HC2: Religie
Intro
Geloof in iets is wat anders dan het volgen van een Religie. Geloof is persoonlijker, religie in context van een groep.
Pomerium
Post Moerium = voorbij de muur. Afbakening waarbinnen verde moest zijn.
Wat mocht je niet binnen het Pomerium: Religie bepaalde waar politiek mocht worden gedaan
Geen wapens dragen
Geen soldaten, ze werden weer burgers
Imperium (volmacht om leger aan te voeren) moest worden afgelegd. Het was heilig, je hebt geen macht meer.
Er mag niemand begraven worden. (Er waren uitzonderingen)
Comitia Centuriata (Beslissen over oorlog en vrede) mocht daarbinnen niet vergaderen → Campus Martius
Praetoriaanse garde → Cohors togata = leger zonder wapens (liepen in togas)
Stichtingsstatuur
De politiek bepaalde offers. Het was heel praktisch, al vanaf het oprichtingsstatuut.
Festivals
De festivals waren allemaal vrije dagen voor burgers.
Dies Fasti waren geoorloofde rechtsdagen
Dies Nefasti waren geen rechtsdagen, maar wel religieuze feestdagen
Dies comitales waren dagen waar je samen mocht komen om politiek te bespreken
Dies intercissi waren dagen waren half-half dagen.
Elke maand in drieën gedeeld. Kalends (1e), nones (7e, Juno) & ides (15e)
Indeling festivals
Civiel, Agrarisch en Militair, maar allemaal religieus.
Elk festival begon met processie, offerandus en spelen
Priesters
Priesters waren mensen met een magistratuur die benoemd/geloot werden tot priester. Ze waren verantwoordelijk voor de gemeenschapscultus.
Er was geen ‘roeping’, maar er waren wel priestertaken. Als beloning voor die taken kreeg je meer eer en aanzien.
De rituele acties die een priester doet is ongeveer gelijk aan de rituele dingen die een magistraat doet.
Er was verschil tussen mannen en vrouwen. De meeste waren mannen, maar de uitzondering waren de Vestaalse Maagden. Dat was een van de oudste klassen in Rome.
Vestaalse Maagden stonden garant voor de gezondheid van het hele Rijk. Zij bereiden de mola salsa voor.
Op het moment dat iemand ter dood veroordeeld werd en deze afgevoerd wordt, en het pad kruist met een Vestaalse Maagd, dan mag zij die persoon vrijspreken. Het gebeurde niet vaak, maar wel bij bijvoorbeeld Julius Caesar. Ze stonden boven de wet.
Cooptatio (kijkavond) = gezamenlijk kijken wie het gaat worden. Anders benoemen of stemmen.
Pontifices → Overzien staatsgodsdienst
Augures → waarnemen van auspicia (vogelwichelaar) Ook inaugureren
Ius augurale: gaven advies en voorkeuren → zelfs veto op politieke beslissingen
Quindecemviri sacris faicundis: sybellijne boeken beheren, lezen en interpreteren (Apollo, Magna Mater, Ceres)
Epulones → verzorgen van feestmalen
In functie waren priesters altijd herkenbaar door kleding.
De belangrijkste kenmerken van een Pontifex zijn:
Je blijft het voor je leven
Je hoefde geen belasting te betalen
Altijd gratis eten
Eervolle zitplaats tijdens de spelen
Kon contio bijeenroepen, dat is belangrijk. Zij delen de edicten dan met het volk.
Ze zijn gecontroleerd door de senaat.
Haruspex / Haruspices
Ze werden voorheen vaak naar Rome gebracht, later in Rome opgeleid.
Etrusca Disciplina
Een spiegel van de politieke orde
Kenmerken van de Romeinse politiek:
Balans tussen persoonlijke groei en status tov de collectieve gesteldheid (populus). Hoe belangrijk de elite is, maar wel check en balances. Waarborgen van het geheel.
