5.I STAMBOOMONDERZOEK
OVERERVINGSVORMEN
AUTOSOMAAL DOMINANT
Genotypen
Heterozygoot mutatie → aangetast (per definitie)
Homozygoot mutatie→ vaakernstiger fenotypeofletaliteit(zeer zeldzaam)Geen mutatie → gezond
Kenmerken
Zowel mannen als vrouwen kunnen aangetast zijn
vader op zoon overdracht komt voor
Verticale transmissie: komt voor in elke generatie
Aangetast individu heeft meestal één aangetaste ouder
50% kans op overerving bij aangetaste ouder
Kansverdeling (1 ouder aangetast, 1 gezond)
50% aangetast
50% gezond
Voorbeelden
Huntington
Marfan
BRCA1
AUTOSOMAAL RECESSIEF
Genotypen
Homozygoot mutatie → aangetast
Compound heterozygoot (twee verschillende mutaties op beide allelen) → aangetast
Heterozygoot → drager, meestal gezond
Kenmerken
Zowel mannen als vrouwen kunnen aangetast zijn
Aandoening komt vaak in één generatie voor (broers/zussen)
Consanguïniteit (bloedverwantschap) verhoogt risico
Ouders zijn vaak drager, maar zelf niet ziek
Kansverdeling bij 2 dragers
25% gezond
50% drager
25% aangetast
Voorbeelden
cystic fibrosis = mucoviscidose
sikkelcelanemie
X-GEBONDEN DOMINANT
Genotypen
Zowel mannen als vrouwen kunnen aangetast zijn
1 mutatie op X-chromosoom is genoeg voor fenotype
Kenmerken
Vrouwen vaker (want XX), maar milder aangetast (door X-inactivatie)
Geen man-op-man transmissie
Dochters van aangetaste man → altijd aangetast
Zonen van aangetaste man → nooit aangetast
Kansverdeling
Aangetaste vrouw: 50% kans voor elke kind
Aangetaste man: 100% dochters aangetast, 0% zonen
Voorbeelden
Rett syndroom
X-GEBONDEN RECESSIEF
Genotypen
Mannen met mutatie; hemizygoot → aangetast (XY)
Vrouwen met 1 mutatie → drager, meestal gezond
Vrouwen met 2 mutaties; homozygoot (zeer zeldzaam) → mogelijk aangetast
Kenmerken
Komt vooral voor bij mannen
Drager-moeders kunnen aangedane zonen krijgen
Geen man-op-man transmissie!!
Dochters van aangetaste man → altijd drager
Kansverdeling (drager-vrouw × gezonde man)
50% zonen aangetast
50% dochters drager
Voorbeelden
Hemofilie A
Daltonisme = kleurenblindheid
Duchenne / Becker spierdystrofie
X-gebonden verstandelijke beperking
Y-GEBONDEN
Genotypen
Alleen mannen hebben een Y-chromosoom
Mutatie op Y-chromosoom → alleen mannen kunnen aangetast zijn
Kenmerken
Enkel mannen zijn aangetast én overdragers
Alle zonen van een aangetaste man zijn ook aangetast
Dochters zijn nooit aangetast, want krijgen geen Y
Komt uitsluitend in mannelijke lijn voor
Zeer zeldzaam (beperkt aantal genen op Y-chromosoom)
Kansverdeling (aangetaste man × gezonde vrouw)
100% zonen → aangetast
100% dochters → gezond
MITOCHONDRIALE OVERERVING
Genotypen
Mutaties in mtDNA → alleen via moeder overerfbaar
Kenmerken
Alleen moeders geven mtDNA door
Zowel zonen als dochters kunnen aangetast zijn
Vaders geven mutatie niet door
Grote variabiliteit door heteroplasmie
Kansverdeling
Aangetaste moeder → alle kinderen kunnen mutatie erven
Aangetaste vader → geen overerving
Homo- en heteroplasmie
Homoplasmie
Alle mitochondriën bevatten hetzelfde mtDNA; volledig normaal óf volledig gemuteerd.
Als er een mutatie is, wordt deze volledig doorgegeven
Ziektebeeld is meestal consistent en voorspelbaar bij nakomelingen
Heteroplasmie
Er is een mix van normale en gemuteerde mtDNA in één cel
De verhouding bepaalt of en hoe ernstig de ziekte tot uiting komt
Door willekeurige verdeling van mitochondriën bij celdeling is er veel variabiliteit in:
Wie ziek wordt
Hoe ernstig het is
Welke weefsels aangetast zijn (sommige weefsels vereisen meer energie, zoals hersenen/spieren)
UIZONDERINGEN
De novo mutatie
Nieuwe mutatie ontstaat spontaan in eicel of zaadcel van één van de ouders, of kort na de bevruchting i/h embryo
Ouders hebben normaal genotype
Kind kan wel aangedaan zijn én de mutatie dragen in al zijn/haar cellen
Kan ziekte verklaren zonder familiale voorgeschiedenis
Gonadaal mozaïcisme
Mutatie is alleen aanwezig in de kiembaan (zaad- of eicellen) van een ogenschijnlijk gezonde ouder
Ouders zijn niet fenotypisch aangedaan, maar kunnen toch meerdere kinderen met de aandoening hebben
Verhoogd herhalingsrisico
Haplo-insufficiëntie
Eén normaal werkend allel is niet voldoende voor een normaal functionerend eiwit
Komt vaak voor bij autosomaal dominante aandoeningen
Mutatie leidt tot verlies van functie (loss of function)
Resultaat: verlaagd of onvoldoende eiwitniveau → ziekte
Dominant negatief effect
Mutant eiwit stoort actief het functioneren van het normale eiwit
Kan gebeuren als eiwitten samen werken in complexen (multimeer structuren)
Gevolgen:
Normale activiteit van het complex daalt sterk
Kan zelfs leiden tot volledig verlies van functie
STAMBOOM — OEFENINGEN
CONVENTIES

