Hst 1 t/m 6

Hst 1:

winstmargeratio = resultaat/omzet

de accountant controleert op fouten in de jaarrekening, maar een fout van 5 euro heeft weinig invloed op de ratio’s van een onderneming, het is daarom van belang dat we weten wat de grens is waarbij de getrouwdheid van de jaarrekening aangetast wordt.

Dit noem je ookwel de materialitiet/jaarrekening tolerantie. Een ernstige fout is dan ook een fout van materieel belang of een materiele fout.

de volgende risico’;s zijn aanwezig tijdens het controleren van een jaarrekeninge:

  1. Accountantsrisico (ACR) (risico op het geven van een foute verklaring)

  2. inherent risico (IR) kan dat er materiele onjuistheden voorkomen ondanks interne controles

  3. interne-controlerisico (ICR) de kan dat onjuistheden van materieel belang niet tijdig worden voorkomen of ontdekt en aangepast.

  4. cijferanalyserisico (CAR) risico dat materiele afwijkingen niet ontdekt worden na een cijferanalyse

  5. steekproefrisico (SR) risico dat conclusie als gevolg van steekproef anders is dan conclusie als gehele populatie gecontroleerd was.

  6. uitoveringsrisico: de kans dat de accountant een foute conclusie trekt omdat het werkprogramma informatie verkeerd intrepreteerd.

om met alle risico’s rekening te houden worden het Audit risk model gebruikt ookwel audit assurance model.

hierin gebruiken we de volgende formule:

ACR= IR*ICR*CAR*SR

2.2.5

je hebt postensteekproeven en waarde-eenhedensteekproeven. postensteekproeven geven een uitspraak over posten, terwijl waardeeenhedensteekproef een conclusie geeft over de afwijking in de gecontrolelerde populatie in euro’s

2.3:

Guldenrangmethode: elke waarde in een steekproef krijgt een rangnummer, de rangnummers worden dan random geselecteerd op een steekproef te vormen.

selectie met vast interval: hierbij heb een populatie, je maakt de steekproefselectie door steeds met een vast interval uit de populatie te kiezen. de grootte van je interval heeft te maken met de grootte van je populatie en hoeveel selecties er gemaakt moet worden.

Cell sampling: hierbij wordt er ook gewerkt met intervallen, maar binnen elke interval wordt er willekeuring een waarde gekozen.

Zeefmethode: wordt alleen gebruitk bij de selectie op waarde eenheden, hierbij wordt een waarde geselecteerd, boven deze waarden worden de posten meegenomen in de steekproef, deze waarde wordt berekent door de totale waarde van de populatie te vermeningvuldigen met een cijfer tussen de 0 en 1, staat gelijk aan de steekproefpopulatie

2.6:

je hebt een steekproef zonder teruglegging, dit houdt in dat wanneer een waarde geselecteerd is, deze niet terug in de populatie terecht komt, anders kun je deze meerdere keren controleren, maar op deze manier kan de conclusie ook zijn dat er meer fouten aanwezig zijn, dan daadwerkelijk is.

Hoofdstuk 3 Schatten van een gemiddelde