Expansie:
Groter, drukker, veel kansen
Rijker
Grote kloof tussen rijk en arm
Toestroom slaven
Toestroom vreemdelingen
Rome als ‘open samenleving’ → buitenlanders werden toegejuigd; Traditie + adoptatie. Zolang het maar geld opleverde.
Ontstaansmythe, hadden mensen van buiten nodig (Sabijnen)
Er waren altijd soldaten nodig voor expansie.
Er was direct contact met ‘de ander‘ en ‘het andere‘
Spiegel II
Het doel van de religie is pax deorum in stand houden, ofwel het welzijn van de stad Rome stond bovenaan
Religie zit dus overal in.
Er kwamen goden van buitenaf om de vrede te bewaren
Er werd omgegaan met ‘vreemde’ rites.
Vreemde priesters
Evocatio (oproeping)
De generaal vraagt om de Godin van de vijand (Juno) om bij de Romeinen te komen, want als ze winnen, zullen ze een mooie tempel voor haar bouwen.
Iedereen was ziek en de Romeinse goden hielpen niet, dus hebben ze (beelden van) Asclepius naar Rome gehaald om te helpen.
Voorbeelden:
Juno uit Veij
Venus uit Sicilië
Magna Mater uit Macedonië
Tempel voor Hercules van de Muzen
Cultus van Ceres (Demeter) uit Zuid-Italië
Asclepius → Saturnus
Hoe Romeins was Romeinse Religie?
Restricties:
Bacchanaliëen (extase → bedreigt openbare orde)
Magna Mater
Begrafenis collegia
De rode draad:
Openheid → invloeden van buitenaf
Superioriteit → Romeins sausje is altijd beter
Griekszijn → Rekening gehouden met Griekse traditie, maar Romeinen kunnen het beter. (Hellenistisch)
Romeins
VA 133 v. Chr.
Het idee van Checks en balances verdwijnt met de komst van grote generaals.
De balans die er was, loopt vast. De rol van het volk wordt groter.
De generaals komen te ver af te staan van het volk.
Alle generaals willen niet onder doen voor de ander.
De Tempels krijgen namen, zodat men kan zien wie hem heeft gebouwd.
Er is competitie tussen de voorouderlijke lijn.
Er komt meer individuele relatie tot de goden. Er was een directe verbinding, dat was geheel nieuw.
Als de republiek afbrokkelt, doet de religie dat in feite ook.
Het imago van Augustus is een voorbeeld. Hij liet zich eerst afbeelden als militair, later als priester. Zo snel is het veranderd.
Religieuze verandering vanaf Augustus
Verandering op conservatieve fundamenten. Hij probeerde het oude geloof terug te brengen, toen de rust eenmaal terug was.
Rol van de Keizer
Traditionele goden werden weer aanbeden. Apollo werd het belangrijkste.
Hij heeft het Pontifex Maximus in het leven geroepen.
Hij bouwde en onderhield veel gebouwen.
Tempels van Vesta en Apollo
Hij kreeg een nieuwe naam
Er kwam minder elite en meer volk. Keizer, Lares Compitales
14 regio’s, 256 vici: vrijgelatenen als vicomagistri
Augustales: vrijgelatenen in de keizercultus.
Het was nieuw dat de beschermgod van de keizer aanbeden werd. Later werd dat direct de persoon.
Mysterie godsdiensten
Algemene kenmerken:
Mysterion = inwijding
We weten niet goed of het een religieuze toewijding is of een bekering.
Ze boden een bepaalde vorm van transcedentie.
Er waren erediensten in dienst van de ene god. Veel ritueel.
Romeinse staatsgodsdienst had geen duidelijk idee over leven na de dood. Als je dat wel had, kon je dat vaak vinden in een mysteriegodsdienst.
Er was geen exclusiviteit. Er waren dus veel mysterie godsdiensten.
De verspreiding ging via mensen die veel rondreisden, zoals soldaten en handelaren.
Een paar voorbeelden:
Cybele en Attis/ Magna Mater
Isis en Serapis
Dea Syria
Jupiter Heliopolitanus
Jupiter Dolichenus
Mithras (stierdoder)