OGM Ontwikkelingspsychologie - Cohort 2024 (1)
OGM – Ontwikkelingspsychologie Cohort 2024
Inleiding
Het vak richt zich op ontwikkelingspsychologie en is belangrijk voor het begrijpen van de levenscyclus van mensen.
Onderwijsstructuur
Les 1 & 2: Introductie van het vak en het programma.
Thema's per periode:
Periode 1: Ontwikkelingspsychologie
Periode 2: Maatschappelijke problemen
Periode 3: Opvoeding
Periode 4: Ingrijpende levensgebeurtenissen
Periode 1: Ontwikkelingspsychologie
Lesschema
Totaal 8 lessen van 2 uur elk.
Materiaal: Basisboek Sociaal werk, thema 17.
Toetsing
Toetsweek: 4 - 8 november
Bezoek aan deeltoetsen met open- en meerkeuzevragen.
Deeltoetsen
In totaal 5 opdrachten, puntentelling per opdracht: 1, 2 of 3 punten (maximaal 10 punten).
Extra punten (max 1.3 punten) voor kwalitatieve goede uitvoering.
Deadline: 1 november 17:00 via ELO.
Planning Periode 1
Week Thema Bonusopdracht | ||
1 | Introductiewerk | Goede voornemens (3 punten) |
2 | Prenataal en baby fase | - |
3 | Dreumes en Peuter | Mijn peuterpuberteit (1 punt) |
4 | Jonge schoolkind | - |
5 | Oudere schoolkind en puberteit | Kijkopdracht (2 punten) |
6 | Adolescent en volwassene | - |
7 | De jongere oudere en oudere | Brief aan jezelf (1 punt) |
8 | Terugblik | Reflectie (3 punten) |
Ontwikkelingspsychologie: Definities
Ontwikkelingspsychologie bestudeert de verworven vaardigheden en ontwikkeling van mensen door opgelegde fasen, van geboorte tot volwassenheid.
Ontwikkelingsfasen
Prenataal, Baby, Dreumes, Peuter, Jonge schoolkind, Oudere schoolkind, Puber, Adolescent, Volwassene, Jongere oudere, Oudere.
Belangrijke ontwikkelingsaspecten
Lichamelijk
Motorisch
Cognitief
Sociaal-emotioneel
Sensueel / Seksueel
Ontwikkelingskenmerken per fase
Baby (0-1 jaar)
Groei en ontwikkeling van zintuigen, hechting.
Dreumes (1-2 jaar)
Begin motorische vaardigheden.
Peuter (2-4 jaar)
Ontdekken van de wereld, ontwikkeling van taal.
Jonge schoolkind (4-8 jaar)
Ontwikkeling van sociale vaardigheden en een groeiend zelfbewustzijn.
Oudere schoolkind (8-12 jaar)
Begin van prepuberteit, nieuwe vriendschappen, en groepsvorming.
Pubertijd (12-17 jaar)
Emotionele en sociale uitdagingen, lichaam verandert.
Adolescentie (17-23 jaar)
Identiteitsontwikkeling en overgang naar volwassenheid.
Volwassenheid (23-50 jaar)
Stabiliteit en verantwoordelijkheden in het leven.
Jongere oudere (50-70 jaar)
Fysieke en mentale veranderingen met aanvankelijke achteruitgang.
Oudere ouderen (70+ jaren)
Reflectie op het leven, verlieservaringen.
Opdrachten en reflectie
Diverse opdrachten gericht op het koppelen van ontwikkelingsaspecten aan persoonlijke ervaringen.
Reflecties en participatie in klasdiscussies worden aangemoedigd.
Conclusie
Dit curriculum biedt een integrale kijk op de levensloop van mensen, en helpt bij het voorbereiden op de praktijk in sociaal werk door het ontwikkelen van inzicht in menselijk gedrag en ontwikkeling.