Geschiedenis China het rijk van het midden
Deelvraag 1: Periodisering van de Geschiedenis van China
Westerse Tijdlijn:
Prehistorie: ca. 3,5 miljoen v.C. tot ca. 3500 v.C.
Oude Nabije Oosten: ca. 3500 v.C. tot ca. 800 v.C.
Klassieke Oudheid: ca. 800 v.C. tot ca. 500 n.C.
Middeleeuwen: ca. 500 n.C. tot ca. 1500 n.C.
Vroegmoderne Tijd: ca. 1500 n.C. tot ca. 1800 n.C.
Hedendaagse tijd: 1945 tot heden

Chinese Tijdlijn:
Prehistorisch China: tot 2698 v.C.
Oudheid: van 2698 v.C. tot 221 v.C.
Keizertijd: beginnend met 221 v.C.
Diverse Dynastieën:
Zuidelijke en Noordelijke Dynastieën (420-589 n.C.)
Tang-Dynastie (618-907 n.C.)
Yuan-Dynastie (1279-1368 n.C.)
Ming-Dynastie (1368-1644 n.C.)

Verschillen Chinese en Westerse Tijdlijn:
In China begint de jaartelling meestal bij de eerste keizer, terwijl in het Westen jaartellingen variëren.
Verschil in interpretatie van historische periodes en eeuwen.
Deelvraag 2: Kenmerken van de Chinese Samenleving in de Middeleeuwen
Culturele kenmerken levensbeschouwelijke organisatie:
West-Europese samenleving: Christendom
Chinese samenleving: Confucianisme
Politieke kenmerken:
West-Europese samenleving: monarchie, dynastieën van koningen
Chinese samenleving: monarchie, dynastieën van keizers
Een monarchie is een staatsvorm waarbij het staatshoofd een koning of koningin is, meestal binnen een dynastie, met of zonder politieke macht afhankelijk van het type monarchie.)
Economische kenmerken:
West-Europese samenleving: agrarische samenleving: teelt van o.a. tarwe
Chinese samenleving: agrarische samenleving: teelt van o.a. rijst en thee
Een agrarische samenleving is een samenleving waarin de economie voornamelijk gebaseerd is op landbouw en het verbouwen van gewassen.
Sociale kenmerken:
West-Europese samenleving: gelaagde samenleving: standenmaatschappij
Chinese samenleving: gelaagde samenleving: examensysteem
Een gelaagde samenleving is een samenleving waarin mensen zijn verdeeld in verschillende sociale lagen of klassen, afhankelijk van factoren zoals rijkdom, macht, of beroep.
Sociale en Economische Structuur
Gelaagde Samenleving:
Keizer aan de top, gevolgd door een kleine groep adel en een grote groep boeren.
Landbouw:
Agrarische samenleving met focus op de productie van rijst en thee.
Nijverheid:
Erkenning van Chinese producten zoals porselein, zijde, en papier.
Groei van handelssteden door de Zijderoute en het Grote Kanaal.
Politieke en culturele Kenmerken
Territoriale verdeeldheid en territoriale eenheid:
Afwisselend perioden van eenheid en verdeeldheid in het rijk.
Verschillende dynastieën aan de macht
Onder leiding van een autocratische(= luisteren naar hem) keizer
Cultureel:
Levensbeschouwelijke organisatie op basis van confucianisme (= Confucianisme is een filosofie die de nadruk legt op deugden zoals respect, wijsheid en sociale harmonie, gebaseerd op de leer van Confucius.)
Economische en technologische voorsprong door innovaties(=uitvindingen) zoals drukkunst
Deelvraag 3: Contacten tussen China en het Westen
Zijderoute:
Meerdere routes die over land en zee verliepen.
Bevatte de handel van diverse goederen, waaronder zijde en specerijen.
Culturele Uitwisseling:
Europese, Byzantijnse, Arabische, en Indische samenlevingen hadden interactie via deze handelsroutes.
Deelvraag 4: Rol van China in de Wereldhandel
Historisch Economisch Centrum:
In de middeleeuwen had China een significante plaats in de wereldhandel met een grote bevolking en economische groei.
Evolutie van de Rol:
In het jaar 1000 was Azië, inclusief China, dominant in de wereldhandel.
Tot de late middeleeuwen bleef China economisch vooruitstrevend, maar Europeanen begonnen daarna significant in invloed te groeien.
Synthese
Antwoorden op de Deelvragen:
Deelvraag 1: Er zijn significante verschillen in de jaartellingen en tijdperken tussen China en het Westen.
Deelvraag 2: Kenmerken zijn een autocratisch systeem, gelaagdheid in de samenleving, en het belang van landbouw en ambacht.
Deelvraag 3: Contact vond plaats via de zijderoute waar handel en culturele uitwisseling aan bod kwamen.
Deelvraag 4: China was gedurende lange tijd een economisch centrum, maar verloor dit vanaf de hoge middeleeuwen aan Europa.