OPO 2 SAMENVATTING SEM 1
Verwondering
Wat is verwondering?
Verwondering = het gewone anders bekijken, nieuwe dingen ontdekken.
Het geeft leven kleur en spoort ons aan valse zekerheden in vraag te stellen.
Verwondering ervaren met al je zintuigen: horen, voelen, zien, proeven, ruiken.
Wat heb je nodig om te verwonderen?
Openheid en flexibiliteit van de geest.
Hoe kan je verwondering leren?
Leer jezelf kennen.
Praat met anderen.
Doe regelmatig iets buiten je comfortzone.
Observeren.
Verdiep je in een onderwerp zonder het geheel uit het oog te verliezen.
Vergroot je blikveld qua tijd en plaats.
Maak dagelijkse dingen bijzonder.
Waarom is verwondering belangrijk?
Het stimuleert razendsnelle ontwikkeling bij kinderen (motorisch, cognitief, sociaal, emotioneel).
Ook volwassenen ervaren voordelen.
Nieuwsgierigheid en exploratiedrang zijn cruciaal voor intrinsieke motivatie.
Dit leidt tot betrokkenheid, enthousiasme en flowervaring.
Autonomiegevoel bij intrinsiek gemotiveerde activiteiten.
Rol van de leerkracht:
Zorg voor een rijk en gevarieerd klasklimaat.
Verwonder je over kleine en grote dingen.
Deze houding wordt overgenomen door leerlingen.
Muzische Vorming
Dubbele doel van muzische vorming:
Kunst als middel:
Kleuters kunnen zich expressief uitdrukken in kunstzinnige talen.
Eigen ideeën en ervaringen uiten.
Betekenisvol vormgeven vanuit bouwstenen en werkvormen.
Nadenken over eigen expressieve mogelijkheden.
Vertellen over eigen creatieve ervaringen.
Kunst als doel:
Kennismaken met materialen, instrumenten, stem, lichaam.
Ontdekken van de mogelijkheden van kunstzinnige talen.
Onderzoeken en begrijpen van kunstwerken.
Non-verbale communicatie:
Persoonlijke expressie en ontwikkeling creëren begrip van culturele en kunstzinnige inzichten.
Belangrijke begrippen:
Kunst: Weerspiegeling van tijd.
Expressie: Persoonlijk uitdrukken middels kunstvormen.
Creativiteit: Nieuwe oplossingen bedenken.
Exploreren: Speels onderzoeken vs. gericht onderzoeken.
Proces en Product
Proces vs. Product:
Proces: Stappen naar creatief resultaat.
Beschouwen: Kijken/luisteren, nadenken over kunstzinnige uitingen.
Creëren: Onderzoeken, ontwerpen en realiseren.
Grondhouding:
Openstaan, bereid zijn om te verbeelden, uiten, middelen ontdekken, respect hebben voor zelf en anderen.
Vaardigheid en geletterdheid:
Ontdekken en begrijpen van de kunsten.
Muzische meertaligheid:
Kinderen leren eigen ervaringen en interpretaties door verschillende muzische talen uit te drukken.
Rol van de leraar:
Leerlingen warm maken voor kunst, initiëren, en begeleiden in het uitdragen van expressieve mogelijkheden.
Product- en Procesgericht Werken
Productgericht werken:
Focus op eindresultaat.
Pluspunten: geef rust en vergelijkingspunten.
Minpunten: benadrukt resultaat, leidt tot namaken.
Procesgericht werken:
Focus op groei en ervaringen.
Stimuleren van creatief proces.
Sociaal-emotionele vaardigheden ontwikkelen:
Actief luisteren, problemen oplossen, zelfregulering.
Tips voor procesgericht werken:
Vertrek vanuit eigen kunnen, tijd geven, en herhalingskansen bieden.
Muzische Domeinen
Vijf Domeinen:
Beeld
Expressie via materialen, ontdekkingsmogelijkheden van papier, klei, verf.
Muziek
Zingen, instrumenten spelen, geluiden verkennen.
Drama
Lichaam en stem gebruiken voor verbeelding.
Dans
Communiceren door beweging.
Media
(Digitale) media gebruiken voor expressie.
Conceptschijf:
Visualisatie van de kern/ basisidee van de muzische activiteit.
Creatief Proces
Stappen:
Bewust niet ingrijpen.
Indirecte interventies.
Directe, open interventies.
Directe, gesloten interventies.
Reflectie en Evaluatie
Reflectiekader:
Inspireren, inhoudelijke inspiratie.
Stappen van beschouwend gesprek:
Eerste indrukken -> gericht waarnemen -> verder onderzoek -> verwerking.
Kunstbegrippen
Constructieve elementen:
Lijn, vorm, kleur, ruimte, textuur, compositie.
Kleurleerd:
Primaire, secundaire, en tertiaire kleuren: invloed op expressie en betekenis.
Ruimtesuggestie:
Manieren om ruimte in kunstwerken te suggereren, zoals grootteverschil, afsnijding en overlapping.
Compositie:
Ordening van elementen binnen het kunstwerk; verschillende soorten composities en hun effecten.
Textuur
Definitie:
Eigenschap van een oppervlak die aanvoelt of eruitziet op een specifieke manier.
Typen textuur:
Natuurlijk vs kunstmatig vs abstract.
Technieken:
Stempelen, collage, impasto om texturen te creëren.
Wat leren kleuters:
Verschillende texturen herkennen en experimenteren met technieken om ze te creëren.