Nederlands

Werkwoorden

Inleiding tot Werkwoorden

  • Verschillende werkwoordsvormen besproken:

    • Persoonsvorm

    • Voltooid deelwoord

    • Onvoltooid deelwoord

    • Infinitief

  • Werkwoorden hebben verschillende vormen en functies in een zin.

  • Drie soorten werkwoorden onderscheiden:

    • Zelfstandige werkwoorden

    • Hulpwerkwoorden

    • Koppelwerkwoorden

Hoofdwerkwoord, Hulpwerkwoord en Koppelwerkwoord

Definitie Werkwoord (ww)
  • Hoofdwerkwoord

  • Hulpwerkwoord

  • Zelfstandig werkwoord

  • Koppelwerkwoord

Gezegde
  • Werkwoordelijk gezegde

  • Naamwoordelijk gezegde

Zelfstandige Werkwoorden

  • Definitie: Zelfstandige werkwoorden duiden de activiteit in de zin aan.

  • Functie: Vertellen wat er gebeurt.

  • Kenmerk:

    • Bij een zin met één werkwoord (niet zijnde een koppelwerkwoord), is dat werkwoord het zelfstandige werkwoord.

  • Belang voor de betekenis van een zin: onmisbaar.

  • Voorbeeldzin:

    • "Hij speelt op straat."

  • Werkwijze om het zelfstandige werkwoord te vinden:

    • Bij zinnen met meerdere werkwoorden de zin ‘afpellen’ tot slechts één werkwoord overblijft.

  • Voorbeeld van afpellen:

    • Frank heeft zijn broer niet weten te vinden.

    • Frank weet zijn broer niet te vinden.

    • Frank vindt zijn broer niet.

Hulpwerkwoorden

  • Definitie: Hulpwerkwoorden helpen om in een zin specifieke functies aan te geven, zoals de tijd.

  • Voorbeelden:

    • "Hij zou graag op straat willen spelen."

    • "Ik heb vorige week mijn verjaardag gevierd."

    • "Zij wil later dokter worden."

  • Bij lijdende (passieve) zinnen is het hulpwerkwoord ‘worden’ of ‘zijn’ aanwezig.

  • Voorbeeld van lijdende zin:

    • "Deze film wordt veel bekeken."

Koppelwerkwoorden

  • Definitie: Koppelwerkwoorden zijn essentieel voor het naamwoordelijk gezegde.

  • Functie: Vertellen iets over het onderwerp in de zin.

  • Voorbeelden van koppelwerkwoorden:

    • zijn

    • worden

    • blijven

    • blijken

    • lijken

    • schijnen

  • Voorbeeldzinnen:

    • "Na de overwinning was de 32-jarige paardrijdster dolgelukkig."

    • "Veel profvoetballers worden beroemd."

    • "Hij bleef een succesvolle zanger."

    • "Zij is voorzitter geweest.",I/