let op; bij stambomen worden enkel de obligaat dragers aangeduid, degenen die genetisch gezien wel drager moeten zijn; dit betekent niet dat alle dragers zijn aangeduid, er kunnen ook mensen van buiten de familie drager zijn zonder dat dit gekend is (en worden dus ook niet als drager aangeduid, terwijl ze het wel zijn)!!
opm; dominante drager bestaat niet, bij dominantie heb je de aandoening of je hebt het niet
VOORBEELDEN UIT LES
STAMBOOM 1

autosomaal dominant
komt in elke generatie voor → dominant
X gebonden onmogelijk;
II.3 en III.4; man geeft door aan man, kan nooit X-gebonden zijn
II.4 zou aangetast moeten zijn
vb. achondroplasie

autosomaal recessief zou ook kunnen in dit geval
maar heel uitzonderlijk!!
opm; II.2 moet ook drager of aangetast zijn
vb. mucoviscidose, meest frequente recessieve aandoening in België
vb. doofheid
STAMBOOM 2

autosomaal recessief
autosomaal dominant kan ook
gonadaal mozaïcisme; variant ontstaan de novo in spermatogonia
ontstaan bij III.2

merk op; consanguiniteit = bloedverwantschap = inbreeding = incest
verhoogd risico op recessieve aandoening
¼ kans
STAMBOOM 2 — aangepast

X gebonden recessief
bij II.4 ontstaat gonadaal mozaïcisme
hij is dus zelf gezond
maar geeft aangetaste X door
III.3 (en ook III.4) is dus drager en geeft het (in dit geval) door aan al haar zonen, zouden ook het niet-aangetaste kunnen gekregen hebben
vb. Duchenne
UNCOMABLE HAIR SYNDROME

via OMIM; autosomaal recessief
kans ¼ doorgeven
CLEIDOCRANIALE DYSPLASIE

via OMIM; autosomaal dominant
kans op doorgeven normaal ½
maar de novo ontstaan, ouders hebben aandoening niet maar er zou wel mozaïcisme hebben kunnen opgetreden wat heeft geleid tot ontstaan ziekte
er wordt een risico van 1% aan gegeven
moeilijk te controleren
kans dat Gaten doorgeeft aan zijn kinderen is wel weer ½
dominante aandoening de novo ontstaan in;
spermatozoön
eicel
embryo
STAMBOOM 3

X gebonden recessief onmogelijk;
II.4 is drager
III.7 is drager, want IV.3 en IV.9 hebben aandoening
IV.1 is drager, want V.1 heeft aandoening
IV.4 is drager, want V.3, V.5 en V.6 hebben aandoening
MAAR bij V.10 klopt het niet, die zou de aandoening ook moeten hebben
krijgt Y van vader
krijgt aangetaste X van moeder!!
X gebonden dominant mogelijk;
aangetaste vader geeft door aan al zijn dochters
autosomaal dominant mogelijk
komt in elke generatie voor
wel uitzonderlijk dat het nooit van man op zoon wordt doorgegeven, maar kan
autosomaal recessief mogelijk
uitzonderlijk want alle aangetaste zouden kinderen moeten krijgen met dragers
STAMBOOM 4

X gebonden dominant onmogelijk;
alle dochters van aangetaste man zouden aandoening moeten hebben
III.6 zou aandoening moeten hebben, want II.8 heeft aandoening
IV.5 en IV.6 zouden aandoening moeten hebben
want IV.7 heeft aandoening gekregen van III.6 die drager is en omdat het dominant is de aandoening ook zou moeten hebben
(tenzij de novo ontstaan bij IV.7?)
X gebonden recessief mogelijk;
enkel mannen aangetast, vrouwen zijn allemaal dragers
vb. kleurenblindheid, hemofilie

I.1 heeft aandoening niet (en dus ook geen drager), I.2 is drager
II.6 is drager
III.2 is drager
III.3 is drager
III.6 is drager
III.9 is drager
autosomaal dominant onmogelijk;
I.1 en I.2 hebben aandoening niet
de generatie daarop zijn kinderen aangetast
tenzij onvolledige penetrantie!!
autosomaal recessief mogelijk;
beide ouders moeten drager zijn
zeer uitzonderlijk, maar theoretisch mogelijk
STAMBOOM 5

bolletje ingekleurd = X gebonden recessief drager
er is dus X gebonden recessieve overerving
man heeft dus normale Y en aangetaste X + vrouw heeft wss twee normale X
want geen bolletje ingekleurd, maar komt uit andere familie dus kan ook zijn dat het niet is ingekleurd maar ze wel drager is
bolletje betekent gwn obligaat drager, die persoon moet genetisch gezien wel drager zijn, maar bij afwezigheid betekent het niet dat iemand geen drager is
zoon; 0% kans
dochter; 0% kans op hebben, maar is wel drager
(tenzij moeder ook drager is is er wel een kans)
STAMBOOM 6

25% kans; 50% van 50% (kans op jongen/meisje)
jongen; 50% kans op ziekte
meisje; 0% kans op ziekte
eigenlijk niet, want kans op gonadaal mozaïcisme