Prins-artikel_

7.5. De pasgeborene in de eerste levensweek

7.5.1 Centrale cyanose

  • Centrale cyanose: blauwheid van lippen, tong en slijmvliezen.

  • Altijd alarmsignaal; kan wijzen op hartafwijking (zie par. 12.3.4 en 12.3.6).

  • Fysiologische cyanose mogelijk bij symptomen die binnen 20 minuten na de geboorte optreden of tijdens huilen.

    • Bij stoppen met huilen worden lippen weer roze.

  • Oorzaak: drukstijging rechter harthelft leidt tot zuurstofarm bloed via ductus Botalli en foramen ovale in circulatie.

  • Herhaalde cyanose vereist nader onderzoek.

7.5.2 Warmtehuishouding

  • Normale temperatuur pasgeborene: 36,5 °C – 37,5 °C.

  • Risico op afkoeling door grote lichaamsoppervlak in verhouding tot lichaamsinhoud.

  • Dunne vetlaag verhoogt warmteverlies.

  • Warmtegeleiding afhankelijk van:

    • Lichaamsafmetingen

    • Weefselsamenstelling

    • Weefseldikte

    • Huiddoorbloeding

  • Warmteverlies via:

    • Conductie: warmteverlies aan de onderlaag.

    • Convectie: koude lucht-/waterstroom koelt af.

    • Radiatie: warmteafgifte aan koudere omgeving.

    • Evaporatie: verdamping zorgt voor warmteverlies.

  • Preventie van warmteverlies post-partum door:

    • Afdrukken en toedekken met voorverwarmde doeken.

    • Huid-op-huidcontact met de moeder.

    • Gebruik van mutsje om warmteverlies via hoofdhuid te beperken.

  • Hypothermie ontstaat als warmteproductie geringer is dan warmteafgifte:

    • Symptomen: bleekheid en blauwe handen/voeten.

    • Hyperthermie: verhoging warmteafgifte door vasodilatatie.

  • Temperatuur regelmatig controleren, schommelingen vermijden.

7.5.3 Lever

  • Lever pasgeborene: palpabel tot 1,5-2 cm onder ribbenboog.

  • Belangrijk voor:

    • Bilirubinestofwisseling

    • Omzetting glycogeen in glucose

    • Gluconeogenese (vorming glucose uit galactose, fructose, aminozuren)

    • Vitamine K-synthese.

  • Enzymsystemen functioneren de eerste dagen post-partum nog niet optimaal.

Bilirubinestofwisseling en icterus
  • Vóór de geboorte: placenta scheidt ongeconjugeerd bilirubine uit.

  • Na geboorte: lever van de pasgeborene neemt deze rol over.

  • Hoge hemoglobinewaarde en kortere levensduur van erytrocyten verhogen bilirubineproductie.

  • Fysiologische icterus: optredend bij twee derde van pasgeborenen, zichtbaar op de derde of vierde dag.

  • Mechanisme bilirubine-conjugatie:

    • Ongeconjugeerd bilirubine wordt aan albumine gebonden naar lever getransporteerd.

    • In lever: конъюгация door enzym UDPGT.

  • Ontwikkeling van icterus:

    • Begin op hoofd, neus, sclerae en later op romp.

    • Bij ernstiger gevallen: ook ledematen zichtbaar.

  • Vroege icterus kan optreden door onvoldoende voeding; borstmelkicterus op later tijdstip door stof in borstvoeding.

    • Behandeling vaak niet nodig.