NLS 2024

Kenmerken van de Pasgeborenen


Natte pasgeborene na de bevallingPasgeborenen zijn vaak nat bij de geboorte; dit is het resultaat van het vruchtwater waarin zij zich hebben ontwikkeld. Dit verhoogt hun risico op hypothermie, wat een ernstige aandoening kan zijn waarbij het lichaamstemperatuur gevaarlijk laag wordt. Afkoeling kan leiden tot ernstigere complicaties zoals verhoogde morbiditeit en een hoog sterftecijfer. Het handhaven van een ideale temperatuur is cruciaal voor de overleving en ontwikkeling van pasgeborenen, met de optimale temperatuur tussen 36,5°C en 37,5°C. Het is van levensbelang dat zorgverleners snel en effectief handelen om deze temperatuur te stabiliseren door middel van methoden zoals huid-op-huidcontact en het gebruik van warmtekleden.


Transitie van ademhalingDe overschakeling van placentaal (bloed) naar longademhaling is een essentiële fase voor de neonatale fysiologie. Deze transitie vindt meestal snel plaats binnen enkele minuten na de geboorte, maar kan in sommige gevallen enkele minuten duren. Tijdens deze overgang is er een herverdeling van bloed tussen de pasgeborene en de placenta om de zuurstofvoorziening te optimaliseren. Acceptabele saturatiewaarden in deze fase zijn belangrijk; na 2 minuten moet de zuurstofsaturatie ongeveer 65% zijn, na 5 minuten 85%, en na 10 minuten 90% om de effectiviteit van de ademhaling te waarborgen.


Natte longenDe longen van pasgeborenen zijn aanvankelijk gevuld met vruchtwater, wat hun ademhaling aanzienlijk beïnvloedt. De beginstadia van de bevalling initiëren de resorptie van dit longvocht via een proces dat ‘klaring’ wordt genoemd. Bij een vaginale bevalling kan er doorgaans nog ongeveer 100 ml longvocht aanwezig zijn na de geboorte, wat soms kan leiden tot ademhalingsproblemen of een aandoening die bekend staat als 'natte longen'.


Hypoxische ervaring bij bevallingTijdens de weeën wordt de zuurstofuitwisseling via de placenta tijdelijk onderbroken, wat een hypoxische ervaring voor de neonaat kan inhouden. De meeste neonaten tolereren deze situatie goed; slechts een klein percentage vereist extra ondersteuning, zoals supplementaire zuurstof. De hartfunctie kan vaak vervolgen gedurende 20-30 minuten, zelfs in situaties van anoxie, wat erop wijst dat pasgeborenen een opmerkelijk aanpassingsvermogen hebben.


Reanimatie bij PasgeborenenBij cardiorespiratoire stilstand bij pasgeborenen is meestal een primair respiratoir probleem de oorzaak. Inflatie van de longen door beademing is vaak voldoende om de pasgeborene weer bij te brengen. Thoraxcompressies zijn zeldzaam en alleen aangewezen indien strikt noodzakelijk, bijvoorbeeld in situaties van een complete hartstilstand. Het is belangrijk om de pasgeborene nauwlettend te observeren en tijdig in te grijpen als ze niet adequaat reageren.


Stabilisatie versus reanimatieOngeveer 6 tot 10% van de bevallingen heeft reanimatie nodig. Typische reacties van pasgeborenen na de geboorte zijn als volgt: 85% van de pasgeborenen ademt spontaan binnen 10-30 seconden na de geboorte. Ongeveer 10% reageert op afdrogen of stimulatie, terwijl slechts 3% begint te ademhalen na positieve drukbeademing. Pasgeborenen die niet huilen of ademen vereisen doorgaans aanvullende ondersteuning, zoals endotracheale intubatie of andere vormen van zuurstoftoevoer.

Initiele Handelingen bij Geboorte

Stap 1: Voorbereidingen

Zorg ervoor dat de opvangtafel goed is voorbereid met de juiste materialen en start de klok bij de geboorte om tijdige interventies te kunnen registreren. Voer een eerste beoordeling uit door zachte stimulatie zoals afdrogen of wrijven om de pasgeborene te laten beginnen met ademen. Het is van levensbelang om de neonaat warm te houden; bloed uit de navelstreng mag blijven tot 60 seconden na de geboorte om te zorgen voor een adequate bloedcirculatie en te helpen bij de overgang naar zelf-ademhaling.

Stap 2: Initiële beoordeling (HAKT)

Beoordeel de hartslag, ademhaling, kleur en spiertonus van de pasgeborene. De meeste pasgeborenen beginnen binnen 30 seconden met ademen. Het is essentieel om de blauwheid en het ademhalingspatroon nauwlettend te observeren voor eventuele tekenen van problemen.

Stap 3: Inflatiebeademingen

Indien de pasgeborene apneus of gasping vertoont, geef dan 5 inflatiebeademingen en controleer de thoraxexpansie en zuurstofsaturatie na elke inflatie om te beoordelen of de behandeling effect heeft.


APGAR BeoordelingDe APGAR-score is een cruciaal instrument voor de evaluatie van de neonatale toestand en wordt beoordeeld op 1, 5 en 10 minuten na de geboorte. Evaluatiecriteria zijn spiertonus, hartslag, reactie op prikkels, kleur en ademhaling. Een hogere score duidt op een betere gezondheidstoestand en kan helpen bij het besluitvormingsproces over de noodzaak van verdere medische interventies.


Medicatietoediening bij ReanimatieIndien de hartfrequentie onder de 60 slagen per minuut blijft ondanks adequate beademing, kan medicatie zoals adrenaline, glucose en vloeistoffen noodzakelijk zijn voor de stabilisatie van de pasgeborene. Toegangswegen voor medicatie: centrale katheter of intraossale toegang zijn vaak geïndiceerd in noodsituaties. Medicatie wordt meestal niet via een perifeer infuus toegediend tijdens een stilstand omdat dit te veel tijd kan kosten.


Intubatie en LarynxmaskerZowel intubatie als het gebruik van een larynxmasker zijn opties die tijdens reanimatie kunnen worden ingezet. Intubatie wordt doorgaans uitgevoerd door een arts, terwijl verpleegkundigen in acute situaties bevoegd zijn om een larynxmasker te plaatsen om de luchtwegen van de pasgeborene veilig te stellen en het ademhalingsproces te ondersteunen.