Literatuur Frans V6
Kenmerken van literatuur = Kritische weergaven van ontwikkelingen in de maatschappij, psychologische analyse van thematiek, origineel taalgebruik, verrassend verloop van het verhaal
Vertellersperspectief = de verteller staat boven de ontwikkelingen in het verhaal
Personale perspectief = je ziet het verhaal door de ogen van een of meerdere hoofdpersonen
Ik-perspectief = je hebt het gevoel een dagboek te lezen
Francien = het dialect Frans dat voort komt uit het Latijn
Drie standen in de Middeleeuwen = Kerk, Adel, Burgerij
Heiligenlevens = verhalen over het leven van een heilige
Ridderroman = dapperheid, trouw aan de leenheer, bescherming van de zwakken en vast geloof in God
Voorbeeld Ridderroman = La Chanson de Roland
Hoofse literatuur = de ridders verzetten heldendaden om het hart van hun geliefde te winnen
Chrétien de Troyes schreef = Lancelot
Marie de France (eerste vrouwelijke verteller) schreef = Lais
Thomas schreef = Tristan et Iseult
Burgerlijke literatuur = realistisch, komisch en satirisch
Kenmerken 16e eeuw = Mens staat centraal, persoonlijkheid, geluk en schoonheid
Renaissance = interesse in klassieke oudheid komt terug
Rabelais schreef = fantasierijke verhalen zoals Pantagruel en Garguntua
La Pléaide = groep van 7 dichters die de Franse poëzie naar hetzelfde niveau probeerden te tillen als in de klassieke oudheid
Classicisme = klassieke schrijvers dienen als voorbeeld
Académie Française = officieel gezelschap van 40 schrijvers dat literaire werken beoordeelt aan de hand van de klassieke regels
Rationalisme = stroming die het verstand beschouwt als het belangrijkste instrument
Grondlegger rationalisme = Descartes
Madame de la Favette = behandelt in haar liefdes roman (la Princesse de Clèves) het verschil tussen een verstandshuwelijk en een huwelijk uit liefde
Perrault schreef = bekende sprookjes
Toneel 17e eeuw = belangrijkste literaire genre met strenge klassieke wetten
Corneille = schrijft klassieke tragedies over de strijd tussen eer en hartstochten waarbij eer wint (Le Cid)
Racine = schrijft klassieke tragedies over de strijd tussen eer en hartstochten waarbij de hartstochten winnen (Phèdre)
Zedenkomedies = de spot wordt gedreven met misstanden
Karakterkomedies = Molière maakt slechte karaktereigenschappen belachelijk
Kluchten = doel is om het publiek te laten lachen
De la Fontaine = schrijver van fabels waarin dieren de hoofdrol spelen
Verlichting = ontwikkelingen in wetenschap en uitvindingen veranderen het denken en inzichten
Deïsme = godsdienst op basis van gezond redeneren
Preromantisme = gevoelige schrijfwijze, voorloper van het romantisme
Voltaire = leverde veel kritiek op de kerk, regering en justitie
Rousseau = schrijft opvoedkundige werken waarin hij zegt dat men van de natuurlijke goedheid van het kind moet uitgaan
Diderot = schreef de Encyclopedie voor de gewone man
Beaumarchais = schreef intrigekomedies waarin hij de adel bespot
Romantiek = gevoelens, fantasie en verbeelding zijn belangrijk
Victor Hugo = grondlegger van de romantiek
Victor Hugo schreef = Les miserables
Victor hugo schreef = Demain dès l’aube
Jules Verne schreef = reis om de wereld in 80 dagen
Realisme = rechtie op het romantisme
Naturalisme = gaat ervan uit dat al het menselijk handelen volledig bepaald wordt door omstandigheden buiten zijn wil om
Grondlegger naturalisme = Emile Zola
Guy de Maupassant schreef = La parure
Symbolisme = reactie tegen het verstandelijke van het realisme en het naturalisme
Marcel Proust schreef = à la recherche du temps perdu
André Gide schreef = La symphonie Pastorale
Dadaïsme = wil bestaande kunst omver werpen
Tristan Tzara schreef = Pour faire un poème dadaïste
Surrealisme = laten het verstand buiten beschouwing, droom en werkelijkheid worden één
Apollinaire = vernieuwt poëzie door leestekens weg te laten of door calligrammen
Jacques Prévert schreef = Le cancre
Existentialisme = filosofische stroming die ervan uit gaat dat de aard van de mens vaststaat bij de geboorte
Jean-Paul Sartre schreef = le mur
Albert Camus schreef = L’étranger
Simonde de Beauvoir schreef = Le Deuxième Sexe
Le nouveau roman = auteurs plagen lezers
L’absurdisme = het absurdistisch toneel
Eugène lonesco = beroemde vertegenwoordiger van het absurdistisch toneel
Maghreb = Algerije, Marokko en Tunesië