middelnederlands
Middelnederlands: Taalperiode tussen 1200 en 1500, verzameling dialecten ook wel door de bevolking diets genoemd
Burgerij wou lezen, schrijven in volkstaal
Kopijst kopieerde met de hand alle boeken
Schrijfcultuur in verandering door groei van steden en nieuwe burgerij.
3: Woord en Rijm
Rijm: Middelnederlandse verhalen werden bijna allemaal in rijm geschreven.
Voor draagbaarheid en memorisatie was rijm handig.
Kenmerken van het Middelnederlands: spelling, uitspraak, woordenschat, grammatica.
Spelling: Geen officiële regels in de middeleeuwen, variatie in spelling.
Voorbeeld: "Paard" geschreven met een "t" (PAERT).
Hoofdstuk 4: Alfabet en Klanken
Spelling: Klanken eerder neergeschreven dan volledige woorden.
Voorbeeld van enclyse: Samensmelting van woorden.
Bij proclase worden onbeklemde woorden aan voorafgaande woorden geplakt.
Middelnederlands ontleende aan het Romeinse schrift, maar had meer klanken.
Voorbeeld: Latijnse letter 'v' als 'u' geschreven.
Hoofdstuk 5: Klankverandering
Spellingveranderingen als gevolg van uitspraak.
Lange 'y' als 'ie' uitgesproken, en 'kruid' als 'kruut'.
Geen concrete audiomateriaal voor uitspraak; afhankelijk van manuscripten.
Woordenschat: Veel veranderingen sinds 1500, nieuwe woorden toegevoegd (auto, computer).
Verloren woorden: bijv. "abolge" (woede), "kamenade" (schoorsteen).
Veranderde betekenis van woorden zoals "wijf" en "minister".
Hoofdstuk 6: Grammaticale Kenmerken
Naamvallen: Bepalen functie van zelfstandige naamwoorden in zinnen.
Voorbeeld genitief: "des koningszone" in plaats van "de zoon van de koning".
Huidige grammatica maakt gebruik van voorzetsels.
Persoonlijke voornaamwoorden: "du" (enkelvoud) en "ie" (meervoud).
Hoofdstuk 7: Conclusie
Plaatsing van bijvoeglijke naamwoorden in Middelnederlands vaak na het zelfstandig naamwoord.
Voorbeeld: "over al die velden groene".
Soms voor en achter het substantief: "deze rode riddervel".
Gebruik van dubbele ontkenning: Klinkt nog door in andere talen zoals Frans.