvector : centripetale versnelling, loodrecht op snelheidsvector gericht naar het middelpunt.
9. Middelpuntzoekende Kracht
Middelpuntzoekende kracht: Krachteffect dat een voorwerp naar het middelpunt van de cirkel trekt.
Kracht moet groter zijn voor zwaardere voorwerpen: .
10. De Derde Wet van Newton
Actiekracht en Reactiekracht: Krachten komen altijd als paar voor, hebben dezelfde grootte en werken gelijktijdig.
Ze hebben dezelfde richting en tegengestelde zin, en grijpen aan op verschillende voorwerpen.
Derde Wet van Newton: Wanneer een voorwerp een kracht uitoefent op een ander, dan oefent het andere voorwerp tegelijkertijd een kracht van gelijke grootte maar van tegengestelde zin uit.